Het grote verdriet van tegen je wil je kind moeten opgeven, vanwege de 'schande'. 

Moeder worden zonder dat je gehuwd was, werd in de jaren 50, 60 en 70 vaak beschouwd als een zonde. Daarom moesten duizenden vrouwen in die tijd direct na de geboorte tegen hun wil hun baby ter adoptie afstaan.

Een van die ‘afstandsmoeders’ is Trudy Scheele-Gertsen (75), die vanwege deze misstanden, samen met vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann, een rechtszaak aanspande tegen de Nederlandse Staat.

“Er zijn vrouwen die geblinddoekt met washandjes of een laken voor hun ogen of zelfs met een kussensloop over hun hoofd hebben moeten bevallen, waarna ze hun kind moesten afstaan.”

Het verhaal van afstandsmoeder Trudy
Begin juli 1967 raakte Trudy Scheele zwanger van haar toenmalige vriend. “Ik was bijna klaar met mijn opleiding tot verpleegkundige. Ik dacht dat ik die nog net kon afmaken en dat ik daarna samen met mijn partner voor ons kind zou gaan zorgen. In die tijd gebeurde dat heel vaak. Een op de vijf huwelijken was eigenlijk een gedwongen huwelijk omdat de vrouw in verwachting was.” Maar Trudy’s vriend bleek op datzelfde moment ook nog een ander meisje te hebben, dat ook in verwachting was. “Het huwelijk met hem kon niet doorgaan en ik maakte het uit, omdat ik geen man wilde die ik niet kon vertrouwen.”

Article continues after the ad

'Het was een schande, je had een doodzonde begaan'
 

Daarnaast had Trudy nog een probleem: haar opleiding afronden, zonder dat de directrice erachter zou komen dat zij zwanger was. “Ik zou niet de enige of de eerste zijn die z’n koffertje mocht pakken en op de stoep werd gezet als dat bekend werd. Het was een schande, je had een doodzonde begaan. Zeker in het katholieke ziekenhuis waar de nonnen de dienst uitmaakten.” Het lukte Trudy om het geheim te houden en in oktober haar eindexamen te doen. “Maar toen kwam ik in de volgende fase: ik moest na het afronden van mijn opleiding terug naar huis. Mijn moeder had het al een beetje in de gaten gekregen en besloten dat ik het kind maar af moest staan, omdat mijn ouders de schande niet konden dragen.”

Naar de Paulastichting gestuurd
“Mijn moeders droom voor de toekomst van haar dochter viel in duigen’, herinnert Trudy zich. “Zij dacht dat het kind afstaan voor mij de beste optie was, maar zelf dacht ik daar helemaal niet zo over. Ik moest er niet aan denken, werd ziek bij de gedachte. Ik had mij er al die tijd op ingesteld dat ik zelf voor mijn kind kon gaan zorgen.”

Trudy had nog drie maanden te gaan tot de bevalling toen haar moeder haar naar de Paulastichting in Oosterbeek stuurde, een katholiek tehuis voor ongehuwde moeders. “Voor mij zat er niets anders op dan te gaan. Ik mocht niet thuisblijven en ik kon in die korte tijd moeilijk nog ander onderdak vinden.”

Geen voorlichting of besef van haar rechten
Pas 50 jaar later kwam Trudy er via brieven achter dat haar moeder achter haar rug om voor haar geregeld had dat zij haar kind af zou staan. “Dus ik kon schreeuwen en zeggen dat ik mijn kind wilde houden, maar die nonnen luisterden toch niet. Die deden wat mijn moeder zei. Dat is ook de reden dat ik daar helemaal geen medewerking heb gekregen om het kind zelf te houden. Het was alleen maar: afstaan, afstaan, afstaan.

Dat maakte mij heel angstig. Ik had mijn eigen situatie eigenlijk niet goed door en wist ook niet wat mijn rechten waren. Er was helemaal geen voorlichting over. Echt schandalig. In mijn dossier stond zelfs dat ze niet met mij over geld moesten praten. Dan zou ik misschien nog het idee kunnen krijgen om op dat moment in te grijpen. Maar ik had er helemaal geen weet van dat mijn moeder erachter zat.”

Toen Trudy in februari 1968 was bevallen, werd er nog steeds bij haar op gehamerd dat zij niet zelf voor haar baby kon zorgen. “Ik kon na de bevalling ook niet bij de Paulastichting blijven. Ik moest weg en ik kon mijn baby Willem-Jan niet meenemen. Ik had geen verblijfplaats meer en geen baan.” Direct na de bevalling werd Trudy’s kindje weggenomen. “Ik heb hem nog één keer heel eventjes mogen zien en dat was het.”

Definitief uit de voogdij geplaatst
Trudy besloot om in de maanden daarna heel hard te werken om een woonruimte te krijgen en een baan te vinden om zo haar kind weer terug te kunnen krijgen. Het lukte haar om als gediplomeerd verpleegkundige onderdak te vinden en met een goed salaris kon ze haar kind onderhouden. Maar dat vond de Raad van de Kinderbescherming geen goed idee.

“Later in de papieren vond ik terug dat zij advies hadden gevraagd aan de adoptiecommissie, terwijl adoptie voor mij helemaal niet aan de orde was. Toen is er een bericht naar de rechter gestuurd om mij met spoed definitief uit de voogdij te plaatsen.

Ik was eerst al een jaar geschorst, maar als je definitief uit de voogdij wordt geplaatst, is het bijna onmogelijk om je kind daarna nog terug te krijgen. In die periode is er door een maatschappelijk werkster tegen de rechter gezegd dat ik daar toestemming voor heb gegeven, terwijl dat helemaal niet waar was. Zonder mij iets te vragen of mij te zien heeft de rechter toen zijn handtekening en stempel eronder gezet. En zodoende ben ik mijn kind kwijtgeraakt.”

Moedergemis
Het ergste vindt Trudy dat haar zoon erg geleden heeft toen hij zo’n vier maanden oud was. “Hij was ondervoed, liep achter in zijn ontwikkeling en leed aan heimwee en moedergemis. Dat bleek uit het rapport van de psycholoog. Op dat moment stortte ik in.”

Meer lezen van Margriet, hét magazinemerk voor vrouwen die op een leuke manier gelukkig en gezond ouder willen worden? Ga naar Margriet.nl.

Foto (c) Getty Images