Lianne (48) is al meer dan dertig jaar bevriend met Niek. Een paar maanden geleden belandden ze samen in bed. Op het oog is hun vriendschap hetzelfde gebleven, maar voor Lianne staat alles op z’n kop. Tijdens die ene nacht samen, is ze verliefd geworden. 

‘Net zeventien was ik, en ik zou beginnen met een opleiding in de grote stad. Ik kende niemand en voelde me erg timide.

Bij het lokaal waar ik verwacht werd, zag ik hem staan: Niek. Twee meter lang, mager en spichtig, maar met een stoer leren jack om toch bravoure uit te stralen. Hij was duidelijk net zo nerveus was als ik.

We schoven naast elkaar in de banken en begonnen, opgelucht dat we niet meer alleen waren, te kletsen. En daar stopten we niet meer mee. Het klikte meteen geweldig tussen ons.

Zo op mijn gemak

Toch was er geen sprake van een vonk. Mijn hart lag nog bij een Italiaans vakantievriendje. Maar ik viel sowieso niet op Niek. Hij was te blond, te Hollands. Gewoon niet mijn type. En ik niet het zijne. Dat spraken we onverbloemd uit naar elkaar. Maar we waren onafscheidelijk.

Elke les zaten we naast elkaar, brachten de pauzes samen door en zochten elkaar zelfs in de weekenden op. Er was niemand met wie ik zo kon lachen als Niek. Niemand bij wie ik me zo op mijn gemak voelde. 

In relaties is dat wel eens moeilijk geweest. Soms had ik een vriendje dat jaloers was op Niek. Ze geloofden niet dat hij echt geen bedreiging was.

Eén jongen dreef het op de spits en stelde mij voor de keuze: het is hij of ik. Tja, dat was simpel. Iemand die mij deze belangrijke vriendschap niet gunde, hoefde ik niet.

Speciale band

De man met wie ik trouwde, mocht Niek gelukkig vanaf het eerste moment. Ook zij raakten bevriend en gingen vaak zeilen samen. Toen Niek eveneens een vaste partner kreeg, spraken we vaak met z’n vieren af.

Toch bleef er een speciale band tussen ons tweeën. Wij waren echt maatjes, no matter what.

Dat er ooit iets zou kunnen gebeuren tussen ons, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Al die jaren was er nooit iets van aantrekkingskracht tussen geweest.

Zelfs niet toen we een keer een week gingen skiën en we, omdat het niet anders kon, samen in een tweepersoonsbed sliepen. We raakten elkaar niet aan. Natuurlijk niet. De gedachte alleen was al absurd. 

Hoe het kan, snap ik nog altijd niet

Hoe het kan dat we een paar maanden geleden toch opeens stonden te zoenen, snap ik nog altijd niet. Al waren de omstandigheden wel veranderd: ik ben sinds twee jaar gescheiden. Het was mijn eigen beslissing, maar niet een die makkelijk was.

Ik kon gelukkig altijd bij Niek en zijn vriendin terecht. Ik heb er vaak gelogeerd, wanneer de kinderen bij mijn ex waren en ik het huis te groot en te leeg voor mij alleen vond.

'Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?'

Drie maanden geleden ging het al veel beter met mij. Ik was veel aan het daten. Niek klaagde dat we elkaar te weinig zagen. ‘Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?’ had hij grappend geappt.

We spraken af om samen uit eten te gaan. Niek hoorde mij uit over mijn dates. Net zoals vroeger, toen we nog scharrels hadden, vertelde ik tot in detail wat ik allemaal beleefde.

Niek vond het boeiend om te horen, liet zich ontvallen dat hij ergens ook wel weer verlangde naar avontuur. Ik wist dat zijn huwelijk goed was, maar in seksueel opzicht weinig spannend meer.

We dronken veel, te veel

Ik zag hem opleven bij mijn verhalen. We keken op mijn datingprofiel, dolden om matches. En dronken veel, te veel. Dat deden we vroeger wel vaker, in onze studententijd, maar dat was nu al lang niet meer gebeurd. Daardoor werd de stemming ouderwets baldadig. 

Toen het restaurant sloot, ging hij voor een laatste afzakkertje mee naar mijn huis, een paar straten verderop. Zonder bijbedoeling, ook niet van zijn kant, daarvan ben ik overtuigd.

Na dat ene drankje had Niek zijn jas al aan en de taxi naar huis al gebeld toen de sfeer plotseling omsloeg. Onze ogen bleven net iets te lang aan elkaar hangen. We keken opeens serieus. En toen voelde ik zijn lippen.

Ik smolt

Mijn lichaam werd zacht, alsof ik smolt, en ik sloeg mijn armen om zijn hals. De taxi kwam, de chauffeur belde aan en belde op, maar wij bleven zoenen en reageerden niet.

Toen het stil werd, liet Niek me los en keek me vragend aan. Ik keek terug – en knikte toen. Voor ik het wist, tilde hij me op en droeg me terug de kamer in. Daar gebeurde alles in een roes. Het ging vanzelf, alsof het zo hoorde, en het altijd al was voorbestemd. 

Het voelde zelfs zo goed dat ik na afloop zo in slaap had kunnen vallen. Maar Niek stond op en kleedde zich aan. Het was alsof hij in één klap weer nuchter was. Hij mopperde dat hij de taxi zomaar had laten staan, dat dat ongepast was, en dat het wel erg laat was.

'Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?'

Over wat er gebeurd was, zei hij niets. Tot hij opnieuw een taxi had gebeld. Hij knielde naast mijn bed, nam mijn hoofd in zijn handen en keek me recht aan. ‘Dit hadden we natuurlijk nooit moeten doen, Lianne,’ zei hij. ‘Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?’

Ik knikte, dacht op dat moment dat ik het met hem eens was. Vanzelfsprekend was dit eenmalig. Ik was ervan overtuigd dat ik er morgen besmuikt om zou lachen, als me dat niet zou vergaan wegens schaamte tegenover Nieks vriendin. Maar eerst ging ik slapen, ik was doodop. 

De volgende dag kwamen mijn kinderen. Ik negeerde mijn kater en gedroeg me zo normaal mogelijk. Ik probeerde uit alle macht niet aan de afgelopen nacht te denken. Maar ik voelde me de hele dag raar, verward. Maar schaamte had ik niet. Ook geen spijt. Nee, ik ervoer alleen verlangen.

Want het had gewoon zó goed gevoeld. Het liefste zou ik het diezelfde avond weer overdoen. Van Niek hoorde ik niets. ’s Avonds laat stuurde ik hem een appje, hoe het ging. ‘Knallende hoofdpijn,’ antwoordde hij. ‘Maar ik bel je gauw.’ 

Nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken

Hij liet me acht dagen wachten; alleen tijdens vakanties hadden we wel eens zo lang geen contact gehad. Toen hij belde, klonk hij geforceerd, maar hij ontdooide toen ik hem quasi-luchtig bijpraatte over wat ik de afgelopen week had gedaan.

Toen we drie kwartier later ophingen, was het alsof onze nacht nooit had plaatsgevonden. Bij het afscheid klonk Niek duidelijk opgelucht. Hij nodigde me uit om bij hem en zijn gezin te komen eten. Vrijdag? Ik zei ja. Maar nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken.

Hoewel ik blij was dat ik hem weer had gesproken – ik had me echt zorgen gemaakt vanwege zijn lange zwijgen – was ik in mijn hart teleurgesteld. Eigenlijk had ik op wat anders gehoopt, besefte ik.

En dat etentje, bij hem thuis, met zijn vriendin erbij, dat zag ik eigenlijk niet zitten. Maar natuurlijk zou ik gaan. In de hoop dat alles was zoals normaal, ik net zoals anders tegenover Niek zou staan en we inderdaad konden doen wat hij had voorgesteld: onze nacht vergeten. 

Ik staarde maar naar zijn handen

Toen ik hem die vrijdag zag, realiseerde ik me dat ik dat helemaal niet kon. Ik probeerde me zo normaal mogelijk te gedragen, maar ik kon mijn ogen haast niet van hem afhouden. Ik staarde maar naar zijn handen. De handen die mij hadden gestreeld.

Ik voelde vlammende woede naar zijn vriendin toe, belachelijk want ik mag haar op zich heel graag. Maar ik nam het haar opeens kwalijk dat zij bestond.

Anders had Niek zich vast anders gedragen dan hoe hij nu deed: doodgewoon, net als altijd, hartelijk, maar zonder dat ene stukje interesse dat je als vrouw direct herkent.

Ik hoefde mezelf echt niets wijs te maken: hij wilde inderdaad niets anders dan onze nacht uit zijn geheugen wissen, en doorgaan op de oude voet. Ik kwam de avond moeizaam door, met verbeten kaken.

Pas toen ik eindelijk in mijn auto stapte, kwamen de tranen. Ik was verliefd, wist ik. Maar het was duidelijk dat dit voor Niek niet zo was. En daarmee moest ik het uit mijn hoofd zetten. 

Voor mij is alles anders

We zijn nu een aantal maanden verder. Niek en ik gaan weer net zo met elkaar om als vroeger. Tenminste, zo op het oog. Voor mij is alles anders. Voor mij voelt onze vriendschap als een slecht toneelstuk en ik vraag me af hoe lang ik dat volhoud.

Het is absurd, we konden altijd overal over praten. Nu staat dit tussen ons. Nu verberg ik hoe ik eigenlijk tegenover hem sta. En zouden we het echt volhouden om nooit over die ene nacht te praten?

Maar ik durf er niet over te beginnen, en de moed om over mijn verliefdheid te praten, heb ik al helemaal niet. Ik ben bang dat hij dan zegt dat we een tijdje afstand moeten nemen en dan wordt het echt ‘zo’n ding’. Dat wil ik niet.

Ik zoek afleiding in dates, maar ze kunnen de gedachte aan Niek niet verjagen. Opeens zie ik in hem de ideale man. Ik begrijp niet dat ik dat vroeger nooit gezien heb. We passen zo goed bij elkaar! Waarom hebben we nooit geprobeerd daar iets van te maken, dat is toch eigenlijk idioot?

Maar dit soort gedachten heeft geen zin. Daarvoor is het dertig jaar te laat. Ik wil alleen maar dat mijn gevoelens overgaan. Dat ik vergeet hoe fijn hij aanvoelde. Hoe lekker hij smaakte. Ik wil hem weer zien als beste vriend. Mijn jarenlange maatje.

Dus daar blijf ik voor knokken, hoe moeilijk het ook is om hem te zien.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd. 

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’