Wendy (44) kwam er pas na de dood van haar geliefde vader achter, dat zij niet zijn echte dochter was.  Schokkend nieuws dat uiteindelijk zou leiden tot een verrijking van haar leven…

“‘Ik moet je iets belangrijks vertellen,’ zei mijn moeder die avond. Haar toon was zó serieus dat mijn maag zich samenkneep. Zij zou toch niet ook ziek zijn? Mijn vader was kort daarvoor overleden, na een langdurig ziekbed.

Had ze een ander ontmoet?
Zijn laatste weken waren onmenselijk geweest; als ik eraan dacht, sprongen de tranen weer in mijn ogen. Ik miste hem zo. Zou ik mijn moeder nu ook verliezen? Ze besefte wat een impact haar woorden hadden en corrigeerde zichzelf snel. ‘Nee, mij mankeert niets. Het gaat over een man.’ Opnieuw moest ik slikken. Mijn vader was amper twee maanden dood. Had ze nu al een ander ontmoet? 

‘Buurman Paul’
Het was een pijnlijke start van een nog veel moeilijker gesprek. Wat ze me die avond vertelde, had ik nooit zien aankomen en het verscheurde mijn hart. Ze vertelde dat de man die ik mijn leven lang als vader had gezien, Willem, niet mijn biologische vader was. Ze kende hem nog helemaal niet toen ze zwanger raakte. Ik was een ongelukje geweest, pas ontdekt toen ze al vier maanden zwanger was. Het was toen allang uit met het vriendje dat mij verwekt had.
Abortus had ze nooit overwogen, maar een toekomst met dat bewuste vriendje ook niet. Het was een vluchtig contact, ze was nooit verliefd geweest. Hij wel op haar. Toen hij hoorde dat ze zwanger was, vroeg hij mijn moeder ten huwelijk. Maar zij koos ervoor mij alleen op te voeden. De eerste twee jaar kwam mijn biologische vader zo nu en dan langs. Ik herinner me dat niet meer; wel kende ik foto’s waar ik op stond met ‘buurman Paul’. Een man met een snor en lieve ogen, bij wie ik dan op schoot zat.

Ik was zijn prinses
Mijn moeder vertelde dat hij stapeldol was op mij en nog een paar keer geprobeerd had om haar terug te veroveren. Maar mijn moeder ontmoette Willem en trouwde met hem. Ik kreeg zijn achternaam. Voor Paul was dat zo pijnlijk, dat hij verhuisde naar de andere kant van het land. 
Als tweejarig meisje accepteerde ik Willem snel, vertelde mijn moeder. Ik ging hem papa noemen en toen ook hij en mijn moeder verhuisden, besloten ze niemand te vertellen hoe ons gezin in elkaar stak. Zelf wilden ze het ook vergeten. Willem accepteerde mij als zijn dochter en gaf mij alle liefde en warmte die hij had. Ik was zijn prinses, tot aan zijn laatste adem.

Illusie
De biecht van mijn moeder kwam hard aan. Ik had mij altijd zo thuisgevoeld bij Willem, nooit aan onze bloedband getwijfeld. Ik meende zoveel eigenschappen van hem in mezelf te herkennen. Dat was dus maar een illusie geweest. Ik voelde me bedrogen en ben volledig van de kaart weggelopen. Voor het eerst sinds mijn puberteit sloeg ik weer met deuren. In de auto kwamen de tranen. Ik heb geen broers of zussen, mijn moeder en ik hadden alleen elkaar nog.
Ons contact was niet altijd even gemakkelijk en ik had gehoopt dat het verdriet om Willem ons dichterbij elkaar zou brengen. Nu maakte ze alles kapot. Mijn verleden, mijn herinneringen. En de gedachte dat hij in mij toch verder leefde. Snikkend kwam ik bij mijn vriend thuis, die me in zijn armen nam. Ik huilde zo lang dat ik er migraine van kreeg.

Alleen maar boos
Mijn moeder geeft achteraf toe dat de timing niet best was. Maar het was juist Willem geweest die erop had aangedrongen dat ze mij al snel de waarheid zou vertellen. Hij wist dat het bericht me pijn zou doen, zeker. Maar hij wist ook — hij kende me door en door — dat het me uiteindelijk hoop zou geven. Nieuwe levenslust, nieuwsgierigheid om uit te zoeken hoe het zat, en wie weet, op zoek te gaan naar Paul. Dat vind ik zo bijzonder. Wie gunt er nu, als hij zelf doodgaat, veel te jong en na een kansloos gevecht, zijn dochter de mogelijkheid om een andere vaderfiguur te zoeken? 
Dat kon hij alleen maar doen. 
Niet dat ik er meteen aan dacht om contact met Paul op te nemen. In eerste instantie was ik alleen maar boos, mijn moeder heb ik zelfs een paar weken niet gezien. Ik vond het onbegrijpelijk dat ze dit voor mij verborgen had gehouden, terwijl het grootste deel van mijn familie er wel van wist, maar ook had gezwegen. Toch vonden we elkaar weer; het verdriet om Willem konden we tenslotte alleen maar met elkaar delen. Samen bekeken we foto’s, haalden we herinneringen op en lachten we door onze tranen heen om de grappen die hij vroeger altijd maakte. Zij herhaalde telkens dat Willem mij voor honderd procent als zijn dochter had gezien. En dat hij zo blij met me was. Hij bleek onvruchtbaar, daardoor waren er geen andere kinderen meer gekomen. ‘Gelukkig hebben we Wendy,’ had hij meteen gezegd, toen hij de uitslag van het onderzoek hoorde. 

Leefde hij nog?
Na een tijd merkte ik dat ik alleen maar meer van Willem hield, nu ik wist hoe het zat. Ik besefte des te beter hoe speciaal onze onderonsjes waren geweest in mijn puberteit, toen ik vaak botste met mijn moeder. Hij nam het altijd voor mij op en zonder morren onderbrak hij geregeld diep in de nacht zijn slaap om mij van een feestje te halen. Een bloedband of niet, hij was er toch mooi voor mij geweest. Altijd. En toen kwam ook mijn nieuwsgierigheid 
naar boven. Wie was Paul? Leefde hij nog? Ja, kon mijn moeder me direct te vertellen, dat hadden zij en Willem al uitgezocht. Ze wist zelfs waar hij woonde. Ze vertelde ook dat hij tot mijn vijftiende nog weleens had gebeld om te horen hoe het met mij was. Kennelijk was hij lang benieuwd gebleven. Maar was dat nu nog zo? 
Zeven maanden na de dood van Willem zocht ik contact. Ik heb eindeloos over mijn e-mail gedaan. Bellen durfde ik niet. Wat zeg je dan: ‘Je spreekt met je dochter?’ Toen ik het bericht verstuurde, trilden mijn handen. Twintig minuten later ging mijn mobiel over. Een onbekend nummer. Hij durfde het kennelijk wél aan. Met kloppend hart nam ik op. ‘Wanneer spreken we af?’ vroeg hij, eveneens met trillende stem. 

Hij was mij nooit vergeten
Nooit eerder ben ik zo zenuwachtig geweest als die avond, nu ruim twee jaar geleden. Ik wist ook niet goed wat ik er precies van verwachtte. Ik moest gewoon weten wie deze man was, ik wilde zijn verhaal horen. Ik vond ook dat hij er recht op had mij te zien, te weten wat er van mij geworden was. Maar of ik een band zou voelen, of dat die kon groeien? Ik had geen idee, wist zelfs niet of ik dat wel wilde.
Maar er was meteen een diep gevoel van connectie. Ik heb dat gevoel enkel eerder gehad toen ik mijn huidige vriend ontmoette. Bij hem wist ik vanaf het eerste moment: dit klopt. Exact datzelfde gevoel had ik bij Paul. Het kwam door zijn ogen: zo rustig, zo vertrouwd. Misschien kende ik ze nog van heel lang geleden, toen ik een baby was? We begonnen te praten en zijn dat uren achtereen blijven doen. Hij vertelde dat hij zijn hele leven had gehoopt dat ik eens op zou duiken. Zelf had hij inmiddels ook een gezin, met twee dochters, maar hij was mij nooit vergeten.

Bedreiging
Hij wist, doordat hij vroeger nog weleens had gebeld, dat ik niet op de hoogte was van zijn bestaan. Om die reden had hij besloten dat het initiatief tot eventueel contact bij mij moest liggen. Hij wilde mijn leven niet verstoren; maar wat was hij blij nu hij me zag en wist wat er van mij geworden was. Toen ik hem vertelde over mijn studie en mijn baan zag ik een fonkeling van trots in zijn ogen. Dat was ontroerend. Kennelijk voelde ik echt als een deel van hem.
Dat was andersom nog niet zo. Ik mocht hem op slag, en ja, er was verbinding, maar ik had geen vader-dochtergevoel. Ik had tenslotte al een vader, al was die dan over-leden, en had geen behoefte om diens plek opnieuw te vullen. Wel wist ik dat ik Paul graag beter wilde leren kennen. 
In het jaar daarna volgde een voorzichtige ontdekkingstocht. We belden, mailden, zochten elkaar soms op. Pas na lange tijd ontmoette ik zijn vrouw en zijn dochters, die altijd van mij geweten hadden. Zijn dochters vonden het in eerste instantie moeilijk, merkte ik, alsof ze me toch als een bedreiging zagen. Het is allemaal erg langzaam gegaan, dat trage tempo was voor iedereen nodig, maar onze band werd steeds steviger.

Hij hoort bij me
Inmiddels ben ik verknocht geraakt aan Paul. Nee, hij is geen plaatsvervangende vader. Maar hij voelt wel als familie. Als iemand die bij me hoort, met wie ik me verbonden weet en die niet meer weg te denken is. Als er iets belangrijks in mijn leven gebeurt, wil ik dat met hem delen. En mijn zorgen en twijfels bespreek ik met hem. Hij geeft dan goede adviezen. In de regel ben ik flink eigenwijs, maar van hem neem ik dingen aan, net zoals van Willem.
Ik ben heel erg blij met Paul. Willem kan hij nooit vervangen, dat blijft mijn vader, en ik mis hem nog dagelijks. Maar ik ben heel blij dat hij er bij mijn moeder op heeft aangedrongen dat ze mij hun geheim zou vertellen. Zij wilde het liefst zwijgen, was bang dat het alleen voor problemen zou zorgen. Maar wat heeft het goed uitgepakt... Mijn leven is er enorm door verrijkt.”

Bron beeld: iStockphoto

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’