Carole (44) was de veertig gepasseerd toen ze besefte dat ze niet kinderloos wilde blijven. Maar ze was single en wilde een vader voor haar kind, geen anonieme zaaddonor. Toen ontmoette ze Marc (46), een man met een kinderwens. En met een echtgenoot. 

Carole: “Toen ik Marc en Diederik ontmoette, via een wederzijdse vriendin, voelde het meteen goed. We dachten allemaal: laten we dit doen.”

‘Als jij graag een kind wilt, dóé het’
Marc: “Vanaf het moment dat ik Carole een hand gaf, vond ik het een leuke vrouw. Weet wat ze wil, is intelligent, ziet er leuk uit ... Ik heb al 25 jaar een kinderwens. De wens om vader te zijn voor een kind, geen zaaddonor. Iemand zien opgroeien, dat wil ik. Bovendien was ik de enige in ons gezin die nog kinderen kon krijgen. Diederik, met wie ik al 22 jaar samen ben, had dat niet. Toch heb ik er altijd een heilig vertrouwen in gehad dat het ooit goed zou komen. Dat ik de persoon zou tegenkomen die dit allemaal mogelijk zou maken.” 
Diederik (49): “Voor mij was het onderwerp eigenlijk niet aan de orde, hoewel ik wel van Marcs kinderwens wist natuurlijk. Maar dan nog: vrienden van ons waren al elf jaar bezig om een geschikte gezins­situatie te vinden en wij hadden helemaal geen zin in zo’n moeizaam traject. Boven­dien ben ik veel onderweg voor mijn werk, Marc heeft zijn baan als opnameleider, onze levens waren zo druk. Het kostte ons al moeite om een plant in leven te houden. Maar in die 22 jaar van onze relatie veranderde er zo veel. Ik had een paar keer een behoorlijke crisis doorgemaakt in verband met mijn gezondheid, toen ik dacht: jij wilt dit en ik hou van jou. Wie ben ik dan om dit tegen te houden?”
Marc: “Diederik lag voor de derde keer op de intensive care. Toen zei hij tegen me: ‘Als jij graag een kind wilt, dóé het.’ Dat was een doorslaggevend moment in het hele verhaal, heel mooi.”
Carole: “Nadat we elkaar hadden ontmoet, hebben we een paar keer gedatet en ontdekten we dat we gelukkig ook hetzelfde dachten over opvoeden. Maar dan komt het ingewikkelde onderwerp: hoe ga je dat vormgeven in de praktijk?”

Lees ook: Openhartig: 'Toen mijn moeder ziek bleek, kon ik haar pas vergeven'

Zwanger worden
Marc: “Diederik en ik wilden, grofweg, tien procent ouderschap: we werken zeven dagen in de week. Al mijn vrienden zeiden: ‘Zo’n klein deel maar? Dan word je gek. Je gaat dat kindje zo missen ...!’ Je kunt niet op dat moment niet vermoeden dat je zo ongelooflijk veel van een kind gaat houden.”
Carole: ”Daarbij komt: het moet ook allemaal maar lukken, wat je hebt bedacht. Geen van ons had immers al een kind. Maar alsof het zo moest zijn ... Het was meteen raak. Dat het zo snel ging, betekende wel dat ik er niet uitgebreid over kon nadenken. Toen ik eenmaal zwanger was van Johnny, en behoorlijk onder de invloed van weerspannige hormonen, dacht ik wel: hoe moet dit nu?”
Diederik: “In januari ontmoetten we elkaar, in maart was Carole zwanger.”
Marc: “Met zijn drieën hebben we de twintigwekenecho gezien. Wat een emotioneel moment was dat. Zo snel en we kenden elkaar nog helemaal niet zo goed. Maar we hebben ook gelachen, hoor. ‘Wie is de vader?’ vroeg de echoscopist. ‘Houdt u haar hand dan maar vast.’ ‘Nou, ik ben met hem’, zei ik.”
Carole: “Uiteindelijk heeft het heel goed uitgepakt, voor ons allemaal. Johnny is nu drie en ik realiseer me elke dag hoe fijn het is dat hij een vader heeft, twee zelfs. Hij weet wie zijn biologische vader is en ik heb erg veel steun aan Marc en Diederik.”
Marc: “Toen ik dat hummeltje voor ’t eerst in mijn armen had in het ziekenhuis... In die paar seconden veranderde mijn totale wereldbeeld. Je wilt er alleen nog maar voor hem zijn. Wat ik ook niet verwacht had, is dat ik zo innig bevriend zou raken met de moeder. Carole is nu zo ongeveer mijn beste vriendin en mét haar heb ik er een ­ontzettend leuke familie bij gekregen! 
Mijn ouders zijn op hun beurt hartstikke gek op Johnny. Ze hebben zelfs hun testament ­aangepast, zodat Johnny, mocht ik eerder overlijden dan zij, erfgenaam wordt. Ze ­herkennen allerlei trekken van mij in hem, en hebben ook een goede band met Carole gekregen intussen. Dat vind ik zo mooi aan ons drieën: het is, simpel gezegd, zo ­gezellig.”

Mooiste cadeau
Diederik: “We hebben een min of meer vast patroon: maandag halen we Johnny op, dinsdag is hij de hele dag hier en dan eten we ’s avonds met zijn vieren. Daarna gaan Carole en Johnny weer naar Carole’s huis. En om de week is Johnny hier het hele weekend. Vakanties doen we ook geregeld samen.”
Marc: “Carole is heel ziek geweest, ze heeft een aantal operaties achter de rug. Johnny is toen acht weken hier geweest. Dan vind ik het mooi dat we haar bij kunnen staan. Maar ik besefte ook hoe pittig het is om 24 uur per dag voor je kind te zorgen. Nog elke dag voel ik me enorm betrokken bij de opvoeding. Carole heeft me het mooiste cadeau van de wereld gegeven en ik ben supergelukkig met de manier waarop we dit doen. Misschien maak ik niet elk beslissend moment in het leven van mijn zoon mee, maar het voelt wel zo.”
Diederik: “Dat het zo lekker gaat, komt waarschijnlijk ook doordat we hebben af­gesproken met elkaar:  Carole’s wil is wet. Natuurlijk overleggen we bij belangrijke beslissingen, maar wat Carole besluit, dat doen we. We hebben een Johnny Whatsapp-groep; de hele dag gaan er appjes over en weer, en meestal niet eens over Johnny. We hebben in het begin wel een overeenkomst opgesteld, maar die hebben we daarna nooit meer ingekeken; was niet nodig.”
Marc: “Het blijft natuurlijk niet altijd zo. Straks, als Johnny vier wordt, gaat hij naar school. Dan is het voorbij met de papadag, maar wat ik ook hoop, is dat Carole weer een man ontmoet. Als dat gebeurt, wordt hij ook weer een soort vader voor Johnny. Ik ben er sowieso van overtuigd dat dat een leuke man zal zijn, anders kiest hij niet voor een vrouw met een kind en twee mannen erbij.”

Hoe gaan we met deze verandering om?
Carole: “We weten ook geen van drieën of we wel in de stad blijven wonen. Ik heb de vrijheid om te gaan wonen waar Johnny en ik ons thuis voelen.”
Diederik: “De constante is dat alles verandert, dat is het enige wat je zeker weet. Maar dat is helemaal niet erg. Elke keer als het zover is, beslissen we opnieuw: hoe gaan we met deze verandering om? Centraal staat Johnny en onze onvoorwaardelijke liefde voor hem.”
Marc: “Wij zullen Carole sowieso in alles ondersteunen, ook als Johnny straks een puber is.” 
Carole: “Ik zal altijd degene zijn die meer opvoedt. Toch is het niet zo, dat ik de rol van de strenge moeder heb, terwijl het bij de papa’s altijd dolle pret is. Maar het is wel iets waar we voor waken.”
Marc: “En die intentie blijft zo, want ik geloof heilig in de weg die wij hebben gekozen. Al vier jaar voelt het nu goed, en wie weet, straks ook met een man voor Carole erbij. Ik kan niet wachten tot ze op een dag zegt: ‘Ik heb een lief.’ Diederik en ik hebben zo’n heftige tijd achter de rug samen. Dat we dan zoiets moois meemaken met z’n allen, dat blijf ik een wonder vinden. Per ongeluk blijken we ook een heleboel ­gezamenlijke vrienden te hebben. Dus als we Carole niet hadden ontmoet met het oog op Johnny, dan waren we elkaar ongetwijfeld op een verjaardag tegengekomen.”  

Bron beeld: iStockphoto

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’