Het is officieel. Ik heb een ernstige verslaving. Een verslaving waardoor mijn man het bijna niet meer trekt. Ik doe dingen waar hij niet achterstaat, niet begrijpt, en die laatst een stinkend zaakje van mijn huwelijk maakten.

Lees ook: Claudia's blog: '7x Wat je áltijd al wilde vragen over Máxima's beugel' (Claudia heeft dezelfde)

Wat dan?

Ik wandel.

En niet zo maar wandelen. Ik dauwwandel.

En niet zo maar dauwwandelen.

Nee, ik loop vooral op dagen die door Weeronline tot een zwartgallige 1 zijn gebombardeerd.

EEN 1!

Orkaan Irma-achtige toestanden.

Op zo’n dag loop ik dus.

Omdat ik een afspraak heb met vriendin D. En we ooit hebben gezworen dat daar niemand tussenkomt. Ook geen Irma. Elke eerste vrijdag lopen we (haar vakantie uitgezonderd, dus daarom nu bij hoge uitzondering 8 september).

Tja, en dat het ging regenen, dat had ik de avond ervoor op de weer-app ook wel gezien, maar ik verheugde me op úren bijkletsen (ze was net 5 weken in Amerika geweest) en het shinen met mijn flashy gouden regenjas. Ik was toch niet van suiker en kon wel tegen een regenstootje?

En daarbij komt: ik móest gewoon wandelen – had de hele week op kantoor stilgezeten.

Om 6 uur ging de wekker.

Mijn man draaide zich om en slaapmompelde: "Gek, knettergek".

En ik dacht: maar zo lopen ook mensen de Camino, met complete regenponcho’s over hun volgepakte rugzakken (afschrikwekkende beelden! The horror! Zo dik kun je dus lijken!). Dusssss doorstappen. We oefenen immers voor die Camino.

Dapper gingen we voorwaarts.

Ook al zakte ik compleet weg in de veengronden rond het Naardermeer.

Ook al was het een zondvloed zoals zelf Louis XV (‘Après moi le déluge’) hem niet heeft meegemaakt.

Stap. Stap. Sop. Sop.

Doordrenkt was ik. Kan het niet anders omschrijven.

Maar soms geef je pas toe aan je ellende als je veilig en wel thuis bent.

En de ellende kwam letterlijk met liters. Schoenen: zeiknat, sokken met 5 liter vocht.

Omdat ik door moest naar een sjieke lunch met Chanel (vraag me niet hoe ik daar gekapt en gecoiffeerd aankwam - alsof ik nooit was verzopen), kneep ik de sokken uit, plaatste ze op de radiator en stookte de verwarming lekker hoog op.

En weg was ik.

Kijk, en daar wrong de huwelijksschoen. Toen mijn man ’s middags thuiskwam, in een snikheet, leeg huis in bedwelmende stinksok-dampen, greep hij getergd naar zijn keel. Mijn hobby benam hem letterlijk de adem.

Ja, ik mag blijven wandelen. En ja, ook om 7 uur ’s ochtends ("Dat jij gekke Henkie wil zijn, fine with me", zegt-ie). Maar of ik voortaan de vuile was wél binnen wil houden. Of buiten eigenlijk, in ons geval.

Lieve W., ik hou van jou, met heel mijn hebben, houden én wandelhart.

Reacties (1)