Soms pakt een beslissing niet uit zoals je hoopt…

Babette (58) hoopte dat ze een gelukkiger mens zou worden als ze van haar man zou scheiden. Maar al snel begon ze haar leven als getrouwde vrouw verschrikkelijk te missen.

Article continues after the ad

‘Ik was niet echt ongelukkig met Mark. Maar ook echt niet gelukkig. Nu, ruim een jaar na onze scheiding, vraag ik me sterk af of mijn opvatting van geluk niet ontzettend naïef was, onrealistisch. En of ik wel de juiste stap heb gezet om het misschien wel onbereikbare te bereiken. Ik dacht dat gelukkig zijn betekende dat je stroomt, bruist, straalt. Dat je ’s och­tends opstaat met een enorme zin in de nieuwe dag en dat je ’s avonds voldaan naar bed gaat. Dat had ik allemaal niet. Al jaren niet. En ik verweet het Mark, of beter gezegd: mijn huwelijk met Mark.

Mijn grieven leken hem vooral te ver­moeien

Ik heb meermalen geprobeerd dat aan hem duidelijk te maken. Maar hij kon er weinig mee. Mijn grieven leken hem vooral te ver­moeien. Dat werd bevestigd door de enorme zucht die hij slaakte toen ik hem vertelde dat ik definitief had besloten te willen schei­den. Na een korte stilte en nog zo’n intens vermoeide zucht zei hij geduldig, doch streng – een beetje alsof hij het tegen een klein kind had: “Oké Babette, als jij oprecht denkt dat dit het beste voor jou is, dan laat ik je gaan. Ik ga niet proberen je op andere gedachten te brengen. Dat is zinloos, daar­voor ken ik je goed genoeg. Wat ik wel wil zeggen, is dat ik denk dat je een grote vergis­sing begaat. Jouw onvrede heeft niets te maken met onze relatie. Jij denkt dat je het geluk ergens anders kunt vinden. Ik denk dat je het nu juist door je vingers laat glip­pen. Weet wel, dat als ik achteraf gelijk blijk te hebben, je echt niet bij me hoeft aan te komen. Ik wacht niet op je.”

Zijn woorden kwamen nauwelijks bij me binnen. Ik was vooral opgelucht dat ik er zo gemakkelijk mee weg leek te komen. Nu snap ik precies wat hij mij duidelijk pro­beerde te maken. Maar ik pieker er niet over dat aan hem te bekennen. Mark is een man van zijn woord. Als hij zegt dat hij niet wacht, dan doet hij dat niet.

Waarom raakte zijn nieuwe liefde me zo pijnlijk?

De scheidingspapieren waren koud onder­tekend of mij bereikte al het nieuws over een nieuwe vrouw in zijn leven. De pijnscheut die dat veroorzaakte, had ik niet voorzien. Ik hield niet meer van Mark, daaraan twij­felde ik allang niet meer, en ik had zelf beslo­ten bij hem weg te gaan, dus waarom raakte dat nieuws mij zo?

Waarschijnlijk begon mij op dat moment te dagen waar ik nu niet meer omheen kan: met Mark had ik ook mijn leven aan zijn zijde opgegeven. Hoe meer ik besef wat dat betekent, hoe meer ik versteld sta van mijn eigen onnozelheid. Dacht ik echt dat het niet uitmaakte of ik nu wel of niet met Mark getrouwd was? Dat ik mijn leven, zoals ik dat gewend was, gewoon kon voortzetten?

Financieel kon ik me niets in mijn oude buurt veroorloven

Ja, dat niet álles hetzelfde kon blijven, snapte ik natuurlijk wel. Ik zou moeten verhuizen - wat ik al een hele aderlating vond. Ik hield enorm van ons huis. We hadden het 26 jaar eerder als bouw­val gekocht en omgetoverd tot een waar stadspaleisje. Maar ik dacht dat ik met het geld dat ik aan de scheiding zou overhouden, wel een leuk appartement in de buurt zou kunnen kopen, zodat ik mijn brood nog gewoon bij dezelfde bakker kon kopen en met mijn vriendinnen in dezelfde koffietentjes kon afspreken. Maar dat bleek een misrekening. Aangezien mijn werk als lera­res slechts een bescheiden inkomen ople­verde, moest ik een flink deel van mijn vermogen opzij zetten om vakanties, kle­ding en allerhande onvoorziene zaken te kunnen blijven bekostigen – om nog maar te zwijgen van mijn pensioen. Van wat over­bleef, kon ik nog niet eens dromen van een zolderkamer in mijn geliefde buurt.

Met een nauwelijks verholen pijn in mijn hart gaf ik een bevriende makelaar de opdracht op zoek te gaan naar een apparte­ment op fietsafstand van mijn oude huis. Ik sprak mijzelf moed in: “Kom op Babette, de wereld is groter dan dit kleine stukje stad en goede restaurants en fijne winkels zijn tegenwoordig overal te vinden.” En dat was ook zo. Tijdens de vele bezichtigingen die volgden, verbaasde het me hoe leuk en gezellig het in veel wijken was. Helaas bete­ kende “leuk en gezellig” in alle gevallen ook “duur”, dus werd die “fietsafstand” noodge­dwongen steeds groter…

Een krap appartement op drie hoog met een klein balkon

Uiteindelijk stond ik voor de keuze tussen een acceptabele buurt en een woning die aan mijn wensen voldeed. Het werd iets ertussenin: een krap appartement op drie hoog met een klein balkon in een oude volks­wijk, die volgens de makelaar sterk in opkomst was… Ik moest het er maar mee doen.

Vorig voorjaar ben ik verhuisd, met lood in de schoenen. Heus, ik had ontzettend mijn best gedaan om iets van het appartement te maken. En het zag er best aardig uit. Maar zodra ik de vergissing beging het te verge­lijken met mijn oude huis, kwamen onher­roepelijk de tranen.

Mijn vriendinnen maakten het alleen maar erger

Al snel stonden mijn vriendinnen op de stoep. Om me een hart onder de riem te ste­ken, zeiden ze – maar ze maakten het alleen maar erger. Mijn vroegere buurvrouw waag­de het, na een van mijn geforceerd opge­wekte rondleidingen, te vragen: “En wat ga je met de bovenverdieping doen?” Op mijn antwoord dat dit het was, één etage, kwam er alleen maar een meewarig “O”…

Vriendin Lotte gooide het over een andere boeg. Zij kreeg meteen een vakantiegevoel in mijn appartement, zei ze enthousiast. “In Berlijn hebben we ook weleens in zoiets gezeten. Een Air-bnb. Heel knus en karak­teristiek. We voelden ons bijna echte Berliners.”

Hoewel haar benadering gemengde gevoe­lens bij me opriep, besloot ik die toch te adopteren, als overlevingsstrategie. Ik was een toerist en dit appartement mijn hotelsuite. Ik zou de locals welwillend tegemoet treden, maar ik kon me niet voorstellen dat ik me ooit een van hen zou voelen.

Ik ben nog altijd een buitenstaander hier

En dat is tot op heden dus ook niet gebeurd. Een jaar na dato voel ik mij nog altijd een buitenstaander in deze buurt. Ik heb vrien­delijk contact met de buren, op straat word ik door diverse mensen gegroet en in de buurtwinkels herkennen ze me inmiddels. Toch voel ik me hier niet thuis. Elke gelegen­heid grijp ik dan ook aan om weer naar mijn oude buurt te gaan, al kost het me veertig minuten om er te komen. De huisarts, de tandarts, de kapper, de schoonheidsspecia­liste; ik heb ze allemaal aangehouden. Zelfs voor het lenen van een boek ga ik naar mijn oude bibliotheek. Vriendinnen komen nooit bij mij, ik fiets altijd hun kant op. En als ik dan de oude, vertrouwde straten, parkjes en pleintjes weer zie, voel ik gewoon dat ik weer ben waar ik hoor - hoewel…

En in mijn oude buurt hoor ik er ook niet meer bij

Ik merkte het al in de zomer. Ik hoorde over barbecues, waar ik niet voor was uitgeno­digd. Nee, nee, het was “alleen maar een buurtbarbecue en Mark was er ook, dus…” Verjaardagen, waar ik altijd een van de vaste gasten was: “Weet je, we vinden het heel gezellig als je een andere keer komt. Maar Mark komt met Ellen, dus dat is misschien wat ongemakkelijk.” Later kreeg ik berich­ten over geslaagde diners bij ons thuis – “Nee, Ellen had niet zelf gekookt, ze hadden een cateraar ingeschakeld” - en bij vrienden. Langzaam maar zeker drong tot mij door dat ik werd uitgesloten van de sociale kringen waartoe ik altijd op een vanzelfsprekende manier had behoord. Niet met kwade opzet, dat heb ik nooit gedacht. Maar zo gingen die dingen blijkbaar. Ik hoorde er niet meer bij.

Terwijl ik nog altijd een buitenstaander ben in mijn nieuwe buurt, in mijn nieuwe leven, ben ik ongemerkt een buitenstaander – of nog erger: een niet-bestaander - geworden in mijn oude leven. Ja, dat heeft absoluut iets tragisch. Gelukkig lijd ik er op dit moment, dankzij de coronacrisis, niet vre­selijk onder. Er zijn nu tenminste geen bar­becues, borrels en diners waar ik niet voor uitgenodigd ben.

Ik zal mijn oude leventje moeten loslaten

Hoe het straks verder moet, weet ik niet. Ik zal mijn oude leventje moeten loslaten, wil ik nog iets van het nieuwe maken. Maar wat vind ik dat moeilijk. Mijn verlangen naar al die gezel­ligheid, al die fijne mensen, de gesprekken, de grappen, de vertrouwde omgangsvormen van voorheen, is zó groot, dat als Mark nog beschikbaar zou zijn, ik serieus zou over­wegen weer naar hem terug te gaan. Dat bruisen, stralen en stromen, lijkt nu verder weg dan ooit. Wat heeft me toch bezield?’

Foto (c) iStock, de namen in dit verhaal zijn om privacyredenen gefingeerd

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in