Ons enige echte icoon werd dit jaar 75: 'Al moet ik met een rollator de planken op, ik ga door.' Nouveau's Marion Florusse sprak uitgebreid met Willeke Alberti. 

Arjan Ederveen noemde haar ooit ‘manisch positief’ en dat past Willeke Alberti perfect. De zangeres/actrice heeft een niet aflatend optimisme. Stralen is haar tweede natuur, lijkt het wel. Altijd hartelijk, uitnodigend, gul en opgetogen. Goede genen heeft ze ook, waardoor ze geen problemen heeft met haar ouder wordende Spiegelbeeld (‘Al zie ik heus wel dat make-up in die losse groeven blijft zitten’). Ze is gelukkig met het samen zijn met haar drie kinderen en hun aanhang die allemaal vlakbij haar wonen: ‘Heerlijk vind ik dat’.

Article continues after the ad

Haar gezin bestaat inmiddels, Willeke mee­gerekend, uit twaalf personen. Kleinkind nummer acht, van zoon Johnny, is onder­weg. Ze vierden samen met haar Albert's vijfenzeventigste verjaardag in Afas Live met De Show Van Mijn Leven. Ze zag het als een markering, een hoogtepunt in haar zestigjarige carrière; geen zwanenzang, dat wil ze wel graag duidelijk hebben. ‘Ik wil blijven zingen zolang ik kan, al moet ik met een rollator de planken op.’

Maar het ziet er niet naar uit dat Willeke die hulpmiddelen snel zal moeten inzetten. Ze blaakt van levenslust en heeft zichzelf beloofd 103 te worden. Lachend: ‘Ik kom uit een heel sterk geslacht, mijn moeder is 89 geworden, ik heb een tante van 98 die nog helemaal goed is. Maar je moet ergens een grens trekken.’

Ziet het leven er op je vijfenzeventigste uit zoals je het je had voorgesteld?

‘Zoals ik had gehoopt. Ik realiseer me heel goed wat een bofkont ik ben. Ik moet mezelf weleens knijpen als ik bedenk hoe rijk ik ben.’ Ze moet het even afkloppen. ‘Niet in materiële zin, hoor, al heb ik het hartstikke goed. Maar door al die mensen om me heen. Mijn familie en vrienden, mijn kinderen en daar reken ik mijn schoondochters en schoon­zoon ook bij, en natuurlijk mijn zeven klein­kinderen. De oudste is negenentwintig, de jongste een jaar, de kleintjes zitten bij mij om de hoek op school. Als iedereen er is, zit mijn grote huis bomvol. Maar ik ben ook ontzettend dankbaar dat ik mijn mooie vak heb, waar ik nog zo van geniet.’

Voelt 75 niet heel onwerkelijk?

‘Ja, ik kan het niet echt bevatten dat ik al zo oud ben. Vroeger was ik overal de jongste, nu ben ik overal de oudste. Maar ik voel me niet oud, ik vind het fantastisch dat ik deze leeftijd bereikt heb. Mijn vader is maar achtenvijftig geworden, zo kan het ook. Ik heb nooit één seconde problemen gehad met ouder worden. Ik vind het hooguit vervelend dat jonge collega’s “u” tegen me zeggen, maar verder… Voor mij ook geen face-lifts of andere toestanden, ik ben trots op mijn leeftijd. Ik verheug me ook nog altijd op mijn verjaardag. Behalve toen ik achtenvijftig werd, de leeftijd waarop mijn vader stierf, dat was wel even moeilijk.’

De vroege dood van je vader Willy was een immense klap voor jou als dochter, maar ook als zangeres. Is het geen raar idee dat je hem nu al met zoveel jaren hebt overleefd?

‘Zeker, mijn vader heeft zo veel voor me betekend en er zijn nog altijd momenten waarop ik hem vreselijk mis. Toen hij overleed, was ik in één klap mijn vader, mijn allerbeste vriend en collega kwijt en moest ik het voor het eerst allemaal zelf doen. Eigenlijk ben ik pas na mijn veer­tigste gaan puberen.’

Over de drie keer dat ze in werkelijkheid ‘Morgen ben ik de bruid’ was, is ze wel zo’n beetje uitgepraat, al blijven haar drie exen – Joop Oonk, John de Mol en Sören Lerby - deel uitmaken van haar leven.

Horen je exen nog altijd bij je inner circle?

‘Ja, natuurlijk. Het zijn de vaders van mijn kinderen en drie heel dierbare mannen in mijn leven. Er zijn no hard feelings, we hebben veel respect voor elkaar. Verjaardagen van de kinderen of kleinkinderen vieren we allemaal samen. We zijn ontzettend blij met onze kinderen en kleinkinderen. Alles gaat in goede harmonie.’

Zie je die scheidingen als mislukkingen?

‘Ik ben er niet trots op, ik had het graag anders gezien, maar ik heb geen spijt van mijn huwelijken, want er zijn drie prachtige kinderen uit voortgekomen.’

Je hebt weleens gezegd dat de hechte band met je vader het huwelijksgeluk er niet bereikbaarder op maakte.

‘Ik was een vaderskindje en dat was voor mijn echtgenoten niet altijd even gemakkelijk. Zijn mening was heel belangrijk voor mij.’

En nu ga je alleen door het leven, in elk geval zonder partner… Is het over met de liefde?

‘Ik krijg meer dan genoeg liefde, overal waar ik kom.’

De romantische liefde, bedoel ik.

‘Haha, ja dat begrijp ik wel, hoor. Mijn dochter Daniëlle wijst me ook altijd op “al die leuke mannen” die ze voor me weet. Maar ik heb daar geen tijd voor.’

Dus je zou geen leuke vriend willen?

‘O jawel, maar die is allang geboren. Als de tijd rijp is, dan komt ’ie. Maar ik ben er niet mee bezig.’

Maar je staat er dus wel voor open, je ervaringen hebben je niet cynisch of bitter gemaakt.

‘O nee, helemaal niet. Ik geloof ’ nog altijd in de liefde.’ Zingt: ‘Telkens weer denk ik: er komt er een…’

Ze schatert het uit als er alweer een grote hit uit haar repertoire van toepassing blijkt op haar echte leven. Het nummer waarmee ze in 1975 zoveel indruk maakte in de film Rooie Sien, waarin ze de bejubelde titelrol speelde.

Heeft het met de jaren een andere lading voor je gekregen?

‘Absoluut, je wordt ouder en wijzer. Het ontroert me elke keer opnieuw als ik het zing. Weet je, het is best moeilijk voor een man om met mij te leven, want hij zal me niet alleen altijd moeten delen met mijn kinderen, maar ook met mijn vak, dat ik nooit meer opgeef.’

Dat deed je wel toen je met Sören Lerby trouwde en met hem naar het buitenland vertrok; je hebt toen jaren niet opgetreden.

‘Van die jaren heb ik geen spijt, ik heb mijn kinderen opgevoed en dat heb ik met veel liefde gedaan. Maar ik realiseer ik me ook dat ik een veel leukere moeder ben als ik geregeld op de planken sta. Toen ik vijfen­twintig jaar geleden voor het eerst na die lange tijd in Carré stond, vond ik het heerlijk om weer omarmd te worden door het publiek. Ik heb besloten nooit meer mijn vak op te geven. Ik stop als ik dat zelf beslis.´

Was het moeilijk voor je om het moeder­schap te combineren met je vak?

‘Toch wel. Nu is het misschien gemakkelijker voor vrouwen dan toen. Het algemene idee was destijds toch, dat een vrouw thuis hoorde, bij haar kinderen. Vrouw zijn in deze tijd is heel anders. De vrijheid van nu is fantastisch. Iedereen werkt, krijgt later kinderen. Er wordt veel meer samen gezorgd. Ik heb me vroeger vaak erg schuldig gevoeld als ik mijn kinderen moest achterlaten bij hun vader of een oppas. Mijn eerste man Joop was trouwens een van de eerste huismannen van Nederland, een fantastische vader. Ik vond het ook heerlijk om moeder te zijn, ik had nog wel veel meer kinderen willen hebben, maar dat is er helaas niet van gekomen.’

Je hebt eens verteld dat je het vreselijk vond dat ze het huis uit gingen en je ze moest loslaten.

‘Ik héb mijn kinderen nooit losgelaten, maar ik heb ze wel zelf laten beslissen wat ze wilden. Ik vond het hele­maal niet zo leuk toen Johnny de showbizz in wilde, zoals mijn vader het destijds niet fijn vond dat ik ook het vak in wilde. Ik was erg beschermend, maar een goed kind regeert zichzelf en uiteindelijk zijn ze alle drie heel goed terechtgekomen.’

Waarom wilde je vader destijds niet dat je in zijn voetsporen zou treden?

‘Omdat het sterke benen zijn die de weelde van ‘bekend zijn’ kunnen dragen. Daarom heeft mijn vader me altijd heel erg beschermd, terwijl ik langzaam maar zeker die ladder naar het succes opklom. Hij zei altijd: “Je moet ooit weer naar beneden, dus wees vriendelijk tegen de mensen die je ontmoet op de weg omhoog.” Mooi, he?! Hij had zo gelijk.’

En nu ben je vijfenzeventig, nog vol energie op de bühne en een icoon voor Nederland. Realiseer je je dat?

‘Nou, voor de *Na Druppel-generatie misschien. Ik ben eer­der Na Druppel dan een glamourster. Maar het is wel een bijzonder gevoel om je te realiseren dat iedereen je kent.’

Is het niet ook juist weleens vervelend dat iedereen meekijkt in je leven?

‘Er zijn wel periodes geweest waarin het minder prettig was. Als je groot verdriet hebt of in scheiding ligt bijvoorbeeld. Maar ik heb er nooit moeite mee gehad om open te zijn over mijn leven. Ik kan iedereen recht in de ogen kijken, ik heb niets te verbergen.’

Geen boosaardige karaktertrekken…?

Ze lacht: ‘Nou ik kan erg ongeduldig zijn en echt uit mijn vel springen als mijn geluid niet goed is. Maar de laatste tijd heb ik altijd prima geluid. Ik werk altijd met mijn eigen band, ik kan niet met een bandje optreden. Ik kom heel dicht bij de mensen en ik wil dat het echt is.’

Wat is je beste eigenschap?

‘Ik ben eerlijk en trouw. Als mensen goed voor mij zijn, ben ik hondstrouw.’

Het theatervak is zwaar, ook fysiek, hoe blijf je in conditie?

‘Ik moet erg mijn best doen niet te dik te worden. Ik drink – bijna – geen alcohol, en dat scheelt. Verder zwem ik elke dag en ren ik me suf op het toneel. Ik heb een goede conditie. Ik heb nooit gerookt en heb geen man, hè. Dat scheelt ook. Ik ga geregeld lekker vroeg naar bed, heerlijk nog even televisie kijken. Ik heb zo mijn eigen rituelen en vind het heel fijn dat ik dan met niemand rekening hoef te houden.’

Is dat bewust, dat je geen alcohol drinkt?

‘Nee, ik kan er gewoon niet goed tegen.

 INTERVIEW: MARION FLORUSSE / FOTOGRAFIE: WENDELIEN DAAN © NOUVEAU 2019

Deze reportage stond eerder in de print editie van Nouveau. Meer van dit soort geweldige interviews lezen? Neem een abonnement op Nouveau!

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in