De alleskunner over lust, humor, pubers en het heft in eigen handen nemen.

'Doe het nu! Zeker als je de vijftig al hebt aangetikt. Dat is het advies van actrice, producent en auteur Maike Meijer (55) die haar boek 'Wen er maar aan' in eigen beheer uitbracht. 'Wat overeind blijft, is het gevoel dat je het hebt aangedurfd.' Lekker lang lezen over deze bijzondere powervrouw.

Een rustig straatje in de Amsterdamse Watergraafsmeer, Maike Meijer – lange zwarte trui, strakke zwarte broek en zwarte laarzen – zet koffie. Intussen wijst ze op de gietvloer, waar iets plakkerigs doet herinneren aan het verjaardagsfeest dat haar jongste zoon Mo (17) afgelopen weekend gaf: 'Vijf­enveertig pubers. Er lag chips in bed, er stond een halve fles Fernandes in de douche en op de spiegel zat een wimper geplakt.' Rollende ogen: 'Ik wéét niet hoor...'

Article continues after the ad

Zelf vierde ze ook feest. Haar in oktober 2020 verschenen boek Wen er maar aan, haar debuut, is een mega­succes: 130.000 exemplaren verkocht, 52 weken in de bestsellerlijst, 16 her­drukken. 'Vanwege die kloterige corona hadden we het nog steeds niet kunnen vieren. Nu deden we dat alsnog, met veel cocktails en lekker eten.'

Terwijl ze de koffie op tafel zet: 'Ik weet nog dat ik vorig jaar in de Bijenkorf liep om iets moois te zoeken voor de uitrei­king van de NS Publieksprijs, waarvoor ik was genomineerd. De telefoon ging: we hadden 100.000 boeken verkocht. Ben ik toch even naar boven gegaan om een gebakje te eten. Zat ik daar, in m'n eentje, huilend boven een tompouce.'

Vanuit carrièreperspectief zijn er ogenschijnlijk weinig overeenkom­sten tussen de bestsellerauteur Maike Meijer en de hoofdpersoon uit haar boek, de werkloze actrice M., die nog steeds hoopt op een glansrol, maar door de medewerker van het UWV wordt gewezen op een vacature in de Efteling, om zo haar WW te kunnen behouden.

De echte Maike is medeschrijver en co-producent van het veel gelauwerde Toren C, dat inmiddels ook aan Canada en Frankrijk is verkocht, heeft al bijna tien jaar een lucratieve deal met super­marktgigant Jumbo, schreef en gaf een boek uit (in eigen beheer, waardoor ze er een aanzienlijk hoger bedrag in royalty's aan overhoudt dan auteurs die met een traditionele uitgeverij werken) en schrijft inmiddels al voorzichtig aan een opvolger plus verfilming.

Meijer nam dus het heft in eigen handen. Kleine kanttekening: 'Toch heb ik net als de hoofdpersoon in mijn boek ook jarenlang van een uitkering moeten leven. In mijn vak red je het gewoon niet zonder de WW.'

Zelfs niet wanneer je cum laude afstudeert én wordt uitgeroepen tot meest veelbelovende student van de opleiding?

'Nou ja, ik heb natuurlijk zelf heel lang gehoopt dat ik inderdaad een groot en veelgevraagd actrice zou worden. Maar intussen werd ik bij audities vooral afgewezen. En is het dus écht gebeurd dat iemand van het UWV sug­gereerde dat ik dan maar een rol in de Efteling moest aannemen.

Dat is best een knauw voor je ego, als je verdomme cum laude bent afgestudeerd en hebt gespeeld in stukken van Shakespeare, Ibsen en Beckett. Maar ja, het begin was dus veelbelovend, daarna begon het geploeter.'

Je hebt over het verschil tussen jou en Carice van Houten, met wie je een scène speelde in film De Ge­lukkige Huisvrouw, weleens ge­zegd: 'Naar haar wil je kijken, bij mij ga je toch even koffiezetten.'

'Daar maak ik mezelf een beetje te klein mee, vind ik nu, en dat gaat ook meer om de kracht van Carice als camera-actrice. Die kon de hele tijd op haar telefoon zitten en als er dan iemand 'actie' riep, schoot ze meteen vól in de tranen. Dat kan ik niet, ik ben meer van het groot acteren, wat je op het toneel doet.'

Acteurs zitten vaak in de spreek­woordelijke kaartenbak met colle­ga's van min of meer dezelfde leef­tijd en met min of meer hetzelfde uiterlijk. Wie zaten er met jou in die rolodex?

'Monic Hendrickx, Rifka Lodeizen, Susan Visser en later Halina Reijn. De donkerharige bak. Gelukkig ben ik uit­eindelijk zo slim geweest om te denken: ik ga niet langer naast de telefoon zitten wachten tot er wél een klus doorgaat, ik ga gewoon zelf iets maken.

Dat is Toren C geworden, omdat ik vond dat er in Nederland nog geen leuke komedie was die echt vér ging. Uit diezelfde vorm van humor is ook Wen er maar aan ontstaan.'

Een vorm van humor die expliciet is, met veel ongemak, tragikomisch en vaak pijnlijk herkenbaar.

'Omdat ik nu nadenk over de filmversie van het boek, probeer ik scènes die zijn beschreven in het boek om te zetten in beeld. Dat valt nog niet mee: veel speelt zich af in het hoofd van hoofdpersoon M. Bijvoorbeeld als ze voor de spiegel staat en denkt: vroeger zeiden mensen dat ik op Sandra Bullock leek, nu is het eerder Mart Smeets.'

Of de even hilarische als pijnlijke scène waarin M. een oude Tarzan vindt en denkt: Tarzan werkte in­derdaad fantastisch, alleen Koos kon er niet tegenop. Binnen tien seconden kwam ik met Tarzan klaar, terwijl Koos soms zo lang bezig kon zijn dat ik de krant al op de mat hoorde vallen.

Breeduit lachend: 'Precies. Dat kun je niet verbeelden.'

Je durft heel schaamteloos te zijn, zowel in Toren C als in je boek. Je laat de vetrollen op je buik zien, schrijft over droge vagina's, corri­gerend ondergoed, een gebrek aan seksdrive en stinkende scheten. Het lijkt jou niet uit te maken te worden vereenzelvigd met een vrouw die niemand wil zijn.

'Omdat daar nu eenmaal de komedie zit. Ik zou mezelf volstrekt ongeloof­waardig maken als ik zulke dingen zou maken en intussen zelf alles liet weg­spuiten of opstrakken. Dokter Prik komt in het boek voor en daar ben ik echt weleens geweest, maar dat is lang geleden en ik denk eigenlijk niet dat ik nog zal gaan. Ook omdat ik het verval wel mooi vind: dat je hangtieten krijgt, of bang bent dat je ruikt, ik vind dat grappig. En humor is altijd mijn medicijn geweest, ook in de periode dat ik thuiszat met een burn-out. Moeilijke dingen worden nu eenmaal lichter als je erom kunt lachen.'

De Koos in het boek komt er niet altijd goed vanaf. Hij heeft vijftigerstietjes, een verslaving aan bastognekoeken en een geslacht dat lijkt op 'een Rien Poortvliet-kabouter, alleen dan zonder muts­je'. Was jouw Marc daar blij mee?

Grijnzend: 'Marc werd door onze vrienden natuurlijk meteen Koos genoemd. Maar ik zeg er altijd bij dat het boek lósjes op de realiteit is gebaseerd. Al zijn er inmiddels echt veel mannen geweest die tegen me hebben gezegd dat het angstaanjagend is hoeveel ze van zichzelf in het boek herkennen.'

De verminderde zin in seks is een terugkerend onderwerp in Wen er maar aan.

'Ik denk dat daar bij veel stellen grote schaamte omheen hangt. En dat we met z'n allen krampachtig vasthouden aan iets waarvan we vínden dat het er nog zou moeten zijn. Ook mannen: die denken te moeten voldoen aan het plaatje van de man die altijd maar wil. Terwijl ze intussen misschien liever gewoon het sportkatern lezen.

'Ik was vroeger honderd keer geiler dan nu – dat ís nu eenmaal zo'

Ik was vroeger honderd keer geiler dan nu – dat ís nu eenmaal zo. Het gevoel dat je zoveel zin hebt dat je de ander nú op de keukentafel wil pakken. Fucking slecht bedacht dat dat op een gegeven moment verdwijnt. Ik mis dat ik het mis, en dat is pijnlijk. Voor mij zit de bevrijding die ik nodig heb dan in de lach.'

Jouw goede vriendin Heleen zei: 'Het moeilijkst van ouder worden vindt Maike dat haar kinderen zelfstandig worden en afstand ne­men. Wat betreft het fysieke heeft ze een knop in haar hoofd omge­zet: dat is nu eenmaal part of the deal.'

'Zo denk ik er inderdaad over. En ik hou erg van mijn eigen lichaam. Het is jammer dat mijn vel slapper wordt, tegelijkertijd zit ik daar niet echt mee. Als kind had ik een dikke bril en zowel een binnen-als buitenboordbeugel omdat mijn tanden zo erg vooruit stonden dat je er een jas aan kon ophangen. Toch heeft dat mijn zelf­beeld niet erg verstoord. Ik heb altijd vrij veel zelfvertrouwen gehad.'

Je was een rustig kind, toch?

'Ik trok me liever terug in mijn eigen wereld, ja, en dat doe ik nog. Ik lijk wel heel extravert, maar in groot gezel­schap sla ik op slot als een oester. Ik heb ook geen grote sociale kring. Een aantal dierbare vrienden, dat is voor mij genoeg.'

Je ouders waren hippies. Heeft het daarmee te maken?

'Het is zeker toen ontstaan. Er kwamen bij ons veel mensen over de vloer, mijn ouders gaven vaak feesten. Dat was ontzettend gezellig, maar ik heb me er ook altijd aan onttrokken. Terwijl zij heel druk waren met elkaar, zat ik in de hoek te tekenen, puzzelen of schrijven. Ik heb dozen vol dagboeken met heel slechte gedichten over eenzaamheid. Ik dacht toen vast dat ik de nieuwe Kopland was, maar het diende ook als uitlaatklep.'

 Je ouders zijn al zestig jaar samen; ze hebben die hippietijd overleefd.

'Om ons heen gingen veel stellen uit elkaar. Mijn ouders inderdaad niet, maar als kind heb ik hun strijd wel gevoeld. Allemaal leuk bedacht, die seksuele vrijheid, maar het was vooral leuk voor de mannen. Ik zag het verdriet van mijn moeder, waar ze nu overigens heel geestig over kan vertel­len.

Zij en ik gaan elk jaar samen een paar dagen weg naar een leuk hotel aan zee. We drinken enorm veel wijn en vervolgens komen de verhalen – die ik allemaal opschrijf. Dat mijn vader haar uitzwaaide als ze met een andere man op stap ging en hij vervolgens gewoon de schuur lekker in de verf zette. Zelf had hij er ook een vriendin naast, die bij ons bleef slapen. Als hij 's ochtends koffiezette, kroop ik tussen die twee vrouwen in. Ik herinner me dat vooral als heel gezellig. Als kind weet je niet beter, dus je hebt er geen oordeel over.'

Maar van de weeromstuit koos jij wel voor een heel ander leven. Monogaam, al vijfentwintig jaar met dezelfde man.

'En ik ben heel preuts, terwijl mijn ouders nudisten zijn. Het is in elk geval opvallend dat door mijn leven een rode draad van keurigheid loopt. Geen drugs of seksuele escapades, matig met drank. Niet dat ik de hele tijd op de rem moet staan, ik bén gewoon een braverik. Ik vind het fijn als het leven hanteerbaar en overzichtelijk is. Dat is misschien ook de controlfreak in mij. Maar ja, inmid­dels heb ik een puber van zeventien en moet je toch leren loslaten. Dat vind ik lastig. Onze oudste, Thor, is eenentwin­tig en het huis al uit. Maar ik mis hem vaak nog zó erg.'

Volgens Heleen ben jij het geluk­kigst als jullie met z'n vieren bij elkaar zijn. En zit je daardoor nu in een moeilijke fase.

'Dat klopt. Thor was vorige week jarig en we gingen naar zijn feestje. Dat was hartstikke gezellig, maar dan is het toch eigenlijk niet de bedoeling dat je als ouders 's avonds nog blijft. Ik begrijp dat helemaal, maar je denkt wel: waarom is het zo kórt geweest? Een jaar of twintig zijn ze bij je – en dan? Wat blijft er daarna van je over?'

Weet je het antwoord?

'Nog niet. Je moet jezelf in elk geval opnieuw uitvinden. En elkáár, omdat je met z'n tweeën achterblijft. Wie waren wij ook al weer samen, wat worden onze toekomstplannen?'

Heb je dan iets aan relatiethera­pie?

'In het verleden wel, toen de kinderen nog jong waren en we elkaar even totaal uit het oog verloren. Zo'n the­rapeut gaat je dan met een heel vroom gezicht aanraden om met een flesje wijn en wat kaas erbij 's avonds qualitytime voor elkaar te maken.

Waar wij ontzet­tend om moesten lachen, maar dat mag dan weer niet omdat je daardoor 'bij de intimiteit weggaat'. Maar goed, door die stomme wijn en die verrekte kaas neem je tóch tijd voor elkaar. Waardoor je weer eens de slappe lach krijgt of elkaar juist fysiek gaat opzoeken, wat dan allang niet meer was gebeurd omdat je eigenlijk al heel lang te moe bent om te vrijen.'

Terwijl Marc en Mo zo stil mogelijk langslopen om boodschappen te gaan doen: 'Als Marc en ik dan zo samen wegrijden bij Thor en we hebben hem ontzettend gelukkig met zijn nieuwe vriend gezien, zitten we allebei met een enorme smile in de auto. Zoiets deel je dan ook heel erg sámen. Dat is natuur­lijk hartstikke waardevol van bij elkaar blijven als je een gezin hebt.'

Thor is in jouw voetsporen getre­den. Hij begint net aan de Toneel­school, maar heeft al grote rollen gespeeld, bijvoorbeeld in de serie Oogappels en de film De belofte van Pisa.

'Het grappige is dat Thor wél heeft wat ik als actrice dus miste: met ogenschijn­lijk niksdoen zo aanwezig zijn op beeld. Overigens is Mo heel goed in typetjes, maar die heeft anders dan Thor en ik niet veel met kunst en theater.'

Mo is als kind heel ziek geweest...

'Hij bleek het Guillain-Barré syndroom te hebben, maar het duurde lang voordat dat duidelijk werd. Het is een auto-immuunziekte die de spieren één voor één lamlegt en kan opkruipen tot de hartspier. Mo was drie toen hij van het een op het andere moment niet meer kon lopen en door zijn heup zakte. Het werd steeds erger en intussen kwamen de artsen er niet achter wat het was.

'Mo gaat genezen en komt er helemaal bovenop, maar voor jullie zal dit altijd een trauma blijven'

Toen de uiteindelijke diagnose werd gesteld, heeft hij lang moeten revalideren. Ik weet nog dat de kinderarts tegen ons zei: 'Mo gaat genezen en komt er helemaal bovenop, maar voor jullie zal dit altijd een trauma blijven.' En dat klopt.

Hij is inmiddels heel sportief en denkt nooit meer aan die periode, terwijl de doods­angst die we om hem hebben uitgestaan bij mij een gevoelige plek blijft. Die weken zijn de angstigste van mijn leven geweest. De doorwaakte nachten in het ziekenhuis, het niet-weten, de angst die Marc en ik in elkaars ogen zagen.

Ik voel nu dat Mo er klaar voor is om zijn vleugels uit te slaan en net als Thor op eigen benen verder te gaan. En dat móét ook, maar mijn ziel schreeuwt: Blíjf nou nog even.'

Tot slot: Wat weet je nu, als bijna vijfenvijftigjarige, dat je liever eer­der had geweten?

'Dat als je kinderen afstand nemen, met ze stoeien een manier is om de inti­miteit toch nog een beetje te behouden. En: Doe Het Nu. Met hoofdletters. Veel mensen hebben net als ik last van uitstelgedrag, maar na je vijftigste geldt: als je nog dromen en plannen hebt, begin met de uitvoering ervan! Biologisch gezien gaat de tijd dringen, dus benut alle tijd die er nog is. Hóé maakt niet uit. Bel mensen, lees, zoek, maar vooral: begin gewoon. Angst is een killer, maar het uit de weg gaan helpt niet. Kijk die goorlap dus in de bek. Vaak blijk je mans genoeg om je angsten aan te gaan en te overwinnen.'

Geef eens een voorbeeld.

'Ik twijfelde of ik mijn boek wel zelf moest uitgeven. Mijn eigen geld inves­teren en dan het risico lopen dat kwijt te raken als niemand het zou kopen. Terwijl er ook een uitgever was die het wilde doen. Ik had me dus kunnen laten leiden door die demonen en voor veiligheid kunnen kiezen, maar ik vond het eigenlijk veel meer bij mij passen om het zélf te doen. Wat kan er misgaan? En: is dat erg? Wat dan altijd nog recht overeind blijft, is dat je hebt gedurfd. En alleen dat al geeft een goed gevoel.'

Maike in het kort  

Maike Meijer (1967) is geboren in Nijmegen. Ze ging naar de Toneelacademie in Maastricht. In 1992 ontving ze de Henriëtte Hustinxprijs, die één keer in de drie jaar wordt uitgereikt aan de meest veelbelovende student. Ze speelde bij gerenommeerde toneelgezelschappen als De Paardenkathedraal, De Trust en Het Nationale Toneel en met regisseurs als Dirk Tanghe en Theu Boermans.

Ze was te zien in films en televisieseries als De Jurk, De gelukkige huisvrouw, Baantjer en Gooische vrouwen. Het bekendst is ze van de door haar en Margôt Ros bedachte, geschreven en gespeelde absurdistische VPRO-serie Toren C. De twee stonden ook samen in het theater, met het duo Waardenberg en De Jong. In oktober 2020 verscheen haar succesvolle schrijfdebuut Wen er maar aan.

Maike Meijer is vijfentwintig jaar samen, waarvan tien getrouwd, met Marc Braun. Samen hebben ze twee zoons, Thor (21) en Mo (17).

Dit interview heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan © Nouveau / DPG Media 2022.

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in