Lianne (48) is al meer dan dertig jaar bevriend met Niek. Een paar maanden geleden belandden ze samen in bed. Op het oog is hun vriendschap hetzelfde gebleven, maar voor Lianne staat alles op z’n kop. Tijdens die ene nacht samen, is ze verliefd geworden. 

‘Net zeventien was ik, en ik zou beginnen met een opleiding in de grote stad. Ik kende niemand en voelde me erg timide.

Bij het lokaal waar ik verwacht werd, zag ik hem staan: Niek. Twee meter lang, mager en spichtig, maar met een stoer leren jack om toch bravoure uit te stralen. Hij was duidelijk net zo nerveus was als ik.

We schoven naast elkaar in de banken en begonnen, opgelucht dat we niet meer alleen waren, te kletsen. En daar stopten we niet meer mee. Het klikte meteen geweldig tussen ons.

Zo op mijn gemak

Toch was er geen sprake van een vonk. Mijn hart lag nog bij een Italiaans vakantievriendje. Maar ik viel sowieso niet op Niek. Hij was te blond, te Hollands. Gewoon niet mijn type. En ik niet het zijne. Dat spraken we onverbloemd uit naar elkaar. Maar we waren onafscheidelijk.

Elke les zaten we naast elkaar, brachten de pauzes samen door en zochten elkaar zelfs in de weekenden op. Er was niemand met wie ik zo kon lachen als Niek. Niemand bij wie ik me zo op mijn gemak voelde. 

In relaties is dat wel eens moeilijk geweest. Soms had ik een vriendje dat jaloers was op Niek. Ze geloofden niet dat hij echt geen bedreiging was.

Eén jongen dreef het op de spits en stelde mij voor de keuze: het is hij of ik. Tja, dat was simpel. Iemand die mij deze belangrijke vriendschap niet gunde, hoefde ik niet.

Speciale band

De man met wie ik trouwde, mocht Niek gelukkig vanaf het eerste moment. Ook zij raakten bevriend en gingen vaak zeilen samen. Toen Niek eveneens een vaste partner kreeg, spraken we vaak met z’n vieren af.

Toch bleef er een speciale band tussen ons tweeën. Wij waren echt maatjes, no matter what.

Dat er ooit iets zou kunnen gebeuren tussen ons, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Al die jaren was er nooit iets van aantrekkingskracht tussen geweest.

Zelfs niet toen we een keer een week gingen skiën en we, omdat het niet anders kon, samen in een tweepersoonsbed sliepen. We raakten elkaar niet aan. Natuurlijk niet. De gedachte alleen was al absurd. 

Hoe het kan, snap ik nog altijd niet

Hoe het kan dat we een paar maanden geleden toch opeens stonden te zoenen, snap ik nog altijd niet. Al waren de omstandigheden wel veranderd: ik ben sinds twee jaar gescheiden. Het was mijn eigen beslissing, maar niet een die makkelijk was.

Ik kon gelukkig altijd bij Niek en zijn vriendin terecht. Ik heb er vaak gelogeerd, wanneer de kinderen bij mijn ex waren en ik het huis te groot en te leeg voor mij alleen vond.

'Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?'

Drie maanden geleden ging het al veel beter met mij. Ik was veel aan het daten. Niek klaagde dat we elkaar te weinig zagen. ‘Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?’ had hij grappend geappt.

We spraken af om samen uit eten te gaan. Niek hoorde mij uit over mijn dates. Net zoals vroeger, toen we nog scharrels hadden, vertelde ik tot in detail wat ik allemaal beleefde.

Niek vond het boeiend om te horen, liet zich ontvallen dat hij ergens ook wel weer verlangde naar avontuur. Ik wist dat zijn huwelijk goed was, maar in seksueel opzicht weinig spannend meer.

We dronken veel, te veel

Ik zag hem opleven bij mijn verhalen. We keken op mijn datingprofiel, dolden om matches. En dronken veel, te veel. Dat deden we vroeger wel vaker, in onze studententijd, maar dat was nu al lang niet meer gebeurd. Daardoor werd de stemming ouderwets baldadig. 

Toen het restaurant sloot, ging hij voor een laatste afzakkertje mee naar mijn huis, een paar straten verderop. Zonder bijbedoeling, ook niet van zijn kant, daarvan ben ik overtuigd.

Na dat ene drankje had Niek zijn jas al aan en de taxi naar huis al gebeld toen de sfeer plotseling omsloeg. Onze ogen bleven net iets te lang aan elkaar hangen. We keken opeens serieus. En toen voelde ik zijn lippen.

Ik smolt

Mijn lichaam werd zacht, alsof ik smolt, en ik sloeg mijn armen om zijn hals. De taxi kwam, de chauffeur belde aan en belde op, maar wij bleven zoenen en reageerden niet.

Toen het stil werd, liet Niek me los en keek me vragend aan. Ik keek terug – en knikte toen. Voor ik het wist, tilde hij me op en droeg me terug de kamer in. Daar gebeurde alles in een roes. Het ging vanzelf, alsof het zo hoorde, en het altijd al was voorbestemd. 

Het voelde zelfs zo goed dat ik na afloop zo in slaap had kunnen vallen. Maar Niek stond op en kleedde zich aan. Het was alsof hij in één klap weer nuchter was. Hij mopperde dat hij de taxi zomaar had laten staan, dat dat ongepast was, en dat het wel erg laat was.

'Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?'

Over wat er gebeurd was, zei hij niets. Tot hij opnieuw een taxi had gebeld. Hij knielde naast mijn bed, nam mijn hoofd in zijn handen en keek me recht aan. ‘Dit hadden we natuurlijk nooit moeten doen, Lianne,’ zei hij. ‘Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?’

Ik knikte, dacht op dat moment dat ik het met hem eens was. Vanzelfsprekend was dit eenmalig. Ik was ervan overtuigd dat ik er morgen besmuikt om zou lachen, als me dat niet zou vergaan wegens schaamte tegenover Nieks vriendin. Maar eerst ging ik slapen, ik was doodop. 

De volgende dag kwamen mijn kinderen. Ik negeerde mijn kater en gedroeg me zo normaal mogelijk. Ik probeerde uit alle macht niet aan de afgelopen nacht te denken. Maar ik voelde me de hele dag raar, verward. Maar schaamte had ik niet. Ook geen spijt. Nee, ik ervoer alleen verlangen.

Want het had gewoon zó goed gevoeld. Het liefste zou ik het diezelfde avond weer overdoen. Van Niek hoorde ik niets. ’s Avonds laat stuurde ik hem een appje, hoe het ging. ‘Knallende hoofdpijn,’ antwoordde hij. ‘Maar ik bel je gauw.’ 

Nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken

Hij liet me acht dagen wachten; alleen tijdens vakanties hadden we wel eens zo lang geen contact gehad. Toen hij belde, klonk hij geforceerd, maar hij ontdooide toen ik hem quasi-luchtig bijpraatte over wat ik de afgelopen week had gedaan.

Toen we drie kwartier later ophingen, was het alsof onze nacht nooit had plaatsgevonden. Bij het afscheid klonk Niek duidelijk opgelucht. Hij nodigde me uit om bij hem en zijn gezin te komen eten. Vrijdag? Ik zei ja. Maar nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken.

Hoewel ik blij was dat ik hem weer had gesproken – ik had me echt zorgen gemaakt vanwege zijn lange zwijgen – was ik in mijn hart teleurgesteld. Eigenlijk had ik op wat anders gehoopt, besefte ik.

En dat etentje, bij hem thuis, met zijn vriendin erbij, dat zag ik eigenlijk niet zitten. Maar natuurlijk zou ik gaan. In de hoop dat alles was zoals normaal, ik net zoals anders tegenover Niek zou staan en we inderdaad konden doen wat hij had voorgesteld: onze nacht vergeten. 

Ik staarde maar naar zijn handen

Toen ik hem die vrijdag zag, realiseerde ik me dat ik dat helemaal niet kon. Ik probeerde me zo normaal mogelijk te gedragen, maar ik kon mijn ogen haast niet van hem afhouden. Ik staarde maar naar zijn handen. De handen die mij hadden gestreeld.

Ik voelde vlammende woede naar zijn vriendin toe, belachelijk want ik mag haar op zich heel graag. Maar ik nam het haar opeens kwalijk dat zij bestond.

Anders had Niek zich vast anders gedragen dan hoe hij nu deed: doodgewoon, net als altijd, hartelijk, maar zonder dat ene stukje interesse dat je als vrouw direct herkent.

Ik hoefde mezelf echt niets wijs te maken: hij wilde inderdaad niets anders dan onze nacht uit zijn geheugen wissen, en doorgaan op de oude voet. Ik kwam de avond moeizaam door, met verbeten kaken.

Pas toen ik eindelijk in mijn auto stapte, kwamen de tranen. Ik was verliefd, wist ik. Maar het was duidelijk dat dit voor Niek niet zo was. En daarmee moest ik het uit mijn hoofd zetten. 

Voor mij is alles anders

We zijn nu een aantal maanden verder. Niek en ik gaan weer net zo met elkaar om als vroeger. Tenminste, zo op het oog. Voor mij is alles anders. Voor mij voelt onze vriendschap als een slecht toneelstuk en ik vraag me af hoe lang ik dat volhoud.

Het is absurd, we konden altijd overal over praten. Nu staat dit tussen ons. Nu verberg ik hoe ik eigenlijk tegenover hem sta. En zouden we het echt volhouden om nooit over die ene nacht te praten?

Maar ik durf er niet over te beginnen, en de moed om over mijn verliefdheid te praten, heb ik al helemaal niet. Ik ben bang dat hij dan zegt dat we een tijdje afstand moeten nemen en dan wordt het echt ‘zo’n ding’. Dat wil ik niet.

Ik zoek afleiding in dates, maar ze kunnen de gedachte aan Niek niet verjagen. Opeens zie ik in hem de ideale man. Ik begrijp niet dat ik dat vroeger nooit gezien heb. We passen zo goed bij elkaar! Waarom hebben we nooit geprobeerd daar iets van te maken, dat is toch eigenlijk idioot?

Maar dit soort gedachten heeft geen zin. Daarvoor is het dertig jaar te laat. Ik wil alleen maar dat mijn gevoelens overgaan. Dat ik vergeet hoe fijn hij aanvoelde. Hoe lekker hij smaakte. Ik wil hem weer zien als beste vriend. Mijn jarenlange maatje.

Dus daar blijf ik voor knokken, hoe moeilijk het ook is om hem te zien.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd. 

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in