Cisca Dresselhuys sprak Bram over zijn moeder, zijn missie en zijn kantelpunten.

‘Ik verwar liefdespartners met m’n moeder, dat loopt dus fout af.’ Maar die ene Grote Liefde gaat er echt nog weleens komen, denkt psychiater Bram Bakker. Op zijn 58e is hij in elk geval smoorverliefd. Lekker lang lezen, dit interview met deze boeiende man.

Eind vorig jaar schreef zijn moeder, Greetje Nieuwenhuis (81), hem een brief, waarin zij al het contact opzegde en hem verbood terug te schrijven. Ook met zijn vader heeft Bakker sindsdien geen contact. Die koos de kant van zijn vrouw.

‘In een kranteninterview heb ik iets gezegd over een paar pijnlijke kwesties uit mijn jeugd. Dat m’n moeder me geslagen heeft en dat ik op m’n veertiende seksueel misbruikt ben door een oudere vrouw. Van dat misbruik wisten ze niets, van die klappen natuurlijk wél.

Article continues after the ad

Dat ik in het openbaar over dit soort zaken heb gepraat, vinden mijn ouders een doodzonde, dat doe je niet. Mijn moeder had natuurlijk kunnen zeggen: ‘Daar moeten we het eens over hebben, Bram.’ Maar zo zit ze helaas niet in elkaar. Dus kwam er die brief, waarin ze elk contact verbrak.

Hoe nu verder? Tja, ik wacht op een gebaar, een eerste stap van haar. Mijn hele leven heb ik altijd alles goed moeten maken, daar ben ik mee gestopt. Dat ik zo openhartig ben geweest, spijt me niet. Al veertig jaar zeg ik tegen m’n cliënten dat ze het gesprek met hun ouders moeten aangaan, dan moet ik dat zelf toch ook doen?

Practice what you preach. Tot nu zijn al mijn pogingen op dat vlak mislukt. Mijn moeder is een intelligente vrouw. Ze zou een goede advocate of rechter geweest zijn. Dat had ze ook graag willen worden, maar ze had de pech een traditionele vader te hebben die zijn zoons wel, maar z’n dochter niet wilde laten studeren.

Kwam ik thuis met een rapport met negens en tienen en één acht, zei ze: ‘Jammer van die acht’

Ze is overigens nog best goed terechtgekomen als bibliotheekdirecteur. Ik was het zoontje dat alles goed moest maken: hoge cijfers halen en naar de universiteit. Kwam ik thuis met een rapport met negens en tienen en één acht, zei ze: ‘Jammer van die acht.’

Vanwege m’n vader, een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken, verhuisden we nogal vaak. Na elke mislukking vond hij wel weer werk in een andere plaats en werd er dus verhuisd. Als kind hoopte ik dat m’n ouders zouden gaan scheiden, want ze hadden vaak ruzie. Maar nee, ze zijn al zestig jaar bij elkaar.

Dankzij m’n moeder zijn we nooit bankroet geraakt. Door haar inkomen, maar ook door haar strikte financiële beleid. Elke woensdag vlooiden we de reclamefolders door. Hier was de yoghurt in de aanbieding, daar de karnemelk, nog weer ergens anders het brood, dus we gingen alle supermarkten af.

'Ze kan er niet over praten. Vroeger is taboe voor haar'

Ze heeft zeker geen makkelijk leven gehad, maar ze kan er niet over praten. Vroeger is taboe voor haar. Als ik het daarover wilde hebben, ging ze huilen, werd ze boos en liep ze weg. Maar ik wil weten waarom onze levens gelopen zijn zoals ze zijn gelopen.

Ik lijk op haar, maar gelukkig verandert dat nu ik ouder word. Twintig jaar geleden was ik een heel irritant ventje, net als m’n moeder was ik perfectionistisch, dwangmatig, obsessief en competitief. Maar dankzij levenslange therapie en ouder worden kan ik inmiddels met enige mildheid naar mezelf kijken.

Ik moet wel toegeven dat ik alles wat ik ben aan m’n moeder te danken heb, zonder haar was ik niet geworden wat en wie ik ben. Ze is scherp en gevat, met een mening over iedereen, maar over haar mag het nooit gaan.

We denken over de meeste zaken in de wereld hetzelfde, we hebben dezelfde maatschappijvisie. Mijn verlangen naar een goede moeder is er nog altijd, nog steeds hunker ik naar een complimentje van haar, dat ik nooit krijg.

'In wezen ben ik, achter die grote waffel, een jongetje dat gewoon een aai over z’n bol wil hebben'

Haar invloed op mijn liefdesrelaties is altijd groot geweest: ik verwar liefdespartners met haar – stop dat maar eens. Of ik zoek naar een vrouw die op haar lijkt óf juist totaal niet – in beide gevallen loopt het fout af. In wezen ben ik, achter die grote waffel, een jongetje dat gewoon een aai over z’n bol wil hebben.’

Bram over zijn levensmissie

‘Daar kan ik lang en kort over praten. De korte versie is: laten we lief zijn voor elkaar. Ons in onze omgang met elkaar minder laten leiden door de vorm, maar meer door de inhoud. Elkaar meer aankijken, zien wat er bij de ander gebeurt, van elkaar houden.

Voor mezelf wil ik leren de lat minder hoog te leggen. Toen ik onlangs een marathon liep, ben ik halverwege gestopt, geen puf meer. Zou ik vroeger nooit gedaan hebben, dan móést ik de finish halen, al was het meer dood dan levend.

Een paar maanden geleden ben ik officieel gestopt als psychiater. Ik was alle regels, protocollen en voorschriften zat. Ik ben daar veel te vaak mee in botsing gekomen omdat ik geen verschil maak tussen werk en privé, wat niet mag volgens de beroepsgroep.

'Wie er op het platform komt, bepaal ik'

Inmiddels ben ik bezig een platform op te richten waarop alle mogelijke hulpverleners zich aanbieden. Dat moeten er zo’n duizend worden, van psychotherapeuten tot yogaleraren, van mantelzorgers tot bewegingstherapeuten. Wie er op komen, bepaal ik.

Het belangrijkste is dat er een goede match tussen hulpvrager en hulpaanbieder komt. Bevoegd betekent nog niet bekwaam. Anders gezegd: diploma’s zijn niet zaligmakend. Wel belangrijk is een bewijs van goed gedrag.

Met zorgverzekeraars en al hun regeltjes wil ik niets meer te maken hebben. Er komt een potje waarin alle deelnemende hulpaanbieders een deel van hun inkomen storten, zodat mensen die het echt niet kunnen betalen gratis hulp krijgen.

'Veel mensen kunnen bijvoorbeeld hun relatie redden door in therapie te gaan'

Maar als mensen wél geld hebben voor dure horloges en cruises, maar niet voor therapie, hoeven ze niet bij mij aan te kloppen. Wat jammer is, want veel mensen kunnen bijvoorbeeld hun relatie redden door in therapie te gaan.

Relatietherapie is de meest onbenutte behandelvorm in Nederland. Wat m’n verdere plannen betreft: ik wil graag een roman schrijven over twee academici die elkaar totaal kwijtraken in hun relatie. Stiekem gaat het over mezelf en mijn vrouwen, dat begrijp je.’

Bram over zijn kantelpunt

De grootste verandering is wel dat ik uit m’n rol ben gestapt van het jongetje dat alles goed moest maken. Zowel in mijn persoonlijke als in m’n beroepsleven. Want ik was altijd wel rebels in de media, maar intussen was ik toch erg braaf: keurig een vaste baan als psychiater bij diverse instellingen en steeds bezig de vrede te bewaren met m’n moeder en partners.

In 2017 kwam er een kantelpunt: ik vertrok bij de moeder van m’n twee jongste kinderen en werd verliefd op een heel andersoortige vrouw, er gingen in korte tijd vijf goede vrienden dood – aan kanker, ALS, suïcide en euthanasie – en zelf kreeg ik een nooit opgehelderde hersenaandoening, waardoor ik er niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk beroerd aan toe was. Ook de nieuwe relatie liep stuk.

Toen de rookwolken van alle ellende een beetje waren opgetrokken, nam ik het besluit geen psychiater meer te zijn, althans niet officieel geregistreerd. In diezelfde tijd verscheen mijn boek Gevoelsarm.

'Kantelpunt na kantelpunt, kun je wel zeggen'

In een interview naar aanleiding daarvan vertelde ik toen die persoonlijke zaken uit m’n jeugd en verbraken m’n ouders het contact. Kantelpunt na kantelpunt, kun je wel zeggen.

In die tijd heb ik ook nog een paar taboes in mijn vak doorbroken door hardop wordt om jezelf te leren kennen en dat je als psychiater net zo gek bent als de mensen die tegenover je zitten.

Al met al ben ik een vrijer mens geworden nu ik het ‘moeten’ heb verruild voor het ‘mogen’. Mijn calvinistische roots liggen steeds verder achter me.

Na al die veranderingen zou ik als beloning toch eindelijk de ultieme grote liefde moeten krijgen. Misschien gaat die er inderdaad komen, nu ik via Facebook een mooie, lieve vrouw heb ontmoet, net als ik gescheiden, met kinderen, en iemand die mij en mijn reputatie niet kende. Het is nog pril, dus ik ben voorzichtig, maar verliefd ben ik wel.

M’n dochter, met wie ik samenwoon en die enorm belangrijk voor me is, gaf me de goede raad: ‘Pap, even geen vrouwen en vooral niet hier in huis.’

Ze heeft groot gelijk.’

Foto (c) ANP

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in