Annelies hoort de complimenten van haar man niet meer en ziet op tv alleen de ­rimpelloze, jonge vrouwen. Vol afschuw staat ze voor de spiegel. Een vroegere vriendin is haar alibi voor haar afspraken bij een cosmetische kliniek. Eens móét dit stoppen, weet ze.

“Vorige maand was ik een lang weekend met een vriendin van vroeger naar Limburg. Tenminste, dat is wat mijn man dacht. Ik heb die vriendin al vaker als smoes opgevoerd, in werkelijkheid heb ik haar al in geen twintig jaar gezien."

"Maar mijn man vertrouwt me blind en koestert geen ­enkele argwaan. Toen ik hem aan het einde van het weekend belde om te zeggen dat ik er in mijn eentje nog een dagje winkelen aan vastplakte, en de dag erna pas ’s avonds laat zou thuiskomen, wenste hij me veel plezier. Ik kwam pas thuis toen het donker was. Ik had mijn gezicht nog de hele dag gekoeld met ijs uit de minibar van het hotel waar ik verbleef. Ik zag nog steeds een lichte zwelling rondom mijn lippen en wat rode vlekjes bij mijn ogen, daar waar de minuscule naald met fillers mijn huid was ingegaan. Maar ik had die zo goed mogelijk gecamoufleerd en ik ging ervan uit dat mijn man het niet zou ontdekken. Inderdaad, hij zag niets."

Hij draagt me op handen
"Hij spreidde zijn armen toen ik binnenkwam en ik dook weg in zijn om­­helzing. Terwijl ik zijn vertrouwde geur opsnoof, voelde ik me zo’n bedrieger. Ik ga weliswaar niet vreemd, maar ik lieg mijn man evengoed voor. Ik voelde me bovendien ontzettend ondankbaar. Mijn man draagt me op handen en maakt me nog geregeld complimenten over hoe mooi hij me vindt. Waarom kan ik daar niet gewoon tevreden mee zijn? Met mijn verstand weet ik dat ik niets te klagen heb. Ik ben gezond, mijn man en kinderen ook, we hebben een fijn huis en een goed leven. En toch... Er is iets wat mijn leven beïnvloedt, kapotmaakt – en hoe triviaal het voor een buiten­staander ook mag lijken: ik weet niet hoe ik het van me af kan zetten."

Het huis voelde leeg, mijn leven ook
"Elke ochtend als ik opsta, schrik ik van het beeld dat ik in de spiegel zie. Altijd hoop ik dat het mee zal vallen, maar steeds opnieuw is het alsof ik een mes in mijn buik voel kerven. Het overkwam me voor het eerst toen onze jongste net het huis uit was, anderhalf jaar geleden. We hadden hem geholpen met verhuizen, het waren erg drukke dagen geweest. Om ons te bedanken had hij ons mee uit eten genomen. Er was aardig wat wijn doorheen gegaan.
Ik had slecht geslapen, de eerste nacht zonder hem onder hetzelfde dak. Het huis voelde vreemd leeg, mijn leven ook. En toen ik me na het douchen wilde opmaken, schrok ik van mijn bleke, grauwe gezicht. Van alle lijnen die zich duidelijk aftekenden. Van mijn wallen, die zelfs een beetje blauw waren."

Lees ook: Nouveau's grote plastische chirurgie enquête: alle opmerkelijke resultaten lees je hier

Was ík dat oude mens?
"Natuurlijk, ik had mijn spiegelbeeld met de jaren ouder zien worden. Ik had het eerder betreurd. Maar nooit eerder raakte het me zoals nu. Ik zag een oude vrouw. Vergane glorie. Er overviel me een grote schaamte. De avond ervoor nog had ik grapjes met mijn man gemaakt, over de vrijheid die we weer hadden nu we alle onze kinderen goed de maatschappij hadden in geleid. We hadden de klus prima geklaard, vonden we zelfingenomen. Nu was het weer tijd voor ons. Maar voor wie eigenlijk? Ik herkende het gezicht in de spiegel amper. Was ík dat oude mens?"

Niet al te hoge dunk van mezelf
"Ik ben altijd tevreden geweest met mijn uiterlijk. Van kinds af kreeg ik bevestigd dat ik er leuk uitzag. Op de lagere school streden er al jongetjes om mijn hand, ­letterlijk; er zijn weleens vechtpartijtjes op het schoolplein geweest om mij. Ook in mijn puberteit kwam ik geen aandacht te kort. Omdat ik vrij verlegen was en een niet al te hoge dunk had van mezelf, haalde ik 
daar veel zelfvertrouwen uit. Zelf zag ik wel ­dingetjes aan mijn gezicht en lichaam die niet perfect waren, maar ik kon dat vrij makkelijk van me afzetten doordat ik wist dat anderen me knap noemden. Ik vond het fijn om complimentjes te krijgen. Om te merken dat vrouwen me bewonderden en dat mannen hun hoofd voor mij om­draaiden. Ik denk dat mijn innemende glimlach me vaak heeft geholpen, bij sollicitaties bijvoorbeeld, of als ik ergens een klacht over had."

Obers flirtten niet meer
"Natuurlijk draaide mijn leven om heel andere dingen dan hoe ik eruitzag. Ik trouwde, kreeg kinderen, was druk met hen, en of ze het goed deden op school. Dat waren de dingen die me echt gelukkig maakten. Toch liep mijn uiterlijk als een rode draad overal doorheen. Alleen al de positieve opmerkingen in winkels: ‘Jou staat alles, met dat lijntje van je, wat een plaatje ben je’, je went eraan en het is verslavend.
Die bewuste ochtend realiseerde ik me dat ik zulke complimenten al tijden niet meer had gekregen. Sinds de overgang was ik wat aangekomen. Ik verzorgde me nog altijd goed. Maar bouwvakkers riepen me nooit meer na. Obers flirtten niet meer met me. En dat knappe mannen van in de dertig standaard ‘u’ tegen mij zeiden, had ik tot dat moment nog wel grappig gevonden. Maar ineens besefte ik dat ik een deel van mijn identiteit kwijt was. En dat deed ontzettend pijn."

Mijn verzakte wangen
"Ik hoopte nog dat het een momentopname was, die bewuste ochtend. Maar het was alsof mijn ogen plotseling waren geopend. Ik kon niet in de spiegel kijken zonder me op al mijn rimpels en lijnen te focussen. Op mijn verzakte wangen. Mijn ingevallen hals. Ik maakte me zorgvuldiger op dan ooit – maar ik bleef ontevreden. En hoe meer ik erop lette, hoe duidelijker me werd dat ­mensen mij inderdaad niet meer zagen als de beauty die ik ooit was geweest. Het voelde alsof ik had afgedaan. Op tv zag ik alleen maar jonge mensen. Mooie, strakke vrouwen met nog geen enkel rimpeltje. Als een vrouw van tegen de vijftig nog mooi is, zeggen mensen er altijd bij ‘voor haar leeftijd.’ Vreselijk!"

'We worden ­allemaal een dagje ouder’
"Langzaam raakte ik meer en meer geobsedeerd. Ik probeerde erover te praten met mijn man. Hij vond het onzin. Ik was nog steeds prachtig, benadrukte hij. De mooiste vrouw die hij kende. ‘Maar we worden ­allemaal een dagje ouder,’ gaf hij toe. ‘Ik ben ook niet meer zo strak als toen.’ Woorden van troost, die bij mij alleen ­averechts ­werkten. Ik gaf nóg meer aandacht aan mijn uiterlijk. Hoe meer ik dat deed, hoe ­ontevredener ik werd. Omdat ik veel te kritisch werd, natuurlijk. Ergens besefte ik dat wel. Maar het was sterker dan mezelf. Telkens weer stond ik voor die ­spiegel. Soms urenlang. Ook als ik buiten de deur was. Op verjaardagen, waar ik altijd stralend had gezeten, sloop ik nu telkens naar het toilet om te controleren of mijn lippenstift niet in de lijntjes op mijn bovenlip was geraakt. Of mijn haar nog wel goed zat. Wat ik daar zag, kon mijn dag maken of breken. Was het licht goed, zacht, dan kwam ik er tevreden weer uit. Bij fel tl-licht wilde ik het liefst meteen naar huis."

Body Dysmorphic Disorder
"Ik heb BDD, weet ik inmiddels - Body Dysmorphic Disorder of ingebeelde lelijkheid; een vertekende lichaamsbeleving, gefocust op het ouder worden. Ik las erover op internet en herkende me er volledig in. Daardoor weet ik met mijn verstand dat het met mijn uiterlijk niet zo erg gesteld is als ik denk. Anderen zien mij niet als zo afschrikwekkend als ik mezelf zie. Toch kan ik het niet loslaten. Het beste zou zijn om in therapie te gaan. Maar dat is iets wat ik nu nog niet zie zitten. Ik weet dat de behandeling op acceptatie van het ouder worden gericht zal zijn; en dat kán ik nu gewoon nog niet. Ik hoop nog steeds dat er iets aan te doen is. Ik wil mijn oude zelfvertrouwen over mijn uiterlijk terug, klaar. Dan komt alles weer goed, zegt mijn gevoel."

Stiekem in een hotel
"Na eindeloos surfen langs cosmetische klinieken heb ik een afspraak gemaakt bij een goede arts. Ik heb niemand iets verteld, ook mijn man niet. Die eerste keer heb ik meteen wat botox laten inspuiten, de arts bezwoer dat niemand dat zou opmerken. Hij kreeg gelijk; maar ík zag het resultaat in de loop van de weken erna wel, ik begon er frisser uit te zien en dat was heerlijk. Ik ben nog een paar keer terug geweest, ook voor ­fillers. Daar was ik wat huiveriger voor, omdat je er blauwe plekjes en zwellingen van kunt krijgen. Zo is mijn vroegere ­vriendin uit Limburg weer in mijn leven gekomen. Ik ga zogenaamd naar haar toe, maar verblijf ondertussen in een hotel, tot er aan mijn gezicht niets meer te zien is."

Dit kan niet zo door blijven gaan
"Financieel is het vooralsnog geen probleem – we zitten niet krap en mijn man laat alle geldzaken aan mij over. De kans dat hij erachter komt, is minimaal. Toch kan dit zo niet door blijven gaan, dat besef ik heel goed. Mijn blije gevoel na een behandeling duurt telkens maar even. De verbeteringen zijn subtiel, eigenlijk is er een grotere ingreep nodig. Een facelift, bijvoorbeeld. Maar dat kan ik niet stiekem laten doen. En stel dat er iets misgaat! Diep in mijn hart weet ik dat ik nooit tevreden zal zijn, want zoals vroeger, word ik nooit meer. Ik moet op een andere manier aan mijn zelfvertrouwen gaan ­werken en het feit dat ik mijn schoonheid verlies een plek geven. Maar hoe? Ik zie het werkelijk niet voor me.”  

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in