Wendy (44) kwam er pas na de dood van haar geliefde vader achter, dat zij niet zijn echte dochter was.  Schokkend nieuws dat uiteindelijk zou leiden tot een verrijking van haar leven…

“‘Ik moet je iets belangrijks vertellen,’ zei mijn moeder die avond. Haar toon was zó serieus dat mijn maag zich samenkneep. Zij zou toch niet ook ziek zijn? Mijn vader was kort daarvoor overleden, na een langdurig ziekbed.

Had ze een ander ontmoet?
Zijn laatste weken waren onmenselijk geweest; als ik eraan dacht, sprongen de tranen weer in mijn ogen. Ik miste hem zo. Zou ik mijn moeder nu ook verliezen? Ze besefte wat een impact haar woorden hadden en corrigeerde zichzelf snel. ‘Nee, mij mankeert niets. Het gaat over een man.’ Opnieuw moest ik slikken. Mijn vader was amper twee maanden dood. Had ze nu al een ander ontmoet? 

‘Buurman Paul’
Het was een pijnlijke start van een nog veel moeilijker gesprek. Wat ze me die avond vertelde, had ik nooit zien aankomen en het verscheurde mijn hart. Ze vertelde dat de man die ik mijn leven lang als vader had gezien, Willem, niet mijn biologische vader was. Ze kende hem nog helemaal niet toen ze zwanger raakte. Ik was een ongelukje geweest, pas ontdekt toen ze al vier maanden zwanger was. Het was toen allang uit met het vriendje dat mij verwekt had.
Abortus had ze nooit overwogen, maar een toekomst met dat bewuste vriendje ook niet. Het was een vluchtig contact, ze was nooit verliefd geweest. Hij wel op haar. Toen hij hoorde dat ze zwanger was, vroeg hij mijn moeder ten huwelijk. Maar zij koos ervoor mij alleen op te voeden. De eerste twee jaar kwam mijn biologische vader zo nu en dan langs. Ik herinner me dat niet meer; wel kende ik foto’s waar ik op stond met ‘buurman Paul’. Een man met een snor en lieve ogen, bij wie ik dan op schoot zat.

Ik was zijn prinses
Mijn moeder vertelde dat hij stapeldol was op mij en nog een paar keer geprobeerd had om haar terug te veroveren. Maar mijn moeder ontmoette Willem en trouwde met hem. Ik kreeg zijn achternaam. Voor Paul was dat zo pijnlijk, dat hij verhuisde naar de andere kant van het land. 
Als tweejarig meisje accepteerde ik Willem snel, vertelde mijn moeder. Ik ging hem papa noemen en toen ook hij en mijn moeder verhuisden, besloten ze niemand te vertellen hoe ons gezin in elkaar stak. Zelf wilden ze het ook vergeten. Willem accepteerde mij als zijn dochter en gaf mij alle liefde en warmte die hij had. Ik was zijn prinses, tot aan zijn laatste adem.

Illusie
De biecht van mijn moeder kwam hard aan. Ik had mij altijd zo thuisgevoeld bij Willem, nooit aan onze bloedband getwijfeld. Ik meende zoveel eigenschappen van hem in mezelf te herkennen. Dat was dus maar een illusie geweest. Ik voelde me bedrogen en ben volledig van de kaart weggelopen. Voor het eerst sinds mijn puberteit sloeg ik weer met deuren. In de auto kwamen de tranen. Ik heb geen broers of zussen, mijn moeder en ik hadden alleen elkaar nog.
Ons contact was niet altijd even gemakkelijk en ik had gehoopt dat het verdriet om Willem ons dichterbij elkaar zou brengen. Nu maakte ze alles kapot. Mijn verleden, mijn herinneringen. En de gedachte dat hij in mij toch verder leefde. Snikkend kwam ik bij mijn vriend thuis, die me in zijn armen nam. Ik huilde zo lang dat ik er migraine van kreeg.

Alleen maar boos
Mijn moeder geeft achteraf toe dat de timing niet best was. Maar het was juist Willem geweest die erop had aangedrongen dat ze mij al snel de waarheid zou vertellen. Hij wist dat het bericht me pijn zou doen, zeker. Maar hij wist ook — hij kende me door en door — dat het me uiteindelijk hoop zou geven. Nieuwe levenslust, nieuwsgierigheid om uit te zoeken hoe het zat, en wie weet, op zoek te gaan naar Paul. Dat vind ik zo bijzonder. Wie gunt er nu, als hij zelf doodgaat, veel te jong en na een kansloos gevecht, zijn dochter de mogelijkheid om een andere vaderfiguur te zoeken? 
Dat kon hij alleen maar doen. 
Niet dat ik er meteen aan dacht om contact met Paul op te nemen. In eerste instantie was ik alleen maar boos, mijn moeder heb ik zelfs een paar weken niet gezien. Ik vond het onbegrijpelijk dat ze dit voor mij verborgen had gehouden, terwijl het grootste deel van mijn familie er wel van wist, maar ook had gezwegen. Toch vonden we elkaar weer; het verdriet om Willem konden we tenslotte alleen maar met elkaar delen. Samen bekeken we foto’s, haalden we herinneringen op en lachten we door onze tranen heen om de grappen die hij vroeger altijd maakte. Zij herhaalde telkens dat Willem mij voor honderd procent als zijn dochter had gezien. En dat hij zo blij met me was. Hij bleek onvruchtbaar, daardoor waren er geen andere kinderen meer gekomen. ‘Gelukkig hebben we Wendy,’ had hij meteen gezegd, toen hij de uitslag van het onderzoek hoorde. 

Leefde hij nog?
Na een tijd merkte ik dat ik alleen maar meer van Willem hield, nu ik wist hoe het zat. Ik besefte des te beter hoe speciaal onze onderonsjes waren geweest in mijn puberteit, toen ik vaak botste met mijn moeder. Hij nam het altijd voor mij op en zonder morren onderbrak hij geregeld diep in de nacht zijn slaap om mij van een feestje te halen. Een bloedband of niet, hij was er toch mooi voor mij geweest. Altijd. En toen kwam ook mijn nieuwsgierigheid 
naar boven. Wie was Paul? Leefde hij nog? Ja, kon mijn moeder me direct te vertellen, dat hadden zij en Willem al uitgezocht. Ze wist zelfs waar hij woonde. Ze vertelde ook dat hij tot mijn vijftiende nog weleens had gebeld om te horen hoe het met mij was. Kennelijk was hij lang benieuwd gebleven. Maar was dat nu nog zo? 
Zeven maanden na de dood van Willem zocht ik contact. Ik heb eindeloos over mijn e-mail gedaan. Bellen durfde ik niet. Wat zeg je dan: ‘Je spreekt met je dochter?’ Toen ik het bericht verstuurde, trilden mijn handen. Twintig minuten later ging mijn mobiel over. Een onbekend nummer. Hij durfde het kennelijk wél aan. Met kloppend hart nam ik op. ‘Wanneer spreken we af?’ vroeg hij, eveneens met trillende stem. 

Hij was mij nooit vergeten
Nooit eerder ben ik zo zenuwachtig geweest als die avond, nu ruim twee jaar geleden. Ik wist ook niet goed wat ik er precies van verwachtte. Ik moest gewoon weten wie deze man was, ik wilde zijn verhaal horen. Ik vond ook dat hij er recht op had mij te zien, te weten wat er van mij geworden was. Maar of ik een band zou voelen, of dat die kon groeien? Ik had geen idee, wist zelfs niet of ik dat wel wilde.
Maar er was meteen een diep gevoel van connectie. Ik heb dat gevoel enkel eerder gehad toen ik mijn huidige vriend ontmoette. Bij hem wist ik vanaf het eerste moment: dit klopt. Exact datzelfde gevoel had ik bij Paul. Het kwam door zijn ogen: zo rustig, zo vertrouwd. Misschien kende ik ze nog van heel lang geleden, toen ik een baby was? We begonnen te praten en zijn dat uren achtereen blijven doen. Hij vertelde dat hij zijn hele leven had gehoopt dat ik eens op zou duiken. Zelf had hij inmiddels ook een gezin, met twee dochters, maar hij was mij nooit vergeten.

Bedreiging
Hij wist, doordat hij vroeger nog weleens had gebeld, dat ik niet op de hoogte was van zijn bestaan. Om die reden had hij besloten dat het initiatief tot eventueel contact bij mij moest liggen. Hij wilde mijn leven niet verstoren; maar wat was hij blij nu hij me zag en wist wat er van mij geworden was. Toen ik hem vertelde over mijn studie en mijn baan zag ik een fonkeling van trots in zijn ogen. Dat was ontroerend. Kennelijk voelde ik echt als een deel van hem.
Dat was andersom nog niet zo. Ik mocht hem op slag, en ja, er was verbinding, maar ik had geen vader-dochtergevoel. Ik had tenslotte al een vader, al was die dan over-leden, en had geen behoefte om diens plek opnieuw te vullen. Wel wist ik dat ik Paul graag beter wilde leren kennen. 
In het jaar daarna volgde een voorzichtige ontdekkingstocht. We belden, mailden, zochten elkaar soms op. Pas na lange tijd ontmoette ik zijn vrouw en zijn dochters, die altijd van mij geweten hadden. Zijn dochters vonden het in eerste instantie moeilijk, merkte ik, alsof ze me toch als een bedreiging zagen. Het is allemaal erg langzaam gegaan, dat trage tempo was voor iedereen nodig, maar onze band werd steeds steviger.

Hij hoort bij me
Inmiddels ben ik verknocht geraakt aan Paul. Nee, hij is geen plaatsvervangende vader. Maar hij voelt wel als familie. Als iemand die bij me hoort, met wie ik me verbonden weet en die niet meer weg te denken is. Als er iets belangrijks in mijn leven gebeurt, wil ik dat met hem delen. En mijn zorgen en twijfels bespreek ik met hem. Hij geeft dan goede adviezen. In de regel ben ik flink eigenwijs, maar van hem neem ik dingen aan, net zoals van Willem.
Ik ben heel erg blij met Paul. Willem kan hij nooit vervangen, dat blijft mijn vader, en ik mis hem nog dagelijks. Maar ik ben heel blij dat hij er bij mijn moeder op heeft aangedrongen dat ze mij hun geheim zou vertellen. Zij wilde het liefst zwijgen, was bang dat het alleen voor problemen zou zorgen. Maar wat heeft het goed uitgepakt... Mijn leven is er enorm door verrijkt.”

Bron beeld: iStockphoto

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in