Lianne (48) is al meer dan dertig jaar bevriend met Niek. Een paar maanden geleden belandden ze samen in bed. Op het oog is hun vriendschap hetzelfde gebleven, maar voor Lianne staat alles op z’n kop. Tijdens die ene nacht samen, is ze verliefd geworden. 

‘Net zeventien was ik, en ik zou beginnen met een opleiding in de grote stad. Ik kende niemand en voelde me erg timide.

Bij het lokaal waar ik verwacht werd, zag ik hem staan: Niek. Twee meter lang, mager en spichtig, maar met een stoer leren jack om toch bravoure uit te stralen. Hij was duidelijk net zo nerveus was als ik.

We schoven naast elkaar in de banken en begonnen, opgelucht dat we niet meer alleen waren, te kletsen. En daar stopten we niet meer mee. Het klikte meteen geweldig tussen ons.

Zo op mijn gemak

Toch was er geen sprake van een vonk. Mijn hart lag nog bij een Italiaans vakantievriendje. Maar ik viel sowieso niet op Niek. Hij was te blond, te Hollands. Gewoon niet mijn type. En ik niet het zijne. Dat spraken we onverbloemd uit naar elkaar. Maar we waren onafscheidelijk.

Elke les zaten we naast elkaar, brachten de pauzes samen door en zochten elkaar zelfs in de weekenden op. Er was niemand met wie ik zo kon lachen als Niek. Niemand bij wie ik me zo op mijn gemak voelde. 

In relaties is dat wel eens moeilijk geweest. Soms had ik een vriendje dat jaloers was op Niek. Ze geloofden niet dat hij echt geen bedreiging was.

Eén jongen dreef het op de spits en stelde mij voor de keuze: het is hij of ik. Tja, dat was simpel. Iemand die mij deze belangrijke vriendschap niet gunde, hoefde ik niet.

Speciale band

De man met wie ik trouwde, mocht Niek gelukkig vanaf het eerste moment. Ook zij raakten bevriend en gingen vaak zeilen samen. Toen Niek eveneens een vaste partner kreeg, spraken we vaak met z’n vieren af.

Toch bleef er een speciale band tussen ons tweeën. Wij waren echt maatjes, no matter what.

Dat er ooit iets zou kunnen gebeuren tussen ons, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Al die jaren was er nooit iets van aantrekkingskracht tussen geweest.

Zelfs niet toen we een keer een week gingen skiën en we, omdat het niet anders kon, samen in een tweepersoonsbed sliepen. We raakten elkaar niet aan. Natuurlijk niet. De gedachte alleen was al absurd. 

Hoe het kan, snap ik nog altijd niet

Hoe het kan dat we een paar maanden geleden toch opeens stonden te zoenen, snap ik nog altijd niet. Al waren de omstandigheden wel veranderd: ik ben sinds twee jaar gescheiden. Het was mijn eigen beslissing, maar niet een die makkelijk was.

Ik kon gelukkig altijd bij Niek en zijn vriendin terecht. Ik heb er vaak gelogeerd, wanneer de kinderen bij mijn ex waren en ik het huis te groot en te leeg voor mij alleen vond.

'Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?'

Drie maanden geleden ging het al veel beter met mij. Ik was veel aan het daten. Niek klaagde dat we elkaar te weinig zagen. ‘Ik blijf toch de belangrijkste man in je leven?’ had hij grappend geappt.

We spraken af om samen uit eten te gaan. Niek hoorde mij uit over mijn dates. Net zoals vroeger, toen we nog scharrels hadden, vertelde ik tot in detail wat ik allemaal beleefde.

Niek vond het boeiend om te horen, liet zich ontvallen dat hij ergens ook wel weer verlangde naar avontuur. Ik wist dat zijn huwelijk goed was, maar in seksueel opzicht weinig spannend meer.

We dronken veel, te veel

Ik zag hem opleven bij mijn verhalen. We keken op mijn datingprofiel, dolden om matches. En dronken veel, te veel. Dat deden we vroeger wel vaker, in onze studententijd, maar dat was nu al lang niet meer gebeurd. Daardoor werd de stemming ouderwets baldadig. 

Toen het restaurant sloot, ging hij voor een laatste afzakkertje mee naar mijn huis, een paar straten verderop. Zonder bijbedoeling, ook niet van zijn kant, daarvan ben ik overtuigd.

Na dat ene drankje had Niek zijn jas al aan en de taxi naar huis al gebeld toen de sfeer plotseling omsloeg. Onze ogen bleven net iets te lang aan elkaar hangen. We keken opeens serieus. En toen voelde ik zijn lippen.

Ik smolt

Mijn lichaam werd zacht, alsof ik smolt, en ik sloeg mijn armen om zijn hals. De taxi kwam, de chauffeur belde aan en belde op, maar wij bleven zoenen en reageerden niet.

Toen het stil werd, liet Niek me los en keek me vragend aan. Ik keek terug – en knikte toen. Voor ik het wist, tilde hij me op en droeg me terug de kamer in. Daar gebeurde alles in een roes. Het ging vanzelf, alsof het zo hoorde, en het altijd al was voorbestemd. 

Het voelde zelfs zo goed dat ik na afloop zo in slaap had kunnen vallen. Maar Niek stond op en kleedde zich aan. Het was alsof hij in één klap weer nuchter was. Hij mopperde dat hij de taxi zomaar had laten staan, dat dat ongepast was, en dat het wel erg laat was.

'Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?'

Over wat er gebeurd was, zei hij niets. Tot hij opnieuw een taxi had gebeld. Hij knielde naast mijn bed, nam mijn hoofd in zijn handen en keek me recht aan. ‘Dit hadden we natuurlijk nooit moeten doen, Lianne,’ zei hij. ‘Zullen we het zo snel mogelijk vergeten?’

Ik knikte, dacht op dat moment dat ik het met hem eens was. Vanzelfsprekend was dit eenmalig. Ik was ervan overtuigd dat ik er morgen besmuikt om zou lachen, als me dat niet zou vergaan wegens schaamte tegenover Nieks vriendin. Maar eerst ging ik slapen, ik was doodop. 

De volgende dag kwamen mijn kinderen. Ik negeerde mijn kater en gedroeg me zo normaal mogelijk. Ik probeerde uit alle macht niet aan de afgelopen nacht te denken. Maar ik voelde me de hele dag raar, verward. Maar schaamte had ik niet. Ook geen spijt. Nee, ik ervoer alleen verlangen.

Want het had gewoon zó goed gevoeld. Het liefste zou ik het diezelfde avond weer overdoen. Van Niek hoorde ik niets. ’s Avonds laat stuurde ik hem een appje, hoe het ging. ‘Knallende hoofdpijn,’ antwoordde hij. ‘Maar ik bel je gauw.’ 

Nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken

Hij liet me acht dagen wachten; alleen tijdens vakanties hadden we wel eens zo lang geen contact gehad. Toen hij belde, klonk hij geforceerd, maar hij ontdooide toen ik hem quasi-luchtig bijpraatte over wat ik de afgelopen week had gedaan.

Toen we drie kwartier later ophingen, was het alsof onze nacht nooit had plaatsgevonden. Bij het afscheid klonk Niek duidelijk opgelucht. Hij nodigde me uit om bij hem en zijn gezin te komen eten. Vrijdag? Ik zei ja. Maar nadat hij had opgehangen, voelde ik mijn ogen prikken.

Hoewel ik blij was dat ik hem weer had gesproken – ik had me echt zorgen gemaakt vanwege zijn lange zwijgen – was ik in mijn hart teleurgesteld. Eigenlijk had ik op wat anders gehoopt, besefte ik.

En dat etentje, bij hem thuis, met zijn vriendin erbij, dat zag ik eigenlijk niet zitten. Maar natuurlijk zou ik gaan. In de hoop dat alles was zoals normaal, ik net zoals anders tegenover Niek zou staan en we inderdaad konden doen wat hij had voorgesteld: onze nacht vergeten. 

Ik staarde maar naar zijn handen

Toen ik hem die vrijdag zag, realiseerde ik me dat ik dat helemaal niet kon. Ik probeerde me zo normaal mogelijk te gedragen, maar ik kon mijn ogen haast niet van hem afhouden. Ik staarde maar naar zijn handen. De handen die mij hadden gestreeld.

Ik voelde vlammende woede naar zijn vriendin toe, belachelijk want ik mag haar op zich heel graag. Maar ik nam het haar opeens kwalijk dat zij bestond.

Anders had Niek zich vast anders gedragen dan hoe hij nu deed: doodgewoon, net als altijd, hartelijk, maar zonder dat ene stukje interesse dat je als vrouw direct herkent.

Ik hoefde mezelf echt niets wijs te maken: hij wilde inderdaad niets anders dan onze nacht uit zijn geheugen wissen, en doorgaan op de oude voet. Ik kwam de avond moeizaam door, met verbeten kaken.

Pas toen ik eindelijk in mijn auto stapte, kwamen de tranen. Ik was verliefd, wist ik. Maar het was duidelijk dat dit voor Niek niet zo was. En daarmee moest ik het uit mijn hoofd zetten. 

Voor mij is alles anders

We zijn nu een aantal maanden verder. Niek en ik gaan weer net zo met elkaar om als vroeger. Tenminste, zo op het oog. Voor mij is alles anders. Voor mij voelt onze vriendschap als een slecht toneelstuk en ik vraag me af hoe lang ik dat volhoud.

Het is absurd, we konden altijd overal over praten. Nu staat dit tussen ons. Nu verberg ik hoe ik eigenlijk tegenover hem sta. En zouden we het echt volhouden om nooit over die ene nacht te praten?

Maar ik durf er niet over te beginnen, en de moed om over mijn verliefdheid te praten, heb ik al helemaal niet. Ik ben bang dat hij dan zegt dat we een tijdje afstand moeten nemen en dan wordt het echt ‘zo’n ding’. Dat wil ik niet.

Ik zoek afleiding in dates, maar ze kunnen de gedachte aan Niek niet verjagen. Opeens zie ik in hem de ideale man. Ik begrijp niet dat ik dat vroeger nooit gezien heb. We passen zo goed bij elkaar! Waarom hebben we nooit geprobeerd daar iets van te maken, dat is toch eigenlijk idioot?

Maar dit soort gedachten heeft geen zin. Daarvoor is het dertig jaar te laat. Ik wil alleen maar dat mijn gevoelens overgaan. Dat ik vergeet hoe fijn hij aanvoelde. Hoe lekker hij smaakte. Ik wil hem weer zien als beste vriend. Mijn jarenlange maatje.

Dus daar blijf ik voor knokken, hoe moeilijk het ook is om hem te zien.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd. 

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Toen Annemiek (49) wilde scheiden, werd haar man ziek. Ze koos ervoor om bij hem te blijven, maar kan niet wachten tot hij voldoende is opgeknapt om alsnog te vertrekken.

‘Op de zestiende verjaardag van mijn zoon besloot ik dat ik wilde scheiden. We zouden die dag groots vieren. De hele familie was uitgenodigd. Er stond een partytent in de tuin, een neef zou dj-en, er was meer dan genoeg te eten en te drinken.

Onze zoon, een echte puber, had zijn bokkenpruik voor de gelegenheid afgezet en had er echt zin in. De dag kon nu al niet meer stuk. Dacht ik. Tot mijn man Johan een halfuur voordat de gasten zouden komen, werd gebeld.

Ik zag hem druk praten. Hij maakte er grote gebaren bij, zoals altijd als hij zich opwindt. Het zou zijn compagnon wel zijn, dacht ik. Die belde voortdurend over “essentiële zaken”. En altijd gingen die dan vóór ons, zijn gezin. Vóór mij.

Ik vond dat mooi, zo'n gepassioneerde man

Toen het feest begon, stond ik in mijn eentje mensen te begroeten. “Johan komt zo terug,” verklaarde ik zijn afwezigheid aan de gasten. Niet dat dat nodig was; zij waren eraan gewend dat hij er zelden was. Ik niet.

Toen Johan en ik trouwden, wist ik natuurlijk dat zijn werk belangrijk voor hem was. Ik vond dat mooi: zo’n gepassioneerde, ambitieuze man. Ik vertrouwde erop dat hij net zoveel energie in ons huwelijk en toekomstige gezin zou steken als in het bedrijf dat hij met een studievriend had opgezet.

Ik wist toen nog niet dat ik altijd zou verliezen. Toen mijn oudste zoon geboren werd, zat Johan in Madrid. Hij kon toch niet weten dat ons kind zich negen dagen te vroeg zou aandienen? Dat klopt – maar het is typerend voor hoe het altijd ging, ook toen de kinderen ouder werden.

Johan had het altijd te druk

Ik stond overal alleen voor. Zat alleen aan het ontbijt, las in mijn eentje verhaaltjes voor. Ging zonder Johan naar ouderavonden. Naar de dierentuin, naar pretparken. Johan had het altijd te druk.

Ik heb lang gehoopt op beterschap, wat Johan steeds beloofde. Maar die kwam nooit. En wat me altijd op de been had gehouden, mijn grote liefde voor hem, sijpelde weg. Tegen te veel eenzaamheid is geen enkel gevoel van liefde bestand.

En toen ik daar voor de zoveelste keer alleen stond, nu op de zestiende verjaardag van mijn jongste kind, wist ik het. Het was over, definitief. Ik wilde scheiden.

Maar ik wilde er wel mee wachten tot ook mijn zoon het huis uitging. De kinderen een veilig thuis geven, was altijd mijn levensdoel geweest. Ik had ervoor gezorgd dat zij nooit iets hadden meegekregen van de spanningen tussen Johan en mij. Dat wilde ik zo houden. 

Mijn vrijheid lonkte, was bijna tastbaar

Na het feest bleef ik vastbesloten. Ik focuste me op mijn eigen leven. Op mijn zoon, op mijn dochter die in de weekenden thuiskwam, op mijn parttime werk. En op mijn toekomstplannen.

Ik onderzocht onze financiële situatie, sprak met een advocaat over alimentatie en zocht online naar andere woningen. In mijn relatie met Johan investeerde ik niet meer.

Het schokkendste was nog wel dat Johan dat niet eens leek op te merken. Hij vond het waarschijnlijk alleen maar gemakkelijk dat ik niet meer zoveel van hem wilde. Mijn zoon bereidde zich voor op zijn eindexamen. Schreef zich in voor een studie in een andere stad.

Mijn vrijheid lonkte, was al bijna tastbaar. 

Maar toen werd Johan ziek

Hij kampte al een tijd met vermoeidheid. Uit de gewone onderzoeken kwam niets. Omdat hij toch moe bleef en het ook vaak benauwd had, stuurde onze arts hem door naar het ziekenhuis.

Op dat moment maakte ik mij nog nergens zorgen over. Johan is altijd ijzersterk geweest. Hij was een beer van een vent, blakend van gezondheid. Ik ging daarom niet eens met hem mee naar het ziekenhuis, dat vond Johan ook niet nodig.

Na een paar uur belde hij me. Er waren plekjes op zijn longen gevonden. Hij werd meteen opgenomen om verder onderzocht te worden. Zijn stem klonk kleintjes, hij moest moeite doen om niet te huilen. Ik schrok verschrikkelijk.

Op dat moment was er alleen maar ruimte voor intense bezorgdheid om de man met wie ik al zo lang samen leefde. Bezorgdheid ook om de kinderen; zij zouden hun vader toch niet verliezen?

Natuurlijk steunde ik hem

De periode daarna was afschuwelijk. De vlekken op Johans longen bleken kanker. Uitgezaaid; ook op zijn lever werden kankercellen gevonden. Toch was er nog hoop, maar het hing er helemaal vanaf of de chemokuur zou aanslaan.

Johan was er kapot van. De grote beer veranderde in een bang jongetje, dat vaak moest huilen. Ik vond het heel pijnlijk om hem zo te zien. Natuurlijk steunde ik hem, dat sprak voor zich. Zijn tranen braken mijn hart.

Toch voelde ik juist nu nog sterker dat ik niet meer van hem hield zoals ik dat vroeger had gedaan. Voor Johan vond ik het verschrikkelijk allemaal. Ook voor mijn kinderen vond ik het intens verdrietig.

Daar voelde ik me erg schuldig over

En natuurlijk was de confrontatie met de mogelijke dood van de man die zo dicht bij me stond, heel heftig. Maar puur voor mezelf stortte mijn wereld niet in. Ik had al zoveel toekomstplannen gemaakt waarin Johan een marginale rol speelde dat zijn ziekte voor mij niet alles op z’n kop zette.

Als ik alleen was, was ik redelijk rustig. Daar voelde ik me erg schuldig over, veroordeelde mijn gevoelens. Maar tussen Johan en mij was al lang zo’n afstand ontstaan die zijn ziekte dat niet kon overbruggen.

Terwijl hij mij juist meer dan ooit nodig had, merkte ik. Nu het erop aankwam, zocht hij steun bij mij, de kinderen en familie. Zijn werk, daar had hij het helemaal niet meer over. En het bedrijf bleek ook wel door te draaien zonder hem, zo bezwoer zijn compagnon als hij langskwam.

Ongetwijfeld om hem gerust te stellen maar tegelijkertijd was het waar, natuurlijk. Want niemand is onmisbaar op zijn werk. Had Johan dat maar eerder beseft.

Mijn gedachten aan scheiden, kwamen terug

Mijn man werd heel ziek van de chemo. Zijn haar viel uit en hij viel veel af. Maar het bleek niet voor niets; de kanker werd teruggedrongen. Er was weer hoop, het zag er goed uit. Daarmee kwamen ook mijn gedachten aan scheiden terug.

Mijn zoon had een tijd heen en weer gereisd voor zijn studie, omdat hij zijn vader en mij niet alleen wilde laten. Nu het weer wat beter ging met Johan ging, verhuisde hij naar een studentenflat.

Maar mijn eigen plan, om een maand na het vertrek van onze zoon aan te kondigen dat ik óók zou gaan, leek nog veel te cru. De toekomst voor Johan was dan wel niet zo somber als we eerst vreesden, beter was hij ook niet. Dan kon ik toch niet weggaan?

Een zieke man laat je niet in de steek. Toch?

Mijn wens om te scheiden zou een ongelofelijke klap voor hem zijn. Het zou hem misschien zijn vechtlust wel ontnemen. Dat kon ik hem toch niet aandoen? En onze kinderen ook niet.

Eerder was ik ervan overtuigd dat zij mijn stap om hun vader te verlaten op den duur wel zouden begrijpen. Onze band is altijd goed geweest, met respect voor elkaar. Maar nu was alles anders. En dan de familie, onze vrienden: niemand zou er een goed woord voor mij over hebben.

Mijn verhaal dat ik allang van plan was om weg te gaan zou weinig indruk maken. Want die ideeën bestonden enkel in mijn hoofd, ik had ze met niemand gedeeld. En dan nog: een zieke man laat je niet in de steek. Toch?

En dus ben ik er nog

Ik woon nog steeds samen met Johan, die hard aan zijn herstel werkt,  weer hoop heeft, al leeft hij nog van echo naar scan. Ik steun hem, maar ik voel me er zo dubbel over. Ik hou gewoon niet meer van hem. Niet zoals zou moeten.

En ik had me er al zo op ingesteld om aan mijn nieuw leven te beginnen. Ik had zelfs al eens op datingssites gekeken. Een nieuw man in mijn leven, elkaar weer ontdekken, weer eens vrijen – dat doen mijn man en ik al zeker tien jaar niet meer – ik verlangde er zo naar.

En ik verlang daar nog steeds naar. Ik blijf alleen nog bij Johan uit loyaliteit en plichtsgevoel. Terwijl hij weer toenadering zoekt. Hij heeft het maar over de toekomst waar hij op hoopt, de dingen die hij nog wil doen. Met mij. Hij praat over reizen, reizen waar het nooit van kwam.

Voor mij is het te laat

Ja, nu wil hij - maar voor mij is het te laat. Mijn liefde is over en kan niet meer terugkomen. Ik ben te vaak teleurgesteld in hem, het is gewoon op. Het zal niet lang meer duren tot ik hem dat moet gaan vertellen.

Dit toneelspel is voor niemand goed. Bij een volgende positieve uitslag moet ik tegen hem zeggen dat ik wegga. Want zo gaat het niet langer...”

De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Wat zou jij doen als je Annemiek was? Laat je reactie hieronder achter.

Beeld: iStock

 

Inge (57) is al bijna tien jaar minnares. De mensen om haar heen weten niet beter dan dat ze single is – ze proberen haar zo nu en dan zelfs aan de man te brengen. Inge keek jaren uit naar het moment dat haar geliefde zou scheiden en ze hem eindelijk aan haar kinderen kon voorstellen. Nu twijfelt ze daarover.

‘Deze zomer ga ik zoals elk jaar met een vriendin naar Griekenland. Heerlijk, we genieten daar zo van. Toen ik onlangs bij mijn dochter was, vroeg ze: “Heb je nu nooit eens zin om met een mán op vakantie te gaan? Dat is toch veel gezelliger?”

Ik wuifde haar woorden weg door te zeggen dat ik met niemand zo kan lachen als met deze vriendin. “Maar tegen romantische etentjes en lekker in elkaars armen liggen, kan toch niets op?” bracht mijn dochter daartegenin. “Ik vind het zo jammer dat je de tijd maar laat verglijden en je je niet openstelt voor een relatie. Zullen we echt niet eens een datingprofiel aanmaken?” 

Ze weet niet dat mijn leven al compleet is

Het is een gesprek dat we al zo vaak hebben gevoerd. Rond mijn verjaardag, vakanties en al helemaal als de feestdagen in aantocht zijn. Mijn dochter is bezorgd. Ze begrijpt niet dat ik, twaalf jaar nadat ik van haar vader ben gescheiden, nog steeds geen nieuwe geliefde heb.

“Jij staat zo vol in het leven,” zegt ze vaak. “Ik snap niet dat je dat leven niet nog completer wilt maken.”

Ze weet niet dat mijn leven al compleet ís. Er is al bijna tien jaar een heel bijzondere man in mijn leven. Een grote liefde, die weliswaar behalve voor intense geluksmomenten ook voor tranen heeft gezorgd, maar die ik niet kan missen en ook niet wíl missen.

Hij is getrouwd

Het doet me pijn dat ik erover moet zwijgen tegen mijn dochter. Maar ik durf het haar niet te vertellen. Mijn andere kinderen ook niet. De man van wie ik hou, Tom, is namelijk getrouwd.

We kennen elkaar al vijftien jaar. Hij was ooit een collega en ik was altijd dol op hem. Tom is een van de weinige mannen die ik ken die écht kan luisteren.

In de periode dat we samenwerkten, liep mijn huwelijk al niet lekker. Mijn ex-man en ik kenden elkaar nog maar een paar maanden toen ik zwanger bleek. Hoewel we eigenlijk niet serieus in onze relatie stonden, besloten we er toch voor te gaan.

Als vader en moeder deden we het uitstekend, niet alleen voor de eerste, maar ook voor de twee kinderen die volgden. We waren eigenlijk meer maatjes dan geliefden. Maar we gaven onze kinderen wat ik zo graag wilde: een stabiel thuis. Dat heb ik zelf vroeger gemist.

Mijn vader was een notoire vreemdganger en dat zorgde voor veel problemen. Mede om die reden heb ik mijn kinderen bijgebracht dat trouw heel belangrijk is in een relatie.

Ik vond het fijn de regie over mijn leven weer te hebben

Het was voor hen heel pijnlijk dat hun vader en ik uit elkaar gingen. Maar toen ze zagen dat we beiden opbloeiden en nog vriendschappelijk met elkaar omgingen, hadden ze er vrede mee. Mijn ex trof snel een ander met wie hij ging samenwonen. Ik zat minder op een relatie te wachten.

Ik vond het fijn dat ik de regie over mijn leven terug had en had geen behoefte weer snel dingen vast te leggen. Er zou vanzelf wel iets op mijn pad komen, dacht ik. 

We zochten elkaar steeds vaker op

Dat gebeurde ook. Ik kwam Tom weer tegen nadat ik hem een tijd uit het oog verloren was. Ik werd verliefd. En hoe!

Eerst vertrouwde ik mijn gevoelens niet. Hoe kon dit nu, we waren al zo lang bevriend? Bovendien was hij getrouwd. Gelúkkig getrouwd! En hij had nog kleine kinderen. Dat wilde ik niet kapotmaken, al was het duidelijk dat Tom ook wat voor mij voelde.

We zochten elkaar steeds vaker op en toen hij op een dag bekende dat hij tot over zijn oren verliefd op me was, was het hek van de dam. 

Er volgde een verwarrende tijd. Ik merkte nu pas hoeveel ik gemist had in mijn huwelijk. Met Tom klopte het gewoon, we voelden elkaar aan zonder woorden. Ook in bed wist ik niet wat me overkwam.

Gevecht in mijn hoofd

Maar ik voelde me tegelijk vreselijk schuldig. Ik bedroog zelf dan wel niemand, Tom deed dat wél. Was hij daarmee net zo’n man als mijn vader? En was ík net zo slecht als zijn vroegere scharrels, die door mijn moeder waren afgeschilderd als gewetenloze heksen?

Het was een voortdurend gevecht in mijn hoofd. Toch voelde mijn relatie met Tom zo speciaal dat ik er niet mee kon stoppen. 

Ik vertelde mijn kinderen niets over Tom. Ik had toen nog geen idee hoe lang onze affaire zou duren. En ik schaamde me. Mijn positie als minnares ging zó in tegen alle wijze lessen die ik hen ooit had meegegeven. Dus zij wisten niet beter of ik was vrijgezel.

Tom zag ik slechts een paar keer per maand. Naast die intense ontmoetingen hadden we veel telefoon- en mailcontact, maar verder leefde ik mijn eigen leven. Met vrienden, werk, reizen, het opzetten van een eigen webshop en blog, et cetera.

Het heeft altijd aan me gevreten dat ik "de andere vrouw" was

Ik was allesbehalve een minnares die thuis eenzaam op telefoontjes van haar geliefde zat te wachten. Het was dus niet moeilijk onze relatie verborgen te houden voor de buitenwereld. 

Er zijn periodes geweest dat ik om verschillende redenen erg leed onder de situatie. Het heeft altijd aan me gevreten dat ik “de andere vrouw” was. En natuurlijk deed het pijn om aan de zijlijn van Toms leven te staan. Eigenlijk wilde ik hem voor mezelf.

Maar mede omdat hij een dochter met een lichamelijke beperking heeft, die toen nog thuis woonde, was het voor Tom uitgesloten dat hij zijn gezin zou verlaten. Al zei hij wel steeds vaker dat ik zijn grote liefde was en dat hij op een dag voor mij zou kiezen. 

De enkele vriendinnen die over mijn verhouding wisten, geloofden daar niets van. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat Tom oprecht was. Hoewel we elkaar maar een paar keer per maand zagen, was onze band zo sterk en uniek. Daar kon niets tegenop: voor hem niet, voor mij niet.

Dieptepunt

Dat ik me voor moest doen als vrijgezel deed pijn, maar nooit genoeg om te overwegen hem op te geven, hoewel vier jaar geleden wel een dieptepunt was. Toen overleed mijn moeder. Tom zat niet naast me aan haar sterfbed, hij stond niet op de kaart. Hij was wél op haar begrafenis, maar zat anoniem ergens achteraan.

In die periode dacht ik soms: waar ben ik mee bézig, hoe kan ik hier genoegen mee nemen?! Maar Tom steunde me op zijn manier zo goed, dat ik toch met hem verderging. En ik kon me steeds beter neerleggen bij de situatie.

Het ergste vind ik nog steeds dat ik mijn kinderen moet voorliegen. Het raakt me wanneer ze zich zorgen om me maken. En dat ze telkens met goedbedoelde, maar zinloze adviezen komen.

Koppelpoging

Mijn dochter heeft zelfs een keer een koppelpoging gedaan door voor een etentje ook een kennis uit te nodigen die ze echt iets voor mij vond. Ik moest doen alsof ik niets in hem zag, terwijl de beste man best leuk en aantrekkelijk was. Maar ja, ik heb geen interesse, want ik ben al bezet.

Ik heb er de afgelopen jaren vaak over gefantaseerd hoe ik Tom uiteindelijk aan mijn kinderen zou voorstellen. Ik weet hoe blij ze zouden zijn als ze weten dat ik gelukkig met iemand ben. Maar ik merk het laatste jaar dat er bij mij een verschuiving aan het optreden is.

Tom heeft het vaker dan ooit over scheiden. Zijn dochter met een beperking zit in een begeleid-wonentraject en ook zijn jongste gaat over niet al te lange tijd het huis uit. Hij ziet eindelijk kans om voor zichzelf te kiezen. Om voor míj te kiezen.

De laatste jaren heb ik tegenstrijdige gevoelens

Ik zou blij moeten zijn, dit wilde ik immers al zó lang zó graag. Maar diep in mijn hart heb ik er het laatste jaar tegenstrijdige gevoelens over. 
Ik hou nog steeds zielsveel van Tom, daar is niets aan veranderd. Maar ik ben na al die jaren ook gehecht aan mijn eigen, vrije leven.

De manier waarop onze relatie nu is, vind ik eigenlijk prima. Op de momenten dat we samen zijn, geniet ik intens. Ik ben nog steeds verliefd op hem en elke keer weer zo blij wanneer ik hem zie. Maar ik hou ook van mijn avonden alleen. Van mijn hobby’s, waar ik nu alle tijd voor heb.

Van de vakanties met mijn beste vriendin, want het klopt wat ik tegen mijn dochter zei: ik kan met niemand zo lachen als met haar. Ik ben nu al zo lang gewend aan mijn zelfstandigheid en vrijheid dat het moeilijk zal zijn om dat op te geven.

Dat mogen mijn kinderen absoluut niet weten

Als Tom gaat scheiden, zou ik in elk geval het liefst een latrelatie willen, terwijl ik weet dat Tom ervan droomt bij mij in te trekken. Hoe het moet, ik ben er nog niet uit, maar ik vind het zo ingewikkeld dat ik soms denk: wat mij betreft blijft hij gewoon getrouwd en blijft alles zoals het is.

Het enige nadeel is dat mijn kinderen hem dan nooit zullen ontmoeten. Want voordat het zo ver is, moet hij echt een vrij man zijn. Ik zal mijn kinderen nooit vertellen dat ik een relatie met een getrouwde man heb. Dat hun moeder tot zoiets in staat is, mogen ze absoluut niet weten.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in