'Deze crisis draait evengoed om loslaten als om vasthouden.'

Ze staan er weer, de powervrouwen in de zorg, nu de tweede golf covid-19 besmettingen een feit is. Net als in het voorjaar beleven schrijnende eenzaamheid, intens verdriet én de ongekende kracht van collega’s. Tijdens de eerste golf spraken we twee van hen, nu lees je hun verhalen nogmaals, omdat ze jammer genoeg wéér relevant zijn. Vandaag: May Huyssen van Kattendijke (43), coronabuddy op de intensive care in het Haga Ziekenhuis in Den Haag.

Article continues after the ad

‘Toen mijn leidinggevende vroeg: Wie kan er bijspringen op de intensive care, ervaring niet vereist, wel een koel hoofd en een warm hart, voelde ik meteen: natuurlijk wil ik dit! De afschuwelijke beelden van de Italiaanse ziekenhuizen stonden op mijn netvlies, verder had ik geen idee van wat mij te wachten stond. Als buddy ben je de helpende hand en werk je onder supervisie van een verpleegkundige. De dagen verliepen afwisselend: ik hielp mee met de verzorging, de controles, het draaien van patiënten van hun rug op hun buik of omgekeerd, het afnemen van bloed, het toedienen van medicijnen, het verwisselen van filters voor de beademingsmachines en het schoonmaken van apparatuur.

' Alleen het gezoem van machines die mensen in leven houden’

Wat me meteen opviel, was de stilte die heerste op de ic, terwijl er toch veel mensen rondliepen. Geen gehoest, geen bezoek, geen geroep of gefluister. Alleen maar het gezoem van machines die mensen in leven houden; de patiënten waren zo vreselijk ziek, dat ik me moeilijk kon voorstellen dat ze ooit nog beter zouden worden. In diepe slaap of niet, elke dag werden er haren gekamd, gezichten gewassen en geschoren, tanden gepoetst. Alles om ervoor te zorgen dat een patiënt er, gezien de omstandigheden, zo liefdevol verzorgd mogelijk bij lag en zo min mogelijk leed.

Op de ic draai je diensten van acht of soms van twaalf uur, met twee pauzes, een korte en een van een halfuur. Tijdens de dienst ben je intens gefocust en non-stop bezig, je kunt tussendoor niet naar de wc of even koffie drinken omdat je pak en je masker dan uit moeten. Als je pak uit is, moet het meteen worden ver­nietigd en het is zonde om voor een kop koffie de boel te verspillen. Maar er is ook helemaal geen tijd voor.

'Na een dienst was ik moe, maar stond ik ook stijf van de adrenaline'

Wat heb ik een bewondering gekregen voor mijn collega’s op de ic. Er werken krachtige mensen, die altijd maar mentaal en fysiek overeind blijven en één gezamenlijk doel hebben. Met verenigde krachten strijden ze daarvoor. Ik ben dankbaar dat ik daar deel van mocht uitmaken. Na een dienst was ik moe, maar stond ik ook stijf van de adrenaline, ik was zo hyper dat ik wel tien kilometer moest hardlopen om mijn hoofd leeg te maken.

Vlak voordat ik in slaap viel, dacht ik na over de patiënten. Ik wist niets van ze, wie zouden ze in het gewone leven zijn? Zouden ze de nacht halen? Gelukkig kon ik er goed met mijn man over praten. Wat ik nooit zal vergeten, is de meneer die niet meer kon praten en in gebarentaal vroeg hoe het met mij ging. Diep ontroerd was ik. Fijn vond ik het om mijn ervaringen op te schrijven, terwijl ik van nature helemaal geen schrijver ben. Al schrijvend probeerde ik los te laten wat ik allemaal had meegemaakt en realiseerde ik me dat het in deze crisis evengoed draait om loslaten als om vasthouden. Het gevecht om levens vast te houden, terwijl het lot besliste dat er helaas ook levens losgelaten werden.’

Morgen lees je het verhaal van Desiree Burger, intensivist in Tilburg.

Foto (c) iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in