Annelies hoort de complimenten van haar man niet meer en ziet op tv alleen de ­rimpelloze, jonge vrouwen. Vol afschuw staat ze voor de spiegel. Een vroegere vriendin is haar alibi voor haar afspraken bij een cosmetische kliniek. Eens móét dit stoppen, weet ze.

“Vorige maand was ik een lang weekend met een vriendin van vroeger naar Limburg. Tenminste, dat is wat mijn man dacht. Ik heb die vriendin al vaker als smoes opgevoerd, in werkelijkheid heb ik haar al in geen twintig jaar gezien."

"Maar mijn man vertrouwt me blind en koestert geen ­enkele argwaan. Toen ik hem aan het einde van het weekend belde om te zeggen dat ik er in mijn eentje nog een dagje winkelen aan vastplakte, en de dag erna pas ’s avonds laat zou thuiskomen, wenste hij me veel plezier. Ik kwam pas thuis toen het donker was. Ik had mijn gezicht nog de hele dag gekoeld met ijs uit de minibar van het hotel waar ik verbleef. Ik zag nog steeds een lichte zwelling rondom mijn lippen en wat rode vlekjes bij mijn ogen, daar waar de minuscule naald met fillers mijn huid was ingegaan. Maar ik had die zo goed mogelijk gecamoufleerd en ik ging ervan uit dat mijn man het niet zou ontdekken. Inderdaad, hij zag niets."

Hij draagt me op handen
"Hij spreidde zijn armen toen ik binnenkwam en ik dook weg in zijn om­­helzing. Terwijl ik zijn vertrouwde geur opsnoof, voelde ik me zo’n bedrieger. Ik ga weliswaar niet vreemd, maar ik lieg mijn man evengoed voor. Ik voelde me bovendien ontzettend ondankbaar. Mijn man draagt me op handen en maakt me nog geregeld complimenten over hoe mooi hij me vindt. Waarom kan ik daar niet gewoon tevreden mee zijn? Met mijn verstand weet ik dat ik niets te klagen heb. Ik ben gezond, mijn man en kinderen ook, we hebben een fijn huis en een goed leven. En toch... Er is iets wat mijn leven beïnvloedt, kapotmaakt – en hoe triviaal het voor een buiten­staander ook mag lijken: ik weet niet hoe ik het van me af kan zetten."

Het huis voelde leeg, mijn leven ook
"Elke ochtend als ik opsta, schrik ik van het beeld dat ik in de spiegel zie. Altijd hoop ik dat het mee zal vallen, maar steeds opnieuw is het alsof ik een mes in mijn buik voel kerven. Het overkwam me voor het eerst toen onze jongste net het huis uit was, anderhalf jaar geleden. We hadden hem geholpen met verhuizen, het waren erg drukke dagen geweest. Om ons te bedanken had hij ons mee uit eten genomen. Er was aardig wat wijn doorheen gegaan.
Ik had slecht geslapen, de eerste nacht zonder hem onder hetzelfde dak. Het huis voelde vreemd leeg, mijn leven ook. En toen ik me na het douchen wilde opmaken, schrok ik van mijn bleke, grauwe gezicht. Van alle lijnen die zich duidelijk aftekenden. Van mijn wallen, die zelfs een beetje blauw waren."

Lees ook: Nouveau's grote plastische chirurgie enquête: alle opmerkelijke resultaten lees je hier

Was ík dat oude mens?
"Natuurlijk, ik had mijn spiegelbeeld met de jaren ouder zien worden. Ik had het eerder betreurd. Maar nooit eerder raakte het me zoals nu. Ik zag een oude vrouw. Vergane glorie. Er overviel me een grote schaamte. De avond ervoor nog had ik grapjes met mijn man gemaakt, over de vrijheid die we weer hadden nu we alle onze kinderen goed de maatschappij hadden in geleid. We hadden de klus prima geklaard, vonden we zelfingenomen. Nu was het weer tijd voor ons. Maar voor wie eigenlijk? Ik herkende het gezicht in de spiegel amper. Was ík dat oude mens?"

Niet al te hoge dunk van mezelf
"Ik ben altijd tevreden geweest met mijn uiterlijk. Van kinds af kreeg ik bevestigd dat ik er leuk uitzag. Op de lagere school streden er al jongetjes om mijn hand, ­letterlijk; er zijn weleens vechtpartijtjes op het schoolplein geweest om mij. Ook in mijn puberteit kwam ik geen aandacht te kort. Omdat ik vrij verlegen was en een niet al te hoge dunk had van mezelf, haalde ik 
daar veel zelfvertrouwen uit. Zelf zag ik wel ­dingetjes aan mijn gezicht en lichaam die niet perfect waren, maar ik kon dat vrij makkelijk van me afzetten doordat ik wist dat anderen me knap noemden. Ik vond het fijn om complimentjes te krijgen. Om te merken dat vrouwen me bewonderden en dat mannen hun hoofd voor mij om­draaiden. Ik denk dat mijn innemende glimlach me vaak heeft geholpen, bij sollicitaties bijvoorbeeld, of als ik ergens een klacht over had."

Obers flirtten niet meer
"Natuurlijk draaide mijn leven om heel andere dingen dan hoe ik eruitzag. Ik trouwde, kreeg kinderen, was druk met hen, en of ze het goed deden op school. Dat waren de dingen die me echt gelukkig maakten. Toch liep mijn uiterlijk als een rode draad overal doorheen. Alleen al de positieve opmerkingen in winkels: ‘Jou staat alles, met dat lijntje van je, wat een plaatje ben je’, je went eraan en het is verslavend.
Die bewuste ochtend realiseerde ik me dat ik zulke complimenten al tijden niet meer had gekregen. Sinds de overgang was ik wat aangekomen. Ik verzorgde me nog altijd goed. Maar bouwvakkers riepen me nooit meer na. Obers flirtten niet meer met me. En dat knappe mannen van in de dertig standaard ‘u’ tegen mij zeiden, had ik tot dat moment nog wel grappig gevonden. Maar ineens besefte ik dat ik een deel van mijn identiteit kwijt was. En dat deed ontzettend pijn."

Mijn verzakte wangen
"Ik hoopte nog dat het een momentopname was, die bewuste ochtend. Maar het was alsof mijn ogen plotseling waren geopend. Ik kon niet in de spiegel kijken zonder me op al mijn rimpels en lijnen te focussen. Op mijn verzakte wangen. Mijn ingevallen hals. Ik maakte me zorgvuldiger op dan ooit – maar ik bleef ontevreden. En hoe meer ik erop lette, hoe duidelijker me werd dat ­mensen mij inderdaad niet meer zagen als de beauty die ik ooit was geweest. Het voelde alsof ik had afgedaan. Op tv zag ik alleen maar jonge mensen. Mooie, strakke vrouwen met nog geen enkel rimpeltje. Als een vrouw van tegen de vijftig nog mooi is, zeggen mensen er altijd bij ‘voor haar leeftijd.’ Vreselijk!"

'We worden ­allemaal een dagje ouder’
"Langzaam raakte ik meer en meer geobsedeerd. Ik probeerde erover te praten met mijn man. Hij vond het onzin. Ik was nog steeds prachtig, benadrukte hij. De mooiste vrouw die hij kende. ‘Maar we worden ­allemaal een dagje ouder,’ gaf hij toe. ‘Ik ben ook niet meer zo strak als toen.’ Woorden van troost, die bij mij alleen ­averechts ­werkten. Ik gaf nóg meer aandacht aan mijn uiterlijk. Hoe meer ik dat deed, hoe ­ontevredener ik werd. Omdat ik veel te kritisch werd, natuurlijk. Ergens besefte ik dat wel. Maar het was sterker dan mezelf. Telkens weer stond ik voor die ­spiegel. Soms urenlang. Ook als ik buiten de deur was. Op verjaardagen, waar ik altijd stralend had gezeten, sloop ik nu telkens naar het toilet om te controleren of mijn lippenstift niet in de lijntjes op mijn bovenlip was geraakt. Of mijn haar nog wel goed zat. Wat ik daar zag, kon mijn dag maken of breken. Was het licht goed, zacht, dan kwam ik er tevreden weer uit. Bij fel tl-licht wilde ik het liefst meteen naar huis."

Body Dysmorphic Disorder
"Ik heb BDD, weet ik inmiddels - Body Dysmorphic Disorder of ingebeelde lelijkheid; een vertekende lichaamsbeleving, gefocust op het ouder worden. Ik las erover op internet en herkende me er volledig in. Daardoor weet ik met mijn verstand dat het met mijn uiterlijk niet zo erg gesteld is als ik denk. Anderen zien mij niet als zo afschrikwekkend als ik mezelf zie. Toch kan ik het niet loslaten. Het beste zou zijn om in therapie te gaan. Maar dat is iets wat ik nu nog niet zie zitten. Ik weet dat de behandeling op acceptatie van het ouder worden gericht zal zijn; en dat kán ik nu gewoon nog niet. Ik hoop nog steeds dat er iets aan te doen is. Ik wil mijn oude zelfvertrouwen over mijn uiterlijk terug, klaar. Dan komt alles weer goed, zegt mijn gevoel."

Stiekem in een hotel
"Na eindeloos surfen langs cosmetische klinieken heb ik een afspraak gemaakt bij een goede arts. Ik heb niemand iets verteld, ook mijn man niet. Die eerste keer heb ik meteen wat botox laten inspuiten, de arts bezwoer dat niemand dat zou opmerken. Hij kreeg gelijk; maar ík zag het resultaat in de loop van de weken erna wel, ik begon er frisser uit te zien en dat was heerlijk. Ik ben nog een paar keer terug geweest, ook voor ­fillers. Daar was ik wat huiveriger voor, omdat je er blauwe plekjes en zwellingen van kunt krijgen. Zo is mijn vroegere ­vriendin uit Limburg weer in mijn leven gekomen. Ik ga zogenaamd naar haar toe, maar verblijf ondertussen in een hotel, tot er aan mijn gezicht niets meer te zien is."

Dit kan niet zo door blijven gaan
"Financieel is het vooralsnog geen probleem – we zitten niet krap en mijn man laat alle geldzaken aan mij over. De kans dat hij erachter komt, is minimaal. Toch kan dit zo niet door blijven gaan, dat besef ik heel goed. Mijn blije gevoel na een behandeling duurt telkens maar even. De verbeteringen zijn subtiel, eigenlijk is er een grotere ingreep nodig. Een facelift, bijvoorbeeld. Maar dat kan ik niet stiekem laten doen. En stel dat er iets misgaat! Diep in mijn hart weet ik dat ik nooit tevreden zal zijn, want zoals vroeger, word ik nooit meer. Ik moet op een andere manier aan mijn zelfvertrouwen gaan ­werken en het feit dat ik mijn schoonheid verlies een plek geven. Maar hoe? Ik zie het werkelijk niet voor me.”  

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’