‘Wat mij het meest verwarde, was dat ik het lekker vond.'

Willemien (49) weet niet wat haar overkomt als de man van haar beste vriendin haar ineens begint te zoenen. Haar huwelijk, haar vriendschappen, zichzelf: vanaf dat moment is ze nergens meer zeker van.

‘Wat mij het meest verwarde, was dat ik het lekker vond. Dat ik vlinders voelde, dat ik week werd, meer wilde… Hoe kon dat? Ik had in Rudolf nooit iets anders gezien dan een oude schoolvriend. Het maatje van mijn echtgenoot. De partner van mijn beste vriendin. Niet bepaald een man om stiekem over te dromen, en zeker geen man om stiekem mee te zoenen!

“Wat doe je?!” riep ik ontdaan en ik wrong mezelf uit zijn armen. 

Article continues after the ad

Had hij gewoon iets gezegd als “Oeps, sorry, was niet de bedoeling,” en het ongelukkige voorval geweten aan de drank en het romantische decor van strand en sterrenhemel, dan had ik het misschien nog naast me neer kunnen leggen. Maar dat deed hij niet; hij glimlachte en zei: “Iets wat ik altijd al heb willen doen.”

'Ik zei resoluut dat we die kus heel snel moesten vergeten'

Ik stond perplex. Dat was me nogal een bekentenis. Ik wilde eigenlijk doorvragen. Wat? Waarom? Hoe lang? Maar ik besefte dat ik me daarmee op glad ijs zou begeven, dus zei ik resoluut dat we die kus heel snel moesten vergeten en, voegde ik er bijna dreigend aan toe: “Je lost het maar op met Frida!”

Terwijl we ongemakkelijk zwijgend terugliepen naar ons appartement, vervloekte ik Meindert, mijn man.

'Jullie kunnen er met z’n tweeën toch nog een mooie avond van maken?'

“Niet zo sip kijken,” had hij lachend tegen Rudolf en mij gezegd toen hij en Frida na het hoofdgerecht aankondigden het voor gezien te houden. “Jullie kunnen er met z’n tweeën toch nog een mooie avond van maken?” Ik weet zeker dat hij niets met die woorden bedoelde, maar misschien dat Rudolf ze onbewust als aanmoediging had opgevat.

Ik kon mezelf ook wel voor mijn kop slaan. Op het moment dat ik aan Rudolf vroeg of hij wilde praten over de spanningen tussen hem en Frida, die de hele vakantie al merkbaar waren, voelde ik al dat dat geen goed idee was. Het waren hun zaken, daar had ik niets mee te maken. Maar Rudolf accepteerde mijn aanbod zo dankbaar dat ik niet meer terug kon. 

'Er was veel ruzie geweest, verwijten over en weer, oude koeien'

We liepen naar het strand, waar hij meteen zijn hele ziel en zaligheid over me uitstortte. Ze hadden het heel zwaar gehad, hij en Frida. Tijdens de lockdown waren ze genadeloos geconfronteerd met alles wat ze nooit tegen elkaar hadden uitgesproken. Er was veel ruzie geweest, verwijten over en weer, oude koeien. Hij had zich verschrikkelijk ongelukkig en eenzaam gevoeld.

'Als twee verliefde tieners op een strandvakantie. Rudolf en ik. Hoe bizar'

Wat hij zei raakte me, hij zag er ook zo verdrietig uit. Ik wilde hem troosten. Van nature ben ik behoorlijk gereserveerd, maar nu sloeg ik zonder schroom een arm om hem heen. En dat zette een hele keten van reacties in werking. Hij draaide zijn hoofd naar mij toe, ik hief mijn gezicht op, en voor ik er erg in had, stonden we te zoenen. Als twee verliefde tieners op een strandvakantie. Rudolf en ik. Hoe bizar.

'De volgende ochtend was het net alsof ik het allemaal maar gedroomd had'

De volgende ochtend was het net alsof ik het allemaal maar gedroomd had. Frida schoof fris en vrolijk aan de ontbijttafel. Ze had heerlijk geslapen en was eindelijk van haar hoofdpijn verlost, meldde ze. Rudolf volgde een minuut later, gaf haar een liefdevolle kus in haar nek en zei plagerig dat hij nauwelijks had kunnen slapen vanwege haar gesnurk. Ook Meindert was in een opperbeste stemming. Hij had al zijn werk gedaan en kon nu eindelijk echt van zijn vakantie gaan genieten.

'Het was alsof ik buiten stond en hen door een raam observeerde'

Een dag eerder zou ik dit tafereel gelukzalig hebben aanschouwd. Maar nu was het net alsof ik op een andere plek, in een andere tijd, terecht was gekomen en ik deze drie mensen voor het eerst zag. Een heel vervreemdende ervaring. Het was alsof ik buiten stond en hen door een raam observeerde. Wie waren deze mensen?

'Op de dag dat Meindert en ik trouwden, vroeg Rudolf Frida ten huwelijk'

Tot die dag was altijd alles zo ontzettend duidelijk voor me geweest. Als ik werd gevraagd naar onze vriendschap, had ik een pasklaar verhaal paraat. Frida en ik waren al vriendinnen sinds de brugklas. Meindert en ik kregen verkering toen we in ons eindexamenjaar zaten. Toen we na ons examen met een grote groep vrienden op vakantie gingen, ontdekten Rudolf en Frida elkaar en op de dag dat Meindert en ik trouwden, vroeg hij haar ten huwelijk. Ik zie nog voor me hoe hij vlak voor twaalf uur midden op de dansvloer op zijn knieën ging. En wat ik me ook nog heel goed herinner, is mijn enorme geluksgevoel, dat op dat moment wel leek te verdubbelen.

'Om de idylle compleet te maken: de kinderen werden ook nog eens beste vrienden'

Meindert en ik en Rudolf en Frida gaan sinds die examenreis elk jaar met elkaar op vakantie. Dat is inmiddels al meer dan dertig jaar traditie. Dat die al zo lang standhoudt, komt ook doordat we ongeveer tegelijkertijd kinderen kregen. Allebei eerst een meisje en vervolgens een jongen. Dat maakte die gezamenlijk vakanties nog leuker én vooral logischer. En om de idylle compleet te maken: de kinderen werden ook nog eens beste vrienden.

Ik ben altijd enorm trots geweest op onze extended family, zoals ik het innige verbond tussen onze gezinnen placht te omschrijven, dus ik vertelde het verhaal graag.

'Het probleem met sprookjes is ten eerste dat ze niet bestaan, maar ook dat ze gestold zijn in de tijd'

Maar stukje bij beetje drong die ochtend tot mij door, dat ik het als een soort sprookje was gaan zien. En het probleem met sprookjes is ten eerste dat ze niet bestaan, maar ook dat ze gestold zijn in de tijd. Er zit geen beweging in, ze leven niet; ze zijn jaar in jaar uit hetzelfde.

Door de dikke laag roze glazuur die ik over ons verhaal heen had gelegd, was dat al dertig jaar niet veranderd. In tegenstelling tot de hoofdpersonen en hun onderlinge relaties, natuurlijk. Er was van alles veranderd, iedereen was veranderd, maar ik had het niet gezien, ik had niet op zitten letten.

'Wat viel er eigenlijk onder ogen te zien? Wat was de realiteit?'

De kus had mij wakker geschud. En dat was behoorlijk heftig. Ik had zo’n veilig coconnetje om mijzelf heen gesponnen, dat ik het heel lastig vond om de realiteit onder ogen te zien. En wat viel er eigenlijk onder ogen te zien? Wat was de realiteit?

'Was de vriendenclub wel zo hecht of was het een lege constructie geworden?'

Ik begon overal aan te twijfelen. Aan mezelf: dat ik zomaar in de armen van de man van mijn beste vriendin zou kunnen belanden, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Aan mijn gevoelens voor Meindert: ik had het fijn gevonden om met Rudolf te zoenen, hoe viel dat te rijmen met mijn liefde voor Meindert? Aan mijn vriendschap met Frida: waarom had zij mij nooit verteld over hun relatiecrisis, dat is toch iets wat vriendinnen met elkaar bespreken? En aan onze vriendenclub: was die wel zo hecht of was het een lege constructie geworden?

'Ik wist niets meer zeker, was al mijn houvast kwijt'

Ik wist gelukkig al snel vrij zeker dat de kus niets te maken had met sluimerende gevoelens voor Rudolf. Maar met die andere twijfels heb ik maandenlang geworsteld. Ik wist niets meer zeker, was al mijn houvast kwijt. Dat was zo’n afschuwelijk gevoel dat ik uiteindelijk toch de confrontatie maar ben aangegaan. Heel voorzichtig hoor, de directe aanleiding van mijn persoonlijke crisis heb ik alleen in mijn gesprek met Rudolf bij de naam genoemd.

'Ik geloof niet dat we ooit zo eerlijk tegen elkaar zijn geweest'

Niettemin vond ik het supereng om alles uit te spreken; ik was doodsbang dat het me mijn huwelijk en vriendschappen zou kosten. Maar, zo hield ik in mijn achterhoofd, “what can me mentioned, can be managed” (uitspraak van Fred Rogers, red.), en dat bleek meer dan waar. Meindert schrok in eerste instantie wel van mijn openheid, maar hij was ook blij dat ik aan de bel trok, want nu konden we tenminste samen op zoek naar een oplossing. Frida reageerde vooral verrast toen ik tijdens een lange wandeling over onze vriendschap begon. “Goh, Willemien,” zei ze na afloop, “wat hebben wij goed gepraat! Ik geloof niet dat we ooit zo eerlijk tegen elkaar zijn geweest.”

'Dat was grootspraak, brallerige studentenpraat, ik denk door de drank...'

Van Rudolf wilde ik vooral weten wat hij bedoelde met dat “altijd al”, want daar hing naar mijn idee het voortbestaan van onze vriendschap vanaf. “Ach,” zei hij toen ik hem daarnaar vroeg. “Dat was grootspraak, brallerige studentenpraat, ik denk door de drank... Het spijt me enorm dat het je zo heeft geschokt.”

'Simpele sprookjes komen er bij mij niet meer in'

Na alle gesprekken ben ik gerustgesteld en enorm opgelucht. Ik geloof weer in onze vriendschap en voel weer vaste grond onder mijn voeten. Maar ik blijf alert. Simpele sprookjes komen er bij mij niet meer in. Vanaf nu toets ik elk verhaal dat ik mezelf en anderen vertel, aan de realiteit. Hoe rauw die soms ook is.’

Foto (c) Getty Images. De namen zijn om privacyredenen veranderd

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in