Schrijfster Lydia Rood groeide op met het gevoel dat haar moeder niets om haar gaf, maar dat verweet ze zichzelf. Tot ze vier jaar geleden ontdekte dat haar moeder aan het syndroom van Asperger lijdt. ‘Eindelijk snap ik haar. En ik vergeef haar alles.’ 

“Nadat mijn dochter was geboren, dertig jaar geleden, had ik driemaal een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Daardoor verloor ik beide eileiders, zodat ik alleen nog door ivf zwanger zou kunnen worden. Zeven pogingen mislukten, de achtste was raak.

Totdat ik bij een onderzoek hoorde dat het vruchtje niet meer leefde en ik een miskraam zou krijgen…"

Verbijsterd was ik

"Na dat bericht had ik een afspraak met mijn moeder. Verslagen stond ik voor haar deur. Ze hoorde mij stil aan. ‘O,’ zei ze alleen. Daarna ging ze thee zetten. En begon over haar vakantie. Verhalen vol minutieuze details, die ik allang wist.

Tot de volgende ochtend werd er niet meer over gesproken. Verbijsterd was ik. Dit was toch niet normaal? Tegelijk was het zo logisch. Zo ging het immers altijd.

Van kinds af aan heb ik mij niet-gezien en miskend gevoeld. Empathie, inlevingsvermogen: mijn moeder leek het niet te kennen.

Ik was ontroerd toen ze zichzelf ditmaal bij het afscheid overtrof en zei: ‘Je weet dat ik niet handig ben met dit soort dingen. Maar als ik iets voor je kan doen, dan ben ik er. Onthoud je dat?’ Hartverwarmend.

Maar toen ik kort daarna een beroep op haar deed, was ze er níet. Omdat ze een oude schoolvriendin zou zien en die ontmoeting absoluut niet wilde afzeggen. Afspraak is afspraak, in haar optiek."

Lees ook: Openhartig: 'Ik rouw nog steeds om mijn eerste man'

We werden niet geknuffeld of getroost

"Had ik toen maar geweten wat ik nu wist. Dan had het niet telkens zo veel pijn gedaan. Dan had het niet opnieuw mijn gevoel bevestigd dat ik te veel verwachtte, simpelweg niet spoorde, zoals mij met de paplepel was ingegoten.

Ik ben de oudste uit een gezin van zes. Na mij volgden bijna allemaal jongens, een ervan is klassiek autistisch. Ik was het buitenbeentje.

Ik had behoeften die niemand begreep en waar niet aan tegemoet gekomen werd. Ik was een kletsmajoor, net als mijn vader, en dat werd mijn moeder soms gewoon te veel.

Veiligheid heb ik bij mijn moeder nooit ervaren, angsten durfde ik niet met haar te delen. Ik wist dat er geen oor voor zou zijn en geen begrip. Wij kinderen kregen eten, onze schoolrapporten werden bekeken, dat ging volgens het boekje.

Maar we werden niet geknuffeld of getroost, zelfs een pleister op je knie was er niet bij. Mijn moeders manier van opvoeden was star, rechtlijnig, er was geen ruimte voor een andere aanpak als de situatie daarom vroeg.

Voor mij voelde dat soms onrechtvaardig en dan kwam ik in opstand. Daarmee was ík de lastpak." 

Wilde feestjes

"Nu zie ik dat ze altijd mechanisch handelde, ogenschijnlijk van emoties gespeend. Ook tegenover mijn vader. Zij zijn uiteindelijk gescheiden. Het was trouwens niet allemaal kommer en kwel bij ons thuis, hoor.

Wij kinderen kregen veel vrijheid, mochten al jong tot diep in de nacht wegblijven. We konden wilde feestjes geven thuis. Dan waren mijn ouders er ook, hartstikke leuk, de drank stroomde rijkelijk, alles kon en mocht.

Dat de deur vaak op slot bleek als ik ’s nachts thuiskwam en ik dan alleen maar met levensgevaarlijke toeren langs de brandtrap nog binnen kon komen, vond ik pas later raar.

In mijn puberteit liep ik altijd met een scheermesje rond. Ik sneed mezelf ermee. Maar mijn wonden werden niet gezien. In die tijd stal ik eens een grote pot sterke pijnstillers van mijn moeder. Ik vond het fijn die achter de hand te hebben, ‘voor het geval dat ik niet verder wilde’.

Op een dag ontdekten mijn broertjes hem en ik vertelde hun eerlijk waarom ik hem had gestolen. Ze moeten de reden hebben doorverteld, want niet veel later was de pot weg."

Zal ik springen of niet?

"Ik wachtte daarna gespannen op het moment dat mijn moeder er tegen mij over zou beginnen. Dat is nooit gebeurd. Dat bevestigde mij zo in mijn eenzaamheid, dat ik een tijdje later op een flat met één voet op de balustrade stond. ‘Zal ik springen of niet?’

De gedachte dat ze er thuis alleen hun schouders over zouden ophalen, hield me tegen. Het voelde zó zinloos. 

Pas toen ik mijn eerste man ontmoette, leerde ik knuffelen. Hij kon me daar nog tien jaar lang in ‘opvoeden’ voordat ik zelf een kind kreeg, gelukkig maar.

Ook toen ik allang volwassen was, bleef de band met mijn moeder eigenaardig. Ik kwam vaak thuis, het was er in de regel ook heel gezellig, met al mijn broers en aanhang. Maar het contact met haar bleef stroef en steeds vaker bekroop me het gevoel: ‘Dit is niet normaal!’

Vier jaar geleden was er weer zo’n incident. Ik was met mijn gezin op haar verjaardag. Voor een broer van mij had mijn moeder cashewnoten gekocht. Ik ben daar ook dol op. Maar nee: ze waren alleen voor mijn broer, zelfs toen bleek dat hij helemaal niet zou komen.

Ik voelde me persoonlijk aangevallen en ben huilend vertrokken."

Op hetzelfde moment wist ik het

"In de auto bleven de tranen stromen. Waarom gunde ze mij geen cashewnoten? Ineens zei mijn dochter: ‘Ik ben op het internet een checklist voor autisme tegengekomen. Die moet je eens lezen. Ik denk dat ze het syndroom van Asperger heeft.’

Ik viel stil. Mijn tranen stopten. Op hetzelfde moment wist ik het. Dit was het!

Die noten, dat had niets met gunnen te maken, maar met de vaste regels die zij in haar hoofd had. Talloze voor­beelden kwamen bij me op.

Ik wist al heel veel over autisme, door mijn broer Job, over wie ik een boek heb geschreven. Hij is een klassieke autist, totaal anders dan iemand met Asperger, die zo op het oog gewoon functioneert, maar die ondertussen, meer verborgen, net zo goed totaal anders met prikkels en gevoelens omgaat dan anderen.

Als mijn moeder Asperger had, zou dat alles verklaren. Hoe bestond het dat ik dat nooit eerder had beseft? 

Ik probeerde de test te doen alsof ik mijn moeder was en herkende driekwart van de symptomen. Op de overige vragen kon ik geen antwoord geven. Zou mijn moeder ook met dwanggedachten kampen, bijvoorbeeld? Goed mogelijk, maar dat is iets waar je zelden over praat."

Voelbare opluchting

"Hoewel ik nog enorm twijfelde of ik mijn moeder met mijn vermoeden moest confronteren en of ik haar de vragenlijst wel moest voorleggen, was het voor mij overduidelijk.

Het was zo’n onvoorstelbare opluchting. Het was dus niet zo dat ze nooit van mij gehouden had! Dat ze expres mijn behoeften had genegeerd. Maar ze kón het gewoon niet. Ze kende al die emoties niet die ik zo heftig uitte en wist al helemaal niet hoe ze ermee moest omgaan.

Ik besefte ook hoe zwaar het leven voor haar moest zijn geweest. Moeder worden van maar liefst zes kinderen, altijd maar voor anderen moeten klaarstaan, terwijl dat voor iemand met autisme juist zo moeilijk is.

Ik vergaf haar onmiddellijk alles. Ze kon er niets aan doen dat ze nooit een warme moeder had kunnen zijn, al heeft ze dat echt wel geprobeerd. 

Uiteindelijk heb ik mijn moeder toch gevraagd de test te doen. Dat deed ze. Er zelf op terugkomen, dat was er niet bij, dat had ik wel verwacht. Na een paar weken vroeg ik ernaar, aan de telefoon. Of ze zich erin herkende? ‘Ja,’ zei ze. Dat was het."

Eens getrouwd, altijd getrouwd

"Later hebben we het er nog wel over gehad. Het bleef moeizaam, maar ze gaf wel toe opgelucht te zijn en zichzelf beter te begrijpen.

Een officiële diagnose zit er helaas niet meer in; ze is nu 87 en aan het dementeren. Bij een psychologisch onderzoek bleek dat er niets meer met zekerheid valt vast te stellen.

Bepaalde familieleden van mij geloven mijn vermoedens niet, maar dat geeft eigenlijk niet. Ik heb nu duidelijkheid.

Haar manier van leven, de laatste tijd, vertoont alleen maar meer autistische trekken. Ze is nog inflexibeler geworden, houdt nog meer vast aan routines.

De foto van mijn overleden vader, van wie ze al veertig jaar gescheiden is, staat nog altijd op haar tafel. Eens getrouwd, altijd getrouwd, immers."

Ik zag haar onmacht, haar worsteling

"Kortgeleden heb ik een jeugdboek geschreven over een meisje dat opgroeit bij een autistische moeder. Survival heet het. Nooit eerder schreef ik iets wat zo dicht bij mezelf staat.

Het boek is fictie, maar tegelijkertijd is alles echt gebeurd. Via dat boek ben ik in contact gekomen met een moeder met autisme, Nynke van der Beek, 44 jaar, die een boek heeft geschreven vanuit haar perspectief. Amandelbloesem heet dat en het raakte mij heel diep.

Ineens kon ik in het hoofd van mijn moeder kijken. Ik zag haar onmacht, haar onvermogen, haar worsteling.

Ik zag ook hoe het perspectief van het kind totaal ontbreekt in het boek, omdat de moeder zich nu eenmaal niet in het kind kan inleven. Huiveringwekkend! Maar ook heel mooi. Het maakt mijn beeld compleet.

De ervaringen van Nynke en mij vullen elkaar prachtig aan en we geven samen lezingen. Ik ben blij dat ik ontdekt heb dat mijn moeder waarschijnlijk een autistische stoornis heeft. Het zorgt voor veel rust in mijn leven.

Ik accepteer de manier waarop dingen zijn gelopen en kan zelfs accepteren dat er ook met mij iets mis is… Maar het is oké. We zijn zoals we zijn en we doen het ermee.”

Dit interview heeft in een eerdere editie van Nouveau gestaan.

Bron beeld: iStockphoto

Toen Annemiek (49) wilde scheiden, werd haar man ziek. Ze koos ervoor om bij hem te blijven, maar kan niet wachten tot hij voldoende is opgeknapt om alsnog te vertrekken.

‘Op de zestiende verjaardag van mijn zoon besloot ik dat ik wilde scheiden. We zouden die dag groots vieren. De hele familie was uitgenodigd. Er stond een partytent in de tuin, een neef zou dj-en, er was meer dan genoeg te eten en te drinken.

Onze zoon, een echte puber, had zijn bokkenpruik voor de gelegenheid afgezet en had er echt zin in. De dag kon nu al niet meer stuk. Dacht ik. Tot mijn man Johan een halfuur voordat de gasten zouden komen, werd gebeld.

Ik zag hem druk praten. Hij maakte er grote gebaren bij, zoals altijd als hij zich opwindt. Het zou zijn compagnon wel zijn, dacht ik. Die belde voortdurend over “essentiële zaken”. En altijd gingen die dan vóór ons, zijn gezin. Vóór mij.

Ik vond dat mooi, zo'n gepassioneerde man

Toen het feest begon, stond ik in mijn eentje mensen te begroeten. “Johan komt zo terug,” verklaarde ik zijn afwezigheid aan de gasten. Niet dat dat nodig was; zij waren eraan gewend dat hij er zelden was. Ik niet.

Toen Johan en ik trouwden, wist ik natuurlijk dat zijn werk belangrijk voor hem was. Ik vond dat mooi: zo’n gepassioneerde, ambitieuze man. Ik vertrouwde erop dat hij net zoveel energie in ons huwelijk en toekomstige gezin zou steken als in het bedrijf dat hij met een studievriend had opgezet.

Ik wist toen nog niet dat ik altijd zou verliezen. Toen mijn oudste zoon geboren werd, zat Johan in Madrid. Hij kon toch niet weten dat ons kind zich negen dagen te vroeg zou aandienen? Dat klopt – maar het is typerend voor hoe het altijd ging, ook toen de kinderen ouder werden.

Johan had het altijd te druk

Ik stond overal alleen voor. Zat alleen aan het ontbijt, las in mijn eentje verhaaltjes voor. Ging zonder Johan naar ouderavonden. Naar de dierentuin, naar pretparken. Johan had het altijd te druk.

Ik heb lang gehoopt op beterschap, wat Johan steeds beloofde. Maar die kwam nooit. En wat me altijd op de been had gehouden, mijn grote liefde voor hem, sijpelde weg. Tegen te veel eenzaamheid is geen enkel gevoel van liefde bestand.

En toen ik daar voor de zoveelste keer alleen stond, nu op de zestiende verjaardag van mijn jongste kind, wist ik het. Het was over, definitief. Ik wilde scheiden.

Maar ik wilde er wel mee wachten tot ook mijn zoon het huis uitging. De kinderen een veilig thuis geven, was altijd mijn levensdoel geweest. Ik had ervoor gezorgd dat zij nooit iets hadden meegekregen van de spanningen tussen Johan en mij. Dat wilde ik zo houden. 

Mijn vrijheid lonkte, was bijna tastbaar

Na het feest bleef ik vastbesloten. Ik focuste me op mijn eigen leven. Op mijn zoon, op mijn dochter die in de weekenden thuiskwam, op mijn parttime werk. En op mijn toekomstplannen.

Ik onderzocht onze financiële situatie, sprak met een advocaat over alimentatie en zocht online naar andere woningen. In mijn relatie met Johan investeerde ik niet meer.

Het schokkendste was nog wel dat Johan dat niet eens leek op te merken. Hij vond het waarschijnlijk alleen maar gemakkelijk dat ik niet meer zoveel van hem wilde. Mijn zoon bereidde zich voor op zijn eindexamen. Schreef zich in voor een studie in een andere stad.

Mijn vrijheid lonkte, was al bijna tastbaar. 

Maar toen werd Johan ziek

Hij kampte al een tijd met vermoeidheid. Uit de gewone onderzoeken kwam niets. Omdat hij toch moe bleef en het ook vaak benauwd had, stuurde onze arts hem door naar het ziekenhuis.

Op dat moment maakte ik mij nog nergens zorgen over. Johan is altijd ijzersterk geweest. Hij was een beer van een vent, blakend van gezondheid. Ik ging daarom niet eens met hem mee naar het ziekenhuis, dat vond Johan ook niet nodig.

Na een paar uur belde hij me. Er waren plekjes op zijn longen gevonden. Hij werd meteen opgenomen om verder onderzocht te worden. Zijn stem klonk kleintjes, hij moest moeite doen om niet te huilen. Ik schrok verschrikkelijk.

Op dat moment was er alleen maar ruimte voor intense bezorgdheid om de man met wie ik al zo lang samen leefde. Bezorgdheid ook om de kinderen; zij zouden hun vader toch niet verliezen?

Natuurlijk steunde ik hem

De periode daarna was afschuwelijk. De vlekken op Johans longen bleken kanker. Uitgezaaid; ook op zijn lever werden kankercellen gevonden. Toch was er nog hoop, maar het hing er helemaal vanaf of de chemokuur zou aanslaan.

Johan was er kapot van. De grote beer veranderde in een bang jongetje, dat vaak moest huilen. Ik vond het heel pijnlijk om hem zo te zien. Natuurlijk steunde ik hem, dat sprak voor zich. Zijn tranen braken mijn hart.

Toch voelde ik juist nu nog sterker dat ik niet meer van hem hield zoals ik dat vroeger had gedaan. Voor Johan vond ik het verschrikkelijk allemaal. Ook voor mijn kinderen vond ik het intens verdrietig.

Daar voelde ik me erg schuldig over

En natuurlijk was de confrontatie met de mogelijke dood van de man die zo dicht bij me stond, heel heftig. Maar puur voor mezelf stortte mijn wereld niet in. Ik had al zoveel toekomstplannen gemaakt waarin Johan een marginale rol speelde dat zijn ziekte voor mij niet alles op z’n kop zette.

Als ik alleen was, was ik redelijk rustig. Daar voelde ik me erg schuldig over, veroordeelde mijn gevoelens. Maar tussen Johan en mij was al lang zo’n afstand ontstaan die zijn ziekte dat niet kon overbruggen.

Terwijl hij mij juist meer dan ooit nodig had, merkte ik. Nu het erop aankwam, zocht hij steun bij mij, de kinderen en familie. Zijn werk, daar had hij het helemaal niet meer over. En het bedrijf bleek ook wel door te draaien zonder hem, zo bezwoer zijn compagnon als hij langskwam.

Ongetwijfeld om hem gerust te stellen maar tegelijkertijd was het waar, natuurlijk. Want niemand is onmisbaar op zijn werk. Had Johan dat maar eerder beseft.

Mijn gedachten aan scheiden, kwamen terug

Mijn man werd heel ziek van de chemo. Zijn haar viel uit en hij viel veel af. Maar het bleek niet voor niets; de kanker werd teruggedrongen. Er was weer hoop, het zag er goed uit. Daarmee kwamen ook mijn gedachten aan scheiden terug.

Mijn zoon had een tijd heen en weer gereisd voor zijn studie, omdat hij zijn vader en mij niet alleen wilde laten. Nu het weer wat beter ging met Johan ging, verhuisde hij naar een studentenflat.

Maar mijn eigen plan, om een maand na het vertrek van onze zoon aan te kondigen dat ik óók zou gaan, leek nog veel te cru. De toekomst voor Johan was dan wel niet zo somber als we eerst vreesden, beter was hij ook niet. Dan kon ik toch niet weggaan?

Een zieke man laat je niet in de steek. Toch?

Mijn wens om te scheiden zou een ongelofelijke klap voor hem zijn. Het zou hem misschien zijn vechtlust wel ontnemen. Dat kon ik hem toch niet aandoen? En onze kinderen ook niet.

Eerder was ik ervan overtuigd dat zij mijn stap om hun vader te verlaten op den duur wel zouden begrijpen. Onze band is altijd goed geweest, met respect voor elkaar. Maar nu was alles anders. En dan de familie, onze vrienden: niemand zou er een goed woord voor mij over hebben.

Mijn verhaal dat ik allang van plan was om weg te gaan zou weinig indruk maken. Want die ideeën bestonden enkel in mijn hoofd, ik had ze met niemand gedeeld. En dan nog: een zieke man laat je niet in de steek. Toch?

En dus ben ik er nog

Ik woon nog steeds samen met Johan, die hard aan zijn herstel werkt,  weer hoop heeft, al leeft hij nog van echo naar scan. Ik steun hem, maar ik voel me er zo dubbel over. Ik hou gewoon niet meer van hem. Niet zoals zou moeten.

En ik had me er al zo op ingesteld om aan mijn nieuw leven te beginnen. Ik had zelfs al eens op datingssites gekeken. Een nieuw man in mijn leven, elkaar weer ontdekken, weer eens vrijen – dat doen mijn man en ik al zeker tien jaar niet meer – ik verlangde er zo naar.

En ik verlang daar nog steeds naar. Ik blijf alleen nog bij Johan uit loyaliteit en plichtsgevoel. Terwijl hij weer toenadering zoekt. Hij heeft het maar over de toekomst waar hij op hoopt, de dingen die hij nog wil doen. Met mij. Hij praat over reizen, reizen waar het nooit van kwam.

Voor mij is het te laat

Ja, nu wil hij - maar voor mij is het te laat. Mijn liefde is over en kan niet meer terugkomen. Ik ben te vaak teleurgesteld in hem, het is gewoon op. Het zal niet lang meer duren tot ik hem dat moet gaan vertellen.

Dit toneelspel is voor niemand goed. Bij een volgende positieve uitslag moet ik tegen hem zeggen dat ik wegga. Want zo gaat het niet langer...”

De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Wat zou jij doen als je Annemiek was? Laat je reactie hieronder achter.

Beeld: iStock

 

Inge (57) is al bijna tien jaar minnares. De mensen om haar heen weten niet beter dan dat ze single is – ze proberen haar zo nu en dan zelfs aan de man te brengen. Inge keek jaren uit naar het moment dat haar geliefde zou scheiden en ze hem eindelijk aan haar kinderen kon voorstellen. Nu twijfelt ze daarover.

‘Deze zomer ga ik zoals elk jaar met een vriendin naar Griekenland. Heerlijk, we genieten daar zo van. Toen ik onlangs bij mijn dochter was, vroeg ze: “Heb je nu nooit eens zin om met een mán op vakantie te gaan? Dat is toch veel gezelliger?”

Ik wuifde haar woorden weg door te zeggen dat ik met niemand zo kan lachen als met deze vriendin. “Maar tegen romantische etentjes en lekker in elkaars armen liggen, kan toch niets op?” bracht mijn dochter daartegenin. “Ik vind het zo jammer dat je de tijd maar laat verglijden en je je niet openstelt voor een relatie. Zullen we echt niet eens een datingprofiel aanmaken?” 

Ze weet niet dat mijn leven al compleet is

Het is een gesprek dat we al zo vaak hebben gevoerd. Rond mijn verjaardag, vakanties en al helemaal als de feestdagen in aantocht zijn. Mijn dochter is bezorgd. Ze begrijpt niet dat ik, twaalf jaar nadat ik van haar vader ben gescheiden, nog steeds geen nieuwe geliefde heb.

“Jij staat zo vol in het leven,” zegt ze vaak. “Ik snap niet dat je dat leven niet nog completer wilt maken.”

Ze weet niet dat mijn leven al compleet ís. Er is al bijna tien jaar een heel bijzondere man in mijn leven. Een grote liefde, die weliswaar behalve voor intense geluksmomenten ook voor tranen heeft gezorgd, maar die ik niet kan missen en ook niet wíl missen.

Hij is getrouwd

Het doet me pijn dat ik erover moet zwijgen tegen mijn dochter. Maar ik durf het haar niet te vertellen. Mijn andere kinderen ook niet. De man van wie ik hou, Tom, is namelijk getrouwd.

We kennen elkaar al vijftien jaar. Hij was ooit een collega en ik was altijd dol op hem. Tom is een van de weinige mannen die ik ken die écht kan luisteren.

In de periode dat we samenwerkten, liep mijn huwelijk al niet lekker. Mijn ex-man en ik kenden elkaar nog maar een paar maanden toen ik zwanger bleek. Hoewel we eigenlijk niet serieus in onze relatie stonden, besloten we er toch voor te gaan.

Als vader en moeder deden we het uitstekend, niet alleen voor de eerste, maar ook voor de twee kinderen die volgden. We waren eigenlijk meer maatjes dan geliefden. Maar we gaven onze kinderen wat ik zo graag wilde: een stabiel thuis. Dat heb ik zelf vroeger gemist.

Mijn vader was een notoire vreemdganger en dat zorgde voor veel problemen. Mede om die reden heb ik mijn kinderen bijgebracht dat trouw heel belangrijk is in een relatie.

Ik vond het fijn de regie over mijn leven weer te hebben

Het was voor hen heel pijnlijk dat hun vader en ik uit elkaar gingen. Maar toen ze zagen dat we beiden opbloeiden en nog vriendschappelijk met elkaar omgingen, hadden ze er vrede mee. Mijn ex trof snel een ander met wie hij ging samenwonen. Ik zat minder op een relatie te wachten.

Ik vond het fijn dat ik de regie over mijn leven terug had en had geen behoefte weer snel dingen vast te leggen. Er zou vanzelf wel iets op mijn pad komen, dacht ik. 

We zochten elkaar steeds vaker op

Dat gebeurde ook. Ik kwam Tom weer tegen nadat ik hem een tijd uit het oog verloren was. Ik werd verliefd. En hoe!

Eerst vertrouwde ik mijn gevoelens niet. Hoe kon dit nu, we waren al zo lang bevriend? Bovendien was hij getrouwd. Gelúkkig getrouwd! En hij had nog kleine kinderen. Dat wilde ik niet kapotmaken, al was het duidelijk dat Tom ook wat voor mij voelde.

We zochten elkaar steeds vaker op en toen hij op een dag bekende dat hij tot over zijn oren verliefd op me was, was het hek van de dam. 

Er volgde een verwarrende tijd. Ik merkte nu pas hoeveel ik gemist had in mijn huwelijk. Met Tom klopte het gewoon, we voelden elkaar aan zonder woorden. Ook in bed wist ik niet wat me overkwam.

Gevecht in mijn hoofd

Maar ik voelde me tegelijk vreselijk schuldig. Ik bedroog zelf dan wel niemand, Tom deed dat wél. Was hij daarmee net zo’n man als mijn vader? En was ík net zo slecht als zijn vroegere scharrels, die door mijn moeder waren afgeschilderd als gewetenloze heksen?

Het was een voortdurend gevecht in mijn hoofd. Toch voelde mijn relatie met Tom zo speciaal dat ik er niet mee kon stoppen. 

Ik vertelde mijn kinderen niets over Tom. Ik had toen nog geen idee hoe lang onze affaire zou duren. En ik schaamde me. Mijn positie als minnares ging zó in tegen alle wijze lessen die ik hen ooit had meegegeven. Dus zij wisten niet beter of ik was vrijgezel.

Tom zag ik slechts een paar keer per maand. Naast die intense ontmoetingen hadden we veel telefoon- en mailcontact, maar verder leefde ik mijn eigen leven. Met vrienden, werk, reizen, het opzetten van een eigen webshop en blog, et cetera.

Het heeft altijd aan me gevreten dat ik "de andere vrouw" was

Ik was allesbehalve een minnares die thuis eenzaam op telefoontjes van haar geliefde zat te wachten. Het was dus niet moeilijk onze relatie verborgen te houden voor de buitenwereld. 

Er zijn periodes geweest dat ik om verschillende redenen erg leed onder de situatie. Het heeft altijd aan me gevreten dat ik “de andere vrouw” was. En natuurlijk deed het pijn om aan de zijlijn van Toms leven te staan. Eigenlijk wilde ik hem voor mezelf.

Maar mede omdat hij een dochter met een lichamelijke beperking heeft, die toen nog thuis woonde, was het voor Tom uitgesloten dat hij zijn gezin zou verlaten. Al zei hij wel steeds vaker dat ik zijn grote liefde was en dat hij op een dag voor mij zou kiezen. 

De enkele vriendinnen die over mijn verhouding wisten, geloofden daar niets van. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat Tom oprecht was. Hoewel we elkaar maar een paar keer per maand zagen, was onze band zo sterk en uniek. Daar kon niets tegenop: voor hem niet, voor mij niet.

Dieptepunt

Dat ik me voor moest doen als vrijgezel deed pijn, maar nooit genoeg om te overwegen hem op te geven, hoewel vier jaar geleden wel een dieptepunt was. Toen overleed mijn moeder. Tom zat niet naast me aan haar sterfbed, hij stond niet op de kaart. Hij was wél op haar begrafenis, maar zat anoniem ergens achteraan.

In die periode dacht ik soms: waar ben ik mee bézig, hoe kan ik hier genoegen mee nemen?! Maar Tom steunde me op zijn manier zo goed, dat ik toch met hem verderging. En ik kon me steeds beter neerleggen bij de situatie.

Het ergste vind ik nog steeds dat ik mijn kinderen moet voorliegen. Het raakt me wanneer ze zich zorgen om me maken. En dat ze telkens met goedbedoelde, maar zinloze adviezen komen.

Koppelpoging

Mijn dochter heeft zelfs een keer een koppelpoging gedaan door voor een etentje ook een kennis uit te nodigen die ze echt iets voor mij vond. Ik moest doen alsof ik niets in hem zag, terwijl de beste man best leuk en aantrekkelijk was. Maar ja, ik heb geen interesse, want ik ben al bezet.

Ik heb er de afgelopen jaren vaak over gefantaseerd hoe ik Tom uiteindelijk aan mijn kinderen zou voorstellen. Ik weet hoe blij ze zouden zijn als ze weten dat ik gelukkig met iemand ben. Maar ik merk het laatste jaar dat er bij mij een verschuiving aan het optreden is.

Tom heeft het vaker dan ooit over scheiden. Zijn dochter met een beperking zit in een begeleid-wonentraject en ook zijn jongste gaat over niet al te lange tijd het huis uit. Hij ziet eindelijk kans om voor zichzelf te kiezen. Om voor míj te kiezen.

De laatste jaren heb ik tegenstrijdige gevoelens

Ik zou blij moeten zijn, dit wilde ik immers al zó lang zó graag. Maar diep in mijn hart heb ik er het laatste jaar tegenstrijdige gevoelens over. 
Ik hou nog steeds zielsveel van Tom, daar is niets aan veranderd. Maar ik ben na al die jaren ook gehecht aan mijn eigen, vrije leven.

De manier waarop onze relatie nu is, vind ik eigenlijk prima. Op de momenten dat we samen zijn, geniet ik intens. Ik ben nog steeds verliefd op hem en elke keer weer zo blij wanneer ik hem zie. Maar ik hou ook van mijn avonden alleen. Van mijn hobby’s, waar ik nu alle tijd voor heb.

Van de vakanties met mijn beste vriendin, want het klopt wat ik tegen mijn dochter zei: ik kan met niemand zo lachen als met haar. Ik ben nu al zo lang gewend aan mijn zelfstandigheid en vrijheid dat het moeilijk zal zijn om dat op te geven.

Dat mogen mijn kinderen absoluut niet weten

Als Tom gaat scheiden, zou ik in elk geval het liefst een latrelatie willen, terwijl ik weet dat Tom ervan droomt bij mij in te trekken. Hoe het moet, ik ben er nog niet uit, maar ik vind het zo ingewikkeld dat ik soms denk: wat mij betreft blijft hij gewoon getrouwd en blijft alles zoals het is.

Het enige nadeel is dat mijn kinderen hem dan nooit zullen ontmoeten. Want voordat het zo ver is, moet hij echt een vrij man zijn. Ik zal mijn kinderen nooit vertellen dat ik een relatie met een getrouwde man heb. Dat hun moeder tot zoiets in staat is, mogen ze absoluut niet weten.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in