Marit (56) en Richard (67) brengen een groot deel van het jaar door in hun tweede huis in Frankrijk. Een nieuwe buurman maakt in Marit gevoelens wakker, die ze lang geleden dacht te hebben begraven. 

‘Laat ik vooropstellen dat ik dol ben op mijn man. Richard en ik zijn al meer dan dertig jaar samen en hij heeft mij nooit ook maar één keer teleurgesteld. Hij was er altijd, als echtgenoot, als vader en als vriend. Ze zeggen weleens dat een ander je niet gelukkig kunt maken, maar ik kan je vertellen: Richard maakte mij gelukkig. Als ik al eens naar andere mannen keek, vielen die volledig in het niet bij mijn Richard. Ik kan daarom met geen mogelijkheid begrijpen, laat staan uitleggen, hoe mij dit heeft kunnen overkomen. Hoe kan ik mijn goede man zo verschrikkelijk verraden? 

Ik weet niet eens meer precies waar het verhaal is begonnen. Ja, natuurlijk op het moment dat Nicolas zijn hoofd boven de heg uitstak. Maar was het niet stiekem al decennia eerder begonnen? Tijdens die lange, mooie zomer in Nice, toen ik voor het eerst en voor het laatst alleen op vakantie was? Hoe kon ik anders zo in de ban van deze man raken? 

Maar goed, ik zat dus in de tuin. Ik was die ochtend naar de jardinerie geweest en had me niet ingehouden. Uren was ik bezig geweest om de nieuwe aanwinsten een mooie plek te geven en nu was het moment aangebroken om te genieten van het resultaat. Het was een prachtige nazomerna­middag. Heerlijk warm, windstil, de vogels floten een vredig deuntje en de bloemen geurden bedwelmend. Zoals vrijwel elke doordeweekse dag – én het liefst nog de weekenden, als ik er geen stokje voor zou steken - was Richard bij zijn vriend Dirk-Jan. Dirk-Jan is de trotse bezitter van een klein wijngoed bij ons in de buurt.

Maar omdat mijn genereuze Richard een groot deel van de renovatie heeft gefinancierd, zijn wij feitelijk mede-eigenaars. Voor Richard betekent dat, en dat zijn zíjn woorden, dat hij niet vanaf de zijlijn kan toekijken hoe Dirk-Jan er al dan niet een potje van maakt. Een goed excuus, want ik ben ervan overtuigd dat Richard het heel prettig vindt dat hij weer iets om handen heeft. En ik ben blij toe, want ik werd zo langzamerhand gillend gek van die om me heen drentelende man. 

Met een glas koude witte wijn naast me en een goed boek op mijn schoot, was ik op dat moment de meest tevreden vrouw op aarde. Ik had niets te wensen - en alles te verliezen… Als ik me dat maar had gerealiseerd. Dan was ik misschien wat meer op mijn hoede geweest. Nee, ik verwijt Nicolas niets. Hij was nergens op uit. Hij kwam zich alleen maar even voorstellen. Hoe had hij kunnen bevroeden dat zijn verschijning zo’n overweldigend effect zou hebben? Het was wel door zijn toedoen, maar het was niet zijn schuld dat de deur naar mijn allermooiste herinneringen als door een rukwind werd opengeslagen. 

“Coucou!”, riep hij. Als ik daaraan terugdenk, moet ik onwillekeurig lachten. Hoe onschuldig kan het begin van een verzwelgende affaire klinken? Verheugd keek ik in de richting van het geluid. Zou daar dan eindelijk onze nieuwe buurman zijn? Ik wist dat het leegstaande boerderijtje naast ons was verkocht en dat de nieuwe eigenaar, volgens de dorpsroddels een succesvolle kunstenaar uit Parijs, het als vakantiehuis en atelier wilde gebruiken. En hoezeer ik de plattelandsrust ook waardeerde, ik was blij met het vooruitzicht van wat leven in de brouwerij. 

More content below the advertising

‘Mijn lichaam herinnerde zich ineens weer een verzengend verlangen…’

Toen ik het gezicht van Nicolas boven de heg zag verschijnen, stond de wereld even stil, om vervolgens in een duizelingwekkend tempo de andere kant op te draaien. Beter kan ik het niet omschrijven. Het was alsof ik in een tijdscapsule was gestapt en er in de zomer van 1982, in de stacaravan van Alain, uit rolde. Wat leek Nicolas op Alain! Goed, minstens dertig jaar ouder, maar zeker zo knap! En helemaal hetzelfde type: donker krullend haar, lachende bruine ogen, kunstenaar, bohemien… Mijn lichaam, mijn hart, alles in mij, herinnerde zich ineens weer haarscherp wat ik toen voelde: een allesomvattende verliefdheid, verzengend verlangen… 

Ik was zó verliefd op Alain. En wat hebben we gehuild bij het afscheid! Maar ja, de vakantie was afgelopen, ik moest naar huis, mijn studie afmaken. Hij wilde me komen bezoeken, zei hij, maar dat hield ik af, uit voorzorg; op een vrijbuiter als Alain moest je vooral niet rekenen. Ik had bedacht dat het beter was mijn herinneringen te koesteren dan mijn hart te laten breken. Hij liet mij nog wel beloven dat ik het jaar daarop terug zou komen. Maar ik wist toen al dat ik me niet aan die belofte zou houden. En dat kon ook niet, want een paar maanden later ontmoette ik Richard, een man bij wie ik direct wist dat mijn hart geen gevaar liep. Tweeëndertig jaar lang ben ik innig tevreden geweest met mijn keuzes van toen. 

Maar toen was daar ineens Nicolas, zo aantrekkelijk, zo aardig en voorkomend. Hij maakte mij meteen complimenten met de tuin – ja, dan raak je bij mij een gevoelige snaar – en hij was ook erg benieuwd hoe wij het huis hadden ingedeeld, omdat hij er niet zo goed uitkwam met het zijne. Tijdens de rondleiding was hij een en al ‘oh’ en ‘ah’, wat erg sexy klinkt in het Frans. Zelf kon ik mijn ogen niet van hem af houden. Zou Alain ook nog steeds zo leuk zijn? 

Nicolas merkte dat. “Quoi?” vroeg hij. We stonden net voor de deur van de slaap­kamer. “Nee, eh, niets, het is gewoon… je doet me zo denken aan…,” hakkelde ik. Ik had het zo warm. Hij deed een stap dichterbij en streek met een teder gebaar een lok uit mijn gezicht. Dat was me te veel… Ik begon hem gewoon te zoenen! En hij zoende terug. We zeiden niets, maar bedreven de liefde alsof we haar voor het eerst ontdekten. 

Na afloop vertelde ik hem dat ik getrouwd was en dat mijn man waarschijnlijk snel thuis zou komen. “O,” zei hij, nauwelijks verrast. “Ja, dat had ik kunnen weten natuurlijk. Een vrouw als jij woont niet in haar eentje op zo’n afgelegen plek. Maar…,” vroeg hij, naar onze naakte lichamen gebarend, “dít is toch ook niets voor een vrouw als jij?” Als ik verstandig was geweest, had ik tegen hem gezegd dat het inderdaad niet bij mij paste en dat we het allemaal zo snel mogelijk moesten vergeten. Maar mijn verstand was ergens in die tijdscapsule achtergebleven. Ik antwoordde dat een vrouw als ik soms niet weet wat ze doet – “En soms wil ze het ook niet weten,” voegde ik eraan toe. Ik kon mijn oren bijna niet geloven. 

De volgende ochtend, het restje koffie in Richards kopje was nog warm, stond ik alweer bij Nicolas op de stoep. Ik had een excuus klaar, maar hoefde dat niet te gebruiken. Nicolas opende de deur, pakte mijn hand en trok me naar het smeedijzeren bed in de achterkamer. Ik was in de zevende hemel. 

Later die dag moest hij terug naar Parijs. In oktober zouden we elkaar wel weer zien, zei hij. Verdwaasd bleef ik achter. 
Dat Richard niets in de gaten had, vind ik een godswonder. Ik moet er als een zombie uit hebben gezien. Volledig op de automatische piloot kwam ik mijn dagen door, me ondertussen stevig vasthoudend aan Nicolas’ laatste woorden: “oktober” en “we zien elkaar wel weer”. 

Op 1 oktober gebeurde er niets. Op 2, 3, 4 en 5 ook niet. Maar op 6 oktober zag ik de auto van Nicolas ons weggetje indraaien. En het allermooiste was dat hij niet naar zijn voordeur liep, maar naar die van mij. 

Die keer bleef hij een week. Overdag was ik met hem, ’s avonds met Richard. Prima geregeld, zou je kunnen zeggen; als het moreel niet zo verwerpelijk zou zijn. Want natuurlijk voelde ik me schuldig, elke dag meer. Het was niet voor niets dat ik Richard voorstelde om wat eerder naar Nederland te gaan, voordat Nicolas weer zou komen. 

De kerstvakantie brachten we, zoals elk jaar, met de hele familie in Frankrijk door, daar kon ik met geen mogelijkheid onderuit. Ik was doodsbang dat Nicolas er zou zijn, maar ik was ook doodsbang dat hij er niet zou zijn. Wat verlangde ik ernaar die man weer te zien! Hij was er… Maar het was een regelrechte kwelling. We groetten elkaar, maakten praatjes over het weer; net gewone buren. Terwijl ik de perfecte moeder en oma uithing, kon ik het die twee weken lang wel uitgillen. 

Ik begon het nieuwe jaar met één goed voornemen: Nicolas vóór de lente vergeten. Maar dat is hopeloos mislukt. Binnenkort zullen Richard en ik weer een lange aaneengesloten periode in Frankrijk zijn. Ik kan je nu al zeggen: zodra de gelegenheid zich voordoet, lig ik in het smeedijzeren bed van Nicolas…’ 

Bestel Nouveau online

Deze Openhartig stond in Nouveau editie 6. Bestel 'm hier na.

Beeld: Pixabay/Rudy and Peter Skitterians

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in