Cisca Dresselhuys in gesprek met de baas van Omroep Max. 

Mensen gelukkig maken, daar wordt hij echt blij van. Of het nu zijn eigen gezin is, zijn personeel of ‘zomaar’ mensen die in de ellende zitten. En dat terwijl Jan Slagter (67), directeur van omroep MAX, van huis uit bitter weinig zorgzaamheid gewend is.

Jan over zijn moeder Gretha van Delft

Aan zijn jeugd bewaart Jan gemengde herinnerin­gen. Het was thuis vooral streng, er moest veel en er werd regelmatig gestraft als de kinderen zich niet aan de regels hielden.

Maar één goed ding heeft hij in elk geval geërfd van zijn moeder, Gretha van Delft: de zorg voor anderen. Ze was een driftige, dominante vrouw, van het type ‘moeders wil is wet’, wat wel bleek uit het feit dat ze in de kerk heel hard, boven alles en iedereen uit zong en al begon te stofzuigen als de visite nog in de kamer zat; zij vond het dan wel mooi geweest.

Article continues after the ad

Tegelijkertijd was ze zeer begaan met het lot van anderen. Ze was een echte doener, iemand die graag met haar handen werkte. Zowel zij als haar man zetten zich in voor anderen, moeder als voorzitter van het kerkelijke comi­té Meeleven en vader als vrijwilliger bij het Rode Kruis.

‘Als ik nu terugkijk op mijn moeders leven en hoe ze als moeder was, begrijp ik veel. Ze kwam uit een kil, streng gereformeerd gezin met zeven kinderen, waar de meisjes niet doorleerden, maar werden klaargestoomd voor een dienstbaar leven als echtgenote en moeder.

'Als je zo opgroeit, is het niet gek dat je zelf later ook geen knuffelaar wordt'

Na de lagere school was het direct werken geblazen en het inkomen thuis afgeven. Weinig liefde. Als je zo opgroeit, is het niet gek dat je zelf later ook geen knuffelaar wordt. Ik kan me tenminste niet herinneren dat ik ooit door mijn moeder geknuffeld ben.

Misschien dat mijn jongste broer Henk daar anders over dacht. Hij was haar lieveling. Helaas is Henk jong overleden aan aids, een enorme klap voor mijn ouders. Hij was, meer dan ik, degene die leuke uitjes met mijn moeder maakte, naar de Bijenkorf of voor een kopje koffie met een tompouce naar Scheveningen.

'Als mijn moeder me weleens sloeg met zo’n houten C&A-hangertje en dat brak, zei ik: “Zal ik een nieuw kapstokje pakken?'

Ik was een lastig kind, niet gevoelig voor straf. Als ik thuis in de hoek moest staan, pakte ik een boek en bleef daar rustig drie uur zitten, totdat iedereen vergeten was dat Jan nog ergens in een hoek zat. Als mijn moeder me weleens sloeg met zo’n houten C&A-hangertje en dat brak, zei ik: “Zal ik een nieuw kapstokje pakken?”.

Op school was ik ook onhandelbaar, ik heb alle mulo’s van Den Haag gezien; het is aan mijn vader te danken, die me tot drie uur ’s nachts overhoorde, dat ik uiteinde­lijk mijn diploma heb gehaald.

Mijn moeder was eigenlijk niet in de wieg gelegd voor een huwelijk dat bestond uit schoonmaken, kinderen krijgen en koken. Op haar vijf­tigste, toen wij onszelf wel konden redden, solliciteerde ze stiekem als caissière bij V&D, waar ze werd aangeno­men. Toen móest ze thuis wel vertellen dat ze een baan had.

'Heerlijk vond ze het, onder de mensen zijn en, ook heel belangrijk, zelf geld verdienen'

Heerlijk vond ze het, onder de mensen zijn en, ook heel belangrijk, zelf geld verdienen. Dat besteedde ze zeker niet aan het huishouden, dat spaarde ze, voor de vakantie of een dure, zijden blouse van de Bijenkorf, die ze met Henk ging kopen.

Dat ze twee homoseksuele zoons had, mijn broers Taco en Henk, was voor mijn moeder eigenlijk erger dan voor mijn vader - ze had nog wel zo gehoopt op een mooie bruiloft van Henk, met koetsjes en een bruid in een witte jurk - maar beiden zeiden: “We zullen altijd van jullie blijven houden.”

Aan het eind van haar leven werd ze dement en kreeg ik ineens een lieve moeder, die mijn hand vasthield en zei hoe fijn ze het vond dat ik bij haar zat in het verpleeghuis. Toen zag ik eindelijk haar zachte kant.’

Jan over zijn levensmissie

‘Die is heel eenvoudig: ervoor zorgen dat het goed gaat met iedereen in mijn omgeving. Dat geldt in eerste instantie voor mijn vrouw en twee zoons.

Ik herinner me dat ik bij een eerdere epidemie, de Mexicaanse griep in 2009, een hele voorraad Tamiflu in huis gehaald heb, omdat dat middel ons zou beschermen tegen die ziek­te. Dat was niet alleen bestemd voor onszelf, maar ook voor mijn vader, mijn broer en andere naasten.

Zo zit ik in elkaar: zorgen dat iedereen in mijn omgeving gezond blijft. Maar mijn bemoeienissen strekken zich verder uit, tot mijn personeelsleden, ook die moeten het goed hebben.

'Ik probeer een sociaal mens te zijn'

En, nog verder, tot de wereld daar­buiten. Ik probeer een sociaal mens te zijn. Daarom vind ik ons programma MAX Maakt Mogelijk het mooi­ste wat we hebben. Daarvoor reizen we naar verre oorden, maar ook naar mensen in eigen land die behoef­te hebben aan ondersteuning.

Zo was ik pas in Oost- Groningen bij een ouder homopaar, van wie de een terminaal ziek is. Ze hadden een totaal in puin lig­gende badkamer, die ze ooit zelf wilden vernieuwen, maar daar was niets meer van gekomen. Er was geen geld om beroepsmensen in de arm te nemen, dat heb­ben wij dus gedaan.

Dat ik dat programma zelf presen­teer, is omdat ik het zo’n feest vind om zoiets moois aan mensen te mogen aanbieden. Ook heel blij ben ik met onze MAX Ombudsman en onze MAX Soresdienst, twee afdelingen die zich vastbijten in het oplossen van problemen.

Er werken daar zes mensen in vaste dienst en zo’n dertig vrijwilligers. Je ziet er weinig van terug op tv, wat me in omroepkringen weleens wordt kwalijk genomen: jij doet veel meer dan wat je werkelijke taak is, namelijk programma’s maken. Nou ja, dat is dan maar zo. Ik vind onze ombudsman belangrijker dan welk amusementsprogramma dan ook.’

Jan over zijn kantelpunt

‘Ik ben altijd een gelovig mens geweest, eerst gerefor­meerd, later bij de Jesus People; het geloof heeft altijd aan me getrokken. Daar kwam in één klap een eind aan toen mijn vriendin Martine Algoet, met wie ik in de jaren tachtig vier jaar samenwoonde, op haar 29ste overleed aan kanker.

Stapelverliefd was ik op haar, voor Martine was ik gescheiden van mijn eerste vrouw. Zij was ook gescheiden en had een zoontje, dat mij als zijn vader zag. Ze was kleuterleidster, een levensgenieter, ze dronk graag een glaasje, vond het heerlijk om uit te gaan, danste graag, hield van mooie kleren, een prach­tige vrouw.

'Alles bij elkaar zorgde dat ervoor dat ik brak met het geloof'

Na haar dood waren er mensen, die tegen me durfden te zeggen dat God mij voor mijn scheiding strafte. Hoe durf je zoiets te zeggen?! Maar het gebeur­de. Alles bij elkaar zorgde dat ervoor dat ik brak met het geloof. Ik was helemaal klaar met mensen die met God kwamen aandragen in verband met Martine’s dood.

Ingrid en Jan in 2018

Gelukkig kwam later Ingrid in mijn leven, opnieuw een grote liefde, die mij twee zoons geschonken heeft. Als je me nu vraagt of ik nog geloof, is het antwoord: ik ben een ongelovige Thomas, die hoopt dat er iets is na dit leven.

Ik hoop dat ik Martine terugzie en mijn ouders, mijn schoonouders en broer Henk, dat meen ik met heel mijn hart. Ik zou het wel heel erg vinden als het leven stopt met de dood, dat er daarna niets meer is.

Als kind leerde ik dat we in de hemel eeuwig zouden zingen voor Gods troon. Daar kreeg ik het Spaans benauwd van: eeuwig zingen, hoe moest dat, dat kon toch niet waar zijn, dan zou je toch gek worden en geen stem meer overhouden?

Maar het zou natuurlijk heel gezellig zijn, als wij ooit in het hiernamaals met elkaar herinneringen kunnen ophalen aan dit interview, hoe gezellig we het toen samen hadden en hoe we gelachen hebben.

Nee, ik ben dus niet gelovig, maar ik hoop heel veel. Op mijn begrafenis zal in elk geval Blijf bij mij, Heer, gespeeld en gezongen worden, het lied dat ik in de auto op weg naar huis zelf vaak zing.’

Wapenfeiten

  • Jan Slagter (Den Haag, 1954) werd na een loopbaan in het bankwezen en de verzekeringen omroepman. Hij woonde een aantal jaren in België met zijn eerste vrouw.
  • In 2002 richtte hij omroep MAX op, die op 3 september 2005 het eerste tv-programma uitzond. In 2009 kreeg MAX definitieve erkenning als omroep. Inmiddels heeft MAX 420.000 leden en een eigen omroepblad, dat er elke maand nog heel veel abonnees bij krijgt.
  • Behalve directeur van MAX is Slagter ook presentator, o.a. van de tv-program­ma’s MAX Maakt Mogelijk, MAX-Proms, Missie MAX en de uitzendingen van het bloemencorso Rijnsburg.
  • Hij is offi­cier in de Orde van Oranje-Nassau en Omroepman van het Jaar 2014. In 2020 kreeg hij de Media Oeuvre Award. Hij woont in Zoetermeer, is getrouwd met Ingrid Prinsenberg en heeft twee zoons, Tim en Diederick.  

Foto's (c) ANP, Brunopress. Dit interview heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan (c) Nouveau / DPG Media 2021

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in