Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’ 

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Astrid (56) is getrouwd met Jos, maar ze is heimelijk verliefd op zijn broer Berend. Als ze haar leven zou kunnen overdoen, koos ze hem. 

‘Ik had Jos voorgesteld om met de jaarwisseling eens iets heel anders te doen. Naar de bergen om te langlaufen, bijvoorbeeld. Nu ook onze jongste op zichzelf woont, hoefden wij toch niet per se te doen wat we altijd doen: met zijn familie naar de Ardennen?

Maar mijn man voelde er niets voor om die traditie te doorbreken. Zijn ouders zijn al op leeftijd, begon hij; misschien zouden ze volgend jaar niet meer mee kunnen. Nee, er zat niets anders op dan me te voegen naar de gebruikelijke oud-en-nieuwplannen. Nu is dat op zich geen straf, ik heb een erg leuke schoonfamilie.

Verlangen

Het is alleen zo moeilijk om Berend iedere keer te zien, die al heel lang mijn tweede, misschien zelfs wel mijn eerste grote liefde is. Ik kan hem alleen uit mijn gedachten bannen als hij niet in mijn buurt is. Soms lukt het zelfs om wekenlang niet aan hem te denken. Tot ik hem weer zie. Dan voel ik direct: het is er nog, het verlangen.

Een verlangen dat nooit vervuld zal worden. Want Berend is een onmogelijke liefde. Hij is de broer van mijn man. 

Discotheek

Ik ken hem even lang als Jos. Ik ontmoette ze tegelijkertijd, in de discotheek waar ik uitging toen ik jong was. Ik zat met mijn vriendinnen aan de bar, dronk mierzoete pisang ambon, toen een jongen me vroeg of ik wilde dansen. Ik zei ja, maar alleen maar omdat ik hoopte dat hij mij daarna zou introduceren bij zijn vriendengroep. Daar stond een man bij die ik erg knap vond.

De jongen die met mij wilde dansen, dat was Berend. Lang, mager, met wat acne. Ik vond hem aardig, zeker. Maar niet aantrekkelijk. Ik kon haast niet geloven dat de knappe man aan wie hij mij even later voorstelde, zijn oudere broer bleek te zijn. Jos was wél het type waar ik van droomde.

En terwijl Berend een drankje voor mij haalde, begon ik met Jos te praten en stopte daar niet meer mee voordat het sluitingstijd was. Bij het afscheid zoenden we, Jos en ik. Of Berend dat pijnlijk vond, heb ik nooit geweten. Ik zag hem pas terug toen Jos mij een paar maanden later meenam naar zijn familie.

“Ik heb ze met elkaar in contact gebracht,” vertelde Berend toen, ietwat verlegen. Schuldgevoel dat ik hem die avond had afgewezen had ik niet, ik was veel te verliefd op Jos.

Ik moet nog vaak denken aan die begintijd. Soms kan ik me verliezen in fantasieën over hoe het anders hadden kunnen lopen. Maar het is zinloos, het ging zoals het ging en op dat moment was het heel duidelijk: mijn hart ging sneller kloppen van Jos en zijn jongere broer zag ik gewoon niet staan. Ik had nooit kunnen vermoeden dat dat nog eens zou veranderen.

Maar dat gebeurde wel.

Barstjes

Na de geboorte van onze eerste dochter kwamen de eerste barstjes. Jos had een zware baan, ik werkte parttime. Om die reden was het voor hem vanzelfsprekend dat ik op zou staan ’s nachts, dat ik de luiers verschoonde, dat ik álles deed, eigenlijk. Hij was vaak weg. Soms voelde ik me haast een alleenstaande moeder.

Ik vond een luisterend oor bij Berend, tijdens een lang weekend in de Ardennen, waar de familie een huis heeft. Mijn dochter was ziek en sliep slecht, en hoewel ik direct voor haar opstond wanneer ik haar hoorde, werd Berend, een lichte slaper, ook wakker. Dan kwam hij zijn bed uit, hielp mij door liedjes voor haar te zingen. Dat vond hij leuk. En wanneer zij dan in mijn armen in slaap viel, bleven wij praten.

Een paar keer praatten we door tot vroeg in de ochtend. Ik merkte dat hij heel wijze dingen zei. Het was een geweldige week – dankzij Berend. 
Niet dat ik op dat moment al verliefd op hem was. Ik was simpelweg blij met het goede contact. Dat bleven we ook thuis houden. Als ik er eens helemaal doorheen zat of me eenzaam voelde, dan belde ik hem. Hij wist me altijd op te beuren.

Wanneer ik het over mijn huwelijk had, gaf hij me het idee dat hij me begreep, maar nam het ook voor zijn broer op. “Bekijk het eens zo…,” zei hij dan. Ik grapte weleens dat hij onze relatietherapeut was. Zonder dat Jos het wist, droeg Berend eraan bij dat ik meer geduld had voor mijn man.

Bruiloft

We hadden al vier jaar een hechte band, toen Berend trouwde. Het was op zijn bruiloft dat ik ineens een steek voelde. Mijn zwager was lang zo mager en spichtig niet meer als vroeger. Ook hij was een knappe man geworden. Iets minder opvallend dan de mijne, maar hij had lieve en sprekende ogen. En dat hij zijn gewicht in goud waard was, wist ik allang.

Toen ik hem daar zag staan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, stralend van geluk, in een beeldschoon pak, werd ik plotseling overvallen door weemoed. Ik merkte dat ik niet blij kon zijn voor mijn aanstaande schoonzus, die ik overigens graag mocht. Ik was jaloers. 

Ik zei toen nog tegen mezelf dat ik gewoon bang wat dat ik mijn maatje kwijt zou raken. En dat gebeurde ook wel een beetje. Ons contact verminderde; nu hij niet meer alleen woonde, durfde ik hem niet meer zo vaak te storen. Maar als we elkaar zagen, dan trokken we zoals altijd naar elkaar toe. Op verjaardagen, jubilea, waar dan ook. En tijdens de winterse dagen in de Ardennen, natuurlijk.

In de war

Zonder dat dat enige argwaan wekte, overigens. Iedereen wist dat wij goed met elkaar overweg konden. Prima toch? Niemand wist dat ik altijd in de war naar huis ging. Dat ik in de auto, in de stoel naast mijn man, vaak dacht: ik heb indertijd een enorme fout begaan.

Over mijn eigen huwelijk ben ik niet ontevreden. Toch is het niet wat ik ervan gehoopt had. Jos is nooit een betrokken vader geweest. Pas nu onze kinderen volwassen zijn en studeren, vindt hij het leuk om tijd met hen door te brengen. Nu discussiëren ze volop, drinken ze wijn – prachtig hoor, maar waar was hij vroeger?

Ook voor mij is hij een afwezige echtgenoot geweest. Altijd druk, vaak overwerken. Tegenwoordig is dat beter en gaan we bijvoorbeeld geregeld samen op vakantie. Dan is hij er echt voor mij. Maar in het dagelijkse leven moet ik het doen met flinters van zijn tijd en aandacht. Ik ben eraan gewend, maar het doet nog altijd pijn.

Gescheiden

Sinds drie jaar is het nog ingewikkelder geworden; Berend is gescheiden. Hij is door een inktzwarte periode heen gegaan, waarin ik hem vaak heb gesteund. Nu waren de rollen omgedraaid, zocht hij míj op om zijn hart te luchten. Daardoor heb ik hem nog beter leren kennen. Als ik zie hoe hij knokt voor het contact met zijn kinderen, dan heb ik veel respect voor hem. Hij stelt heel andere prioriteiten dan zijn broer. 

Ontmoetingen met hem zorgen geheid voor vlinders. Vooral in de Ardennen, omdat we dan zoveel tijd samen doorbrengen. Ik moet eerlijk bekennen: als hij ooit een poging zou hebben gedaan om mij te zoenen, was het mij vast niet gelukt om hem af te weren. Want ik verlang ook fysiek naar hem. Maar dat heeft hij nooit gedaan.

Het kán niet

Ons contact is puur vriendschappelijk - ik heb bij hem nooit gevoeld dat er meer speelt. Nooit, met geen enkel gebaar, geen enkele blik. Misschien laat hij dat niet toe. Hij is een uitermate integere man. Ik ben ervan overtuigd dat als hij al iets voor mij voelt, hij dat nooit kenbaar zou maken. Ik ben immers zijn schoonzus. 

Ook ik laat niets merken. Want het kan niet. Niet voor mijn echtgenoot, die dat bedrog, met zijn eigen broer nota bene, niet verdient. Ondanks alles hou ik van hem, ik kan me niet voorstellen dat we uit elkaar gaan, ook niet voor onze kinderen.

En dan de rest van de familie: ze zijn zo hecht. Alles zou stukgaan als Berend en ik iets met elkaar zouden krijgen. En ik weet zeker dat met één zoen het hek van de dam is. Eén stiekeme nacht is onmogelijk; dan zal het meteen ook álles zijn. Dus ik hou afstand.

En ik probeer hem het laatste jaar zelfs te vermijden, omdat ik mijn gevoelens te ingewikkeld vind.

Gelukkig is Berend zijn scheiding te boven. Ik denk dat het niet lang zal duren voor hij een nieuwe partner vindt. Een moment waar ik naar uitkijk, want het zal me rust brengen. Terwijl ik natuurlijk ook weer jaloers zal zijn.’

De namen in artikel zijn gefingeerd.