Uitgebreid interview met de nuchterste vrouw van Hilversum!

Een roman schrijven of de Noordpool ontdekken: voor Anita Witzier (59) hoeft dat allemaal niet. Ze is volkomen gelukkig met het leven dat ze leidt. Al is die naderende zestig soms confronterend. Zeker nu ze voor Anita wordt Opgenomen zes instellingen voor ouderenzorg bezoekt.

Article continues after the ad

Haar kloeke keuken fun­geert vooral in coronatijd eveneens als kantoor en broedplaats. Het is ook Anita Witziers domein: zij kookt, man Michel doet de tuin. ‘Wat maakt mij die rolverdeling uit? Ieder z’n talent. Waarom zou je in godsnaam uit je comfortzone wil­len komen?’

Epicentrum van de keuken: een tafel die plaats biedt aan minstens tien personen. Maar nu zit Witzier er alleen, al wordt ze gadegeslagen door haar onafschei­delijke entourage, boxer Ollie. Laptop open­geklapt, papieren agenda – ‘Ja, ja, die heb ik nog, zo overzichtelijk’ – uitgestald en een theetje en twee stapels kookboeken binnen handbereik. Receptenbijbels van de keukengoeroes van nu: Nigella Lawson, Sophie Dahl, Yotam Ottolenghi, Jamie Oliver…

'Ik ben geen chef, dat is niet mijn business'

Die ploegt ze overigens niet door omdat ze een vervolg overweegt op haar vorig jaar verschenen kookbundel Zonder fratsen, een titel die matcht met haar direc­te stijl van communiceren. ‘Ben je gek, dat was een eenmalig project. Ik ben geen chef, dat is niet mijn business. En het was ook geen bestseller, zal ik maar zeggen, maar ik vond het wel leuk om onze eigen ideeën over gewoon, gezond en lekker eten op te schrijven.’

Wél haar business is televisie maken. Al bijna 35 jaar. Witzier begon als omroepster bij Veronica en slalomde langs eendags­vliegen en liveshows naar KRO-NCRV-kijkcijferhits als Memories, De Reünie, Anita wordt Opgenomen en TV-Toppers. Andere, nog veel grotere mijlpalen in die tijd: twee kinderen en drie huwelijken. En nu: overeind blijven in coronatijden. 

Is die tijd je zwaar gevallen?

‘Uiteindelijk had ik zelf niet zo veel aan te passen, al waren we met een groot project bezig dat nu niet doorging. Bovendien werd Anita wordt Opgenomen stilgelegd. Toen zat ik even met een lege agenda en dacht ik: huh, wat nu? Onwerkelijk. Maar snel daarna begon het overleg: hoe gaan we verder met de reeks? Er kwam een corona-editie van Voor wie steek jij een kaarsje op? en we kregen een go voor TV-Toppers. Het was ineens weer alle hens aan dek. Ook omdat we niet alles via Zoom konden overleggen; dan gaan nuances verloren, kun je elkaar niet in de ogen kijken en doorvragen. Ik denk dat ik twee weken taarten, koekjes en brood heb staan bakken en vervolgens was dat klaar. Gewoon aan het werk.’

Maar vind je het ingewikkeld om je gewoontes in het dagelijks leven aan te passen?

‘Eigenlijk denk ik dat ik er te gemakkelijk mee omga. Daarom doe ik bewust een stapje terug; het virus is nog niet weg. Dus echt overal afstand houden, ook tijdens het werk. Ik moest bij Bronbeek (een verzorgingshuis voor oud-militairen, red.) zijn voor opnames en het liefst wil ik dan een paar van die mannen die we volgen, beetpakken, maar dat kan dus niet. Terwijl zij vaak zoiets hebben van: ik ben stokoud, kan mij het schelen of ik corona krijg. Maar ik vind dat we een soort van collectieve verantwoordelijkheid voor elkaar hebben.

Daarom mijd ik plekken als de Kalverstraat. Uit eten? Prima, maar wel buiten op het terras of op echt voldoende afstand van anderen. En ik ga zeker de komende tijd niet in een vliegtuig zitten. Dat is voor mij echt een no-go. Waarom zou je problemen opzoeken? Een vriendin van me is stewardess en zij zei: “Het is krankzinnig.” Kijk ik om me heen, dan denk ik: na de vakantie zijn we hier aan de beurt, wanneer iedereen terug is in Nederland en van alles heeft meegenomen. Ik zou met Michel een roadtrip maken langs de Baskische kust richting Porto. Dat hebben we ingeruild voor fietsen in Limburg. Niet over zeiken.’

Heeft corona je nieuwe inzichten gegeven?

Over je man of kinderen? ‘In het algemeen: dat we elkaar allemaal keihard nodig hebben, afhankelijk zijn van anderen. Daar moeten we meer naar handelen. Ik erger me rot aan de polarisatie, het idee dat wat er nu gebeurt een complot zou zijn, je middelvinger opsteken. Verder heb ik geleerd dat ik prima gedij bij rust. We moeten zoveel van onszelf. Ik vond het eigenlijk wel prettig dat sommige verplichtingen verdwenen waren.

Wat ik mooi vind aan mijn kinderen: ze hebben geen kik gegeven en geen seconde geklaagd toen er van alles wegviel en hun vrijheid werd beperkt. Werk, vakantie, feesten, de zomerfestivals waar mijn dochter zo gek op is. Ze reageerden heel volwassen: het is nu eenmaal zo, klaar. Mijn man gaat stoïcijns door zoals hij altijd deed: een, twee dagen per week thuiswerken, de rest op kantoor, hem krijg je niet gek. Als er een bom valt, zal hij waarschijnlijk even denken: o jeetje.’

Je nieuwe serie draait om bejaard zijn in Nederland. Is dat ook een levensfase die je zelf vreest?

‘Het is niet bepaald iets waar ik naar uitkijk. Ik ben mijn hele leven zelfstandig geweest en dan zou ik mijn huis uit moeten, naar een gemeenschappelijk onderkomen met mensen voor wie ik niet gekozen heb. Regels volgen, eten wat de pot schaft... Dat is toch een verschrikkelijk scenario. Vooral het niet in control zijn, daar ben ik huiverig voor. Mijn moeder werd 83, mijn vader is nog 10 jaar ouder geworden.

'Je hebt, kortom, helemaal niets over je einde te zeggen'

Maar waar het mij voornamelijk om gaat, is: hóé word ik oud? Mijn vader was echt klaar met het leven. Al zijn zussen en broers waren dood, de rest van de familie eveneens, zijn vrienden en kennissen... Die laatste anderhalf jaar waren bepaald geen feestje. En ik begreep wel dat het voor hem niet meer hoefde, maar ik kon hem er niet bij helpen. Je hebt, kortom, helemaal niets over je einde te zeggen.’

Je kunt je eigen einde toch wel regisseren? Heb jij al iets vastgelegd?

‘Nee, nog niet. Ik denk er wel over na. Aan de andere kant: wat heeft het voor zin? Als het moment daar is, dat ik op het punt ben dat ik er geen zin meer in heb, dat ik nauwelijks weet waar ik ben of wat ik wil, dan ben ik niet meer toerekeningsvatbaar. Maar ik ben voor zelfbeschikkingsrecht. Want als je totaal dementeert en je daardoor in een voortdu­rende staat van angst en onzekerheid ver­keert zonder vooruitzicht, dan lijd je. Ik denk dat ik dan ook niet meer wil, hoewel ik ook begrijp dat er veel kritiek is op Pia Dijkstra’s voltooidlevenwet. Ouderen voelen zich door corona soms al onder druk gezet door jongere generaties en dit voorstel maakt dat idee misschien groter. Maar vol­gens mij interpreteer je het dan niet juist.’

Over een paar maanden word je zestig. Is dat een bijzondere mijlpaal voor je?

‘Het is een gek getal, dat niet bij me past. Maar ja, niemand zegt: “Ik voel me zestig.” Ik evenmin: in mijn hoofd ben ik veertig of vijfendertig. Maar in de spiegel uiteraard niet. Ik erger me suf aan mijn stramme lijf en twijfelende kaaklijn en denk: verdomme. Of: zou ik een facelift nemen? Maar dat durf ik dan weer niet. Een paar jaar geleden heb ik botox gedaan, maar daarvan gingen mijn wenkbrauwen vreemd omhoog staan. Niet mooi. Dus laat maar.

'Ik let op mijn eten, want elke calo­rie blijft op deze leeftijd plakken'

Ik overweeg of ik wat aan de vlekjes in mijn gezicht moet laten doen, smeer eigenlijk alleen crème en zon­nebrand. Ik weet niet of dat stijlvol ouder worden is, het is in elk geval zíchtbaar ouder worden. Ik let op mijn eten, want elke calo­rie blijft op deze leeftijd plakken. En ik steek ongelooflijk veel energie in fysiek in condi­tie blijven: spinnen, zwemmen, wandelen met de hond, een keer per week aan de slag met een personal trainer...

Hardlopen kan ik niet meer door de reuma. Heel jammer. In het begin vond ik die beperkingen lastig, maar inmiddels is er acceptatie. Ik wil niet focussen op wat ik niet kan, maar op wat wél mogelijk is. Verder is er het besef: zes­tig, dat betekent minder tijd. Ik bedoel: ik heb minder jaren voor de boeg dan er achter me liggen. Dat is confronterend. En bij vla­gen benauwend. Maar ik druk die gedach­ten zo snel mogelijk weg. Want wat moet ik ermee?

'Dan ben ik maar niet ambitieus of avontuurlijk. So be it'

Bovendien ben ik helemaal blij met het leven dat ik leid. Waarom zou ik dat willen veranderen? Ik hoef niet nog de Noordpool te ontdekken of een roman te schrijven of drie sabbaticals te nemen. Blijkbaar ben ik dat niet. Anders had ik dat toch allang gedaan? Jaren geleden ben ik cultuurgeschiedenis gaan studeren. Drie, vier avonden per week. Dat verwaterde doordat ik het zo druk had en leverde ver­volgens enkel schuldgevoel en frustratie op. Dat is niet de bedoeling. Dan ben ik maar niet ambitieus of avontuurlijk. So be it. Ik vind het wel prima. Trouwens: ik zie “avon­tuurlijk” ook anders. Bijvoorbeeld: voor tv vaak op pad gaan met een ander team, nieuwe projecten aanpakken en steeds in andere levens duiken.’

Je carrière beslaat bijna 35 jaar. Welk moment was cruciaal in je loopbaan?

‘Ik zie die periode als een voortdurend pro­ces, een ontwikkeling waarin ik steeds bij­leerde, ook nu nog. Maar een bepalend ogenblik was een gesprek met John de Mol toen ik net een paar jaar bezig was. Hij vroeg me of ik een grote show wilde presen­teren: Lucky Lotto Live. En of ik dat kon, een rechtstreekse uitzending maken? Ik scheet in mijn broek bij het idee, maar antwoordde: “Natuurlijk John!” Vanaf dat moment stap­te ik over dingen heen en was mijn motto: “gewoon doen”.

'Niet eerst denken: oh my God, onbekende situaties, help! Maar hup­pakee, gaan!'

Niet eerst denken: oh my God, onbekende situaties, help! Maar hup­pakee, gaan! Stel je open, dan is wat er op je afkomt minder eng dan je denkt en heb je meer kracht dan je vermoedt. Ook privé. Toen ik ging scheiden van de vader van mijn kinderen dacht ik aanvankelijk: o jee, hoe moet dat nu in mijn eentje? Maar ergens in mij was een bron waaruit ik kon putten. Ik was sterker dan ik dacht en bleek over een heel reservoir aan kracht te beschikken. Ik heb een goede band met mijn kinderen, maar ik blijf hun moeder. Dat gaat nooit weg. Dat verwijt krijg ik nog steeds wel eens: geef ons meer vertrouwen. Ik heb dat moeten leren, afstand nemen.’

Nooit gepiekerd?

‘Zeker wel. Maar ik ben heel pragmatisch, kan die gedachten afslui­ten. Want dat is volstrekt zinloos, net als achteraf kijken. Een kwelling die ik mezelf niet meer aandoe, gedane zaken nemen immers geen keer. Doormalen en zemelen kost veel energie en tijd die je beter in iets anders kunt steken.

Zo val ik gemakkelijk in slaap, maar word ik na drie, vier uur altijd wakker. En dan duurt het heel lang voor ik weer indut. Maar niet doordat ik pieker. Het is gewoon zo, al 28 jaar. Knudde. Ik ben eraan gewend om te leven met gebroken nachten. Overdag ben ik vaak moe, maar er zijn ergere dingen. Straks ga ik naar mijn ex-schoonmoeder die in een verzorgings­huis zit en dan ga ik daarna even liggen. Soms neem ik een slaappil om een nacht bij te trekken.’

Wel bijzonder dat je je ex-schoonouders na al die jaren nog ziet

‘Vind je? Het is de normaalste zaak van de wereld. Of, dat zou het moeten zijn. Ze zijn de opa en oma van mijn kinderen. Het is mijn verantwoorde­lijkheid dat die relatie goed is en dat ik altijd met hen door één deur kan. Echt verschrik­kelijk als dat niet zo zou zijn. Ik vind het belangrijk dat ik daarbij over mijn eigen schaduw heen stap, het is zelfs mijn plicht. Ook al is er een andere partner. Ik ga regel­matig bij hen op bezoek, we eten gezamen­lijk en vieren Sinterklaas en verjaardagen met elkaar. Bij vrienden doe ik ook niet aan: kan ik op een ander tijdstip komen, als mijn ex er niet is? Ik vraag iedereen tegelijker­tijd, heel simpel. Daarin ben ik rigoureus. Dan kom je toch lekker niet! Jouw probleem, niet het mijne.’

Met de jaren stijgen de zekerheid en het geluksgevoel?

‘Ervaring maakt dat ik me in mijn werk zelfverzekerder voel. Bovendien heb ik niet meer die enorme druk. Mijn leven hangt er niet vanaf. En wat is geluk voor mij? Dat ik me er bewust van ben, er oog voor heb, anders is het er niet. Het is niet iets concreets, het is bewustwording: tel je zegeningen. De mijne zijn talrijk, ik denk dat ik een gelukkig mens ben. Saai hè? Maar ik kan geen enkele reden bedenken waarom ik dat niet zou zijn of waarom ik me verongelijkt zou moeten voelen.’

ANITA IN HET KORT

Anita Cornelia Witzier (Gouda, 1961) begon haar televisiecarrière in 1988 als omroepster bij Veronica. Al een jaar later presenteerde ze haar eerste programma, Club Veronica. In 1996 stapte ze over naar de KRO, waar ze uitgroeide tot allround presentator – Tien voor taal, Memories, Anita wordt Opgenomen… In 2007 won ze de publieksprijs voor beste vrouwelijke televisiepersoonlijkheid: de Zilveren Televizierster. Anita heeft twee volwassen kinderen en woont met haar derde man Michel Nillesen in Blaricum.

Dit interview heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan (c) DPG Media / Nouveau 2020

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in