Interview met de meteoroloog over ‘Van Zomerdag tot Winternacht’.

Soms belandt een boek op je bureau waarbij je niet kunt stoppen met lezen. Zo veel interessante feitjes en weetjes, waarmee het heerlijk strooien is in je vriendengroep.

‘Van Zomerdag tot Winternacht’ van metereoloog Helga van Leur en wetenschapsjournalist Govert Schilling is zo’n vermakelijk infotainment boek. Omdat nu de astronomische zomer begint, is dit hét moment om zonnestraal Helga van Leur te interviewen over de vier seizoenen.

Helga, je bent een van de bekendste weervrouwen van Nederland, we missen je wel op tv hoor. Hoe gaat het met je?

‘Lief dat je het vraagt, het gaat heel goed met me. Ik mis dagelijkse tv soms wel, maar ik heb er heel veel voor teruggekregen. Écht contact. Ik ben namelijk niet zo van het zenden, maar wil met mensen in gesprek. Dat kan bij lezingen en optredens, het publiek is kleiner, maar de interactie is groter. Verbinding noem ik het ook wel.’

Article continues after the ad

Samen met Govert Schilling schreef je een Vier Seizoenenboek. Zijn er nog wel vier seizoenen in Nederland? Soms lijkt het met Pasen kouder dan met Kerst.

‘Er zijn wel degelijk vier seizoenen, maar er is een verschil tussen weer en klimaat. Klimaat is je kledingkast, daar hangt alles in. Het weer is een kledingstuk uit die kast, wat trek je aan? Alles staat onder invloed van de zon. Als de zon gemiddeld genomen minder schijnt, is het gewoon koud. Staat hij hoog aan de hemel, dan is het gemiddeld genomen warm. Daar reageert de natuur op, dat ritme zit er wel in.

'Sommige planten bloeien nu wel 12 dagen eerder of langer dan 50 jaar geleden'

Wat wel is veranderd is het biologische begin van een nieuw seizoen. Dat kunnen we vergelijken met data van vijftig jaar geleden. Sommige planten bloeien eerder of langer door. Gemiddeld zit daar wel twaalf dagen verschil in ten opzichte van vijftig jaar geleden.

Overigens hanteren wij metereologen niet de 21e van een nieuw seizoen als datum, maar de eerste van de maand, zoals nu bij de zomer 1 juni. Dit omdat het astronomische begin van een seizoen niet altijd feitelijk op 21 hoeft te vallen (maar ook 22 of 23 kan zijn). Zo zijn data natuurlijk niet goed te vergelijken.’

Laten we de vier seizoenen eens samen doornemen, eerst de zomer

‘De astronomische zomer begint rond 21 juni, als de zon haar hoogste stand bereikt. Ze staat dan loodrecht boven de Noorderkeerkring, en gaat daarna weer op reis naar het zuiden. Nu is in onze beleving de zomer het seizoen met de lange dagen, maar we hebben net zulke lange dagen als in de lente (21 juli is feitelijk net zo lang als 21 mei), het verschil zit hem in de zonnewarmte, het na-ijleffect van de zonkracht. Daardoor is de zomer is het warmste seizoen ondanks dat de dagen alweer korter worden.

De start van de biologische zomer (bloei: sint janskruid, bosandoorn) laat overigens een gemiddelde vervroeging van twaalf dagen zien ten opzichte van vijftig jaar geleden.

De zomer staat voor lange dagen, veel zon maar ook voor kans op pittige buien.'

Is het alleen maar in onze beleving dat de buien pittiger zijn geworden? Ik las in jullie boek dat er 13% meer regen valt dan vijftig jaar gelee?

'Er valt zomers, zo’n 5% van de tijd regen, maar in die korte tijd zijn de lokale buien wel intenser. De zomers worden heter, dat betekent meer energie in de lucht, en dat betekent meer brandstof voor buien. En dus zeer lokaal, denk aan vorig jaar de overstromingen in het Geuldal.

'Op Terschelling is het op 21 juni een half uur langer licht dan in Maastricht'

Om even zonnig te eindigen met dit mooie seizoen, tip ik graag dit feitje: op Terschelling is het op 21 juni een half uur langer licht dan in Maastricht. Hoe dichter bij de Noordpool, hoe langer de avond. Sowieso is het op Waddeneilanden mooi in de zomer, de lucht daar is schoner zodat je de Melkweg beter kunt waarnemen. En als je mazzel hebt, zie je ook nog zeevonk in de zee.’

En wat kun je zeggen over de herfst, die voor metereologen start op 1 september?

‘Het startpunt van de astronomische herfst is het moment dat de zon loodrecht boven de evenaar staat, en dag en nacht ongeveer even lang duren. Je merkt aan het einde van de zomer, dat de zonkracht begint af te nemen en dat dagen korter worden. Zodat blad begint te verkleuren, denk ik: o, nou is het herfst.

'Astronomische seizoenen verschillen en kun je wetenschappelijk minder betrouwbaar vergelijken'

Wij meteorologen werken ook met het begrip meteorologische herfst, deze start op 1 september, waardoor we hele maanden hebben om door de jaren heen te kunnen vergelijken. Het begin van een astronomisch seizoen (deze hebben geen vaste data omdat ze afhankelijk zijn van de zon). wil namelijk nog wel eens een paar dagen verschillen, en dan is het wetenschappelijk minder betrouwbaar vergelijken.

'Er bestaat ook nog een derde begrip, de fenologische herfst'

Veel mensen denken dat de astronomische herfst op 21 september begint, maar ik zeg altijd: 'Er leeft nu niemand meer die dat heeft meegemaakt'. Tegenwoordig begint de herfst – astronomisch gezien – op 22 of 23 september. Maar je hebt nog een derde begrip, de biologische herfst (we noemen het ook wel fenologische herfst).

Let op: deze begint tegenwoordig negen dagen later dan vijftig jaar geleden! De natuur reageert namelijk op de voorgaande periode, en omdat het klimaat opwarmt, verkleuren de bladeren ook later. Hoewel de verkleuring ook nog eerder kan beginnen bij ernstige droogte.

Voor mij persoonlijk kondigt de hei – ook al bloeit deze vaak al in augustus – het naderen van de herfst aan.

En dan hangt het er ook nog vanaf: welk weer was het daarvoor? Natuur reageert sterk op het weer de dagen, de weken en soms de maanden daarvoor, daarom is het ook niet altijd te markeren, het komt ook wel eens voor dat de hei helemaal niet zo bloeiend is.'

Eind september of zelfs oktober wil het nog wel eens heel warm zijn, een Sint Michaelszomer, heb je daar een verklaring voor?

'Eind september die St Michaelszomer, dat is volksweerkunde, leuk in de communicatie, maar er is niet echt een wetenschappelijke basis voor. Meteorologisch is niet echt te verklaren waarom eind september of soms oktober een opleving krijgt. Hetzelfde als met kerst. Statistisch gezien is kerst vaak warmer dan week ervoor of erna. Dat is gewoon toeval, de natuur houdt zich niet aan een kalender.’

En over de winter?

‘Het moment dat de zon haar meest zuidelijke positie inneemt ten opzichte van de evenaar (dat zie je aan de lage stand in de middag) is het startstein van de astronomische winter. Meestal valt deze op 21 december, soms op 22 december. De zon staat niet alleen lager en is korter boven de horizon, de intensiteit is ook lager.

Ik praat graag over energie, de hoeveelheid energie in hartje winter is slechts tien procent van wat we hoogzomer ontvangen. Op oude schilderijen zie je veel winterse taferelen: ijs, sneeuw, maar de werkelijkheid is dat het merendeel van de winter vorstvrij verloopt, het is vaker zacht en somber weer. En ja, de winters veranderen, er zijn ook dan meer extremen.

'De gemiddelde wintertemperatuur is twee graden hoger dan vijftig jaar geleden'

In 2020 beleefden we een steenkoude week (op eentiende graad na hadden we bijna een een koudegolf te pakken), een week later was het recordwarm. Die uitschieters zie je steeds meer. Soms naar boven, minder vaak naar beneden. De gemiddelde wintertemperatuur is twee graden hoger dan vijftig jaar geleden. Gemiddeld worden winters warmer, waardoor er minder vaak sneeuw valt. Als er neerslag valt, is het bijna altijd regen.

'We hebben toch dat verlangen naar licht – ik zeker – licht geeft energie'

Wel nog een opmerking: het is niet zo dat het in winter meer regent, het is gewoon somberder, je mist het daglicht. Wolken lossen minder makkelijk op. Laaghangende bewolking blijft langer hangen. Dan heb je soms van die weken dat je denkt: jeetje wat somber. We hebben toch dat verlangen naar licht – ik zeker – licht geeft energie. Maar het mooie van seizoenen is: je waardeert het ook meer als het daarna lichter en warmer wordt. Net zoals in het echte leven, zonder dal geen piek. Een goede regenbui heb je nodig om daarna de zon te waarderen.’

En de lente?

‘De astronomische lente begint op het moment dat de zon loodrecht boven de evenaar staat en zich in dertien weken daarna noordwaarts verplaatst. Aan het begin van een astronomische lente is het wereldwijd ongeveer even lang licht als donker.’

Je noemt in je boek zelf al dat de biologische lente twaalf dagen eerder begint dan vijftig jaar geleden.

‘Biologisch is: hoe reageert de natuur? Dat komt door de zon. Als de kersenbloemen in bloei komen denk ik: haaaa lekker lente. Je gaat die warmte voelen, die warmte geeft energie, de zon knalt energie in de natuur, dat voel je.’

Overigens kan het ’s ochtends nog vriezen, terwijl het op neushoogte (1.50 meter, wereldwijd afgesproken) boven nul kan zijn, dat noemen we grondvorst. Dat kan nog heel lang duren, tot na IJsheiligen en voor plantjes laag bij de grond blijft het oppassen geblazen.

Door het veranderende klimaat begint het groeiseizoen eerder en eindigt het later, vergeleken met vijftig jaar geleden is het groeiseizoen nu gemiddeld drie weken langer. En tja, dat betekent ook langer kans op hooikoorts klachten.

Waarom moet iedereen 'Van zomerdag tot winternacht' kopen?

‘Je moet helemaal niks, maar als je het leuk vindt: dit is een tijdloos boek met veel feiten en weetjes. Waar je bij koffiezetapparaat altijd een gesprek over kunt hebben, over de mooie dingen uit de natuur. Liefdevol vermaak noem ik het. Geniet van de verwondering’.

Het boek kost 28 euro

Foto (c) ANP

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in