Onze collega's van Libelle deden een Grote Aandacht Enquête. En daar kwamen heel bijzondere inzichten uit. Ook mooi; ze vroegen in een video aan 4 stellen om iets te doen wat vroeger heel spannend was, maar er nu vaak bij inschiet.

Dat levert mooie inzichten op, zelfs bij het koppel dat al 30 jaar samen is.

Bekijk de video:

Volgens de enquête gaan we vaak zo op in onze dagelijkse beslommeringen dat we weleens vergeten wat écht belangrijk is: focus op elkaar, aandacht voor elkaar en daar echt de tijd voor nemen.

Maar liefst 41 % van de respondenten gaf aan dat te weinig te doen. Geldt dat ook voor jou en jouw relatie? En zo niet; wat doen jullie om dat te voorkomen?

Bron: Libelle.nl

Véronique (53) werd gepest door haar oudere zus Cisca. Na de dood van haar zus bouwde ze een band op met haar zwager. Maar hoe vertelt ze de rouwende weduwnaar dat Cisca’s dood voor haar een opluchting was? 

‘Cisca, mijn zus, was twintig jaar ouder dan ik. Een lange, knappe, maar dominante vrouw. Toen ik werd geboren, beschouwde ze me waarschijnlijk een beetje als haar eigen kind. Ik werd gruwelijk verwend.

Op zoveel oude foto’s staan we samen: op fietstochtjes, in de dierentuin, eendjes voeren, allebei mooi in de kleren gestoken.

Ik herinner me nog dat mijn amandelen geknipt waren, ik was een jaar of vier. Ze droeg me zelf de auto uit en toen we ons huis binnenkwamen, stond er een joekel van een splinternieuwe poppenkinderwagen op de eettafel.

Vol trots

Toen ik wat ouder werd, ze was inmiddels getrouwd, stopte ze me vaak zakgeld toe en nam ze me mee naar de boekwinkel. Daar mocht ik dan een boek uitzoeken.

Als ze onderweg vage bekenden tegenkwam, legde ze haar handen op mijn schouders en zei ze vol trots: “Dit is nou Véronique, mijn kleine zusje”.

De verwennerij was over

Wanneer dat allemaal is omgeslagen… Ik weet het niet; het is geleidelijk gegaan, denk ik. Toen ik op de lagere school zat, begon het me op te vallen dat Cisca vaak bits tegen me was. Met de verwennerij was het over en om aandacht moest ik min of meer bedelen.

Het tempo op school lag laag voor mij, dus ik had altijd een rapport vol hoge cijfers. Ik vond leren ook leuk. Op een dag liet ik mijn rapport trots aan Cisca zien.

Ze nam het in haar hand en keek er vanaf een afstand naar met een misnoegd gezicht. Toen zoog ze nog eens extra diep aan haar sigaret, blies langzaam de rook uit en zei: “Hm. Een normaal kind haalt ook weleens een onvoldoende. Vind je ook niet, Wim?”

Dat laatste was aan haar man gericht. “Inderdaad, dat is helemaal niet gezond, hoor,” zei die prompt. “Je zou eens wat meer buiten moeten spelen.”

Die dag herinner ik me als de eerste waarop ik me diep gekwetst voelde door Cisca. Gekwetst en ontzettend in de war. Hoe kon ze nou zo doen? Ze was altijd zo lief voor me… Maar er zouden nog heel wat van die dagen volgen.

Vast patroon

Toen ik naar de middelbare school ging, werd het getreiter een vast patroon. Of het nou mijn kleding was, of iets wat ik zei: in alles zag Cisca een aanleiding om mij af te branden. Het ergste vond ik, dat ze me daarbij ook bewust voor gek zette.

Als ik binnenkwam op een verjaardag, was het: “Wat heb je nóu weer aan?” Gevolgd door die bulderende lach van haar. Steevast ging ze dan met een triomfantelijke blik de kamer rond, zo van: “Hoe vind je die? Dat was weer een voltreffer, hè?” En natuurlijk kreeg ze altijd bijval.

Behalve mijn moeder lachte iedereen mee, ook mijn twee andere volwassen zussen. Zo’n besmuikt lachje, blik naar de grond gericht, alsof ze wel beseften hoe pijnlijk het was voor mij, maar Cisca gewoon té grappig vonden.

Een beetje plagen moest kunnen

En ach, een beetje “plagen”, daar moest je tegen kunnen in ons gezin. Ook als je, zoals ik, pas een jaar of twaalf, dertien was. 

In die tijd was er een Amerikaanse comedy op tv: Mary Hartman, Mary Hartman. Over een suffige huisvrouw, getrouwd met een overspelige man en moeder van een werkelijk onuitstaanbare puberdochter, Heather. Heather was verwend, continu in mineur en een tikje vals.

Ook uiterlijk was ze zo lelijk mogelijk gemaakt, met een duf brilletje en een grote beugel; kortom, meer kwelgeest dan frisse puber. Nou, dat heb ik geweten. De eerstvolgende keer dat Cisca bij ons op visite kwam, galmde het door de gang: “Heather! Hea-therrr! Ben je thuis?”.

Het werd een running gag, elke keer als mijn zussen en ik bij elkaar waren. “Hea-ther, Hea-ther…” Om je suf te lachen. Maar niet heus. 

Mijn moeder nam het natuurlijk wel voor me op, maar ook op haar had Cisca haar pijlen gericht. Zo noemde ze mijn moeder nadrukkelijk “jij”, terwijl wij allemaal “u” zeiden.

Een wonder dat ik het heb aangedurfd

Cisca heeft zeker een rol gespeeld bij mijn beslissing om zo snel mogelijk mijn woonplaats te ontvluchten. Op mijn achttiende ben ik naar Amsterdam verhuisd, waar ik een nieuwe familie kon opbouwen: een van vrienden.

Het is overigens een wonder dat ik dat destijds heb aangedurfd, want ik had geen greintje zelfvertrouwen meer over. 

In al die jaren heb ik me maar een keer durven uitspreken; ik was altijd te bang dat het gepest alleen maar erger zou worden. Op een onbewaakt ogenblik keek ik haar aan en vroeg ik: “Waarom doe je toch altijd zo akelig tegen mij?”

Wraak nemen

Ze keek me alleen maar met kille, staalblauwe ogen aan, blies weer eens een rookwolk in mijn gezicht en liep toen weg. Wraak nemen; dat heeft ook meermalen door mijn hoofd gespookt.

Toen Cisca een zoon kreeg, was mijn eerste gedachte: zo, eindelijk! Nu zal ze eens wat beleven, ik laat geen spaan van die jongen heel. Maar het is natuurlijk altijd bij denken gebleven. Wat kon die jongen er nu aan doen dat zijn moeder mij zo had behandeld? 

Alle woede, schaamte en verdriet kwamen eruit

Wat er dan overblijft, is therapie. Toen ik vrijuit kon praten over mijn zus, kwamen mijn woede, schaamte en verdriet er in alle hevigheid uit.

Waar ik vooral kwaad om was, nog altijd ben eigenlijk, is dat ze me heeft beroofd van mijn zelfvertrouwen. Dat ze alles waar ik in uitblonk, consequent afdeed met een schampere opmerking. Of riep dat zij dat zelf veel beter zou hebben gedaan, als ze maar de kans had gekregen.

Het heeft soms de schijn van jaloezie, dat afbreken van mij. Omdat ik, als de jongste, waarschijnlijk veel meer aandacht heb gekregen dan zij. Maar wat koop je voor die kennis? Een enkele keer moet ik zelfs nu nog huilen om het kind dat ik toen was.

Ik begreep maar niet wat ik fout had gedaan.

Met Cisca heb ik daar nooit meer over kunnen praten

Ze is in 2010 overleden. Bezweken aan een longemfyseem. Voordat ze overleed, heeft ze lange periodes in het ziekenhuis gelegen. En natuurlijk, het is tenslotte je zus, reed ik dan heen en weer tussen Amsterdam en Dordrecht om haar te bezoeken.

Ook dat leverde heel wat pijnlijke momenten op. Terwijl andere zussen haar hand pakten en over haar haar streken, stond ik daar als bevroren naast haar bed. Geen idee wat ik moest doen of zeggen. Ik durfde niet. Maar ik voelde ook niets. Er was geen band, geen contact tussen ons.

Zelfs op dat moment krenkte ze ons nog

En zodra de kamer te vol werd, maakte ze zwakjes duidelijk aan mijn zus, dat mijn moeder en ik naar buiten moesten. Zelfs op dat moment wist ze ons nog te krenken.

Na Cisca’s dood heb ik wel gerouwd. Maar meer om al die jaren van verspilde tijd, van op je hoede zijn of ter verdediging zelf de eerste klap uitdelen. Het was voorbij. En ik durfde maar niet aan mezelf te bekennen wat ik werkelijk voelde: opluchting.

Het leek alsof ik uit de schaduw kwam

Laat staan dat ik het anderen durfde te vertellen. Het leek wel of ik eindelijk uit de schaduw kwam. De donkere wolk die me overal leek te volgen, was weggedreven. Daarvoor in de plaats kwam het schuldgevoel. Ik vind het afschuwelijk van mezelf dat ik zo over de dood van mijn eigen zus denk.

Ik had wel verdriet, maar niet om mijn eigen verlies. Veel meer om het verlies dat mijn zwager en mijn neef leden.

Vooral bij mijn zwager kwam de klap hard aan. Na al die jaren was hij nog steeds verliefd op Cisca. “Zó’n lieve vrouw, waarom toch?” bleef hij maar mompelen na de uitvaart. En voor hem wás ze ook vast lief.

Soms moet ik me echt beheersen

Een paar maanden daarna ben ik bij hem op bezoek gegaan. Toen bleek dat we eigenlijk opmerkelijk goed met elkaar kunnen opschieten. Misschien doordat er geen stoorzender meer tussen ons is.

Tegenwoordig zie ik hem vrij vaak. Zodra ik in de buurt van Zuid-Holland ben, ga ik even langs. Wim haalt graag herinneringen op aan Cisca. Hoe verliefd hij was, wat een zorgzame vrouw zij was… En zo’n fantastische moeder voor hun zoon.

Soms moet ik me dan echt beheersen. Het kind in mij wil wel uitroepen: “Je weet toch hoe ze mij kleineerde. Je was er nota bene zelf bij. Dus verwacht nu niet dat ik Cisca hier ga zitten ophemelen!”

Maar dat doe ik niet. Ik glimlach en ik knik en ik hoor in gedachten haar bulderende lach. “Jij dacht zeker van me af te zijn...”’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd. 

Beeld: iStock
 

Lianne (48) is al meer dan dertig jaar bevriend met Niek. Een paar maanden geleden belandden ze samen in bed. Op het oog is hun vriendschap hetzelfde gebleven, maar voor Lianne staat alles op z’n kop. Tijdens die ene nacht samen, is ze verliefd geworden. 

‘Net zeventien was ik, en ik zou beginnen met een opleiding in de grote stad. Ik kende niemand en voelde me erg timide.

Bij het lokaal waar ik verwacht werd, zag ik hem staan: Niek. Twee meter lang, mager en spichtig, maar met een stoer leren jack om toch bravoure uit te stralen. Hij was duidelijk net zo nerveus was als ik.

We schoven naast elkaar in de banken en begonnen, opgelucht dat we niet meer alleen waren, te kletsen. En daar stopten we niet meer mee. Het klikte meteen geweldig tussen ons.

Zo op mijn gemak

Toch was er geen sprake van een vonk. Mijn hart lag nog bij een Italiaans vakantievriendje. Maar ik viel sowieso niet op Niek. Hij was te blond, te Hollands. Gewoon niet mijn type. En ik niet het zijne. Dat spraken we onverbloemd uit naar elkaar. Maar we waren onafscheidelijk.

Elke les zaten we naast elkaar, brachten de pauzes samen door en zochten elkaar zelfs in de weekenden op. Er was niemand met wie ik zo kon lachen als Niek. Niemand bij wie ik me zo op mijn gemak voelde. 

In relaties is dat wel eens moeilijk geweest. Soms had ik een vriendje dat jaloers was op Niek. Ze geloofden niet dat hij echt geen bedreiging was.

Eén jongen dreef het op de spits en stelde mij voor de keuze: het is hij of ik. Tja, dat was simpel. Iemand die mij deze belangrijke vriendschap niet gunde, hoefde ik niet.

Speciale band

De man met wie ik trouwde, mocht Niek gelukkig vanaf het eerste moment. Ook zij raakten bevriend en gingen vaak zeilen samen. Toen Niek eveneens een vaste partner kreeg, spraken we vaak met z’n vieren af.

Toch bleef er een speciale band tussen ons tweeën. Wij waren echt maatjes, no matter what.

Dat er ooit iets zou kunnen gebeuren tussen ons, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Al die jaren was er nooit iets van aantrekkingskracht tussen geweest.

Zelfs niet toen we een keer een week gingen skiën en we, omdat het niet anders kon, samen in een tweepersoonsbed sliepen. We raakten elkaar niet aan. Natuurlijk niet. De gedachte alleen was al absurd. 

Hoe het kan, snap ik nog altijd niet

Hoe het kan dat we een paar maanden geleden toch opeens stonden te zoenen, snap ik nog altijd niet. Al waren de omstandigheden wel veranderd: ik ben sinds twee jaar gescheiden. Het was mijn eigen beslissing, maar niet een die makkelijk was.

Ik kon gelukkig altijd bij Niek en zijn vriendin terecht. Ik heb er vaak gelogeerd, wanneer de kinderen bij mijn ex waren en ik het huis te groot en te leeg voor mij alleen vond.

'Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?'

Drie maanden geleden ging het al veel beter met mij. Ik was veel aan het daten. Niek klaagde dat we elkaar te weinig zagen. ‘Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?’ had hij grappend geappt.

We spraken af om samen uit eten te gaan. Niek hoorde mij uit over mijn dates. Net zoals vroeger, toen we nog scharrels hadden, vertelde ik tot in detail wat ik allemaal beleefde.

Niek vond het boeiend om te horen, liet zich ontvallen dat hij ergens ook wel weer verlangde naar avontuur. Ik wist dat zijn huwelijk goed was, maar in seksueel opzicht weinig spannend meer.

We dronken veel, te veel

Ik zag hem opleven bij mijn verhalen. We keken op mijn datingprofiel, dolden om matches. En dronken veel, te veel. Dat deden we vroeger wel vaker, in onze studententijd, maar dat was nu al lang niet meer gebeurd. Daardoor werd de stemming ouderwets baldadig. 

Toen het restaurant sloot, ging hij voor een laatste afzakkertje mee naar mijn huis, een paar straten verderop. Zonder bijbedoeling, ook niet van zijn kant, daarvan ben ik overtuigd.

Na dat ene drankje had Niek zijn jas al aan en de taxi naar huis al gebeld toen de sfeer plotseling omsloeg. Onze ogen bleven net iets te lang aan elkaar hangen. We keken opeens serieus. En toen voelde ik zijn lippen.

Ik smolt

Mijn lichaam werd zacht, alsof ik smolt, en ik sloeg mijn armen om zijn hals. De taxi kwam, de chauffeur belde aan en belde op, maar wij bleven zoenen en reageerden niet.

Toen het stil werd, liet Niek me los en keek me vragend aan. Ik keek terug – en knikte toen. Voor ik het wist, tilde hij me op en droeg me terug de kamer in. Daar gebeurde alles in een roes. Het ging vanzelf, alsof het zo hoorde, en het altijd al was voorbestemd. 

Het voelde zelfs zo goed dat ik na afloop zo in slaap had kunnen vallen. Maar Niek stond op en kleedde zich aan. Het was alsof hij in één klap weer nuchter was. Hij mopperde dat hij de taxi zomaar had laten staan, dat dat ongepast was, en dat het wel erg laat was.

'Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?'

Over wat er gebeurd was, zei hij niets. Tot hij opnieuw een taxi had gebeld. Hij knielde naast mijn bed, nam mijn hoofd in zijn handen en keek me recht aan. ‘Dit hadden we natuurlijk nooit moeten doen, Lianne,’ zei hij. ‘Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?’

Ik knikte, dacht op dat moment dat ik het met hem eens was. Vanzelfsprekend was dit eenmalig. Ik was ervan overtuigd dat ik er morgen besmuikt om zou lachen, als me dat niet zou vergaan wegens schaamte tegenover Nieks vriendin. Maar eerst ging ik slapen, ik was doodop. 

De volgende dag kwamen mijn kinderen. Ik negeerde mijn kater en gedroeg me zo normaal mogelijk. Ik probeerde uit alle macht niet aan de afgelopen nacht te denken. Maar ik voelde me de hele dag raar, verward. Maar schaamte had ik niet. Ook geen spijt. Nee, ik ervoer alleen verlangen.

Want het had gewoon zó goed gevoeld. Het liefste zou ik het diezelfde avond weer overdoen. Van Niek hoorde ik niets. ’s Avonds laat stuurde ik hem een appje, hoe het ging. ‘Knallende hoofdpijn,’ antwoordde hij. ‘Maar ik bel je gauw.’ 

Nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken

Hij liet me acht dagen wachten; alleen tijdens vakanties hadden we wel eens zo lang geen contact gehad. Toen hij belde, klonk hij geforceerd, maar hij ontdooide toen ik hem quasi-luchtig bijpraatte over wat ik de afgelopen week had gedaan.

Toen we drie kwartier later ophingen, was het alsof onze nacht nooit had plaatsgevonden. Bij het afscheid klonk Niek duidelijk opgelucht. Hij nodigde me uit om bij hem en zijn gezin te komen eten. Vrijdag? Ik zei ja. Maar nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken.

Hoewel ik blij was dat ik hem weer had gesproken – ik had me echt zorgen gemaakt vanwege zijn lange zwijgen – was ik in mijn hart teleurgesteld. Eigenlijk had ik op wat anders gehoopt, besefte ik.

En dat etentje, bij hem thuis, met zijn vriendin erbij, dat zag ik eigenlijk niet zitten. Maar natuurlijk zou ik gaan. In de hoop dat alles was zoals normaal, ik net zoals anders tegenover Niek zou staan en we inderdaad konden doen wat hij had voorgesteld: onze nacht vergeten. 

Ik staarde maar naar zijn handen

Toen ik hem die vrijdag zag, realiseerde ik me dat ik dat helemaal niet kon. Ik probeerde me zo normaal mogelijk te gedragen, maar ik kon mijn ogen haast niet van hem afhouden. Ik staarde maar naar zijn handen. De handen die mij hadden gestreeld.

Ik voelde vlammende woede naar zijn vriendin toe, belachelijk want ik mag haar op zich heel graag. Maar ik nam het haar opeens kwalijk dat zij bestond.

Anders had Niek zich vast anders gedragen dan hoe hij nu deed: doodgewoon, net als altijd, hartelijk, maar zonder dat ene stukje interesse dat je als vrouw direct herkent.

Ik hoefde mezelf echt niets wijs te maken: hij wilde inderdaad niets anders dan onze nacht uit zijn geheugen wissen, en doorgaan op de oude voet. Ik kwam de avond moeizaam door, met verbeten kaken.

Pas toen ik eindelijk in mijn auto stapte, kwamen de tranen. Ik was verliefd, wist ik. Maar het was duidelijk dat dit voor Niek niet zo was. En daarmee moest ik het uit mijn hoofd zetten. 

Voor mij is alles anders

We zijn nu een aantal maanden verder. Niek en ik gaan weer net zo met elkaar om als vroeger. Tenminste, zo op het oog. Voor mij is alles anders. Voor mij voelt onze vriendschap als een slecht toneelstuk en ik vraag me af hoe lang ik dat volhoud.

Het is absurd, we konden altijd overal over praten. Nu staat dit tussen ons. Nu verberg ik hoe ik eigenlijk tegenover hem sta. En zouden we het echt volhouden om nooit over die ene nacht te praten?

Maar ik durf er niet over te beginnen, en de moed om over mijn verliefdheid te praten, heb ik al helemaal niet. Ik ben bang dat hij dan zegt dat we een tijdje afstand moeten nemen en dan wordt het echt ‘zo’n ding’. Dat wil ik niet.

Ik zoek afleiding in dates, maar ze kunnen de gedachte aan Niek niet verjagen. Opeens zie ik in hem de ideale man. Ik begrijp niet dat ik dat vroeger nooit gezien heb. We passen zo goed bij elkaar! Waarom hebben we nooit geprobeerd daar iets van te maken, dat is toch eigenlijk idioot?

Maar dit soort gedachten heeft geen zin. Daarvoor is het dertig jaar te laat. Ik wil alleen maar dat mijn gevoelens overgaan. Dat ik vergeet hoe fijn hij aanvoelde. Hoe lekker hij smaakte. Ik wil hem weer zien als beste vriend. Mijn jarenlange maatje.

Dus daar blijf ik voor knokken, hoe moeilijk het ook is om hem te zien.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd. 

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in