‘George werd voor mij steeds echter, ik voelde de verliefdheid bijna’

Katja (53) is gescheiden en heeft het prima naar haar zin in haar eentje. Haar vriendinnen en familie steken echter niet onder stoelen of banken dat zij vinden dat er iets mist in haar leven: een man. Om van hun gedram af te zijn, heeft ze er één bedacht.

Article continues after the ad

‘Ik was nog maar nauwelijks gescheiden of het begon al. Maandagochtend op mijn werk: ‘En hoe was je weekend? Nog leuke mannen ontmoet?’ De eerste keer reageerde ik bevreemd: ‘Hè? Hoezo? Ik ben net van een man af. Denk je dat ik niet zonder kan of zo?’ Maar toen begonnen ook mijn broers. Op werkelijk elke verjaardag: ‘En, hoe staat het met de liefde Katja?’ Elke keer als zij die vraag stelden, werd ik bozer; alsof ze zich ooit maar een greintje voor mijn liefdesleven hadden geïnteresseerd! Hadden ze dat wel gedaan, dan hadden ze vast niet zo raar opgekeken toen ik aankondigde bij Wouter weg te gaan. Dan hadden ze geweten hoe ongelukkig ik al jaren was. De liefde… laat me niet lachen - nee, het paste gewoon niet in hun wereldbeeld dat hun zusje even geen man aan haar zijde wenste. Maar als ik ze dat inwreef, begon mijn vader te sputteren: ‘Ja maar Katja, je bent toch nog veel te jong om de rest van je leven alleen te blijven?’ En tegen de oprechte bezorgdheid van mijn vader was ik niet bestand. Steeds weer stelde ik hem gerust: ‘Maak je om mij geen zorgen pappa, ik red me prima. Ik kom vast wel weer eens een lieve man tegen.’

Mijn vriendinnen waren nog wel het ergst. Ik ben heus dol op mijn vriendinnen hoor, maar ik heb me de laatste tijd serieus afgevraagd of ze wel zo dol zijn op mij, of ze me wel zien en accepteren zoals ik ben. Mijn twee gescheiden vriendinnen bijvoorbeeld leken in mij vooral een bondgenoot te zien, een wapenzuster in de jacht op een nieuwe man. Als ik met een van hen of met allebei naar het theater of een concert ging, konden ze nauwelijks wachten tot het afgelopen was en ze hun hengels konden uitgooien in het theatercafé… Als ik daar geen zin in had en zei op tijd naar bed te willen, keken ze me hoofdschuddend aan: ‘Leuke mannen komen echt niet vanzelf op je pad, je moet er wel wat voor doen!’ Als ik hen dan beduusd vroeg waar ze het idee vandaan hadden dat ik een man zou zoeken, lachten ze schamper: ‘Kom op Katja, je moet onderhand toch wel eens snakken naar een paar stevige armen om je heen?’

Snakken? Nee, eigenlijk niet. Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken. Niet zomaar stevige armen tenminste. Er moet wel een heel leuke man aan vastzitten, wil ik me weer laten omarmen. Ik heb net mijn leven als single omarmd. En hoe! Ik zie steeds meer de voordelen: het hele huis helemaal voor mij alleen, stilte wanneer ik dat wens - in plaats van de hele tijd die televisie op de achtergrond - , geen slecht humeur van een ander dat op mij wordt geprojecteerd, zelf bepalen wat en wanneer ik eet, lezen zo vaak en tot zo laat als ik wil, de muziek luisteren die ik mooi vind… Wat een rijkdom! Dat geef ik echt niet zomaar op.

Ook van mijn getrouwde vriendinnen kreeg ik weinig begrip. Ondanks mijn protesten, leken ze het tot levensdoel te hebben verheven mij weer aan de man te krijgen. Als ik weer eens een poging mij aan een gescheiden vriend of vrijgezelle collega voor te stellen afwimpelde, vroegen ze vertwijfeld: ‘Maar mis je de gezelligheid dan niet?’ 

Over welke gezelligheid ze het hadden, was me een raadsel, want met Wouter was het al jaren verre van gezellig. Dat ik het daarentegen heel gezellig heb in mijn eentje konden zij zich weer niet voorstellen. Ik vind het heerlijk om na het werk een glaasje wijn in te schenken, een paar toastjes te smeren en met een boek in de tuin of bij de openhaard te gaan zitten. Op zulke momenten heb ik echt niemand nodig.

En als ik wel behoefte heb aan gezelschap dan is dat meestal snel geregeld. Ik vraag de buurvrouw of ze een glaasje meedrinkt, ik bel een vriendin voor een avondje film… Ja, het kost wat meer moeite, maar dat maakt het ook bijzonderder.

Wouter en ik zaten samen in een enorme sleur. Ik hoef die gezapigheid niet meer. Dan bleef er nog één argument over, maar daar durfde alleen mijn minst geëmancipeerde vriendin aan te komen – hoewel ik vermoed dat de anderen er ook niet ongevoelig voor zijn: ‘Maar je kunt toch niet álles zelf doen?’ Het kostte me altijd de grootste moeite om kalm te blijven bij die vraag. Als zij wil geloven dat ze geen belastingaangifte kan invullen of verstopte gootsteen kan repareren, moet ze dat vooral doen, ik heb inmiddels ontdekt dat er maar weinig is wat ik niet zelf kan en dat er voor meer ingewikkelde en tijdrovende zaken prima vakmensen zijn te vinden. 

De leugen was eruit voor ik het wist. Ik was het zo ongelofelijk zat mijn single bestaan te moeten verdedigen, om me steeds maar weer gedwongen te voelen anderen ervan te overtuigen dat ik heel gelukkig ben alleen - en niet incompleet, zoals alle vragen en opmerkingen impliciet suggereerden -  dat ik het er twee maanden geleden zomaar uitflapte: ‘Ik heb een man ontmoet.’

‘Wáááát!!!’ Mijn vriendinnen vielen steil achterover. ‘En jij liet ons geloven dat je geen interesse meer had?! We waren er bijna ingetrapt.’ Ze stonden bijna te dansen. Ik was ondertussen koortsachtig aan het nadenken: Wat heb ik nou gezegd? Nu willen ze hem natuurlijk ontmoeten. Hoe ga ik me hier uit redden?

‘Kom op, vertel, hoe heet hij, waar woont hij?’

Ja hoor, daar had je het al.

‘Uh, hij heet George. Hij woont in London.’

Dat was geloofwaardig. Mijn dochter woont daar en ik ga geregeld een weekendje naar haar toe.

‘Het is nog heel pril hoor’, haastte ik te zeggen, ‘Voor hetzelfde geld wordt het niets. En nee,’ zei ik toen ik zag dat ze al gretig naar hun telefoons grepen, ‘hij zit niet op Facebook…’

Maar ja, daarmee loste ik het probleem dat ik zojuist had gecreëerd niet op. Vanaf dat moment werd ik bij elke gelegenheid bestookt met vragen over George. Door mijn antwoorden, die ik ter plekke verzon, kreeg George vorm en inhoud, waardoor hij ook voor mij steeds echter werd, zo echt dat ik de verliefdheid haast voelde. Op een gegeven moment had ik de ideale man bij elkaar gefantaseerd.

Via via bereikte het nieuws over de nieuwe man in mijn leven ook mijn broers en vader. Toen ze me ernaar vroegen kon ik natuurlijk niet anders dan bevestigen dat ik inderdaad iemand had ontmoet. Je had het gezicht van mijn vader moeten zien. Blij, maar ook een beetje angstig. ‘Je gaat toch niet emigreren hè?’, vroeg hij ongerust. Ik gaf hem een kus: ‘Nee, lieve pappa, daar is geen sprake van. Hij komt maar hier.’

Het leek mij verstandig om Elin, mijn dochter, in te lichten, voor het geval ook zij vragen zou krijgen. Ze bescheurde het bijna. ‘Mam! Ik had het niet kunnen bedenken, maar ik kan me zo goed voorstellen dat je klaar was met die onzin. Kom snel naar Londen, dan verzinnen we een list.’

Giechelend zaten we de zaterdag erop op een bankje in Regent’s Park, waar Elin vlakbij woont. Onze missie: een man vinden die aan mijn beschrijving van George voldeed. Dat was nog niet eenvoudig; hij moest namelijk aan heel wat voorwaarden voldoen. Elin vond het bijzonder amusant allemaal. ‘Lang én knap én een bos haar én goed gekleed?! Mam,’ hikte ze, ‘we zijn wel in Engeland hè?’

‘Er moet er één zijn’, zei ik, terwijl ik het park afspeurde. En ja hoor, ineens stond hij daar, op nog geen honderd meter afstand, de George uit mijn fantasie.

Elin gilde het uit: ‘Dat is mijn buurman! Nou, als ik had geweten dat dat jouw definitie van knap is, dan hadden we ons al deze moeite kunnen besparen.’ Ze liep voortvarend op hem af. ‘Hij wil vast wel met je op de foto, hij is de beroerdste niet.

‘Nick, Nicholas!’ riep ze.

‘Hey, Elin, nice to see you, how are you?’ Mijn vleesgeworden fantasie kwam ons met uitgestoken hand tegemoet.

Elin stelde mij aan hem voor en zei dat ze iets delicaats, maar ontzettend grappigs, met hem te bespreken had. Nieuwsgierig hoorde hij haar verhaal aan, gniffelde hier en daar en zei tenslotte: ‘Okay, let’s do this.’ Hij troonde ons mee naar de vijver, de ideale achtergrond voor een romantische foto.

En zo keerde ik twee dagen later met enkele, dankzij de aanwijzingen van Elin, zéér overtuigende foto’s huiswaarts.

Ze doorstonden de eerste test, die van mijn collega’s, glorieus. ‘Wow, goed gescoord Katja!’, ‘Oh, een echte Engelse gentleman!’ en ‘Gefeliciteerd schat, het is je gegund’... Ik ging er zowaar van glunderen.

Gesterkt door alle welgemeende reacties zette ik een van de kiekjes in de vriendinnen-app. Pling, pling, pling, het commentaar stroomde binnen enkele seconden binnen. Allemaal positief en allemaal zonder één greintje argwaan… Tja, waarom zouden ze ook denken dat het gelogen was? Ik lieg nooit.

Ik kon er die nacht niet van slapen. Hoe kon ik met deze leugen leven? Ik was nu misschien wel van het gezeur af, maar was dit niet veel erger? Vooral bij de gedachte aan mijn vader, kromp mijn hart ineen. Nee, ik moest het maar zo snel mogelijk uitmaken met George.

Maar telkens als ik onze zogenaamde breuk wereldkundig wil maken, schrik ik terug. Het cynisme van mijn broers, het onbegrip van mijn vriendinnen… ik heb er geen zin meer in. Misschien moet ik het anders oplossen, misschien eerst maar eens informeren of Nick niet toevallig single is…

Deze aflevering van Openhartig verscheen eerder in Nouveau 13. 

Foto (c) iStock


Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in