Astrid (56) is getrouwd met Jos, maar ze is heimelijk verliefd op zijn broer Berend. Als ze haar leven zou kunnen overdoen, koos ze hem. 

‘Ik had Jos voorgesteld om met de jaarwisseling eens iets heel anders te doen. Naar de bergen om te langlaufen, bijvoorbeeld. Nu ook onze jongste op zichzelf woont, hoefden wij toch niet per se te doen wat we altijd doen: met zijn familie naar de Ardennen?

Maar mijn man voelde er niets voor om die traditie te doorbreken. Zijn ouders zijn al op leeftijd, begon hij; misschien zouden ze volgend jaar niet meer mee kunnen. Nee, er zat niets anders op dan me te voegen naar de gebruikelijke oud-en-nieuwplannen. Nu is dat op zich geen straf, ik heb een erg leuke schoonfamilie.

More content below the advertising

Verlangen

Het is alleen zo moeilijk om Berend iedere keer te zien, die al heel lang mijn tweede, misschien zelfs wel mijn eerste grote liefde is. Ik kan hem alleen uit mijn gedachten bannen als hij niet in mijn buurt is. Soms lukt het zelfs om wekenlang niet aan hem te denken. Tot ik hem weer zie. Dan voel ik direct: het is er nog, het verlangen.

Een verlangen dat nooit vervuld zal worden. Want Berend is een onmogelijke liefde. Hij is de broer van mijn man. 

Discotheek

Ik ken hem even lang als Jos. Ik ontmoette ze tegelijkertijd, in de discotheek waar ik uitging toen ik jong was. Ik zat met mijn vriendinnen aan de bar, dronk mierzoete pisang ambon, toen een jongen me vroeg of ik wilde dansen. Ik zei ja, maar alleen maar omdat ik hoopte dat hij mij daarna zou introduceren bij zijn vriendengroep. Daar stond een man bij die ik erg knap vond.

De jongen die met mij wilde dansen, dat was Berend. Lang, mager, met wat acne. Ik vond hem aardig, zeker. Maar niet aantrekkelijk. Ik kon haast niet geloven dat de knappe man aan wie hij mij even later voorstelde, zijn oudere broer bleek te zijn. Jos was wél het type waar ik van droomde.

En terwijl Berend een drankje voor mij haalde, begon ik met Jos te praten en stopte daar niet meer mee voordat het sluitingstijd was. Bij het afscheid zoenden we, Jos en ik. Of Berend dat pijnlijk vond, heb ik nooit geweten. Ik zag hem pas terug toen Jos mij een paar maanden later meenam naar zijn familie.

“Ik heb ze met elkaar in contact gebracht,” vertelde Berend toen, ietwat verlegen. Schuldgevoel dat ik hem die avond had afgewezen had ik niet, ik was veel te verliefd op Jos.

Ik moet nog vaak denken aan die begintijd. Soms kan ik me verliezen in fantasieën over hoe het anders hadden kunnen lopen. Maar het is zinloos, het ging zoals het ging en op dat moment was het heel duidelijk: mijn hart ging sneller kloppen van Jos en zijn jongere broer zag ik gewoon niet staan. Ik had nooit kunnen vermoeden dat dat nog eens zou veranderen.

Maar dat gebeurde wel.

Barstjes

Na de geboorte van onze eerste dochter kwamen de eerste barstjes. Jos had een zware baan, ik werkte parttime. Om die reden was het voor hem vanzelfsprekend dat ik op zou staan ’s nachts, dat ik de luiers verschoonde, dat ik álles deed, eigenlijk. Hij was vaak weg. Soms voelde ik me haast een alleenstaande moeder.

Ik vond een luisterend oor bij Berend, tijdens een lang weekend in de Ardennen, waar de familie een huis heeft. Mijn dochter was ziek en sliep slecht, en hoewel ik direct voor haar opstond wanneer ik haar hoorde, werd Berend, een lichte slaper, ook wakker. Dan kwam hij zijn bed uit, hielp mij door liedjes voor haar te zingen. Dat vond hij leuk. En wanneer zij dan in mijn armen in slaap viel, bleven wij praten.

Een paar keer praatten we door tot vroeg in de ochtend. Ik merkte dat hij heel wijze dingen zei. Het was een geweldige week – dankzij Berend. 
Niet dat ik op dat moment al verliefd op hem was. Ik was simpelweg blij met het goede contact. Dat bleven we ook thuis houden. Als ik er eens helemaal doorheen zat of me eenzaam voelde, dan belde ik hem. Hij wist me altijd op te beuren.

Wanneer ik het over mijn huwelijk had, gaf hij me het idee dat hij me begreep, maar nam het ook voor zijn broer op. “Bekijk het eens zo…,” zei hij dan. Ik grapte weleens dat hij onze relatietherapeut was. Zonder dat Jos het wist, droeg Berend eraan bij dat ik meer geduld had voor mijn man.

Bruiloft

We hadden al vier jaar een hechte band, toen Berend trouwde. Het was op zijn bruiloft dat ik ineens een steek voelde. Mijn zwager was lang zo mager en spichtig niet meer als vroeger. Ook hij was een knappe man geworden. Iets minder opvallend dan de mijne, maar hij had lieve en sprekende ogen. En dat hij zijn gewicht in goud waard was, wist ik allang.

Toen ik hem daar zag staan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, stralend van geluk, in een beeldschoon pak, werd ik plotseling overvallen door weemoed. Ik merkte dat ik niet blij kon zijn voor mijn aanstaande schoonzus, die ik overigens graag mocht. Ik was jaloers. 

Ik zei toen nog tegen mezelf dat ik gewoon bang wat dat ik mijn maatje kwijt zou raken. En dat gebeurde ook wel een beetje. Ons contact verminderde; nu hij niet meer alleen woonde, durfde ik hem niet meer zo vaak te storen. Maar als we elkaar zagen, dan trokken we zoals altijd naar elkaar toe. Op verjaardagen, jubilea, waar dan ook. En tijdens de winterse dagen in de Ardennen, natuurlijk.

In de war

Zonder dat dat enige argwaan wekte, overigens. Iedereen wist dat wij goed met elkaar overweg konden. Prima toch? Niemand wist dat ik altijd in de war naar huis ging. Dat ik in de auto, in de stoel naast mijn man, vaak dacht: ik heb indertijd een enorme fout begaan.

Over mijn eigen huwelijk ben ik niet ontevreden. Toch is het niet wat ik ervan gehoopt had. Jos is nooit een betrokken vader geweest. Pas nu onze kinderen volwassen zijn en studeren, vindt hij het leuk om tijd met hen door te brengen. Nu discussiëren ze volop, drinken ze wijn – prachtig hoor, maar waar was hij vroeger?

Ook voor mij is hij een afwezige echtgenoot geweest. Altijd druk, vaak overwerken. Tegenwoordig is dat beter en gaan we bijvoorbeeld geregeld samen op vakantie. Dan is hij er echt voor mij. Maar in het dagelijkse leven moet ik het doen met flinters van zijn tijd en aandacht. Ik ben eraan gewend, maar het doet nog altijd pijn.

Gescheiden

Sinds drie jaar is het nog ingewikkelder geworden; Berend is gescheiden. Hij is door een inktzwarte periode heen gegaan, waarin ik hem vaak heb gesteund. Nu waren de rollen omgedraaid, zocht hij míj op om zijn hart te luchten. Daardoor heb ik hem nog beter leren kennen. Als ik zie hoe hij knokt voor het contact met zijn kinderen, dan heb ik veel respect voor hem. Hij stelt heel andere prioriteiten dan zijn broer. 

Ontmoetingen met hem zorgen geheid voor vlinders. Vooral in de Ardennen, omdat we dan zoveel tijd samen doorbrengen. Ik moet eerlijk bekennen: als hij ooit een poging zou hebben gedaan om mij te zoenen, was het mij vast niet gelukt om hem af te weren. Want ik verlang ook fysiek naar hem. Maar dat heeft hij nooit gedaan.

Het kán niet

Ons contact is puur vriendschappelijk - ik heb bij hem nooit gevoeld dat er meer speelt. Nooit, met geen enkel gebaar, geen enkele blik. Misschien laat hij dat niet toe. Hij is een uitermate integere man. Ik ben ervan overtuigd dat als hij al iets voor mij voelt, hij dat nooit kenbaar zou maken. Ik ben immers zijn schoonzus. 

Ook ik laat niets merken. Want het kan niet. Niet voor mijn echtgenoot, die dat bedrog, met zijn eigen broer nota bene, niet verdient. Ondanks alles hou ik van hem, ik kan me niet voorstellen dat we uit elkaar gaan, ook niet voor onze kinderen.

En dan de rest van de familie: ze zijn zo hecht. Alles zou stukgaan als Berend en ik iets met elkaar zouden krijgen. En ik weet zeker dat met één zoen het hek van de dam is. Eén stiekeme nacht is onmogelijk; dan zal het meteen ook álles zijn. Dus ik hou afstand.

En ik probeer hem het laatste jaar zelfs te vermijden, omdat ik mijn gevoelens te ingewikkeld vind.

Gelukkig is Berend zijn scheiding te boven. Ik denk dat het niet lang zal duren voor hij een nieuwe partner vindt. Een moment waar ik naar uitkijk, want het zal me rust brengen. Terwijl ik natuurlijk ook weer jaloers zal zijn.’

De namen in artikel zijn gefingeerd.