Fotograaf
Lars van den Brink / Lumen

Het multitalent over een leven vol kleur, muziek én een paar valse noten.

‘Het leven is een muziekstuk,’ zegt actrice, zangeres en presentatrice Gerda Havertong (73). De laatste tijd klinken de akkoorden haar soms vals in de oren. Maar niet als het gaat over haar Stichting Wiesje. ‘Dies stuwt me voort en geeft me enorm veel moed.’

Article continues after the ad

"Je ziet een plafond? O, wacht even, de camera ligt achter mijn computerscherm. Hahaha, ik vind dit toch een stunt. Dit is theater voor oudere dames. We zijn nu al veertig minuten bezig om elkaar te horen en te zien. Jongeren hadden dit allang doorgehad, die durven overal op te drukken. Ik ben nooit bang geweest voor risico’s, maar als het om dit soort dingen gaat...

'Ik merk dat ik me langzaam losmaak van het collectief' 

Ja, de leeftijd. In oktober word ik vierenzeventig. Ik weet niet of dat wat ik voel bij die leeftijd hoort. Een van de eerste spoilers dat je ouder wordt, is dat je aan je eigen stem genoeg hebt en andere geluiden al snel lawaai zijn. Ook merk ik dat ik me langzaam maar zeker losmaak van het collectief. Ik hoef niet meer zo nodig met z’n allen tegelijk ergens bovenop te duiken. Verder denk ik niet zo na over leeftijd. Dat is altijd zo geweest. Alleen als teenager vond ik het belangrijk om ouder te lijken, zodat ik geloofwaardiger zou overkomen. Daarna deed het er niet meer toe.

'Ik hou van groots en meeslepend, maar alleen in het vak dat ik beoefen'

Maar nu... Ik weet wel dat er allerlei krampjes en pijntjes zijn. Die schrijf ik toe aan een vrij hyperactief leven met de laatste jaren een grote buidel van onaangenaamheden, hebi’s, zoals we die in het Sranantongo-Surinaams noemen. Daar praat ik niet of nauwelijks over. Ik hou van groots en meeslepend, maar alleen in het vak dat ik beoefen. De persoon Gerda heeft niet de behoefte de was aan de lijn te hangen. Niet dat die was vuil is, hoor, maar er zijn gewoon onvoldoende wasknijpers, haha.

Gerda en haar man, kunstenaar kunstenaar Roelof Lenten

Ik was altijd iemand van full speed trainen. Maar sinds maart ben ik niet meer naar de sportschool geweest. Ik ben er nog niet uit of dit uit voorzichtigheid vanwege corona is of gewoon lakse luiheid. In mijn optiek is corona een beproeving voor ons allen. Een opdracht tot zelfreflectie. Al mijn opdrachten – presentaties, dagvoorzitterschappen, lezingen op scholen – zijn gecanceld en nog niemand heeft me teruggebeld.

'Ik heb geen zin om likeable te zijn'

Ik begrijp het wel. Ik heb een leeftijd waarop naar je wordt gekeken alsof je nog geen prullenbak kunt legen. En ik weet dat ik plaats moet maken. Er is zo veel talent in Nederland. Maar ik hoop dat men mij blijft erkennen in de vorm die ik van belang vind. Ik heb geen zin om likeable te zijn. Ik ben toegankelijk, maar voel geen verhitte ambitie om te veranderen omdat de wereld anders is geworden. Bovendien, arbeid bepaalt mij niet. Ik was al een persoon voordat ik ging werken. En die persoon heeft geen enkele behoefte om – zoals ik het altijd zeg – te hollen, draven, zitten, opstaan en nog een keer terug te gaan.

(c) De Suriname Monologen

Mijn instelling is altijd geweest: wat nu niet kan, schuift naar het moment dat het wél kan. Wanneer dat is, weet je niet, want dat is toekomst. Die houding heb ik van mijn vader. Die zei dat je altijd plannen moest blijven maken, maar dat je moest beseffen dat je niet ál die plannen ook zou kunnen verwezenlijken. Inmiddels behoort deze boodschap tot mijn bagage.

Mijn vader was zeventig toen hij stierf. Hij was een wijze, krachtige en fanatieke man, die zich via LOI-cursussen heeft weten op te werken tot kapitein op de binnenvaart. Hij leefde voor zijn gezin. Ik ben dan ook altijd ernstig ontstemd als ik mensen hoor praten over Surinaamse mannen en hun buitenvrouwen. Mijn vader had geen buitenvrouw.

'Ik heb dingen nooit gelaten. Ik verzet me tegen disbalans'

Mijn moeder is tweeënzeventig geworden. Zij was een heel andere vrouw dan ik. Zij was iemand van: laat nou maar. Ik heb dingen nooit gelaten. Ik verzet me tegen disbalans. Ik wil alles uitgezocht en uitgesproken hebben. Mijn moeder was een zachte vrouw. Dat zij vijf kinderen heeft voortgebracht die de hele dag maar ratelen en leuteren, mag een wonder heten.

Stichting Wiesje, waar ik me al twintig jaar met hart en ziel voor inzet, is vernoemd naar haar. Mijn moeder leed vanaf haar vijfenzestigste aan dementie. Veel te jong. Niet meer weten, is het ergste dat je overkomen kan. Die ziekte pleegt diefstal. Je bent erbij als je bestolen wordt, maar je merkt het niet eens. De eerste twee jaar heeft mijn vader haar toestand voor ons verborgen gehouden. Toen moest mijn moeder worden opgenomen. De plek waar ze terechtkwam, was zo in tegenspraak met wat wij wensten dat die zou zijn. Dat verdiende ze niet. Ik wilde niet dat dit andere mensen in Suriname zou gebeuren.

Via de stichting hebben we in Paramaribo inmiddels een prachtig woonzorgcentrum neergezet. In 2003 openden we een kenniscentrum, in 2005 een dagcentrum en in 2015 is de eerste woonunit voor vierentwintiguursopvang opengegaan. Er zijn nu nog drie woonunits te gaan.

Voor mij is de stichting een spannend verhaal van hoe je door mensen gestuwd kunt worden. Het idee kwam voort uit mijn hoofd, de wilskracht om het te realiseren kwam behalve van mij van heel veel mensen om me heen, een keten van schakels, hecht en sterk, onder wie mijn echtgenoot Roelof en mijn dochter Zuléma.

'Deze paragraaf van mijn leven duurt nu al twintig jaar. Het is mijn missie'

Kijk, het leven heeft kleur en melodie. Het is een muziekstuk. Nu ik ouder ben, klinken er soms valse noten. Maar als het over Wiesje gaat, is er niets vals, dan brokkelt er niets af. Toen ik ermee begon, dacht ik dat ik met drie jaar wel klaar zou zijn. Maar deze paragraaf van mijn leven duurt nu al twintig jaar. Het is mijn missie.

'Je moet de geschiedenis niet schoonpoetsen'

Het heeft me zeker milder gemaakt. Wat overigens niet wil zeggen dat ik anders denk over zaken als discriminatie en racisme, absoluut niet. Ik vind nog steeds dat we ons met z’n allen onvoorwaardelijk moeten inzetten om elkaar tegemoet te komen, tot andere inzichten te brengen.

Gerda en haar man Roelof in 2020

Maar ik ben niet rücksichtslos. Beelden hoeven niet te worden kapotgemaakt. Je moet de geschiedenis niet schoonpoetsen, beter laat je die glimmen door het achterhaalde van nu eraan toe te voegen. Dat zijn we onze nazaten verschuldigd.'

Foto's (c) Brunopress

Dit interview stond eerder in de Nouveau special Happy 50, waarin nog véél meer 50+ vrouwen met stijl en substantie aan het woord komen. Je kunt 'm nabestellen - nu zonder verzendkosten - op Magazine.nl