De musicalster kijkt terug op een tijd vol hoogte- en dieptepunten.

Het is donderdagmiddag half vijf, ruim drie uur voor het begin van Diana & Zonen, als de hoofdrolspeelster van die voorstelling via de artiesteningang naar binnen loopt.

Drie verdiepingen hoger in het DeLaMar-theater prijkt sinds enkele weken een grote foto van Marlijn Weerdenburg (38), gemaakt door Koos Breukel. De geportretteerde zelf is echter nog niet gaan kijken. ‘Te confronterend,’ zegt ze aarzelend. Toch slaat ze de suggestie om er dan samen naartoe te lopen niet af.

Article continues after the ad

Vier trappen later staat ze stil: ‘O, daar, kijk! Jeetje ja, het is... Ik had ’m wel in het klein gekregen, maar zo groot is ie zowel schitterend als inderdaad heel confronterend. Hij laat zo zien waar ik nu sta.’

En misschien waar je stond toen de foto werd gemaakt?

‘Ook dat. Hij is vier maanden na de dood van mijn moeder gemaakt.’

Vooral de blik in je ogen valt op.

‘Kwetsbaar, maar gelukkig ook sterk. Er zit nog wel iets van mijn brutaliteit en lef in. Zo van: kóm maar. Tegelijkertijd is het verdriet zo aanwezig.’

Wilde je daarom niet kijken?

‘Ja. Omdat ik dat verdriet eigenlijk niet wil zien. Ik vóél het al. En dan is het ook nog eens vastgelegd en hangt het levensgroot in een theater.’

Het is in de week van het gesprek precies een halfjaar geleden dat haar topfitte en pas vijfenzestigjarige moeder Sjanie uit het niets werd getroffen door een hersenbloeding.

Marlijn is op dat moment hoogzwanger: vijftien dagen later wordt haar tweede zoon Sammie geboren. Nog geen drie maanden daarna beginnen de zeer intensieve repetities voor Diana & Zonen, waarin ze haar grootste rol tot nog toe speelt en haar meisjesdroom verwezenlijkt: de hoofdrol in een musical.

Het lijkt me zo dubbel. Hier droomde je van, jouw foto die daar nu hangt tussen prominenten uit de theaterwereld, maar tegelijker­tijd...

‘Op allerlei manieren is dit een jaar van uitersten voor me. Een kind krijgen, zo’n rol mogen spelen, maar óók iemand verliezen die zo belangrijk voor je is. Het is zo lastig met elkaar te rijmen.’

Hoe voel je je op dit moment?

‘Ik denk dat ik de shock nog niet helemaal te boven ben. Ik was erbij toen mijn moeder instortte en vanaf dat moment heb ik alleen maar gehandeld. De hulpdiensten bellen, ’s nachts bij haar waken in het ziekenhuis, vervolgens het regelen van de crematie en een week na de uitvaart moest ik alweer klaar zijn om een kind te baren. En toen Sammie twaalf weken was, stond ik zes dagen per week hele dagen lang te repeteren.’

Een van de zeldzame keren dat Marlijn haar moeder zag huilen, was toen prinses Diana overleed, op 31 augustus 1997. ‘Ze huilde nooit om dingen die in het nieuws gebeurden, maar vond het zó erg dat Diana verongelukte. Ik was destijds veertien jaar, had geen idee. Maar ik weet nog wel heel goed hoe ik haar ineens zag huilen, op de bank voor de televisie.’

En nu speel jij avond aan avond een moeder van twee zonen die veel te jong en plotseling sterft. Hoe doe je dat zonder in te storten?

‘Toen mijn moeder net was overleden, dacht ik: ik ga het afzeggen. Ik kan het niet en moet het ook helemaal niet willen. Maar mijn vader zei al snel dat ik het wél moest doen – alleen al voor mijn moeder. Ook in periodes dat mijn carrière niet zo lekker liep, bleef zij zeggen: “Jij kán het!”

En ook mijn vriend Paul was duidelijk. We hadden al geregeld dat hij in de eerste maanden fulltime bij de kinderen zou zijn, dus hij vond dat ik het op z’n minst moest probéren.

Die eerste week repeteren verliep echt dramatisch. Meteen bij de allereerste zin die ik moest zingen, begon ik te huilen en het is die hele week blijven stromen. Wat doe ik hier?, dacht ik voortdurend. En daarna elke avond met knallende migraine naar mijn baby toe, die ik zo ontzettend miste. Maar Paul was streng: “Je gaat gewoon, je móét, doorzetten!”

En mijn geweldige regisseur Frank Van Laecke verzekerde me dat die tranen echt op een gegeven moment zouden stoppen. Uiteindelijk ben ik zes weken lang blijven huilen en doe ik dat soms nog, tijdens een optreden.

Maar ik ben er niet meer bang voor omdat ik weet dat ik ondanks de tranen kan doorzingen. En door al dat huilen ben ik die vuurbal in mijn lijf kwijt. Dus de meest rauwe randjes zijn eraf, al ben ik aan de herinneringen nog helemaal niet toegekomen.’

Je goede vriendin Basha de Bruijn vertelde dat ze zich na de geboorte van je eerste zoon Teun meer zorgen om je maakte dan nu. Je had toen net een grote verbouwing in huis gedaan, je had niet het werk dat je wilde en de bevalling was heel zwaar.

‘Ik was toen zeker meer de weg kwijt dan nu. Teun huilde veel, sliep heel weinig en ik had geen idee wat ik met hem aan moest. We begrepen elkaar gewoon niet.’

Zou je het een postnatale depressie noemen?

‘Ik heb moeite met labels, dus heb het nooit zo willen betitelen, maar misschien was het dat wel. Het had er in elk geval alle kenmerken van. Daarom was ik nu ontzettend bang dat het me weer zou overvallen. Maar het gekke is dat dat helemaal niet gebeurde.

Mijn moeder is altijd heel rustig en in control geweest met kinderen. Soms heb ik het gevoel dat haar rust een deel van mij is geworden. Ook tijdens de geboorte van Sammie: ik voelde dat ik het kón, dat mijn lichaam sterk was, ondanks al het verdriet. En Sammie is zo’n vrolijk, makkelijk en licht kind, alsof hij mij een handje helpt in deze periode.’

Jij sliep, 38 weken zwanger, bij je ouders thuis toen je moeder plot­seling niet goed werd. Hoe was die dag geweest?

‘Heel mooi. Het was prachtig weer, mijn moeder had samen met Teun op de trampoline in de tuin staan springen. Ik was er lekker bij gaan zitten, op haar advies. Tot die tijd had ik gewerkt, maar zij zei: “En nu is het klaar, de laatste twee weken voor je bevalling doe je niks meer.”

Ze had lekkere hapjes gemaakt, ’s avonds spaghetti. Na het eten is ze nog een rondje gaan wandelen. Er was niets dat erop wees dat er iets naars zou kunnen gebeuren. Ik lag al in bed toen ik beneden geluiden hoorde. En uiteindelijk is mijn moeder weggegleden in mijn armen.

Dat was zo heftig dat ik overweeg daar EMDR-therapie voor te doen. Tegelijkertijd ben ik zo blij dat ik haar nog heb kunnen geruststellen en lieve dingen tegen haar heb kunnen zeggen.’

Ze raakte in een coma waar ze niet meer uit is gekomen. Vanwege de coronaregels mochten jullie niet tegelijkertijd bij haar in het ziekenhuis zijn. Heb je voor je gevoel wel echt afscheid van haar kunnen nemen?

‘In die week kreeg mijn moeder een aantal hersenbloedingen over elkaar heen, dus in samenspraak met het medisch team moesten we besluiten dat het klaar was. Daarna hebben we gelukkig allemaal nog bij haar kunnen zijn.

En na haar over­lijden heeft ze vijf dagen thuis opge­baard gelegen. Voor anderen klinkt dat misschien stom, maar wij vonden het heel fijn om haar nog zo bij ons te kunnen hebben. Omdat het voor ons een manier was om toch nog een soort afscheid te kunnen nemen. Ik heb tegen haar gepraat, af en toe een hand door haar haar gehaald. Als mijn vader en ik zaten te eten, zeiden we: “Nou mam, het is lekker hoor.”

Voor Teun was het ook goed. Mijn moeder en hij waren zoveel samen geweest en het idee dat hij zich haar later niet meer zal her­inneren, kan ik eigenlijk nog niet aan.

Het medisch personeel adviseerde ons hem te betrekken in het proces. Het was zo schitterend om te zien hoe die peuter met haar omging. Hij ging steeds knuffels op zijn oma leggen, haar kusjes geven. Daardoor begrijpt hij nu beter wat er is gebeurd.’

Ruim zes jaar geleden hadden jullie als familie een zware tijd omdat jouw vader meermalen kanker kreeg, nu overleed je moeder plot­seling. In een eerder interview zei je: ‘Ik heb altijd gedacht dat ik in een hoek zou gaan liggen als een van mijn ouders overlijdt, en een jaar lang niet meer zou opstaan.’

‘Maar nu is het gebeurd en leef ik gewoon door. Gek hè? Ik snap er nog steeds helemaal niets van. Schaam me er zelfs weleens voor. Dan vraag ik me af wat anderen ervan denken dat ik gewoon weer sta te werken, vrolijke dingen op Instagram post, dat ik lach en af en toe gelukkig ben.

Maar het verdriet is zo groot dat als ik eraan had toegegeven... Ik heb voor mezelf gekozen en gedacht: ik móét door, anders kom ik er niet meer uit. Vroeger heb ik fases gekend waarin ik zwaarmoedig was en het leven me niet meer zo goed lukte. Ik wil daar per se niet weer in verstrikt raken. Dus als ik het gevoel helemaal toelaat, ben ik weg. Dan kan ik ook niet meer voor de kinderen zorgen.’

Een slok van de cappuccino die inmid­dels koud is geworden, gefriemel aan haar witte blazer. ‘Aan de ene kant keek ik heel erg uit naar de première van Diana & Zonen, maar ik zag er ook zó tegenop. Ik was heel erg bang voor het moment dat ik mijn vader alleen in de zaal zou zien zitten en om na die beladen avond volledig in te storten. Maar dat is dus niet gebeurd.’

Tijdens die première droeg ze een ring van haar moeder – zoals ze dat nu altijd doet tijdens spannende momenten of op moeilijke dagen.

‘Ik vind het lastig als mensen me adviezen geven over hoe te rouwen. Er zit vaak iets dwingends in. Of dat ze zeggen: “Die klap komt nog wel, hoor!”

Alsof je goed en niet goed kunt rouwen. Ik ben liever praktisch bezig. Samen met Jelka van Houten heb ik een sieraad ontworpen waar wat as van mijn moeder in wordt verwerkt. Daarnaast helpt sporten mij ontzettend. Je piekert even niet, maakt gelukstofjes aan en het geeft je het gevoel van controle terug dat je kwijtraakt in zware tijden.’

Verdriet overvalt je vaak op momenten dat je het niet verwacht of wanneer je even alleen bent...

‘Maar die momenten heb ik bijna niet. Paul zegt het ook geregeld: “Je móét even iets alleen doen.” Maar ik bén nooit alleen.’

Met opzet?

‘Stiekem misschien wel een beetje. Vorige week nam Paul de kinderen mee, zodat ik tijd voor mezelf zou hebben. Toen riep ik: “Maar ik wil juist niet alleen zijn!” Als mijn gezin bij me is, is het veilig. Dan moet ik zorgen en ben ik met hen bezig. Dus ja, ik vind het nu nog eng om alleen te zijn. Omdat ik het verdriet dan moet aangaan.’

Krijg je er professionele hulp bij?

‘Een psycholoog helpt me om toch bij het gevoel te komen. Ik merk dat het zich direct fysiek uit als ik met mijn moeder bezig ben. Ik word misselijk, begin te trillen, ben licht in mijn hoofd. Dan weet je dat het er toch uit moet.

Vanochtend was ik wel even anderhalf uur alleen en toen heb ik een brief aan mijn moeder geschreven. Ik hemel haar altijd best wel op, dat heb ik altijd gedaan, maar er zijn ook dingen die ik nog wel met haar had willen bespreken, maar niet ben aangegaan. Door het op te schrijven, doe ik dat alsnog.

Vroeger belde ik voor elk wissewasje mijn moeder: “Hoe krijg je die vlek eruit? Moeten sperziebonen nou tien of twaalf minuten koken?” Nu zij er niet meer is, moet ik het zelf doen. En dat dat ook lukt, geeft rust.

Wat daarbij wel helpt, is dat mijn vader eigenlijk mijn vader en moeder in één is geworden. Ik bel nu hém elke dag, bespreek met hem alles wat ik voorheen met mijn moeder deed. Hij is bovendien fantas­tisch met de kinderen. Dus ergens is er ook weer een nieuwe angst: wat nou als híj doodgaat? Krijg ik het dan niet alsnog dubbel om mijn oren?’

Ondanks twee kinderen, het verlies van je moeder en die zorgen heb je wat betreft je ambities niets ingeboet.

‘Nee, al vond ik het in de repetitieperiode van Diana wel lastig. Met een baby van pas twaalf weken zes dagen per week aan het werk zijn. Schuldgevoel! Er schoot van alles door mijn hoofd: ben je wel een goede moeder als je dat doet? Tegelijkertijd wist ik dat er een rustiger periode op zou volgen. Ik speel nu van donderdag tot en met zondag, hoef pas om halfzes ’s avonds thuis weg. Dat scheelt.’

Waar komt die ambitie vandaan?

‘Het ondernemerschap van mijn vader zit ook in mij en mijn zus. Wij zijn allebei zó ambitieus. Tegelijkertijd was het bewijsdrang naar de kinderen die mij vroeger hebben gepest. Al is de tijd voorbij dat ik het doe om aan hen te laten zien: lekker puh, het is me toch gelukt. Ik doe het alleen nog voor mezelf. Van huis uit heb ik dat ook meegekregen. Als het tegenzit, zorg dat je er iets mee doet. Bij elke deur die dichtgaat, denk ik: wácht maar, ik kom er toch wel.’

Over Marlijn

Marlijn Weerdenburg (1983) is actrice, presentatrice en zangeres. Ze studeerde muziektheater aan het Brabants Conservatorium en liep stage bij Herman van Veen. Daarna deed ze de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie.

Met Helge Slikker vormde ze lange tijd de band Miss Molly & Me. Intussen speelde ze ook als alternate in de musical Hair en had ze tweehonderd voorstellingen een hoofdrol in Soldaat van Oranje.

Vier seizoenen lang speelde ze de titelrol in tv-comedy Danni Lowinski. Daarna volgden meerdere programma’s, zoals Wie is de Mol? (in 2015, ze haalde de finale), It takes two, Broodje gezond, Marlijn: de dolende dertiger, De nieuwe lekkerbek en Moltalk.

In maart 2020 verscheen haar debuutalbum MARLIJN. Na tien jaar zonder musicals speelt ze nu de hoofdrol in Diana & Zonen, zodra de theaters weer open mogen.

Marlijn woont samen met haar vriend, freelance geluidsman Paul Broers, in Amsterdam. Ze hebben samen twee zonen, Teun (4) en Sammie (0).

Dit interview heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan (c) Nouveau / DPG Media 2022

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in