De ondernemer en ontwerper openhartig over haar jaar na Jan.

Bijna een jaar geleden overleed Jan des Bouvrie, maar voor zijn vrouw Monique voelt het niet of hij weg is. Met nieuw elan, passie voor haar vak en het leven zelf richt ze zich vol op de toekomst. Een keuze die ze eerder al maakte toen ze zelf ziek was: ‘NOW IT’S YOUR TIME!’

Ze zegt misschien iets te snel en iets te luid dat het ‘heel goed’ met haar gaat. Dat registreert ze zelf ook meteen. Monique des Bouvrie wil alles zijn, maar niet zielig. Dat is ze ook niet, daarvoor houdt ze te veel van het leven.

Ze is niet in een gat getuimeld na de dood van haar man, niet hulpeloos in een hoekje gaan zitten, niet gaan zitten wach­ten op redding.

Article continues after the ad

Redden doet ze zichzelf heel goed. Ze staat vol overtuiging met haar gezicht naar de toekomst, zoals haar goede vriend Leco van Zadelhoff het zo mooi ver­woordt. Met nieuwe levenslust staat de ontwerpster stevig overeind, compleet met een alweer bomvolle agenda.

Dat wil niet zeggen dat er geen verdriet is bij de vrouw die 34 jaar samen was met Jan des Bouvrie, de gelauwerde designer met wie ze bijvoorbeeld Het Arsenaal begon en dat tot een groot succes maakte.

Ze is vooral iemand met een eigen signatuur en een enorme wil om te (over)leven en te creëren

Het verdriet slaat op de vreemdste momen­ten toe, maar Monique is haar eigen per­soon, geen verlengstuk van de liefde van haar leven. Ze is vooral iemand met een eigen signatuur en een enorme wil om te (over)leven en te creëren. Van haar werk, ontwerpen, bedenken, inrichten, wordt ze intens blij.

Ook nu de man met wie alles begon, met wie ze twee kinderen kreeg en de hele wereld afreisde, er niet meer is. Jan was klaar om te gaan, vertelt ze. De desig­ner had prostaatkanker en nam na een lang ziekbed zelf de regie in handen.

Jan was klaar om te gaan, vertelt ze

Hij en Monique hebben daardoor heel bewust afscheid van elkaar kunnen nemen. Voor de ontwerpster bleek vervolgens, tot nie­mands verbazing, werk het beste medicijn tegen het verdriet. ‘Je moet door,’ licht ze haar eerdere te snelle ‘heel goed!’ toe.

Hoe is je leven veranderd na het overlijden van Jan?

‘Dat was eigenlijk al veranderd toen hij er nog was. In de laatste periode van zijn leven deed ik al heel veel dingen alleen. Hij was door zijn ziekte al tijden minder energiek en snel moe.’

Was Jan nieuwsgierig naar de dood?

‘Vroeger was hij er bang voor, maar ik denk dat hij er heel erg over heeft nagedacht. Doodgaan was voor hem uiteindelijk niet meer iets negatiefs. Het voelde als een bevrijding; zijn lichaam was hem tot last geworden. Het was klaar.’

Wat mis je het meest nu hij er niet meer is?

‘Mijn klankbord. Ik zou zo graag dingen met Jan willen kunnen overleggen. Dat mis ik ontzettend. Ik moet er nog aan wennen dat ik de dingen alleen moet doen, maar ik ben dankbaar voor de mooie, lange tijd die we samen hebben gehad. We waren 34 jaar bij elkaar.’

Heeft het feit dat je je lang op zijn dood hebt kunnen voorbereiden, het verlies gemakkelijker gemaakt?

‘Misschien wel. Het was aan een kant wel prettig om er langzaam aan te kunnen wennen, dat begon al een jaar voor zijn dood. We hebben gelukkig op een prachtige manier afscheid kunnen nemen.

Het zou kunnen dat iemand meer “echt weg” is als hij onverwacht sterft. Voor mijn gevoel is Jan namelijk helemaal niet weg, hij is juist heel sterk aanwezig. Hij is ook zo verweven met alles; met het werk, met mij, met onze kinderen.’

Wat voor band hebben jij en je kinderen nu jullie met zijn drieën zijn?

‘Een fijne, hechte band. We ondersteunen elkaar. Mijn zoon is mijn rots in het bedrijf; hij doet het financiële gedeelte en gaat over het vastgoed. Mijn dochter is fotografe en beheert onze kunstcollectie.’

Hoe belangrijk was het werk in jullie leven?

‘Het werk wás ons leven. Dat is altijd zo geweest. Werk en privé waren altijd met elkaar verweven en voor mij is dat nog steeds zo. Ik vind dat fijn, ik zie mijn werk ook niet als een baan. Het is het mooiste wat er is: dingen creëren waar anderen en jijzelf blij van worden.’

Wat tekent, als je erop terugkijkt, de relatie van jou en Jan?

‘Avontuur. Samen het avontuur aangaan. We ondernamen zoveel, gingen overal heen, naar beurzen in Milaan en New York, dat vond hij geweldig. Niet wikken en wegen, maar gewoon doen! Samen hadden we het altijd hartstikke leuk. We waren geen stel dat aan tafel zit zonder een woord tegen elkaar te zeggen. Uit die energie put ik nog steeds.’

In wat voor fase zit je voor je gevoel?

‘In een heel positieve. Ik ben een positief mens. Ik heb weleens een mindere dag, maar dan denk ik: morgen is het weer anders. En als ik hier in Het Arsenaal binnenkom, is het altijd fijn.’

Wat zijn je plannen op vakgebied?

‘Ik wil gewoon mooie dingen blijven maken en mooie projecten doen. Met mijn team ben ik nu de laatste hand aan het leggen aan het laatste huis dat Jan nog helemaal ontworpen heeft. Daarnaast ben ik met projecten bezig in het buitenland. We willen samen met een aantal fabrikanten een Legacy-lijn gaan uitbrengen. Jan heeft prachtige dingen ontworpen en die willen we met een kleine verandering een touch van nu meegeven.’

Jij en Jan scheelden twintig jaar, was dat leeftijdsverschil ooit een probleem?

‘Nee, maar ik ben wel heel angstig geweest dat hij eerder dood zou gaan dan ik, dat ik dan alleen zou zijn. Maar ik realiseerde me ook dat je niet in een glazen bol kunt kijken. Uiteindelijk is het enige waar het om gaat, het hier en nu. Ik heb geleerd heel erg in mijn eigen kracht te gaan staan. Daar was ik vroeger ook bang voor, maar je groeit. Het leven blijft een leerproces, als je ervoor openstaat. Ik leer elke dag weer, al was het maar door gesprekken die me inspireren.’

Wat is het belangrijkste dat je in de jaren met Jan geleerd hebt?

‘Hij heeft mij in het begin van onze relatie echt anders naar dingen leren kijken, naar kunst bijvoorbeeld. Hij haalde mijn sterke kanten naar boven.’

'Ik vind ook dat je altijd moet blijven werken aan het vernieuwen van dingen, het mag nooit een maniertje worden'

Wat zijn die sterke kanten?

‘Ik ben daadkrachtig, creatief. Dat zat er als kind al in. Jan zag dat ik een harde werker was, dat ik altijd doorga en niet opgeef. Nog steeds niet Ik vind ook dat je altijd moet blijven werken aan het vernieuwen van dingen, het mag nooit een maniertje worden. Je moet jezelf steeds opnieuw uitvinden.’

Je kreeg in 2001 Non-Hodgkin en bent heel erg ziek geweest, in welk opzicht heeft dat jou als mens veranderd?

‘Ik ben meer van mezelf gaan houden, mezelf meer centraal gaan stellen. Ik was daarvoor altijd bezig het iedereen naar de zin te maken en zette mezelf vaak op de tweede plaats.’

En de nieuwe Monique?

‘Die zei gewoon: “Nee, hier heb ik geen zin in. Dat doe ik niet.” Daar moesten heel veel mensen erg aan wennen. Jan ook. Die verzuchtte wel-eens: “Waar is de Monique van vroeger?” En dan zei ik: “Die komt niet meer terug”. Mijn ziekte was wat dat betreft een wake-up call.

Ik realiseerde me dat ik meer moest gaan genieten van mijn leven, op mijn manier. Zo van: en nou is het your time. Ik hou van het leven, het leven is voor mij heel waardevol. Ik geniet ook heel bewust van dingen, van de natuur bijvoorbeeld. Dat is zo verrijkend.’

Wat veranderde er op werkvlak?

‘Dat ik van de daken ben gaan schreeuwen wat ík allemaal deed. Dat ik niet meer – letterlijk – áchter Jan ging staan. Dat is heel goed geweest voor mij.’

Niet voor Jan?

(Lacht) ‘Jan vond het heel vervelend dat bij mij altijd alles haast had. Maar je weet niet hoe het er volgend jaar voorstaat. Dat bedoel ik met: het gaat om het hier en nu.’

Heb je wel altijd de credits gekregen die je verdiende?

‘Ik heb ze mezelf gegeven, ik weet wat ik kan.’

Wat betekent passie voor jou?

‘Alles, want alles draait om passie in het leven. Om dingen doen en niet wachten. Ik sta ook constant aan, zodra ik wakker ben. Je moet jezelf blijven verrassen en dingen met liefde neerzetten. Alles heeft met liefde te maken, of je nou een tafel dekt of een tafel ontwerpt.’

Leg je jezelf als je dingen ontwerpt een kwaliteitskeurmerk op?

‘Mijn gevoel is mijn keurmerk. Als ik er blij van word, dan is het goed. Ik maak dingen altijd eerst in het klein, mijn lampencollectie bijvoorbeeld hebben we gewoon gebouwd met karton, niet plat van een tekening, want dat geeft niet die emotie. Dat is de beste manier. Ik heb niets met trends en het hoeft ook niet per se mooi te zijn. Als iedereen iets mooi vindt, dan klopt er iets niet.

Of misschien klopt het dan wel te veel. Er moet altijd ruimte blijven voor discussie. Synergie van verschillende werelden die bij elkaar komen, antiek en hypermodern. Het is een gevoel waar je naar kijkt. Als ik een interieur voor iemand maak, dan moet het me een goed gevoel geven. Als dat zo is, dan weet ik zeker dat de opdrachtgever dat ook voelt.’

Je bent altijd druk, je hele leven al. Hoe deden jij en Jan dat vroeger met jullie kinderen?

’s Avonds waren we heel vaak weg, maar we hadden heel goede oppassen, die de boel perfect regelden voor de kinderen. Het enige wat we altijd samen deden, was ontbijten en ik maakte altijd de lunchpakketjes. Ik ben zelfs weleens vergeten de kinderen uit school te halen, dat krijg ik nóg te horen. Maar ik denk dat iedere werkende moeder dat herkent.’

Jullie wilden wel heel graag kinderen samen?

‘Jan had al kinderen uit zijn eerste huwelijk, maar ik nog niet, en ik wilde ze heel graag. Toen mijn dochter Bo werd geboren, dacht ik: wat is dit een verrijking. Later, met onze zoon Jan, voelde ik dat weer net zo, het is een enorme verrijking van je relatie en van je leven.’

Kun je je voorstellen dat er een nieuwe man in je leven komt?

(Snel) ‘Ik kan me er niets bij voorstellen. Nou ja, ik denk dat zoiets je moet overkomen, maar ik ben er totaal niet mee bezig. Wat ik belangrijk vind, is dat je als persoon zelf krachtig in het leven staat. Het is alleen maar een mooie bijkomstigheid als je iemand tegenkomt die aanvullend werkt, met wie je het leuk hebt.’

Je bent nu 58, heb je moeite met ouder worden?

‘Met het getal heb ik wel moeite. Maar dan kijk ik naar mijn moeder en die ziet er op haar 79ste geweldig uit. Ook doordat ze nooit het meisje in zichzelf is verloren.’ Monique zegt dat ook tegen haar moeder in Als ik heel eerlijk ben, het Moeder & Dochter-boek van Tamara Gijrath.

Jij zegt in datzelfde gesprek bang te zijn het meisje in jezelf te verliezen. Vanwaar die angst?

‘Door dat immense verantwoordelijkheidsgevoel van mij. Dat volwassen moeten zijn, dat verstandig moeten rea-geren op dingen. Dat hoeft van niemand, hoor, ik doe het zelf.

Ik wil eigenlijk heel graag lachen, weer stomweg in een deuk liggen. Maar dat moet ik, met alles wat ik nu heb meegemaakt, weer zien terug te krijgen en dat heeft tijd nodig.’

Je kijkt met zin naar de toekomst?

‘Ja, ik verheug me erop weer op reis te kunnen gaan, lekker in ons huis in Frankrijk te kunnen zijn. Jan was daar gelukkig, ik ben dat ook. Ik zie er niet tegenop om daar zonder hem te zijn. In je leven verzamel je herinneringen en bij mij voeren de mooie de boventoon.’

Deze productie heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan (c) Nouveau / DPG Media 2021

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in