Maaike heeft seks nooit prettig gevonden. Ze deed het altijd toch maar, omdat ze dacht dat het zo hoorde. Maar ze hield het 'toneelspel' niet meer vol. 

“Vorige week vrijdag kwam mijn man Bert laat thuis. Hij had een zakendiner gehad, dan kruipt hij vaker pas in de vroege uurtjes naast me. Ik vond het fijn om zijn warme lichaam tegen me aan te voelen en mompelde welterusten. Ineens viel het me op dat ik niet alleen alcohol, maar ook een lichte parfumgeur rook."

Even overwoog ik het te vragen
"De volgende ochtend verliep zoals het elke zaterdag verloopt sinds onze kinderen uit huis zijn. We ontbeten uitgebreid, praatten en lazen kranten. Onopvallend bestudeerde ik Bert terwijl hij een broodje besmeerde. Ik vroeg me af of het verhaal dat hij had verteld over de avond ervoor wel compleet was. Even overwoog ik het heel direct aan te snijden. Hij zou er niet over liegen, dat weet ik. Juist daarom zweeg ik.

Ik wilde het niet weten
Als er iets was gebeurd, iets met een andere vrouw, dan wilde ik het niet weten. Dat is altijd mijn stelregel geweest sinds ik Bert heb verteld dat ik niet meer met hem wil vrijen. Waarom zou ik die nu verbreken? Toen we ’s middags een strandwandeling maakten met onze hond, dacht ik er al niet meer aan. En bij de wijn in de enige strandtent die nog open was, ook niet. Ik ben blij dat ik mijn mond heb gehouden. Want mijn onwetendheid is goed. Zo is hoe ik het wil, hoe vreemd dat voor anderen ook mag zijn.

Ik voelde me anders en worstelde daarmee
Ik weet nog precies wanneer ik voor het eerst iets over seks hoorde. Negen was ik, en mijn buurmeisje vertelde hoe kinderen verwekt werden. Ik gruwde van het verhaal, stopte mijn vingers in mijn oren. Toen ik het later walgend bij mijn moeder checkte, lachte ze om mijn houding. ‘Heus, het is niet zo vreselijk als je nu denkt, daar kom je later nog wel achter,’ zei ze. Dat ‘later’, ik heb er lang op gewacht. In mijn puberteit kregen mijn vriendinnetjes seksuele interesse in jongens. Ze fluisterden er met elkaar over. Ik zat er elke keer met een verward gevoel bij. Het trok me absoluut niet wat ze vertelden. Orale seks leek me ronduit vies en ook van de andere dingen waar ze over smoesden, moest ik niets hebben.
Ik voelde me anders en worstelde daarmee.

Vriendjes hadden geen geduld meer
Want verliefd werd ik wel. Ik vond het leuk als jongens aandacht voor me hadden. Ik hield van flirten. Zoenen en knuffelen vond ik ook fijn. Maar als vriendjes meer wilden, dan hield ik het af. Lang heb ik mezelf voorgehouden dat ik er kennelijk nog niet aan toe was. Maar toen ik 21 was en ‘het’ nog steeds niet had gedaan en er al drie relaties waren gesneuveld omdat mijn vriendjes geen geduld meer hadden, vond ik dat ik het er toch maar eens op moest wagen. Ik had toen een relatie met Thomas, een lieve man die zes jaar ouder was dan ik. Hij had aardig wat ervaring. Ik heb hem eerlijk verteld dat ik ertegen opzag, bang was dat ik het niet leuk zou vinden. Hij bezwoer me dat als ik hem zijn gang zou laten gaan, het helemaal goed zou komen. 

'Best fijn', loog ik
Het kwam niet goed. Terwijl hij er veel plezier aan leek te beleven, lag ik te wachten tot het voorbij was. Pijn had mijn ontmaagding niet gedaan, maar voor genot zorgde het evenmin. En dat terwijl Thomas toch zijn best had gedaan om mij op te warmen. Na afloop lag hij uitgeteld naast me. ‘En?’ vroeg hij benieuwd. ‘Best fijn,’ loog ik. Ik was diep teleurgesteld. Dus dit was het, waar iedereen het over had, wat mensen zo graag deden. Hoe kon het dat ik er niets aan vond en het voor mij net zo onnatuurlijk voelde als ik altijd al vermoed had? En hoe kon ik dat veranderen? Meer oefenen, dacht ik. Dus dat deden we. Ik raakte getraind in doen alsof. Doen alsof ik het prettig vond. Een hoogtepunt faken.

Lees ook: 'Slapen in aparte bedden? Ja, graag!'

Volleerd toneelspeelster
Ik nam zelfs weleens initiatief, om mijn geheim te verbergen. Want ik durfde het Thomas niet te laten merken, bang dat hij mij zou verlaten. Dat het tussen ons toch is stuk gelopen, had dan ook niets met ons seksleven te maken. Maar we groeiden uit elkaar en besloten onze eigen weg te gaan. Toen ik Bert ontmoette, vertelde ik opnieuw niets over mijn desinteresse in seks. Ik was inmiddels een volleerd toneelspeelster geworden. En toen we zwanger probeerden te worden, deed ik het zelfs met enig plezier; nu had het een functie en lag ik na afloop hoopvol in Berts armen. In vijf jaar kregen we drie kinderen. 

Hij voelde zich enorm bedrogen
In die jaren nam onze seksfrequentie in rap tempo af. We waren afgepeigerd van ons drukke gezin en sliepen in, zodra ons hoofd het bed raakte. Ik was blij dat we het nog maar zo zelden deden. Ik begon bijna te denken dat ook Bert er niets om gaf. Helaas gaf hij na enkele jaren aan dat hij de intimiteit tussen ons miste. Ik merkte dat ik niet langer kon faken. Ik heb Bert verteld dat het van mij eigenlijk niet meer hoefde. Nadat hij stevig had doorgevraagd, kwam eruit dat ik er eigenlijk nooit plezier in had gehad. Dat was een klap voor hem, hij voelde zich enorm bedrogen.

Ik ben niet goed genoeg, dacht ik
Gesprekken bij een therapeut hebben ons erdoorheen getrokken. We kwamen weer dichter bij elkaar en genoten van wat we beiden wél fijn vinden: knuffelen, strelen, intieme gesprekken. Maar seks bleef een issue. Nu Bert wist dat ik er eigenlijk niets aan vond, deed hij het ook niet graag meer. De gedachte dat ik mij enkel inspande om hem te plezieren, was onprettig voor hem. Ik voelde me daar erg schuldig over. Ik schiet tekort, ik ben niet goed genoeg, schoot er dan door mijn hoofd. En dan forceerde ik mezelf maar om toch wat enthousiasme te tonen, hoe het me ook tegenstond. 

Ik moest huilen van de herkenning
Elf jaar geleden stuitte ik op een artikel over aseksualiteit. Daarin werd het beschreven als een geaardheid, net als homoseksualiteit. Eén procent van de mensheid geeft gewoon niets om seks. Ze ervaren het als tegennatuurlijk, onprettig. Ik las ervaringen van andere vrouwen, maar ook van mannen, en ik herkende mij er volledig in. Ik heb erbij zitten huilen. Dat ik al de gevoelens waarmee ik al zo lang worstelde ineens zwart-op-wit zag staan, was een openbaring. Ik voelde me erkend en gesterkt. Ik kon mijn minderwaardigheidsgevoelens eindelijk loslaten. Wel maakte het mijn aversie jegens seks nog groter. Hoeveel ik ook van Bert hield, en hoezeer ik ons gezin ook koesterde, ik kon het niet meer opbrengen. Als ik mezelf en mijn eigen lijf respecteerde, moest ik het mezelf niet meer aandoen, wat dat ook zou betekenen voor mijn huwelijk. 

Hij wilde niet bij me weg, dat stond vast
Bert en ik hebben veel gepraat. Door het artikel en de verdere informatie die ik vond via internet, kreeg hij meer inzicht en begrip. Ook voor hem betekende het een opluchting. Ergens had hij toch het gevoel gehad dat het aan hem lag. Dat híj niet aantrekkelijk genoeg was voor mij. Het was bevrijdend voor hem om dat te kunnen loslaten. Zelfs de beslissing dat we niet meer, nooit meer zouden vrijen, voelde bevrijdend, zei hij. Nu hoefde hij niet meer te hopen op, te verlangen naar die ene korte keer seks per maand of zo. Maar zou hij altijd zonder kunnen? Dat kon hij niet beloven, zei hij eerlijk. Wel stond vast dat hij niet bij mij weg wilde: we hadden het goed, waren gelukkig en boden onze kinderen een veilige thuishaven. Dat wilde hij niet opgeven.

Wat niet weet, wat niet deert, dacht ik
Daar was ik ontzettend blij om. We besloten samen om het onderwerp voorlopig te parkeren. Ik had het toen niet voor mogelijk gehouden, maar we hebben het er sindsdien nog maar één keer over gehad. Dat was twee maanden nadat ik het artikel had gelezen. Ik zei tegen Bert dat ik het zou begrijpen als hij het soms buitenshuis zou zoeken. Dat dat oké was; als het maar niet om een echte liefdes­relatie zou gaan, en dus geen bedreiging voor ons zou zijn. Ik had er goed over nagedacht. Ik wist dat ik het risico nam om hem op een dag toch kwijt te raken. Maar ik wilde niet dat Bert zou kampen met een schuldgevoel als er een keer iets zou gebeuren met een vrouw, omdat hij nu eenmaal wel seksuele behoeften heeft. Dat zou niet eerlijk zijn. Maar ik wilde er vooral niets over weten. De gedachte van Bert in de armen van een ander deed me pijn. Maar wat niet weet, wat niet deert, dacht ik.

Lees ook: 'Waarom ik gelukkig ben getrouwd met een workaholic'

Al elf jaar niet meer gevreeën
Bert reageerde verbaasd, zei dat vreemdgaan niets voor hem was. Dat hij wel op een andere manier aan zijn trekken zou komen, bij erotische films bijvoorbeeld. Maar of hij zich daar de afgelopen tijd altijd aan heeft gehouden... Dat weet ik niet. Vorige week vrijdag twijfelde ik er dus ineens aan en die momenten zijn er meer geweest. Maar ik vraag niets en hij zegt niets. Het hele onderwerp seks is taboe tussen ons. Dat klinkt misschien geforceerd, maar dat is het niet. Wij hebben het fijn samen en kennelijk is het goed zo voor ons. We zijn gelukkig samen en ook toen onze kinderen een voor een uitvlogen, heb ik geen enkel signaal van Bert ontvangen dat hij erover denkt om mij te verlaten. Al hebben we nu dan al elf jaar niet meer gevreeën. Dat ik het nooit meer hoef te doen, ervaar ik als zo’n op­luchting dat ik de prijs van de on­zekerheid over de trouw van Bert daarvoor graag betaal. Het maakt me niet uit dat hij mogelijk weleens het bed deelt met iemand. Ik vertrouw erop dat wij samen oud worden, en dat is voor mij meer dan genoeg.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Toen Annemiek (49) wilde scheiden, werd haar man ziek. Ze koos ervoor om bij hem te blijven, maar kan niet wachten tot hij voldoende is opgeknapt om alsnog te vertrekken.

‘Op de zestiende verjaardag van mijn zoon besloot ik dat ik wilde scheiden. We zouden die dag groots vieren. De hele familie was uitgenodigd. Er stond een partytent in de tuin, een neef zou dj-en, er was meer dan genoeg te eten en te drinken.

Onze zoon, een echte puber, had zijn bokkenpruik voor de gelegenheid afgezet en had er echt zin in. De dag kon nu al niet meer stuk. Dacht ik. Tot mijn man Johan een halfuur voordat de gasten zouden komen, werd gebeld.

Ik zag hem druk praten. Hij maakte er grote gebaren bij, zoals altijd als hij zich opwindt. Het zou zijn compagnon wel zijn, dacht ik. Die belde voortdurend over “essentiële zaken”. En altijd gingen die dan vóór ons, zijn gezin. Vóór mij.

Ik vond dat mooi, zo'n gepassioneerde man

Toen het feest begon, stond ik in mijn eentje mensen te begroeten. “Johan komt zo terug,” verklaarde ik zijn afwezigheid aan de gasten. Niet dat dat nodig was; zij waren eraan gewend dat hij er zelden was. Ik niet.

Toen Johan en ik trouwden, wist ik natuurlijk dat zijn werk belangrijk voor hem was. Ik vond dat mooi: zo’n gepassioneerde, ambitieuze man. Ik vertrouwde erop dat hij net zoveel energie in ons huwelijk en toekomstige gezin zou steken als in het bedrijf dat hij met een studievriend had opgezet.

Ik wist toen nog niet dat ik altijd zou verliezen. Toen mijn oudste zoon geboren werd, zat Johan in Madrid. Hij kon toch niet weten dat ons kind zich negen dagen te vroeg zou aandienen? Dat klopt – maar het is typerend voor hoe het altijd ging, ook toen de kinderen ouder werden.

Johan had het altijd te druk

Ik stond overal alleen voor. Zat alleen aan het ontbijt, las in mijn eentje verhaaltjes voor. Ging zonder Johan naar ouderavonden. Naar de dierentuin, naar pretparken. Johan had het altijd te druk.

Ik heb lang gehoopt op beterschap, wat Johan steeds beloofde. Maar die kwam nooit. En wat me altijd op de been had gehouden, mijn grote liefde voor hem, sijpelde weg. Tegen te veel eenzaamheid is geen enkel gevoel van liefde bestand.

En toen ik daar voor de zoveelste keer alleen stond, nu op de zestiende verjaardag van mijn jongste kind, wist ik het. Het was over, definitief. Ik wilde scheiden.

Maar ik wilde er wel mee wachten tot ook mijn zoon het huis uitging. De kinderen een veilig thuis geven, was altijd mijn levensdoel geweest. Ik had ervoor gezorgd dat zij nooit iets hadden meegekregen van de spanningen tussen Johan en mij. Dat wilde ik zo houden. 

Mijn vrijheid lonkte, was bijna tastbaar

Na het feest bleef ik vastbesloten. Ik focuste me op mijn eigen leven. Op mijn zoon, op mijn dochter die in de weekenden thuiskwam, op mijn parttime werk. En op mijn toekomstplannen.

Ik onderzocht onze financiële situatie, sprak met een advocaat over alimentatie en zocht online naar andere woningen. In mijn relatie met Johan investeerde ik niet meer.

Het schokkendste was nog wel dat Johan dat niet eens leek op te merken. Hij vond het waarschijnlijk alleen maar gemakkelijk dat ik niet meer zoveel van hem wilde. Mijn zoon bereidde zich voor op zijn eindexamen. Schreef zich in voor een studie in een andere stad.

Mijn vrijheid lonkte, was al bijna tastbaar. 

Maar toen werd Johan ziek

Hij kampte al een tijd met vermoeidheid. Uit de gewone onderzoeken kwam niets. Omdat hij toch moe bleef en het ook vaak benauwd had, stuurde onze arts hem door naar het ziekenhuis.

Op dat moment maakte ik mij nog nergens zorgen over. Johan is altijd ijzersterk geweest. Hij was een beer van een vent, blakend van gezondheid. Ik ging daarom niet eens met hem mee naar het ziekenhuis, dat vond Johan ook niet nodig.

Na een paar uur belde hij me. Er waren plekjes op zijn longen gevonden. Hij werd meteen opgenomen om verder onderzocht te worden. Zijn stem klonk kleintjes, hij moest moeite doen om niet te huilen. Ik schrok verschrikkelijk.

Op dat moment was er alleen maar ruimte voor intense bezorgdheid om de man met wie ik al zo lang samen leefde. Bezorgdheid ook om de kinderen; zij zouden hun vader toch niet verliezen?

Natuurlijk steunde ik hem

De periode daarna was afschuwelijk. De vlekken op Johans longen bleken kanker. Uitgezaaid; ook op zijn lever werden kankercellen gevonden. Toch was er nog hoop, maar het hing er helemaal vanaf of de chemokuur zou aanslaan.

Johan was er kapot van. De grote beer veranderde in een bang jongetje, dat vaak moest huilen. Ik vond het heel pijnlijk om hem zo te zien. Natuurlijk steunde ik hem, dat sprak voor zich. Zijn tranen braken mijn hart.

Toch voelde ik juist nu nog sterker dat ik niet meer van hem hield zoals ik dat vroeger had gedaan. Voor Johan vond ik het verschrikkelijk allemaal. Ook voor mijn kinderen vond ik het intens verdrietig.

Daar voelde ik me erg schuldig over

En natuurlijk was de confrontatie met de mogelijke dood van de man die zo dicht bij me stond, heel heftig. Maar puur voor mezelf stortte mijn wereld niet in. Ik had al zoveel toekomstplannen gemaakt waarin Johan een marginale rol speelde dat zijn ziekte voor mij niet alles op z’n kop zette.

Als ik alleen was, was ik redelijk rustig. Daar voelde ik me erg schuldig over, veroordeelde mijn gevoelens. Maar tussen Johan en mij was al lang zo’n afstand ontstaan die zijn ziekte dat niet kon overbruggen.

Terwijl hij mij juist meer dan ooit nodig had, merkte ik. Nu het erop aankwam, zocht hij steun bij mij, de kinderen en familie. Zijn werk, daar had hij het helemaal niet meer over. En het bedrijf bleek ook wel door te draaien zonder hem, zo bezwoer zijn compagnon als hij langskwam.

Ongetwijfeld om hem gerust te stellen maar tegelijkertijd was het waar, natuurlijk. Want niemand is onmisbaar op zijn werk. Had Johan dat maar eerder beseft.

Mijn gedachten aan scheiden, kwamen terug

Mijn man werd heel ziek van de chemo. Zijn haar viel uit en hij viel veel af. Maar het bleek niet voor niets; de kanker werd teruggedrongen. Er was weer hoop, het zag er goed uit. Daarmee kwamen ook mijn gedachten aan scheiden terug.

Mijn zoon had een tijd heen en weer gereisd voor zijn studie, omdat hij zijn vader en mij niet alleen wilde laten. Nu het weer wat beter ging met Johan ging, verhuisde hij naar een studentenflat.

Maar mijn eigen plan, om een maand na het vertrek van onze zoon aan te kondigen dat ik óók zou gaan, leek nog veel te cru. De toekomst voor Johan was dan wel niet zo somber als we eerst vreesden, beter was hij ook niet. Dan kon ik toch niet weggaan?

Een zieke man laat je niet in de steek. Toch?

Mijn wens om te scheiden zou een ongelofelijke klap voor hem zijn. Het zou hem misschien zijn vechtlust wel ontnemen. Dat kon ik hem toch niet aandoen? En onze kinderen ook niet.

Eerder was ik ervan overtuigd dat zij mijn stap om hun vader te verlaten op den duur wel zouden begrijpen. Onze band is altijd goed geweest, met respect voor elkaar. Maar nu was alles anders. En dan de familie, onze vrienden: niemand zou er een goed woord voor mij over hebben.

Mijn verhaal dat ik allang van plan was om weg te gaan zou weinig indruk maken. Want die ideeën bestonden enkel in mijn hoofd, ik had ze met niemand gedeeld. En dan nog: een zieke man laat je niet in de steek. Toch?

En dus ben ik er nog

Ik woon nog steeds samen met Johan, die hard aan zijn herstel werkt,  weer hoop heeft, al leeft hij nog van echo naar scan. Ik steun hem, maar ik voel me er zo dubbel over. Ik hou gewoon niet meer van hem. Niet zoals zou moeten.

En ik had me er al zo op ingesteld om aan mijn nieuw leven te beginnen. Ik had zelfs al eens op datingssites gekeken. Een nieuw man in mijn leven, elkaar weer ontdekken, weer eens vrijen – dat doen mijn man en ik al zeker tien jaar niet meer – ik verlangde er zo naar.

En ik verlang daar nog steeds naar. Ik blijf alleen nog bij Johan uit loyaliteit en plichtsgevoel. Terwijl hij weer toenadering zoekt. Hij heeft het maar over de toekomst waar hij op hoopt, de dingen die hij nog wil doen. Met mij. Hij praat over reizen, reizen waar het nooit van kwam.

Voor mij is het te laat

Ja, nu wil hij - maar voor mij is het te laat. Mijn liefde is over en kan niet meer terugkomen. Ik ben te vaak teleurgesteld in hem, het is gewoon op. Het zal niet lang meer duren tot ik hem dat moet gaan vertellen.

Dit toneelspel is voor niemand goed. Bij een volgende positieve uitslag moet ik tegen hem zeggen dat ik wegga. Want zo gaat het niet langer...”

De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Wat zou jij doen als je Annemiek was? Laat je reactie hieronder achter.

Beeld: iStock

 

Inge (57) is al bijna tien jaar minnares. De mensen om haar heen weten niet beter dan dat ze single is – ze proberen haar zo nu en dan zelfs aan de man te brengen. Inge keek jaren uit naar het moment dat haar geliefde zou scheiden en ze hem eindelijk aan haar kinderen kon voorstellen. Nu twijfelt ze daarover.

‘Deze zomer ga ik zoals elk jaar met een vriendin naar Griekenland. Heerlijk, we genieten daar zo van. Toen ik onlangs bij mijn dochter was, vroeg ze: “Heb je nu nooit eens zin om met een mán op vakantie te gaan? Dat is toch veel gezelliger?”

Ik wuifde haar woorden weg door te zeggen dat ik met niemand zo kan lachen als met deze vriendin. “Maar tegen romantische etentjes en lekker in elkaars armen liggen, kan toch niets op?” bracht mijn dochter daartegenin. “Ik vind het zo jammer dat je de tijd maar laat verglijden en je je niet openstelt voor een relatie. Zullen we echt niet eens een datingprofiel aanmaken?” 

Ze weet niet dat mijn leven al compleet is

Het is een gesprek dat we al zo vaak hebben gevoerd. Rond mijn verjaardag, vakanties en al helemaal als de feestdagen in aantocht zijn. Mijn dochter is bezorgd. Ze begrijpt niet dat ik, twaalf jaar nadat ik van haar vader ben gescheiden, nog steeds geen nieuwe geliefde heb.

“Jij staat zo vol in het leven,” zegt ze vaak. “Ik snap niet dat je dat leven niet nog completer wilt maken.”

Ze weet niet dat mijn leven al compleet ís. Er is al bijna tien jaar een heel bijzondere man in mijn leven. Een grote liefde, die weliswaar behalve voor intense geluksmomenten ook voor tranen heeft gezorgd, maar die ik niet kan missen en ook niet wíl missen.

Hij is getrouwd

Het doet me pijn dat ik erover moet zwijgen tegen mijn dochter. Maar ik durf het haar niet te vertellen. Mijn andere kinderen ook niet. De man van wie ik hou, Tom, is namelijk getrouwd.

We kennen elkaar al vijftien jaar. Hij was ooit een collega en ik was altijd dol op hem. Tom is een van de weinige mannen die ik ken die écht kan luisteren.

In de periode dat we samenwerkten, liep mijn huwelijk al niet lekker. Mijn ex-man en ik kenden elkaar nog maar een paar maanden toen ik zwanger bleek. Hoewel we eigenlijk niet serieus in onze relatie stonden, besloten we er toch voor te gaan.

Als vader en moeder deden we het uitstekend, niet alleen voor de eerste, maar ook voor de twee kinderen die volgden. We waren eigenlijk meer maatjes dan geliefden. Maar we gaven onze kinderen wat ik zo graag wilde: een stabiel thuis. Dat heb ik zelf vroeger gemist.

Mijn vader was een notoire vreemdganger en dat zorgde voor veel problemen. Mede om die reden heb ik mijn kinderen bijgebracht dat trouw heel belangrijk is in een relatie.

Ik vond het fijn de regie over mijn leven weer te hebben

Het was voor hen heel pijnlijk dat hun vader en ik uit elkaar gingen. Maar toen ze zagen dat we beiden opbloeiden en nog vriendschappelijk met elkaar omgingen, hadden ze er vrede mee. Mijn ex trof snel een ander met wie hij ging samenwonen. Ik zat minder op een relatie te wachten.

Ik vond het fijn dat ik de regie over mijn leven terug had en had geen behoefte weer snel dingen vast te leggen. Er zou vanzelf wel iets op mijn pad komen, dacht ik. 

We zochten elkaar steeds vaker op

Dat gebeurde ook. Ik kwam Tom weer tegen nadat ik hem een tijd uit het oog verloren was. Ik werd verliefd. En hoe!

Eerst vertrouwde ik mijn gevoelens niet. Hoe kon dit nu, we waren al zo lang bevriend? Bovendien was hij getrouwd. Gelúkkig getrouwd! En hij had nog kleine kinderen. Dat wilde ik niet kapotmaken, al was het duidelijk dat Tom ook wat voor mij voelde.

We zochten elkaar steeds vaker op en toen hij op een dag bekende dat hij tot over zijn oren verliefd op me was, was het hek van de dam. 

Er volgde een verwarrende tijd. Ik merkte nu pas hoeveel ik gemist had in mijn huwelijk. Met Tom klopte het gewoon, we voelden elkaar aan zonder woorden. Ook in bed wist ik niet wat me overkwam.

Gevecht in mijn hoofd

Maar ik voelde me tegelijk vreselijk schuldig. Ik bedroog zelf dan wel niemand, Tom deed dat wél. Was hij daarmee net zo’n man als mijn vader? En was ík net zo slecht als zijn vroegere scharrels, die door mijn moeder waren afgeschilderd als gewetenloze heksen?

Het was een voortdurend gevecht in mijn hoofd. Toch voelde mijn relatie met Tom zo speciaal dat ik er niet mee kon stoppen. 

Ik vertelde mijn kinderen niets over Tom. Ik had toen nog geen idee hoe lang onze affaire zou duren. En ik schaamde me. Mijn positie als minnares ging zó in tegen alle wijze lessen die ik hen ooit had meegegeven. Dus zij wisten niet beter of ik was vrijgezel.

Tom zag ik slechts een paar keer per maand. Naast die intense ontmoetingen hadden we veel telefoon- en mailcontact, maar verder leefde ik mijn eigen leven. Met vrienden, werk, reizen, het opzetten van een eigen webshop en blog, et cetera.

Het heeft altijd aan me gevreten dat ik "de andere vrouw" was

Ik was allesbehalve een minnares die thuis eenzaam op telefoontjes van haar geliefde zat te wachten. Het was dus niet moeilijk onze relatie verborgen te houden voor de buitenwereld. 

Er zijn periodes geweest dat ik om verschillende redenen erg leed onder de situatie. Het heeft altijd aan me gevreten dat ik “de andere vrouw” was. En natuurlijk deed het pijn om aan de zijlijn van Toms leven te staan. Eigenlijk wilde ik hem voor mezelf.

Maar mede omdat hij een dochter met een lichamelijke beperking heeft, die toen nog thuis woonde, was het voor Tom uitgesloten dat hij zijn gezin zou verlaten. Al zei hij wel steeds vaker dat ik zijn grote liefde was en dat hij op een dag voor mij zou kiezen. 

De enkele vriendinnen die over mijn verhouding wisten, geloofden daar niets van. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat Tom oprecht was. Hoewel we elkaar maar een paar keer per maand zagen, was onze band zo sterk en uniek. Daar kon niets tegenop: voor hem niet, voor mij niet.

Dieptepunt

Dat ik me voor moest doen als vrijgezel deed pijn, maar nooit genoeg om te overwegen hem op te geven, hoewel vier jaar geleden wel een dieptepunt was. Toen overleed mijn moeder. Tom zat niet naast me aan haar sterfbed, hij stond niet op de kaart. Hij was wél op haar begrafenis, maar zat anoniem ergens achteraan.

In die periode dacht ik soms: waar ben ik mee bézig, hoe kan ik hier genoegen mee nemen?! Maar Tom steunde me op zijn manier zo goed, dat ik toch met hem verderging. En ik kon me steeds beter neerleggen bij de situatie.

Het ergste vind ik nog steeds dat ik mijn kinderen moet voorliegen. Het raakt me wanneer ze zich zorgen om me maken. En dat ze telkens met goedbedoelde, maar zinloze adviezen komen.

Koppelpoging

Mijn dochter heeft zelfs een keer een koppelpoging gedaan door voor een etentje ook een kennis uit te nodigen die ze echt iets voor mij vond. Ik moest doen alsof ik niets in hem zag, terwijl de beste man best leuk en aantrekkelijk was. Maar ja, ik heb geen interesse, want ik ben al bezet.

Ik heb er de afgelopen jaren vaak over gefantaseerd hoe ik Tom uiteindelijk aan mijn kinderen zou voorstellen. Ik weet hoe blij ze zouden zijn als ze weten dat ik gelukkig met iemand ben. Maar ik merk het laatste jaar dat er bij mij een verschuiving aan het optreden is.

Tom heeft het vaker dan ooit over scheiden. Zijn dochter met een beperking zit in een begeleid-wonentraject en ook zijn jongste gaat over niet al te lange tijd het huis uit. Hij ziet eindelijk kans om voor zichzelf te kiezen. Om voor míj te kiezen.

De laatste jaren heb ik tegenstrijdige gevoelens

Ik zou blij moeten zijn, dit wilde ik immers al zó lang zó graag. Maar diep in mijn hart heb ik er het laatste jaar tegenstrijdige gevoelens over. 
Ik hou nog steeds zielsveel van Tom, daar is niets aan veranderd. Maar ik ben na al die jaren ook gehecht aan mijn eigen, vrije leven.

De manier waarop onze relatie nu is, vind ik eigenlijk prima. Op de momenten dat we samen zijn, geniet ik intens. Ik ben nog steeds verliefd op hem en elke keer weer zo blij wanneer ik hem zie. Maar ik hou ook van mijn avonden alleen. Van mijn hobby’s, waar ik nu alle tijd voor heb.

Van de vakanties met mijn beste vriendin, want het klopt wat ik tegen mijn dochter zei: ik kan met niemand zo lachen als met haar. Ik ben nu al zo lang gewend aan mijn zelfstandigheid en vrijheid dat het moeilijk zal zijn om dat op te geven.

Dat mogen mijn kinderen absoluut niet weten

Als Tom gaat scheiden, zou ik in elk geval het liefst een latrelatie willen, terwijl ik weet dat Tom ervan droomt bij mij in te trekken. Hoe het moet, ik ben er nog niet uit, maar ik vind het zo ingewikkeld dat ik soms denk: wat mij betreft blijft hij gewoon getrouwd en blijft alles zoals het is.

Het enige nadeel is dat mijn kinderen hem dan nooit zullen ontmoeten. Want voordat het zo ver is, moet hij echt een vrij man zijn. Ik zal mijn kinderen nooit vertellen dat ik een relatie met een getrouwde man heb. Dat hun moeder tot zoiets in staat is, mogen ze absoluut niet weten.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in