Astrid (56) is getrouwd met Jos, maar ze is heimelijk verliefd op zijn broer Berend. Als ze haar leven zou kunnen overdoen, koos ze hem. 

‘Ik had Jos voorgesteld om met de jaarwisseling eens iets heel anders te doen. Naar de bergen om te langlaufen, bijvoorbeeld. Nu ook onze jongste op zichzelf woont, hoefden wij toch niet per se te doen wat we altijd doen: met zijn familie naar de Ardennen?

Maar mijn man voelde er niets voor om die traditie te doorbreken. Zijn ouders zijn al op leeftijd, begon hij; misschien zouden ze volgend jaar niet meer mee kunnen. Nee, er zat niets anders op dan me te voegen naar de gebruikelijke oud-en-nieuwplannen. Nu is dat op zich geen straf, ik heb een erg leuke schoonfamilie.

Verlangen

Het is alleen zo moeilijk om Berend iedere keer te zien, die al heel lang mijn tweede, misschien zelfs wel mijn eerste grote liefde is. Ik kan hem alleen uit mijn gedachten bannen als hij niet in mijn buurt is. Soms lukt het zelfs om wekenlang niet aan hem te denken. Tot ik hem weer zie. Dan voel ik direct: het is er nog, het verlangen.

Een verlangen dat nooit vervuld zal worden. Want Berend is een onmogelijke liefde. Hij is de broer van mijn man. 

Discotheek

Ik ken hem even lang als Jos. Ik ontmoette ze tegelijkertijd, in de discotheek waar ik uitging toen ik jong was. Ik zat met mijn vriendinnen aan de bar, dronk mierzoete pisang ambon, toen een jongen me vroeg of ik wilde dansen. Ik zei ja, maar alleen maar omdat ik hoopte dat hij mij daarna zou introduceren bij zijn vriendengroep. Daar stond een man bij die ik erg knap vond.

De jongen die met mij wilde dansen, dat was Berend. Lang, mager, met wat acne. Ik vond hem aardig, zeker. Maar niet aantrekkelijk. Ik kon haast niet geloven dat de knappe man aan wie hij mij even later voorstelde, zijn oudere broer bleek te zijn. Jos was wél het type waar ik van droomde.

En terwijl Berend een drankje voor mij haalde, begon ik met Jos te praten en stopte daar niet meer mee voordat het sluitingstijd was. Bij het afscheid zoenden we, Jos en ik. Of Berend dat pijnlijk vond, heb ik nooit geweten. Ik zag hem pas terug toen Jos mij een paar maanden later meenam naar zijn familie.

“Ik heb ze met elkaar in contact gebracht,” vertelde Berend toen, ietwat verlegen. Schuldgevoel dat ik hem die avond had afgewezen had ik niet, ik was veel te verliefd op Jos.

Ik moet nog vaak denken aan die begintijd. Soms kan ik me verliezen in fantasieën over hoe het anders hadden kunnen lopen. Maar het is zinloos, het ging zoals het ging en op dat moment was het heel duidelijk: mijn hart ging sneller kloppen van Jos en zijn jongere broer zag ik gewoon niet staan. Ik had nooit kunnen vermoeden dat dat nog eens zou veranderen.

Maar dat gebeurde wel.

Barstjes

Na de geboorte van onze eerste dochter kwamen de eerste barstjes. Jos had een zware baan, ik werkte parttime. Om die reden was het voor hem vanzelfsprekend dat ik op zou staan ’s nachts, dat ik de luiers verschoonde, dat ik álles deed, eigenlijk. Hij was vaak weg. Soms voelde ik me haast een alleenstaande moeder.

Ik vond een luisterend oor bij Berend, tijdens een lang weekend in de Ardennen, waar de familie een huis heeft. Mijn dochter was ziek en sliep slecht, en hoewel ik direct voor haar opstond wanneer ik haar hoorde, werd Berend, een lichte slaper, ook wakker. Dan kwam hij zijn bed uit, hielp mij door liedjes voor haar te zingen. Dat vond hij leuk. En wanneer zij dan in mijn armen in slaap viel, bleven wij praten.

Een paar keer praatten we door tot vroeg in de ochtend. Ik merkte dat hij heel wijze dingen zei. Het was een geweldige week – dankzij Berend. 
Niet dat ik op dat moment al verliefd op hem was. Ik was simpelweg blij met het goede contact. Dat bleven we ook thuis houden. Als ik er eens helemaal doorheen zat of me eenzaam voelde, dan belde ik hem. Hij wist me altijd op te beuren.

Wanneer ik het over mijn huwelijk had, gaf hij me het idee dat hij me begreep, maar nam het ook voor zijn broer op. “Bekijk het eens zo…,” zei hij dan. Ik grapte weleens dat hij onze relatietherapeut was. Zonder dat Jos het wist, droeg Berend eraan bij dat ik meer geduld had voor mijn man.

Bruiloft

We hadden al vier jaar een hechte band, toen Berend trouwde. Het was op zijn bruiloft dat ik ineens een steek voelde. Mijn zwager was lang zo mager en spichtig niet meer als vroeger. Ook hij was een knappe man geworden. Iets minder opvallend dan de mijne, maar hij had lieve en sprekende ogen. En dat hij zijn gewicht in goud waard was, wist ik allang.

Toen ik hem daar zag staan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, stralend van geluk, in een beeldschoon pak, werd ik plotseling overvallen door weemoed. Ik merkte dat ik niet blij kon zijn voor mijn aanstaande schoonzus, die ik overigens graag mocht. Ik was jaloers. 

Ik zei toen nog tegen mezelf dat ik gewoon bang wat dat ik mijn maatje kwijt zou raken. En dat gebeurde ook wel een beetje. Ons contact verminderde; nu hij niet meer alleen woonde, durfde ik hem niet meer zo vaak te storen. Maar als we elkaar zagen, dan trokken we zoals altijd naar elkaar toe. Op verjaardagen, jubilea, waar dan ook. En tijdens de winterse dagen in de Ardennen, natuurlijk.

In de war

Zonder dat dat enige argwaan wekte, overigens. Iedereen wist dat wij goed met elkaar overweg konden. Prima toch? Niemand wist dat ik altijd in de war naar huis ging. Dat ik in de auto, in de stoel naast mijn man, vaak dacht: ik heb indertijd een enorme fout begaan.

Over mijn eigen huwelijk ben ik niet ontevreden. Toch is het niet wat ik ervan gehoopt had. Jos is nooit een betrokken vader geweest. Pas nu onze kinderen volwassen zijn en studeren, vindt hij het leuk om tijd met hen door te brengen. Nu discussiëren ze volop, drinken ze wijn – prachtig hoor, maar waar was hij vroeger?

Ook voor mij is hij een afwezige echtgenoot geweest. Altijd druk, vaak overwerken. Tegenwoordig is dat beter en gaan we bijvoorbeeld geregeld samen op vakantie. Dan is hij er echt voor mij. Maar in het dagelijkse leven moet ik het doen met flinters van zijn tijd en aandacht. Ik ben eraan gewend, maar het doet nog altijd pijn.

Gescheiden

Sinds drie jaar is het nog ingewikkelder geworden; Berend is gescheiden. Hij is door een inktzwarte periode heen gegaan, waarin ik hem vaak heb gesteund. Nu waren de rollen omgedraaid, zocht hij míj op om zijn hart te luchten. Daardoor heb ik hem nog beter leren kennen. Als ik zie hoe hij knokt voor het contact met zijn kinderen, dan heb ik veel respect voor hem. Hij stelt heel andere prioriteiten dan zijn broer. 

Ontmoetingen met hem zorgen geheid voor vlinders. Vooral in de Ardennen, omdat we dan zoveel tijd samen doorbrengen. Ik moet eerlijk bekennen: als hij ooit een poging zou hebben gedaan om mij te zoenen, was het mij vast niet gelukt om hem af te weren. Want ik verlang ook fysiek naar hem. Maar dat heeft hij nooit gedaan.

Het kán niet

Ons contact is puur vriendschappelijk - ik heb bij hem nooit gevoeld dat er meer speelt. Nooit, met geen enkel gebaar, geen enkele blik. Misschien laat hij dat niet toe. Hij is een uitermate integere man. Ik ben ervan overtuigd dat als hij al iets voor mij voelt, hij dat nooit kenbaar zou maken. Ik ben immers zijn schoonzus. 

Ook ik laat niets merken. Want het kan niet. Niet voor mijn echtgenoot, die dat bedrog, met zijn eigen broer nota bene, niet verdient. Ondanks alles hou ik van hem, ik kan me niet voorstellen dat we uit elkaar gaan, ook niet voor onze kinderen.

En dan de rest van de familie: ze zijn zo hecht. Alles zou stukgaan als Berend en ik iets met elkaar zouden krijgen. En ik weet zeker dat met één zoen het hek van de dam is. Eén stiekeme nacht is onmogelijk; dan zal het meteen ook álles zijn. Dus ik hou afstand.

En ik probeer hem het laatste jaar zelfs te vermijden, omdat ik mijn gevoelens te ingewikkeld vind.

Gelukkig is Berend zijn scheiding te boven. Ik denk dat het niet lang zal duren voor hij een nieuwe partner vindt. Een moment waar ik naar uitkijk, want het zal me rust brengen. Terwijl ik natuurlijk ook weer jaloers zal zijn.’

De namen in artikel zijn gefingeerd.

Yvette (52) had altijd al sluimerende gevoelens voor vrouwen. Een paar jaar geleden besloot ze, in overleg met haar man, haar 'bischierigheid' nader te onderzoeken. Ze werd hals over kop verliefd...

"Op de middelbare school zat een jongen in mijn klas die er al op zijn zestiende voor uitkwam dat hij homoseksueel was. In die tijd was dat heel bijzonder. Hoewel hij niet werd gepest, werd er wel over hem geroddeld en werd hij vaak buitengesloten. Andere jongens wilden bijvoorbeeld niet meer douchen waar hij bij was. De jongen in kwestie ging daar laconiek mee om. 

'Alsof ik op jou zou vallen zeg,' reageerde hij dan alleen. 

Ik was intens door hem gefascineerd. Ik vond hem stoer. Zelf was ik een verlegen meisje dat snel bloosde. Mijn levensmotto was: niet opvallen. Maar diep in mijn hart vreesde ik dat ik anders was dan anderen.

Fantasie

Mijn gevoelsleven was een snelkookpan. Van de term biseksueel had ik nog nooit gehoord, maar ik was afwisselend verliefd op jongens en meisjes en soms zelfs op allebei tegelijk. Jongens vond ik spannender – ik had niet veel contact met ze, was daar veel te teruggetrokken voor – maar mijn fantasie sloeg ook op hol van sommige vriendinnen.

Bij logeerpartijtjes kon ik soms de hele nacht niet slapen. Ik droomde erover dat ik bij hen in bed zou kruipen. Ik wilde de warmte van hun lichaam voelen. Kussen, en dan níét gewoon op de wang. Daar liet ik echter nooit iets van merken. Zij giechelden alleen maar over jongens. 

En ik wist dat als ik ooit echt een kus aan iemand zou geven, dat een jongen zou zijn. Want ik wilde niet zo’n outcast worden als mijn homoseksuele klasgenoot. Bovendien was ik ervan overtuigd dat mijn gevoelens raar waren en er geen enkel meisje was dat zich ook tot mij aangetrokken voelde.

"Normaal"

Inderdaad, mijn eerste zoen kreeg ik van Roland, op mijn achttiende. We hebben een paar jaar verkering gehad. Alles met hem ontdekt: van voorzichtige strelingen tot echte seks. En dat was fijn, heel fijn. Dat mijn hart zo nu en dan ook nog harder ging kloppen van meisjes, drukte ik weg: ik was tot over mijn oren verliefd op Roland en dat was voor mij het bewijs dat ik "normaal" was. 

Toen Roland het uitmaakte, was ik totaal van de kaart. Over mijn geaardheid nadenken was wel het laatste wat mij bezighield. 
Ik wilde alleen maar Roland terug. Ik heb nog lang gehoopt dat hij zich zou bedenken. Tot Tom in beeld kwam, de man met wie ik nu getrouwd ben. Hij kuste mijn tranen weg, gaf me een nieuwe toekomst.

Volgens het boekje

We trouwden, kochten een mooi huis en kregen kinderen. We namen een hond en twee poezen. Alles volgens het boekje. En dat voelde uitstekend. Naar vrouwen keek ik nog weleens. Sommigen vond ik nog altijd opvallend aantrekkelijk, maar dat hield me niet meer zo bezig als in de puberteit, toen mijn lijf één grote hormonencocktail was geweest.

Ik had wel wat anders aan mijn hoofd: mijn kinderen grootbrengen, bouwen aan de zaak van Tom en mij.  

Verlangens

Totdat daar een nieuwe medewerkster kwam, Chantal. Ik had de leiding over onze administratieve afdeling en zij werd mijn rechterhand. Ik was toen 38, zij tien jaar jonger. Ik werkte nauw met Chantal samen. En ik merkte dat ze langzaam in mijn hoofd kroop. In mijn hart en in mijn verlangens.

Wat ik voelde, ging verder dan wat ik ooit eerder had ervaren voor vrouwen. Alles van vroeger was te verdringen geweest, maar nu werd ik smoorverliefd. Het verwarde me enorm.

’s Avonds lag ik verstijfd naast Tom, misselijk van schuldgevoel over al mijn fantasieën. Als het weekend aanbrak, was ik slechtgehumeurd, wat niemand van mijn gezin begreep. Dat ik de uren aftelde tot ik Chantal op maandagochtend weer zou zien, voelde als verraad. Maar wel als verraad waar ik me onmogelijk tegen kon verzetten. 

Overigens was het toen meer dan genoeg om haar te kunnen zien. Met haar te praten, haar te zien lachen. Gewoon, haar om me heen te hebben. In mijn dromen gebeurde er wel meer dan dat, veel meer, maar dat was toch een ver-van-mijn-bedshow. Daar iets mee doen, kwam niet bij me op.

Ik was er ook van overtuigd dat Chantal niet zou weten wat ze zou moeten als ik haar zou bekennen dat ik verliefd op haar was. Zij woonde samen, werd in de periode dat we samenwerkten zwanger en beviel van haar eerste kind.

Afscheidsborrel

Dat het voor haar ook anders zat, ontdekte ik pas op haar afscheidsborrel. Ze zou met haar man naar de andere kant van het land verhuizen. Ze dronk te veel en hield mij, toen we elkaar gedag zeiden, stevig vast. "Weet je dat ik altijd kriebels heb gehad voor jou?" zei ze. Voordat ik kon antwoorden, liet ze me los en vertrok ze, met haar man, om mij verbouwereerd achter te laten. 

Die nacht sliep ik totaal niet. Om vijf uur heb ik Tom wakker gemaakt. Ik heb hem alles verteld. Hij was erg verdrietig; vooral omdat ik hem niet eerder in vertrouwen had genomen. ‘Ik dacht dat wij zo’n goed huwelijk hadden,’ zei hij maar steeds. ‘Dat is ook zo,’ bezwoer ik. ‘Dan moet je dit toch met mij kunnen delen,’ zei hij. ‘Dan kijken we samen wat we ermee gaan doen.’ 

Zo’n reactie had ik niet verwacht, ik vond het zo bijzonder. Chantal heb ik nooit meer gesproken. Hoewel ik haar miste en Tom mijn geheim nu kende, was het nog veel te vroeg om concreet wat met mijn gevoelens te doen. Ik voerde veel gesprekken met Tom. Ik vertelde hem alles over mijn middelbare schoolperiode. Ik deelde het met hem wanneer ik op straat een vrouw zag lopen die ik op een speciale manier aan­trekkelijk vond.

Ontdekkingstocht

Tom heeft zich nooit bedreigd gevoeld, dat vind ik heel knap. Hij wist, en weet, hoeveel ik van hem hou. Dat mijn gezin heilig voor mij is. Maar hij snapt ook dat gevoelens zich niet altijd laten leiden. En kennelijk was dit iets wat in mij zat. Dat hoefde ik van hem niet weg te stoppen.

Op een gegeven moment zei hij zelfs dat als de situatie zich eens mocht voordoen, hij het mij gunde om op ontdekkings­tocht te gaan. Als ik hem maar van alles op de hoogte hield. Hem niet zou buitensluiten, niets verborgen zou houden. Door die opstelling kon ik alleen nog maar meer van hem houden.

Vaker verliefd

In de jaren daarna werd ik vaker verliefd. Mogelijk was het weleens wederzijds, maar ik was veel te verlegen om dat te onderzoeken. Ik merkte wel dat die wens groeide. Toen ik vijftig werd, heb ik met Tom besproken dat ik graag actief op zoek wilde gaan naar vrouwen zoals ik. “In het wild” zou ik ze niet tegenkomen, wist ik, al was het alleen maar door mijn eigen teruggetrokken houding. Mogelijk via internet wel.

Tom vond het prima, we hebben zelfs samen een account aangemaakt. Daarin noemde ik mezelf “bischierig, mogelijk biseksueel” – hoe confronterend was het, om dat zwart op wit te zien – en zei ik dat ik op zoek was naar een getrouwde vrouw die hetzelfde voelde. 

‘Ik lag ’s avonds misselijk van schuldgevoel  naast Tom in bed’

Via deze site heb ik Merel ontmoet. Vier jaar jonger dan ik, eveneens gebonden, moeder; en net als ik zo groen als gras. Via de mail klikte het al en toen we gingen bellen, kwamen de vlinders. De eerste keer dat we afspraken, was ik verschrikkelijk nerveus. Tom ook. Hoe hij mij ook steunde, het werd nu wel heel echt.

Vonk

Ik heb Merel die keer maar twee uur gezien. De vonk sprong onherroepelijk over. We hebben gekust en dat voelde zo speciaal dat ik ervan moest huilen. Sindsdien zien we elkaar twee keer per maand. We hebben het heel rustig opgebouwd, om onze mannen aan de situatie te laten wennen. Ook zelf hadden we tijd nodig om onze indrukken te verwerken.

Toen we na een paar maanden voor het eerst het bed deelden, was dat heel ontroerend. Ik voelde dat ik hier mijn leven lang al naar had gesnakt. Toch was het helemaal oké om na afloop afscheid te nemen en terug te gaan naar Tom. Hij is mijn leven, mijn alles. Ik hou niet minder van hem nu Merel er is. Nee, alleen maar meer zelfs.

Dat wij dit samen delen en hij mij dit gunt, heeft onze band alleen maar verdiept. Op alle vlakken, ook seksueel.

Buiten Tom is er niemand die weet dat Merel wel een heel unieke vriendin van mij is. Ik heb geen behoefte om ermee naar buiten te treden. Binnenkort gaan Merel en ik voor het eerst op vakantie. Opnieuw spannend, zowel voor ons als voor onze mannen. Maar ik weet zeker dat het allemaal goed gaat komen.

Ik ben heel gelukkig met mijn leven nu. Hoewel het voorheen ook goed met mij ging, is er nu een leemte in mijn hart gevuld waardoor ik mij echt compleet voel.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Vera (57) trouwde bijna dertig jaar geleden in gemeenschap van goederen, tegen het advies van haar vader in. Nu zij en haar man van elkaar vervreemd zijn, heeft ze daar veel spijt van. 

"Ik heb sinds vier jaar een eigen slaap­kamer in de villa waar ik woon met mijn man Frans. Vorige maand hoorde ik hem op de gang terwijl ik al in bed lag. Hij ­stopte voor mijn deur. Kennelijk aarzelde hij even, want het bleef stil. Toen klopte hij aan. Dat was al meer dan een jaar niet gebeurd, maar natuurlijk wist ik precies wat hij wilde. Ik negeerde hem en deed alsof ik sliep.

Na een paar minuten hoorde ik hem weglopen. Het was alsof ik zijn afhangende schouders kon zien. De dag erna zei hij er niets over. Ik ook niet. Persoonlijke gesprekken voeren we nooit meer. En de intimiteit, waar hij kennelijk in een opwelling weer even naar verlangde, is al zo lang weg. Alles wat onze harten ooit bond, is opgelost in jaren langs elkaar heen leven en in gekibbel over de kinderen en andere zaken. En vooral in geruzie over geld. 

Hoewel we met elkaar vergroeid zijn, dat krijg je na een huwelijk van bijna dertig jaar, zou ik het liefste scheiden. Ik voel me nog jong, fit en gezond en ik zou graag alleen verder gaan om te ontdekken wat het leven nog meer voor mij in petto heeft. Maar financieel is een scheiding ingewikkeld en zal het voor veel frustraties zorgen.

Had ik maar naar mijn vader geluisterd...

Altijd als ik erover nadenk, denk ik: had ik het maar anders gedaan, ooit, toen we ­trouwden. Had ik maar naar mijn vader geluisterd. In eerste instantie al, en helemaal toen hij later nogmaals zijn standpunt liet blijken. Maar ik was eigenwijs en ging in tegen zijn nadrukkelijke wensen. Nu, na al die jaren, moet ik hem alsnog gelijk geven.

Ik kom uit een bemiddelde familie. Ik ben opgegroeid in een prachtig, statig huis. Toen ik Frans voor het eerst meenam naar een etentje, viel zijn mond open. Aan tafel, met mijn ouders en broers, herpakte hij zich al snel. Hij had gestudeerd, is heel intelligent en weet over alles mee te praten.

Dat zijn vader fabrieksarbeider was, daar schaamde hij zich niet voor. 'Ik geloof dat het leven maakbaar is', zei hij die avond. Ik herinner het me nog precies. Wat was ik trots op hem, mijn zelfbewuste vriend. En wat was ik verliefd. Dat mijn ouders liever een ander type man voor me hadden gewild, een zoon van een van hun vrienden bijvoorbeeld, kon me niet schelen. Ik wilde Frans, en al zou mijn vader hoog en laag springen, ik zou met hem trouwen.

Houd geld en liefde gesscheiden

Mijn vader zag dat het echte liefde was. Dat gunde hij me. Bovendien mocht hij Frans graag en zag hij dat hij veel in zijn mars had. Dus hij legde ons geen strobreed in de weg. Het enige waar hij bij me op aandrong, was dat ik niet zou trouwen in gemeenschap van ­goederen. 'Jij zult later veel geld krijgen', zei hij. 'Hou geld en liefde gescheiden, dat is beter. En geef je zelfstandigheid niet weg. Je weet nooit hoe het leven zal lopen.'

Ik nam zijn advies niet serieus.

Huwelijkse voorwaarden vond ik zo onromantisch. Als je trouwt, doe je dat toch voor het leven? Ik wilde me aan Frans verbinden, in goede en in slechte tijden. En alles met hem delen, niet meteen al met een slag om de arm beginnen. Ik dacht ook dat Frans beledigd zou zijn als ik het hem zou voorstellen. Dus nee, hoe mijn vader er ook op aandrong, huwelijkse voorwaarden waren voor mij simpelweg niet bespreekbaar.

Heel goed gehad

Frans en ik hebben het jarenlang heel goed gehad samen. We kregen vier gezonde ­kinderen, waaronder een tweeling. Terwijl ik voor ons gezin zorgde, maakte Frans ­carrière. Hij was net voor zichzelf begonnen toen mijn ouders, kort na elkaar, overleden. Ik erfde samen met mijn broers een aardig kapitaal. Mijn vader, niet voor één gat te vangen, had er voor mij een uitsluitingsclausule aan verbonden. Het geld ontving ik op mijn naam en viel buiten het gemeenschappelijk bezit.

Ik had verdriet om mijn vaders dood, maar voelde me ook gekwetst. Hij respecteerde mijn keuze dus nog steeds niet. Ik besloot meteen dat mijn geld gewoon óns geld zou worden. We gingen ruimer wonen en lieten onze villa precies naar onze wensen verbouwen. Ik had eigenlijk al het geërfde geld in ons huis willen steken, Frans wilde er liever toch nog een flinke hypotheek op afsluiten. Dan kon hij de rest van het geld investeren in zijn bedrijf. Ik vertrouwde op zijn inzicht en stemde ermee in. 

'Had ik die tweede keer mijn poot maar stijf gehouden'

Een paar jaar later erfde ik onvoorzien opnieuw een flinke smak geld, ditmaal van mijn tante. Dat viel automatisch aan zowel Frans als mij ten deel. Dit keer was ik daar diep in mijn hart al niet helemaal blij mee. Frans drong aan om het merendeel van het geld opnieuw te investeren in zijn zaak.

Hoewel ik zag dat hij het goed deed en een riant jaarsalaris verdiende, voelde het niet helemaal juist dat hij aan de haal ging met het geld van mijn tante. Zij was altijd zuinig geweest en had nooit risico’s genomen. De plannen die Frans ermee had, grote investeringen in het buitenland, waren rigoureus. Het kon goed gaan, maar ook mislukken. Toch wist hij me te over­tuigen. Hij had alles goed op de rit, hij zou dat geld verdubbelen, minstens, ik moest hem vertrouwen, echt. 

Had ik mijn poot toen maar stijf gehouden

Had ik maar geëist dat we tenminste de helft op een verstandige, veilige manier zouden beleggen. Maar ik kon niet tegen Frans' enthousiasme op, en omdat hij degene was die maandelijks het geld binnenbracht, vond ik dat ik minder recht van spreken had. Alleen voor onze kinderen zetten we wat geld vast. Gelukkig maar, zij konden en kunnen dus onbekommerd studeren. En we maakten met het hele gezin een verre, dure reis. Maar daarna was er weinig over van de erfenis. 

Niet lang na Frans’ investeringen zette de crisis in. 2008 was een slecht jaar, 2009 nog slechter en dat hield alleen maar aan. Uiteindelijk moest hij het buitenlandse ­project afstoten en in Nederland werk­nemers ontslaan. Daarna stabiliseerde de situatie gelukkig wel. Hij wist te voorkomen dat we in grote problemen raakten. Maar mijn erfenissen zijn in de loop der jaren zo goed als verdwenen.

Daarmee is ook mijn liefde voor Frans ­vervaagd. Hoe slechter de zaken gingen, hoe meer wij uit elkaar groeiden. Hij trok zich terug, sloot mij buiten. En ik nam hem zijn falen meer kwalijk dan ik had gehoopt en gewild. Ik vind het niet fraai van mezelf, ik dacht dat ik echt in goede en in slechte tijden van Frans zou houden, maar tegen deze financiële dreunen bleek ons huwelijk niet bestand.

Niets zo slecht voor je seksleven als onuitgesproken verwijten

In het begin maakten we er nog ruzie over, later werd het vooral ijzig tussen ons. Zeker toen onze kinderen op eigen benen stonden. Zij waren al die jaren de bliksemafleider tussen Frans en mij geweest, ze brachten een hoop levendigheid in huis. Toen de jongste twee tegelijkertijd elders gingen studeren, werd het stil. Stil aan tafel, waar Frans en ik meestal met een krant zitten, stil op de bank, wanneer ik in mijn eentje televisie kijk terwijl Frans op zijn werkkamer zit en stil in bed. Niets zo slecht voor je seksleven als onuitgesproken verwijten.

Doordat ik een tijd slecht sliep in verband met overgangs­klachten en Frans steeds meer begon te snurken, richtte ik een kamer voor mezelf in. Algauw sliep ik daar elke nacht. In het begin kwam Frans nog wel eens langs voor intimiteiten, maar ook dat doofde uit. Nu zijn we huisgenoten, die elkaar nog wel kunnen verdragen, maar ook niet meer dan dat.

Frans’ zaak zit het laatste jaar weer in de lift. Soms vertelt hij daar vol vuur over en ik probeer dan enthousiast te reageren, maar dat gaat niet van harte. Hoe goed het ook gaat, 'mijn' geld zal hij er niet mee terugverdienen. Ik voel dat dit blijvend ­tussen ons in staat en ik zou het liefste bij hem weggaan. In mijn eentje opnieuw beginnen.

Die achteruitgang zie ik absoluut niet zitten

Maar doordat het meeste geld dat we nog hebben in zijn bedrijf zit, zal een scheiding veel voeten in de aarde hebben. Onze villa zal verkocht moeten worden, we zullen beiden naar een eenvoudiger woning moeten verhuizen. Die achteruitgang zie ik absoluut niet zitten. Ik ben nu al gefrustreerd over hoe alles is gelopen, kun je nagaan hoe ik me dán zal voelen. Dan word ik dagelijks geconfronteerd met hoe dom ik ben geweest.

Dat geld van mijn vader, ik had het nooit in onze gezamenlijke 'pot' moeten storten. Ik voelde me toen beledigd en niet serieus genomen, maar ik had het moeten zien als wijze zorg van mijn vader. Dan had ik nu tenminste een mooie woning voor mezelf kunnen kopen en had ik me geen zorgen over geld hoeven te maken. Wellicht waren Frans en ik dan zelfs nooit zo uit elkaar gegroeid als nu, maar waren we nog gelukkig geweest samen. Mijn vader had toch gelijk: geld en liefde, dat gaat niet samen.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.