Fotograaf
Yvette Kulkens

Elle van Rijn, Marion Pauw, Femmetje de Wind en Roos Schlikker schreven samen de roman Vier wandelaars en een Siciliaan. Al wandelend op Sicilië kropen ze in de huid van een zelfbedacht personage dat zich een weg door het leven worstelt.

Vier auteurs die samen een boek vullen. Hoe gaat dat? Welke issues poppen op?

‘Ik wilde de reis op Sicilië beschrijven, maar ook de interne reis die iedereen maakt.’

Article continues after the ad

Elle, het was jouw idee?

← ELLE: ‘Ik schrijf graag, ik vind mensen leuk en ik hou van reizen. Ik vroeg me af: kan ik dat niet combineren? Ik dacht ook: stel dat verschillende mensen vanuit hun eigen personage een boek schrijven, dan krijg je écht verschillende stemmen. Zo kwam van het een het ander. Ik werkte al samen met Marion. We kenden Femmetje een beetje. En Roos leek goed te passen. De uitgever was enthousiast en iedereen zei ja.’

De tocht die de wandelaars in het boek maken, is best pittig: een kilometer of 20 per dag. Hebben jullie die afstanden echt gelopen?

MARION: ‘Zeker! We zijn eerst een week samen gaan brainstormen en wandelen bij mij in Spanje – ik woon er een deel van het jaar. Het idee was: we wandelen straks op Sicilië en we verweven de verhaallijn met wat er op zo’n dag gebeurt.’

ELLE: ‘Toen was nog niet duidelijk dat die wandelingen op Sicilië echt heel zwaar zouden gaan worden. Toen was het nog leuk.’ (Hard gelach)

MARION: ‘In september kan het nog best warm zijn op het eiland. En dan is het best veel, 20 km per dag. Ik had de meeste wandelervaring, maar ik had nog nooit een meerdaagse tocht gemaakt. Het was pittig.’

Het klinkt als een louteringstocht, die elf dagen op Sicilië...

ELLE: ‘Zo’n vakantie werkt als een soort pressurecooker. Maskers vallen af. Je komt gauw nader tot elkaar en de gesprekken gaan sneller de diepte in. We wisten door die week in Spanje dat we met elkaar matchten. Dat is niet veranderd.’

FEMMETJE: ‘Doordat we geen vriendinnengroepje waren, hoefden we niet heel erg rekening te houden met elkaars gevoeligheden. Aan het eind van iedere dag deden we een soort wrap-up. Als er iets was, zeiden we dat dan tegen elkaar. Dat werkte.’

ROOS: ‘Ik heb een paar jaar geleden met mezelf afgesproken: ik werk nooit meer met stomme mensen. Je denkt té vaak: ach, nou ja. Daar heb je dan toch veel last van en dat wil ik niet meer. Ik kende ze alle drie niet zo goed, maar mijn onderbuikgevoel zei: doen. Het gáát met hun ergens over. En er valt wat te lachen, niet onbelangrijk.’

Een roman van vier auteurs met vier hoofdpersona­ges. Vertel…

ELLE: ‘Het uitgangspunt was dat ieder van ons een karakter mocht kiezen waarvan je dacht: zo iemand heb ik altijd al eens willen beschrijven. En toen zijn we dat op elkaar gaan afstemmen.’

ROOS: ‘Je vraagt je als schrijver af: wat is de meest uitdagende situatie voor mijn persoon? Als je dat met vier personages doet, allemaal met hun eigen schrijver, die ervoor vecht om zijn personage zo goed mogelijk uit de verf te laten komen, met ieder een eigen ontwikkeling, dan gaat het eigenlijk best vanzelf. De uitdaging zat ’m vooral in het finetunen van het totaal.’

ELLE: ‘En in het doseren. We hadden wel héél dramatische achtergrondverhalen.’

Hoe ging dat in de praktijk, was het altijd gezellig?

ELLE: ‘Nee, want soms ben je gewoon moe. En: je werkt altijd alleen en opeens moet je samenwerken. Je gaat gauw voor de ander invullen. Dat is best wel lastig. En ik dacht echt op een gegeven moment: stel dat ik de slechtste schrijver ben.’

MARION: ‘Je laat al in heel vroeg stadium stukken lezen. Dat voelt heel kwetsbaar. En als schrijver ben je eigenlijk een heel bazig iemand. Jij bepaalt precies wat er gebeurt. Er kwam iets territoriaals in me boven. Kom niet aan mijn stukje! Dat het uiteindelijk goed ging, komt doordat we allemaal wilden dat het werkte.’

ROOS →: ‘We werken verschillend. Ik moest steeds even nadenken: o ja, ik doe het niet verkeerd, maar ik moet wel even bedenken hoe ik me aanpas. Interessant!’ FEMMETJE: ‘Ik ging braaf elke dag volgens plan schrijven en toen was het op een gegeven moment: kan jij rustiger aan doen? Dat aanpassen vond ik moeilijk. Ik heb een dag op mijn handen moeten zitten tot de rest weer bij was.’

MARION: ‘Ik liep ver achter. Elle en Femmetje hebben zoveel energie, het zijn net een stel Duracellkonijnen. Dan zei ik: ‘Ik ben bekaf, ik ga naar bed’ en dan was het: ‘O, ik ga nog even schrijven!’’

ROOS: ‘Ik was niet mee naar Sicilië omdat ik ziek was: duizeligheidsmigraine, waardoor ik zo’n twintig dagen per maand duizelig op de bank belandde. Ik heb in tranen opgebeld: ‘Jongens, sta mijn plek maar af.’ Dat wilden ze niet. Ik vind het nog steeds een wonder dat het me gelukt is. En dat ik erbij mocht blijven.’ (Enthousiast gejoel van de anderen)

In hoeverre past jouw personage bij je?

FEMMETJE: ‘Ik ben zelf veel in therapie geweest. Wat gaat er om in zo’n psycholoog? Ze weten het vaak goed voor een ander, maar weten ze het goed voor zichzelf? Er zit nog een laagje onder: Hannah is Joods, net als ik. Ze heeft een moeilijke achtergrond waarin niet over trauma’s gepraat werd.’

ROOS: ‘Ik ben veel dromeriger dan Lot. Maar de thematiek ligt me goed: hoe moeilijk het is om om hulp te vragen. Als ik m’n hoofd stoot, veeg ik stiekem het bloed weg en vraag: ‘Wil er nog iemand wat drinken?’ Ik vind het leuk als ik iets van mijn personages leer, als het schrijven ook bij mij iets in werking zet.’

MARION: ‘Ik vind het lichte, naïeve, wereldvreemde van Bibi leuk. Ze lijkt goed aangesloten op zichzelf, maar niet op de rest van de wereld. In haar jeugd hoorde ze nergens thuis, ze mist een beetje de aansluiting. Dat herken ik. Daarnaast ben ik zelf ook redelijk spiritueel en tegelijkertijd kan ik het heel grappig vinden. Ik vind het leuk om er wat humor in te brengen.’

ELLE: ‘Ik heb zelf toneelschool gedaan. Hoe daar een illusie wordt gecreëerd... Ik kwam uit Brabant en dacht: wooo, wat is dit? Ik kon uiteindelijk goed bij mezelf blijven en relativeren, maar ik kan nog altijd bij die pijn van de Joys van deze wereld, mensen die bang zijn om niets voor te stellen. Ik schreef de laatste scène huilend.’

Ben je er ook wijzer van geworden?

FEMMETJE: ‘Ik ben beschouwend, het anker. Als iedereen ‘woohooot’, dan ben ik de rust. Ik vond het heel leerzaam om dingen meteen uit te spreken als ik ergens tegenaan liep. Ik botste een paar keer met Marion. Ze vroeg: ‘Wat heb je van mij nodig?’ Dat vond ik fijn. Ik kon gewoon zeggen wat me dwarszat en daarna vonden we elkaar weer. Ze zei: ‘We waren vast getrouwd in een vorig leven.’ Heel grappig.’

ROOS: ‘We zijn alle vier niet bang om vragen te stellen. Bij ieder gesprek was er wel weer een vraag waarover ik moest nadenken. Daar hou ik van. Dat doen weinig mensen, doorvragen, maar wij wel. Ik leerde dat je niet alles zelf kunt opknappen. Ik ben nog aan het leren. Het gaat beter met me, maar het ziek-zijn heeft veel in werking gezet.’

← MARION: ‘Mijn personage leerde me meer onbevangen te zijn, niet meteen ergens wat van te vinden. Hoe ouder je wordt, hoe sneller je oordeelt. Ik probeer alles wat ik denk te weten los te laten. Ik woon in Spanje tussen de avocadoboeren. Wat je allemaal hebt en wie je kent is daar totaal niet interessant. Ik heb daar niks aan wimperextensions, zeg maar. Uit het boek blijkt ook weer dat als mensen echt kwetsbaar durven zijn, zichzelf durven laten zien, je niet anders kan dan van ze houden. En dat verbindt. Tijdens zo’n wandeling gaan de lagen er snel vanaf.’

ELLE: ‘Joy leert dat alleen focussen op jezelf leidt tot een steeds smaller pad met diepe ravijnen ernaast. En ik leerde – met dank aan Marions kritische vragen – confrontaties niet uit de weg te gaan. Om nog meer te kijken naar wat er is, wat er daadwerkelijk speelt en waar dat vandaan komt.’

MARION: ‘Ik was zo labiel als een tientje. Ik had een van mijn laatste menstruaties tijdens die reis. O, nu gaat het toch over de overgang, haha!’

ELLE: ‘We hebben vooraf afgesproken: dit boek gaat niet over de overgang! En nu is het niet gelukt. Niemand is in de overgang, zeiden we. Nooit!’ (In koor: ‘Nóóit!’)

Ben je tevreden?

ROOS: ‘Ja. Het gaat ergens over, ik hoop dat mensen dat oppikken. Als vier vrouwen een boek schrijven, wordt al gauw zoiets gedacht als: dan zal het wel over mascara gaan. Daar kan ik chagrijnig van worden. Ja, het is leuk, ja, het is vermakelijk, maar het gaat ook echt ergens over. Punt.’

ELLE: ‘De karakters in het boek raken me. Ze doen hun best, worstelen zich allemaal een weg door het leven. Daar ben ik supertrots op.’

MARION: ‘Het is nog beter geworden dan ik had verwacht. Als ik er nu op terugkijk, denk ik: jeetje, dat we dit voor elkaar hebben gekregen. Wat knap van ons. Ook hulde aan Lenneke, onze redacteur.’

→ FEMMETJE: ‘Ik wilde de reis op Sicilië beschrijven, maar ook de interne reis die iedereen maakt. Op sommige momenten in je leven ben je daar meer mee bezig. Eind veertig is zo’n punt. Past alles nog wel bij me? Doe ik het wel goed? Deze levensvragen spelen in het boek steeds op de achtergrond, terwijl je als lezer lekker opgaat in het verhaal. Maar je voelt ook de wanhoop van de personages. Ik vind dat het mooiste aan het boek: de luchtigheid en de zwaarte ineen.’

ELLE: ‘We hebben het helemaal niet over Vincenzo gehad, onze gids! (Weer in koor: ‘Oooh jaaa, Vincenzo...’) Lees het maar in het boek.’

ROOS: ‘Nee, het is geen cliché-Italiaan... We hebben helemaal níéts cliché gedaan.’

 

4 wandelaars en een Siciliaan kost 23 euro

Deze reportage heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan (c) Nouveau / DPG Media 2022

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in