De cabaretier over moeder Annie, echtgenote Hetty én de Maagd Maria.

Zanger, cabaretier, schrijver en acteur Hermenegildus Felix Victor Maria (Herman) Finkers (66) heeft een speciale band met de vrouwen in zijn leven, maar wil ook graag af en toe met rust worden gelaten. Met Cisca Dresselhuys sprak hij over zijn moeder, zijn vrouw én de surrogaatmoeder die zo belangrijk voor hem is.  

Article continues after the ad

Finkers over zijn moeder Annie Koelen

 ‘Voor mij was zij de ide­ale moeder, iemand die mij met rust liet en me mijn eigen dingen liet doen. Net als zij moet ik vaak alleen zijn, daar heb ik mijn hele leven behoefte aan gehad. Zij bood rust, reinheid en regelmaat. Hoewel, met die reinheid viel het wel mee, we mochten thuis alles overhoop halen, vriendjes mochten altijd over de vloer komen en als we met zijn allen een bank op zijn kop zetten of met vieze voeten binnenkwamen, vond ze dat alleen maar leuk. Als ik een volière wilde, was dat prima, ga je gang. Voor mijn moeder betekende liefde niet zozeer knuffelen, haar liefde bestond erin dat ze er altijd voor ons was.

'Mijn ouders zaten elkaar verschrikkelijk in de weg'

Mijn ouders pasten totaal niet bij elkaar. Mijn moeder was preuts, mijn vader hield van naaktcampings; mijn moeder hield van rust, mijn vader van reuring. Hij was een jonge hond, die graag wereldreizen maakte, mijn moeder ging liever op bezoek bij een paar oude tantes. Ze zaten elkaar eigenlijk verschrikkelijk in de weg.

Mijn vader zorgde ervoor dat wij allerlei zaken als eersten hadden: een televisie, een auto, een filmcamera en vakantie naar het buitenland. Ook ging ik als eerste in de familie Finkers naar de hbs. In verband daarmee ontstond de gedachte dat ik toch eens een museum zou moeten bezoeken, dat hoorde bij hbs’ers.

Op vakantie in Innsbruck gingen we dus naar een museum. Mijn vader ging naar binnen, keek om zich heen en zei: “O, ik zie het al, allemaal schilderijen” en ging weer naar buiten, mijn moeder ging mee, maar bleef wel op een bankje zitten totdat ik klaar was met kijken.

Hoe mijn ouders aan elkaar geko­men zijn? Het gebeurde tijdens de bevrijdingsfeesten na de oorlog. Mijn vader speelde klarinet in de harmonie, mijn moeder, die naaister was in een confectieatelier, was knap en had mooie pijpenkrullen. Liefde op het eerste gezicht. Wat ze, ondanks hun verschillen, heel goed konden, was samen het project “het gezin” in stand houden. We vormden een warm en harmonieus geheel. Dankzij mijn vader was het vrolijk, dankzij mijn moeder was het rustig, in dat opzicht waren ze dus een per­fect duo.

'Liever een slecht huwelijk dan geen huwelijk, was haar overtuiging'

Maar toen de kinderen de deur uitgin­gen en mijn vader stopte met werken, werd het problematisch. Mijn vader kon niet meer vluch­ten in zijn werk. Hij hakte de knoop door, ze scheidden toen ze zestig waren. Mijn moeder vond dat vreselijk, zeker als katholieke vrouw. Liever een slecht huwelijk dan geen huwelijk, was haar overtuiging.

Mijn vader had al snel een nieuwe vriendin, met wie hij buitenlandse reizen maakte en naar naturistencampings ging. Helaas overleed hij drie jaar later aan een blindedarmontsteking. Mijn moeder is heel goed geholpen door een pater, die bij­eenkomsten organiseerde voor gescheiden mensen. Die man heeft haar bevrijd van haar schuldgevoel, doordat hij vertelde dat het voor mensen soms noodzakelijk is om uit elkaar te gaan.

'Die haalt de mannequincursus niet' 

Daarna heeft ze een heel eigen leven opge­bouwd; ze ging aan yoga doen, werd lid van een fietsclub en haalde haar diploma als mannequin, terwijl ze niet bepaald geschikt was voor dat beroep. Ze was heel trots op dat diploma, haar uitdrukking “die haalt de mannequincur­sus niet”, als ze een vrouw waggelend zag lopen, is nog steeds een gevleugelde uitdrukking in ons gezin.

Toen ik een tijd na hun scheiding trouwde, kwamen mijn ouders gearmd naar de kerk, mijn vaders vriendin bleef thuis. Dat vond mijn moeder heel fijn. Ik zeg weleens: veel huwelijken zijn misverstanden, bij mijn ouders was dat zeker het geval. Een van de eerste dingen die mijn moeder vergat, toen ze dement werd, was haar scheiding. Ze zei vaak: “Bennie en ik hebben het zo mooi gehad, nooit één scheef woord, nooit ruzie”. Eindelijk raakte ze haar verbittering kwijt.

Herman over zijn echtgenote Hetty Droste

‘Wij zijn een raar stel, geen enkel relatiebemiddelingsbureau zou ons bij elkaar hebben gezet. Maar we zijn inmiddels al meer dan veertig jaar samen en het gaat prima. We hebben elkaar ontmoet in een stu­dentenhuis in Hengelo, waar ik gelijkvloers en zij op de eerste ver­dieping woonde.

Na mijn kandidaats Psychologie in Groningen ging ik naar de Sociale Academie in Hengelo, waar Hetty de interne opleiding verpleegkunde volgde. Ik was 24, zij 19; ik vond haar leuk, zij mij niet, tenminste aanvankelijk niet. We zijn totaal verschillend, maar te lamlendig om uit elkaar te gaan, dus laten we het maar zo. (Lacht).

Hetty is wakker, helder, praktisch, spontaan, eerlijk, open, origineel, krachtig en leuk om te zien. Ik ben slordig, vaak in gedachten en een vrij afwezig type. Ik ben getrouwd met het caba­ret, dus daarnaast is er eigenlijk geen plaats meer voor een ander, maar Hetty kan daarmee leven. Volgens mij had zij het liefst een fysiotherapeut als man gehad, met wie ze samen een praktijk had kunnen opzetten.

In het begin van onze relatie heeft ze me vier maanden weggestuurd, omdat ze wilde nadenken. Ze was toen 27 en we waren al acht jaar samen. Uiteindelijk heeft ze de knop omgezet en toch gekozen voor iemand die ze van tevoren nooit in het hoofd had.

'Een vrouw die na veertig jaar nog om je lacht, dat moet je hebben'

Ik zeg weleens: “Liefde is het ver­langen naar eenwording met de gans andere, met nadruk op de gans” en dan moet ze heel hard lachen. Een vrouw die na veertig jaar nog om je lacht, is natuurlijk fantastisch, dat moet je hebben.

Dat we allebei geen kinderen wilden, was een belangrijke overeenkomst tussen ons. Omdat ik nog altijd veel behoefte heb aan alleen-zijn, heb ik een eigen huisje. Af en toe zit ik daar een week lang te schrijven en na te denken, ik slaap er ook en kook voor mezelf. Een huwelijk is als een houtvuur: als twee houtblokken te stijf op elkaar liggen, gaat het vuur uit, maar als ze losjes op elkaar liggen, branden ze als een tierelier, omdat er zuurstof bij kan.

'Nog altijd vecht ze als een leeuwin als het af en toe slechter met me gaat'

Hetty heeft lang als wijkverpleegkundige gewerkt. Vijf jaar na mijn diagnose CLL (chroni­sche lymfatische leukemie, red.) is ze gestopt met haar werk. Vooral in het begin zag het er slecht uit voor mij, ik was vaak hondsberoerd. Inmiddels zijn we zeventien jaar verder en leef ik nog altijd dankzij het feit dat ik goed reageer op steeds weer nieuwe medicijnen, waarvoor ik de medische weten­schap eeuwig dankbaar ben. Maar nog altijd vecht ze als een leeuwin als het af en toe slechter met me gaat en ik moet worden opgenomen.

Toen ik jaren geleden een nieuw huis op het platte­land wilde bouwen en we hier gingen kijken, zag ik haar verstijven. “Moet ik hier gaan wonen?” vroeg ze en toen moest de bouw nog beginnen. Ik heb toen gezegd: “We ver­kopen ons huis in Almelo niet, als jij het echt niks vindt, doen we het nieuwe huis van de hand en blijven we in Almelo wonen.” Na één nacht slapen in het nieuwe huis zei ze: “Verkoop Almelo maar”. Ze voelt zich hier nu helemaal op haar plaats en zou er zelfs in haar eentje blijven wonen.’

En dan nog even over Moeder Maria

‘Na mijn echte moeder wil ik mijn sur­rogaatmoeder noemen, mijn tweede moeder in de hemel, de heilige Maria. Zij is heel belangrijk voor me, de liefde voor haar zit in mijn genen. Als klein kind liep ik al naar elk Mariabeeld dat ik tegenkwam. In mijn huis heb ik een speciale Mariakapel laten bouwen, waar ik graag zit. Ik steek daar een kaarsje op, zit gewoon stil of zing gregoriaans.

'Een christendom zonder Maria vind ik niks'

Dat laatste deed ik in het begin uren­lang, ik kon er niet meer mee ophouden. Mijn vrouw Hetty maakte zich daar zorgen over en zette dan wel eens een kookwekker naast me. “Nog één uur,” zei ze dan, “en dan moet je stoppen, het gewone leven weer in”. Maria betekent voor mij geborgenheid, een oergevoel. Een christendom zonder Maria vind ik niks, ook God heeft een moeder nodig.

In mijn eigen huisje, op een kilometer afstand van het grote huis, staat in elk raam een Mariabeeld, steeds met open armen, uitgestoken naar de wereld; ik hou niet van devote Maria’s met gevou­wen handen. Dat ik niet de enige ben met deze gevoelens, zie je in elke katholieke kerk, waar verreweg de meeste kaarsjes branden bij het Mariabeeld. We hebben het niet voor niets over de moederkerk, ik heb nog nooit iemand de vaderkerk horen zeggen.’

Foto's (c) Brunopress, Getty Images

Dit interview heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan. Wil je ook de rest van Hermans verhaal lezen? Het nummer (02-2020, met Simone Kleinsma op de cover) is na te bestellen op Magazine.nl, nu tijdelijk zonder verzendkosten