'Mensen verwarden ons verdriet met arrogantie.'

Lois Lane blijft de  bühne bestormen zolang de zussen Monique en Suzanne Klemann leven. Hun liefde overleefde puberperikelen, het verlies van hun zus en het turbulente artiestenbestaan. Met Nouveau delen ze hun zustergeheimen.

Article continues after the ad

MONIQUE over DE KLIK MET SUZANNE

‘Mijn oudste zus Caroline was twee toen Suzanne werd geboren. Twee jaar en negen maanden later kwam ik. Nu scheelt dat niks meer, maar vroeger natuurlijk wel. Ik was echt de jongste, het prinsesje. Een beetje stilletjes ook vergeleken met de andere twee, die behoorlijk uitbundig waren.

Wat Suzanne en mij wel bond, was sport. We turnden en tennisten allebei fanatiek. Suus kon ook goed voetballen, maar daar heb ik me nooit aan gewaagd. Ze was sowie­so heel stoer, speelde met jongens, klom op garages en was altijd op zoek naar avontuur.

'Langer dan een uur hebben we elkaar nooit gehaat'

Iedereen vindt Suus geweldig, omdat ze zo spontaan is en zoveel kracht uitstraalt. Ik ook. Dat was vroeger al zo. Ze durfde alles en sleepte mij mee in haar enthousiasme. Dat ik minder angstig was dan de meeste meisjes, dank ik aan haar. Jaloezie was ons alle drie vreemd. We mochten elkaars kleren en schoenen aan.

Suus en ik kibbelden wel, over kleine dingen. Zij heeft bijvoorbeeld een ande­re perceptie van tijd en vindt een kwartier te laat ook nog binnen de marge, terwijl ik op dat vlak een pietje-precies ben. Maar langer dan een uur hebben we elkaar nooit gehaat.

Mijn vader is een echte Amsterdammer. Mijn Indische moeder kwam al jong naar Nederland en ging naar een kostschool in Rotterdam, gerund door nonnen.

Ze is heel Hollands, dus we heb­ben geen Indische opvoeding gehad. Wel een jeugd met veel muziek, want mijn ouders zijn allebei muzikaal. We luisterden alle drie graag naar soul, zongen ook vaak samen.

Toch is het toeval dat Suus en ik op 10 oktober 1985 samen op het podium stonden met Loïs Lane, de band die ik twee jaar eerder met Tijn Touber had opgericht. Ze studeerde nog Rechten in die tijd. Maar dat optreden, voor de Grote Prijs van Nederland, was wel meteen onze doorbraak.’

SUZANNE over DE KLIK MET MONIQUE

‘Ik weet nog goed dat Monique werd geboren. Prachtig natuurlijk, een zusje erbij. Mo was wel een beetje anders. Ik speelde altijd buiten en zij vond het fijn om thuis boekjes te lezen. Ze was dro­merig en ongelofelijk stoïcijns. Als ze tot de orde werd geroepen, keek ze verbaasd en draaide ze zich om, heel grappig. Al heeft ze met die ongrijpbaarheid menigeen gek gemaakt.

'Zo tussen mijn twaalfde en vijftiende hadden Mo en ik veel ruzie'

We zijn altijd close geweest met ons drieën, maar zo tussen mijn twaalfde en vijftiende hadden Mo en ik veel ruzie. Ze kon het bloed onder mijn nagels vandaan halen, vooral doordat ze me verbaal vaak de baas was. Caroline vond die ruzies zo vreselijk dat ze elke keer moest huilen, waarna we allemaal moesten huilen en dan was het weer over.

Toen Mo dertien, veertien was, werd onze band sterker. Mijn ouders werkten veel en daar profiteerden we van door onze vriendjes en vriendinnetjes uit te nodigen. Dat werd al snel een grote, gezellige groep waarmee we plaatjes draaiden en dansten. Al het geld dat ik verdiende met oppassen, gaf ik uit in de platenwinkel en Mo deed hetzelfde, dus we hadden een aardige collectie. Op donder­dagavond, als mijn ouders naar hun koor gingen, zetten we tussen acht en tien de Soulshow van Ferry Maat aan. Keihard.

'Mo vroeg: “Je hebt toch niet gezegd dat je alleen maar inviel?'

Mo ging vanaf haar zeventiende modellenwerk doen en richtte een jaar later Loïs Lane op. Cool vond ik dat, vooral omdat ze van natu­re introvert is en zichzelf dus enorm uitdaagde. Toen haar achter­grondzangeres zich kort voor de Grote Prijs terugtrok, werd ik gebeld door Caroline, die toen al in Zwitserland woonde: “Hé Klemann, ik zit te ver weg, dus jij gaat invallen!”

Tegensputteren hielp niet, dus daar stonden we samen in de Melkweg. Na drie liedjes vond ik het nog leuk ook. Met zó’n stapel visitekaartjes van allerlei jongens uit de platenwereld kwam ik terug in de kleedka­mer. Mo vroeg: “Je hebt toch niet gezegd dat je alleen maar inviel?” “Natuurlijk niet!” lachte ik.’

Drie maanden later, op 5 januari 1986, verongelukten Caroline en haar man bij een helikoptercrash. Wat voor impact had haar overlijden op jullie?

MONIQUE: ‘Het was een bominslag in ons leven.’

SUZANNE: ‘Ook in ons zijn. Dat hebben we allemaal zo ervaren. Het voelde geamputeerd, en nog steeds. De cirkel is niet meer rond.’

MONIQUE: ‘Maar juist doordat het zo vreselijk was, gaf het ons ook jaren voorsprong op onze leeftijdgenoten.’

SUZANNE: ‘Niemand die we kenden, had nog zo dichtbij iemand verloren. We waren in één klap volwassen: het was klaar met de lol en de onzin. Ook al vervloekte ik dat toen.’

MONIQUE: ‘Het klonk door in onze uitstraling op het podium.’

SUZANNE: ‘Mensen vonden ons arrogant en ongenaakbaar, maar het was vooral dat we voor ons gevoel niets meer te verliezen had­den. Het ergste was immers toch al gebeurd, dus we gingen in één streep rechtdoor, bam!’

MONIQUE: ‘Optreden heeft ons in die periode ook enorm geholpen. Muziek was onze therapie.’

SUZANNE: ‘En onze verdoving. We wilden zo min mogelijk denken aan ons verdriet en het zeker niet laten zien, want stel je voor dat ze ons zielig zouden vinden.’

MONIQUE, RESOLUUT: ‘Nee, dat is het allerergste.’

Verder lezen?

Het hele interview met de zussen Klemann staat in de Nouveau met Máxima op de cover en die kunt je nog nabestellen!

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in