Hoe een ondoordacht moment een trauma opleverde...

'Het ging allemaal zo snel, ik had nauwelijks in de gaten wat er gebeurde. Het enige wat ik wist, was dat ik weg wilde, naar huis. Maar iemand, ik denk een van de obers, hield me tegen en zette me op een stoel.

Hij zei: “Weet je wel wat je hebt gedaan? Die vrouw is naar de Eerste Hulp. De politie is onderweg. Beloof me één ding: hou je gedeisd, wat er ook gebeurt.”

Ik kon alleen maar knikken. Ik begon te twijfelen. Ik had haar toch alleen maar van me afgeduwd?

Een paar minuten later hoorde ik sirenes. Twee politiewagens kwamen met gierende banden voorgereden. Angst voelde ik op dat moment nog niet, meer een soort verdoving, alsof ik in mezelf zat opgesloten. Samen met die woede, die maar door mijn lichaam bleef razen...

Article continues after the ad

'Het had iets van een actiefilm, vooral omdat ik in eerste instantie enkel kon toekijken'

Vier agenten beenden met veel machtsvertoon het restaurant binnen. Het had iets van een actiefilm, vooral omdat ik in eerste instantie enkel kon toekijken. De agenten negeerden mij en begonnen meteen alle andere aanwezigen te verhoren. Kennelijk hadden die allemaal iets anders gezien, want er ontstonden verhitte discussies, met veel geschreeuw over en weer.

Ik vond het heel raar. Als ik de ober moest geloven, was ik de oorzaak van alle consternatie, maar mij werd niets gevraagd. Ik moest maar afwachten wat er gezegd zou worden. Nou, ik kon wel raden wat dat was. Ik had staan schreeuwen in een chic restaurant, ik had een gast geduwd… Afgaande op de afkeurende en geschokte blikken die mijn kant op kwamen, hoefde ik op weinig begrip of mededogen te rekenen. 

'Ik móest de agenten mijn kant van het verhaal vertellen'

De situatie dreigde gruwelijk uit de hand te lopen. Dat kon ik niet zomaar laten gebeuren, ik móest de agenten mijn kant van het verhaal vertellen. Waarschijnlijk zouden ze dan meteen inzien dat ze te maken hadden met een sensatiebeluste menigte die een kleine aanvaring tussen een werkgever en zijn ex-werknemer opblies tot lachwekkende proporties.

'Zelfs de collega die ik als vriendin beschouwde, was de hele scène aan het filmen'

“Kijk uit!,” riep een getuige toen ze mij op een van de agenten zag aflopen. Zo bizar, alsof ik een vuurgevaarlijke crimineel was, terwijl ik, licht aangeschoten en balancerend op mijn hoge hakken, nog geen deuk in een pakje boter had kunnen slaan. Maar de agent reageerde onmiddellijk. Hij sprong op me af, greep me hard bij de pols en draaide mijn arm op mijn rug. Ik gilde van de pijn. Wild schopte ik om me heen, maar ik zat klemvast. Voor ik het wist, zat ik geboeid in een politiebusje. Wat me van dat moment nog het meest bijstaat, zijn de mobiele telefoons die op mij gericht waren. Zelfs de collega die ik als vriendin beschouwde, was de hele scène aan het filmen.

'Bent u even door de mand gevallen mevrouwtje, met uw dure kleren en uw gelakte nageltjes'

Op mijn paniekerige vragen waarom ik in hemelsnaam was gearresteerd en waar ze me naartoe brachten, kreeg ik geen reactie. Een van de agenten leek het wel grappig te vinden, zo'n verwilderde vrouw op de achterbank. Via de achteruitkijkspiegel zocht hij voortdurend oogcontact met me en als dat lukte, zei hij dingen als: “Bent u even door de mand gevallen mevrouwtje, met uw dure kleren en uw gelakte nageltjes…”

'Ik stelde teleur, ik maakte de beloftes die ik wekte niet waar, ik stelde niks voor, ik had nooit iets voorgesteld'

Hij legde de vinger op een heel zere plek. Hij verwoordde namelijk precies de gedachten die mij sinds mijn plotselinge ontslag kwelden: ik had alleen maar een rol gespeeld, ik had alleen maar gedaan alsof ik de perfecte manager was. Justin, mijn ex-werkgever, die ik net in het restaurant de huid had vol gescholden, had gelijk; ik stelde teleur, ik maakte de beloftes die ik wekte niet waar, ik stelde niks voor, ik had nooit iets voorgesteld. De honende lach van die agent sneed dwars door mijn ziel.

'Ik werd naar een cellencomplex buiten de stad gereden'

Bij het politiebureau aangekomen, werd ik overgeheveld in een ME-busje en naar een cellencomplex buiten de stad gereden. Maar liefst vijf agenten stonden me daar op te wachten: “Zo,” zei ik sarcastisch, “wat een ontvangstcomité.” Mijn grapje sloeg niet aan.

Opnieuw werd ik ruw beetgepakt en meegevoerd. Een vrouwelijke agent maande me tot kalmte. “Rustig mevrouw, straks doet u zichzelf en ons pijn.”

“Als jullie me nu eens als een mens gaan behandelen, ga ik me ook als een mens gedragen,” beet ik haar toe.

Na de blaastest, waaruit bleek dat ik te veel had gedronken om auto te rijden - wat ik überhaupt nooit van plan was geweest - moest ik mijn riem, mijn sieraden en mijn telefoon inleveren.

'Verschillende aangiftes? Ik kon mijn oren niet geloven'

Daarna werd ik naar een arts gebracht. Die vroeg of ik pilletjes wilde om rustig te blijven. “Wat gaat er dan gebeuren?,” vroeg ik gealarmeerd. Ik moest een nacht blijven, vertelde hij, er waren verschillende aangiftes tegen mij gedaan, maar het was nu te laat om een advocaat te laten komen en een verhoor af te nemen. Verschillende aangiftes? Ik kon mijn oren niet geloven.

Toen ik de cel zag, had ik meteen spijt dat ik het kalmeringsmiddel had geweigerd. Er was geen raam en geen klok, ik had dus geen idee van de tijd. Het enige waar ik wat aan kon aflezen, was de lamp, die na een tijdje op de nachtstand ging.

'Mevrouw, wij zijn niet van de politie. Wij weten niet waarom u hier zit'

Ik raakte enorm in paniek. Ik heb het eerste uur ik weet niet hoe vaak op de alarmknop gedrukt. Maar de bewakers konden me niet helpen. “Mevrouw, wij zijn niet van de politie. Wij weten niet waarom u hier zit, dat mogen wij ook niet weten.”

'Het idee dat anderen alle macht over mij hadden, vond ik onverdraaglijk'

“Maar,” riep ik wanhopig, “niemand weet waar ik ben! Mijn dochter is morgen jarig. Als ik haar niet bel, maakt zij zich vreselijk ongerust! Ik móet haar bellen!” Maar ze haalden alleen hun schouders op. Ik wist dat ik me er maar beter bij kon neerleggen, maar het idee dat anderen alle macht over mij hadden, vond ik onverdraaglijk. Ik schopte tegen de deur tot ik niet meer kon.

'Ik huilde om elk verlies, elke afwijzing, elke teleurstelling, elke vernedering'

En toen? Toen begon het huilen. Ik huilde zoals ik nog nooit in mijn leven had gehuild. Ik huilde om alles waar ik nog niet eerder om gehuild had; om elk verlies, elke afwijzing, elke teleurstelling, elke vernedering. Ik schrok ervan. Liep ik daar nog mee rond? Zat mij dat allemaal nog dwars? Maar hoe meer tranen er vloeiden, hoe helderder ik werd. Langzamerhand begon ik mijn gedrag in het restaurant in een heel ander licht te zien. Ik had hulp nodig.

'Maak je één domme beslissing, dan kan de situatie zomaar uit de hand lopen'

Nooit had ik gedacht dat een vrouw als ik - een vrouw met een onberispelijke achtergrond en zonder noemenswaardige problemen – in de gevangenis zou kunnen belanden. Ik weet inmiddels beter. Ben je op het verkeerde moment op de verkeerde plek, en maak je één domme beslissing, dan kan de situatie zomaar uit de hand lopen.

Aan die nacht in de cel heb ik een behoorlijk trauma overgehouden; nog geregeld schrik ik middenin de nacht wakker en moet ik even heel bewust tot me door laten dringen dat ik mij niet in een hermetisch afgesloten ruimte bevind.

'Ik let nu veel beter op de signalen en begrijp wanneer het tijd is om afstand en rust te nemen'

Toch heeft het me ook iets gebracht. De psycholoog die ik sindsdien bezoek, mede op aandringen van mijn advocaat die zei dat het mijn zaak goed zou doen, heeft mij doen inzien dat ik vanuit een diepgewortelde onzekerheid mijn gevoel was gaan negeren. Daardoor kon dat op onbewaakte ogenblikken zomaar de overhand nemen. Ik let nu veel beter op de signalen en begrijp wanneer het tijd is om afstand en rust te nemen.

'Die jeugdvriendin ben ik eeuwig dankbaar'

Ook heb ik ontdekt wat echte vriendschap is. Toen ik de volgende dag letterlijk op straat werd gegooid, belde ik de ex-collega met wie ik dacht een vriendschap te hebben opgebouwd. Die nam niet op. Ook mijn andere collega's gaven geen gehoor. Omdat ik het mijn ouders en kinderen niet wilde aandoen om mij voor de deur van een cellencomplex te moeten oppikken, belde ik een jeugdvriendin. Die kwam meteen, en dat niet alleen: ze is ook nog een paar dagen gebleven om me te helpen alles op een rijtje te zetten. Ik ben haar eeuwig dankbaar.

'Ik heb mijn excuses aangeboden en geprobeerd uit te leggen waarom ik zo door het lint ging'

Met de vrouw die ik een duw heb gegeven was gelukkig niets ernstigs aan de hand. Ze was alleen maar ter controle naar het ziekenhuis gegaan, omdat ze met haar hoofd tegen een stenen beeld aan was gekomen. Gelukkig stond ze open voor een gesprek.

Daarin heb ik mijn excuses aangeboden en geprobeerd uit te leggen waarom ik zo door het lint ging. Justin had mij zonder aankondiging op straat gezet en vervangen door haar. Toen ik hen samen aan een tafeltje zag zitten, tijdens mijn afscheidsetentje nota bene, was er iets in mij geknapt. Ze begreep het. Ze noemde Justin een slang.

'De schade aan het beeld heb ik inmiddels ruimschoots vergoed' 

De tweede aangifte was gedaan door de restauranteigenaar, die vooral boos was over de schade aan het beeldhouwwerk. Die heb ik inmiddels ruimschoots vergoed.

Helaas zijn de aangiftes niet meer ongedaan te maken, maar volgens mijn advocaat heb ik nog maar weinig te vrezen. Ik heb sinds die onfortuinlijke avond alleen maar goed gedrag laten zien en keihard aan mezelf gewerkt. Als het al tot een veroordeling komt, zal ik er waarschijnlijk vanaf komen met een voorwaardelijke taakstraf. Eerlijk gezegd vind ik alles goed, zolang ik die cel maar niet meer in hoef.' 

Foto © Getty Images. De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in