Claire (46) is een echte wijnliefhebber. In vrijwel alles ziet ze een gelegenheid om een fles te openen. Daar heeft ze nooit enig kwaad in gezien. Tot die ene terloopse opmerking van een vrouw die zij nauwelijks kent

‘Altijd als ik jou zie, bied je me wijn aan.’ Ze zei het lachend, maar iets in de toon van haar stem maakte dat ik het verre van grappig vond. Er had iets van verwondering, van een verdenking zelfs, in doorge­klonken. Wat bedoelde ze precies? Ik had alleen maar aardig willen zijn en nu voelde ik me ineens enorm voor paal staan met die fles wijn in mijn hand. Ik mompelde iets van ‘Nou ja, dat is ook toevallig!’ en sneed snel een ander onderwerp aan. Wat ze vervolgens zei, hoorde ik niet, want haar eerdere opmerking echode steeds harder door mijn hoofd. Had ik het goed gehoord? Was ik zojuist beschuldigd van alcoholmisbruik!? Hoe kwam die vrouw erbij? Ze kende me nauwelijks. Ik begon te zweten en kreeg het benauwd.

More content below the advertising

‘Claire, gaat het?’ Liesbeth, de vrouw in kwestie, keek me bezorgd aan. ‘Voel je je wel lekker?’ Kortaf antwoordde ik dat ik prima in orde was, alleen een beetje moe. En dat laatste was niet gelogen. Ik voelde me doodop ineens. ‘Als je het niet erg vindt, ga ik weer zitten,’ zei ik. 

Picknick

Afgelopen zomer heb ik heel wat uurtjes op een picknickkleed in het park doorgebracht. Als het in onze eigen stadstuin te warm wordt, is dat vaste prik. Dan vul ik, op de dagen dat mijn kinderen niet naar de naschoolse opvang gaan, een mand met eten en drinken en zoeken we na schooltijd verkoeling onder de hoge oude bomen bij de vijver. We vermaken ons er altijd uitstekend – ik bijna nog meer dan mijn kinderen. Er zijn altijd andere ouders van school en, inderdaad, er heeft altijd wel iemand een flesje wijn bij zich. Ook ik, ja.

Ik heb daar nooit enig kwaad in gezien. Het tegenovergestelde eigenlijk. Ik bedoel, ik wil niet degene zijn die altijd meeprofiteert en nooit bijdraagt. En als er onverhoopt eens niemand aan wijn heeft gedacht of als er helemaal geen andere ouders zijn, vind ik het heel fijn dat ik standaard een fles onder in mijn mand heb liggen. Nu ik dit zo uitspreek, voel ik weer die paniek opkomen. 

Zogenaamd grapje

Kort na dat zogenaamde grapje van Liesbeth vroeg ik het mezelf voor het eerst af: ‘Ik zou toch nog wel zónder kunnen?’ Ik lachte de vraag meteen weg. Natuurlijk kon ik zonder! Bovendien, zoveel dronk ik toch niet? Aan het eind van de dag een paar glaasjes, hooguit. Maar toen ik voor de tweede keer in twee dagen naar de glasbak liep met maar liefst drie lege wijnflessen in m’n tas, begon ik te rekenen. Met hoeveel mensen waren we in het park geweest, hoeveel hadden er wijn gedronken en hoeveel wijn had ieder van ons genomen? Hoe ik ook mijn best deed, het lukte mij niet om de eindscore op minder dan één fles voor mijzelf te krijgen. 

Toen dat tot me doordrong, begon alles om mij heen te draaien. Ik dacht dat ik ter plekke om zou vallen. Zo snel mogelijk zocht ik de veiligheid van thuis op. Nadat ik de voordeur achter me had dichtgedaan, liet ik me op de trap zakken. Ik trilde over mijn hele lichaam. Hoe lang ik daar gezeten heb, weet ik niet. Uiteindelijk stopte het getril en kon ik weer rustig nadenken. 

Over de schreef

Ik was op dat moment vooral verbaasd. Paniekaanvallen had ik sinds mijn studententijd niet meer gehad. Toen waren ze vaak het gevolg van examenstress, maar waar was ik nu dan zo van in paniek geraakt? Een beetje wijn? Zo veel was één fles toch ook weer niet? Zeker niet als je bedenkt dat we al aan het eind van de middag waren begonnen en pas tegen elf uur thuis waren. En het was ook wel een heel bijzondere avond geweest. Eind september en het had gevoeld als een zwoele zomeravond aan de Middellandse Zee. Geen wonder dat ‘we’ ‘ons’ zo hadden laten gaan. Eén keer over de schreef gaan, betekent niet dat je een alcoholist bent, toch? 

Achtervolgen

Maar hoezeer ik hem ook probeerde te negeren, de vraag of ik nog wel zonder wijn zou kunnen, bleef me de weken erna achter­volgen. Het werd zo erg dat zelfs het denken aan wijn al onbehaaglijk voelde. Waar ik voorheen enorm kon uitkijken naar het moment van de dag waarop ik de trap zou mogen afdalen naar onze kelder, waar wij de buit van lange vakanties in Frankrijk zorgvuldig koesteren en bewaren, was ik nu vooral bezig om mezelf te bewijzen dat ik heus ook wel aan andere dingen kon denken. Niet dus…

Obsessie

Het werd een regelrechte obsessie. Ik moest er met iemand over praten. Maar ik wist niet met wie. Mijn man wilde ik niet onnodig alarmeren, mijn moeder leeft niet meer en met mijn vader heb ik geen vertrouwensband. Vriendinnen heb ik genoeg, maar bij de meesten zou ik het te gênant vinden om het aan te kaarten. Veel van mijn vriendinnen kijken tegen mij op. En ik snap best waarom. Ik heb een knappe en sociaal vaardige man, twee leuke kinderen, een prachtig huis en een droombaan in de theaterwereld. Ik heb het gewoon goed voor elkaar. Als ik mijn vertwijfeling met hen zou delen, zou ik in één keer van mijn voetstuk vallen. Het klinkt vreemd misschien, maar ik zou niet weten hoe ik me daarna nog tot hen zou moeten verhouden.

Hulp zoeken?

Even heb ik eraan gedacht om professionele hulp te zoeken. Maar dat doe je toch alleen als je een echt probleem hebt? En ik kan mijzelf onmogelijk beschouwen als een vrouw met een probleem. Dat zou belachelijk zijn. Het zou zijn alsof ik mijn fantas­tische leven verloochen, door het slijk haal zelfs. Uiteindelijk heb ik toch besloten iemand in vertrouwen te nemen. Anna, een vriendin uit mijn studententijd die al heel lang in het buitenland woont. Voor haar ben ik nog altijd dat hyperventilerende, onzekere meisje van toen, dus bij haar zou er weinig imagoschade te lijden zijn. 

Ze was over voor de feestdagen en we spraken af in een café. Pas na een paar wijntjes durfde ik het onderwerp ter sprake te brengen. Het kwam er een beetje giechelig uit: ‘Anna, soms ben ik bang dat ik te veel van wijn hou.’ 

Zij verslikte zich bijna: ‘Te veel? Hoe kun je nu te veel van iets houden?’ 

‘Nou ja, ik bedoel, ik vraag me weleens af of ik nog zonder kan.’

Zo het was eruit, ik had de vraag die mij dag en nacht kwelde, op tafel gelegd. 

Willen

Anna dacht even na en zei toen: ‘Als je het zou willen, zou je het vast kunnen. Maar waarschijnlijk wil je het niet. En dat snap ik. Je houdt ervan, je geniet ervan. Het is zo’n belangrijk onderdeel van jullie leven, jullie vakanties. Waarom zou je iets waar je zo van geniet uit je leven schrappen? Waarom zou je daar een probleem van maken? Dat is toch zonde? Je functioneert prima, beter dan de meeste mensen die ik ken, en…’ voegde ze er ondeugend aan toe, ‘misschien is dat juist wel aan de wijn te danken.’

Zo had ik het nog niet bekeken. Dat mijn leven op rolletjes ging, zou ik aan de wijn te danken hebben? Wat een verrassende invalshoek! Ik was meteen bereid die te accepteren. Want ja, wijn betekent voor mij ontspanning. Als ik de hele dag druk bezig ben geweest, met de kinderen of op het werk, dan vind ik niets lekkerder dan die eerste slok wijn… Ik ben dan direct een ander mens, vrolijk, gezellig… 

Wat had ik me gek laten maken! Door één goedbedoelde, maar bijzonder misplaatste opmerking van een vrouw die mij nauwelijks kent. 

Je gedachten kunnen rare dingen met je doen. Waarschijnlijk had Liesbeth het echt alleen maar als grapje bedoeld. Ik klopte dat vervolgens zodanig op dat ik bijna was gestopt met iets wat mijn leven juist heel veel sjeu geeft. 

Beter

Sinds die avond met Anna gaat het een stuk beter met me. Het lukt me bijna om als vanouds van een glas te genieten. Maar het is nog wankel. Zo stond ik van de week vanachter het raam naar buiten te kijken. Vanwege een studiedag op school was ik de hele dag met de kinderen thuis geweest. Het was koud en regenachtig, dus we waren de deur niet uit geweest. De kinderen waren hangerig en ik voelde me katterig. Vroeger dan anders had ik daarom een glas wijn ingeschonken. Ik wilde net een slok nemen, toen ik Liesbeth voorbij zag fietsen. En op dat moment overviel het me weer, die beklemmende paniek. Het is maar goed dat ik haar niet dagelijks tegen het lijf loop...   

De namen in dit verhaal zijn omwille van de privacy gefingeerd.

Beeld: iStock