Astrid (56) is getrouwd met Jos, maar ze is heimelijk verliefd op zijn broer Berend. Als ze haar leven zou kunnen overdoen, koos ze hem. 

‘Ik had Jos voorgesteld om met de jaarwisseling eens iets heel anders te doen. Naar de bergen om te langlaufen, bijvoorbeeld. Nu ook onze jongste op zichzelf woont, hoefden wij toch niet per se te doen wat we altijd doen: met zijn familie naar de Ardennen?

Maar mijn man voelde er niets voor om die traditie te doorbreken. Zijn ouders zijn al op leeftijd, begon hij; misschien zouden ze volgend jaar niet meer mee kunnen. Nee, er zat niets anders op dan me te voegen naar de gebruikelijke oud-en-nieuwplannen. Nu is dat op zich geen straf, ik heb een erg leuke schoonfamilie.

Verlangen

Het is alleen zo moeilijk om Berend iedere keer te zien, die al heel lang mijn tweede, misschien zelfs wel mijn eerste grote liefde is. Ik kan hem alleen uit mijn gedachten bannen als hij niet in mijn buurt is. Soms lukt het zelfs om wekenlang niet aan hem te denken. Tot ik hem weer zie. Dan voel ik direct: het is er nog, het verlangen.

Een verlangen dat nooit vervuld zal worden. Want Berend is een onmogelijke liefde. Hij is de broer van mijn man. 

Discotheek

Ik ken hem even lang als Jos. Ik ontmoette ze tegelijkertijd, in de discotheek waar ik uitging toen ik jong was. Ik zat met mijn vriendinnen aan de bar, dronk mierzoete pisang ambon, toen een jongen me vroeg of ik wilde dansen. Ik zei ja, maar alleen maar omdat ik hoopte dat hij mij daarna zou introduceren bij zijn vriendengroep. Daar stond een man bij die ik erg knap vond.

De jongen die met mij wilde dansen, dat was Berend. Lang, mager, met wat acne. Ik vond hem aardig, zeker. Maar niet aantrekkelijk. Ik kon haast niet geloven dat de knappe man aan wie hij mij even later voorstelde, zijn oudere broer bleek te zijn. Jos was wél het type waar ik van droomde.

En terwijl Berend een drankje voor mij haalde, begon ik met Jos te praten en stopte daar niet meer mee voordat het sluitingstijd was. Bij het afscheid zoenden we, Jos en ik. Of Berend dat pijnlijk vond, heb ik nooit geweten. Ik zag hem pas terug toen Jos mij een paar maanden later meenam naar zijn familie.

“Ik heb ze met elkaar in contact gebracht,” vertelde Berend toen, ietwat verlegen. Schuldgevoel dat ik hem die avond had afgewezen had ik niet, ik was veel te verliefd op Jos.

Ik moet nog vaak denken aan die begintijd. Soms kan ik me verliezen in fantasieën over hoe het anders hadden kunnen lopen. Maar het is zinloos, het ging zoals het ging en op dat moment was het heel duidelijk: mijn hart ging sneller kloppen van Jos en zijn jongere broer zag ik gewoon niet staan. Ik had nooit kunnen vermoeden dat dat nog eens zou veranderen.

Maar dat gebeurde wel.

Barstjes

Na de geboorte van onze eerste dochter kwamen de eerste barstjes. Jos had een zware baan, ik werkte parttime. Om die reden was het voor hem vanzelfsprekend dat ik op zou staan ’s nachts, dat ik de luiers verschoonde, dat ik álles deed, eigenlijk. Hij was vaak weg. Soms voelde ik me haast een alleenstaande moeder.

Ik vond een luisterend oor bij Berend, tijdens een lang weekend in de Ardennen, waar de familie een huis heeft. Mijn dochter was ziek en sliep slecht, en hoewel ik direct voor haar opstond wanneer ik haar hoorde, werd Berend, een lichte slaper, ook wakker. Dan kwam hij zijn bed uit, hielp mij door liedjes voor haar te zingen. Dat vond hij leuk. En wanneer zij dan in mijn armen in slaap viel, bleven wij praten.

Een paar keer praatten we door tot vroeg in de ochtend. Ik merkte dat hij heel wijze dingen zei. Het was een geweldige week – dankzij Berend. 
Niet dat ik op dat moment al verliefd op hem was. Ik was simpelweg blij met het goede contact. Dat bleven we ook thuis houden. Als ik er eens helemaal doorheen zat of me eenzaam voelde, dan belde ik hem. Hij wist me altijd op te beuren.

Wanneer ik het over mijn huwelijk had, gaf hij me het idee dat hij me begreep, maar nam het ook voor zijn broer op. “Bekijk het eens zo…,” zei hij dan. Ik grapte weleens dat hij onze relatietherapeut was. Zonder dat Jos het wist, droeg Berend eraan bij dat ik meer geduld had voor mijn man.

Bruiloft

We hadden al vier jaar een hechte band, toen Berend trouwde. Het was op zijn bruiloft dat ik ineens een steek voelde. Mijn zwager was lang zo mager en spichtig niet meer als vroeger. Ook hij was een knappe man geworden. Iets minder opvallend dan de mijne, maar hij had lieve en sprekende ogen. En dat hij zijn gewicht in goud waard was, wist ik allang.

Toen ik hem daar zag staan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, stralend van geluk, in een beeldschoon pak, werd ik plotseling overvallen door weemoed. Ik merkte dat ik niet blij kon zijn voor mijn aanstaande schoonzus, die ik overigens graag mocht. Ik was jaloers. 

Ik zei toen nog tegen mezelf dat ik gewoon bang wat dat ik mijn maatje kwijt zou raken. En dat gebeurde ook wel een beetje. Ons contact verminderde; nu hij niet meer alleen woonde, durfde ik hem niet meer zo vaak te storen. Maar als we elkaar zagen, dan trokken we zoals altijd naar elkaar toe. Op verjaardagen, jubilea, waar dan ook. En tijdens de winterse dagen in de Ardennen, natuurlijk.

In de war

Zonder dat dat enige argwaan wekte, overigens. Iedereen wist dat wij goed met elkaar overweg konden. Prima toch? Niemand wist dat ik altijd in de war naar huis ging. Dat ik in de auto, in de stoel naast mijn man, vaak dacht: ik heb indertijd een enorme fout begaan.

Over mijn eigen huwelijk ben ik niet ontevreden. Toch is het niet wat ik ervan gehoopt had. Jos is nooit een betrokken vader geweest. Pas nu onze kinderen volwassen zijn en studeren, vindt hij het leuk om tijd met hen door te brengen. Nu discussiëren ze volop, drinken ze wijn – prachtig hoor, maar waar was hij vroeger?

Ook voor mij is hij een afwezige echtgenoot geweest. Altijd druk, vaak overwerken. Tegenwoordig is dat beter en gaan we bijvoorbeeld geregeld samen op vakantie. Dan is hij er echt voor mij. Maar in het dagelijkse leven moet ik het doen met flinters van zijn tijd en aandacht. Ik ben eraan gewend, maar het doet nog altijd pijn.

Gescheiden

Sinds drie jaar is het nog ingewikkelder geworden; Berend is gescheiden. Hij is door een inktzwarte periode heen gegaan, waarin ik hem vaak heb gesteund. Nu waren de rollen omgedraaid, zocht hij míj op om zijn hart te luchten. Daardoor heb ik hem nog beter leren kennen. Als ik zie hoe hij knokt voor het contact met zijn kinderen, dan heb ik veel respect voor hem. Hij stelt heel andere prioriteiten dan zijn broer. 

Ontmoetingen met hem zorgen geheid voor vlinders. Vooral in de Ardennen, omdat we dan zoveel tijd samen doorbrengen. Ik moet eerlijk bekennen: als hij ooit een poging zou hebben gedaan om mij te zoenen, was het mij vast niet gelukt om hem af te weren. Want ik verlang ook fysiek naar hem. Maar dat heeft hij nooit gedaan.

Het kán niet

Ons contact is puur vriendschappelijk - ik heb bij hem nooit gevoeld dat er meer speelt. Nooit, met geen enkel gebaar, geen enkele blik. Misschien laat hij dat niet toe. Hij is een uitermate integere man. Ik ben ervan overtuigd dat als hij al iets voor mij voelt, hij dat nooit kenbaar zou maken. Ik ben immers zijn schoonzus. 

Ook ik laat niets merken. Want het kan niet. Niet voor mijn echtgenoot, die dat bedrog, met zijn eigen broer nota bene, niet verdient. Ondanks alles hou ik van hem, ik kan me niet voorstellen dat we uit elkaar gaan, ook niet voor onze kinderen.

En dan de rest van de familie: ze zijn zo hecht. Alles zou stukgaan als Berend en ik iets met elkaar zouden krijgen. En ik weet zeker dat met één zoen het hek van de dam is. Eén stiekeme nacht is onmogelijk; dan zal het meteen ook álles zijn. Dus ik hou afstand.

En ik probeer hem het laatste jaar zelfs te vermijden, omdat ik mijn gevoelens te ingewikkeld vind.

Gelukkig is Berend zijn scheiding te boven. Ik denk dat het niet lang zal duren voor hij een nieuwe partner vindt. Een moment waar ik naar uitkijk, want het zal me rust brengen. Terwijl ik natuurlijk ook weer jaloers zal zijn.’

De namen in artikel zijn gefingeerd.

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in