Yvette (52) had altijd al sluimerende gevoelens voor vrouwen. Een paar jaar geleden besloot ze, in overleg met haar man, haar 'bischierigheid' nader te onderzoeken. Ze werd hals over kop verliefd...

"Op de middelbare school zat een jongen in mijn klas die er al op zijn zestiende voor uitkwam dat hij homoseksueel was. In die tijd was dat heel bijzonder. Hoewel hij niet werd gepest, werd er wel over hem geroddeld en werd hij vaak buitengesloten. Andere jongens wilden bijvoorbeeld niet meer douchen waar hij bij was. De jongen in kwestie ging daar laconiek mee om. 

'Alsof ik op jou zou vallen zeg,' reageerde hij dan alleen. 

Ik was intens door hem gefascineerd. Ik vond hem stoer. Zelf was ik een verlegen meisje dat snel bloosde. Mijn levensmotto was: niet opvallen. Maar diep in mijn hart vreesde ik dat ik anders was dan anderen.

Fantasie

Mijn gevoelsleven was een snelkookpan. Van de term biseksueel had ik nog nooit gehoord, maar ik was afwisselend verliefd op jongens en meisjes en soms zelfs op allebei tegelijk. Jongens vond ik spannender – ik had niet veel contact met ze, was daar veel te teruggetrokken voor – maar mijn fantasie sloeg ook op hol van sommige vriendinnen.

Bij logeerpartijtjes kon ik soms de hele nacht niet slapen. Ik droomde erover dat ik bij hen in bed zou kruipen. Ik wilde de warmte van hun lichaam voelen. Kussen, en dan níét gewoon op de wang. Daar liet ik echter nooit iets van merken. Zij giechelden alleen maar over jongens. 

En ik wist dat als ik ooit echt een kus aan iemand zou geven, dat een jongen zou zijn. Want ik wilde niet zo’n outcast worden als mijn homoseksuele klasgenoot. Bovendien was ik ervan overtuigd dat mijn gevoelens raar waren en er geen enkel meisje was dat zich ook tot mij aangetrokken voelde.

"Normaal"

Inderdaad, mijn eerste zoen kreeg ik van Roland, op mijn achttiende. We hebben een paar jaar verkering gehad. Alles met hem ontdekt: van voorzichtige strelingen tot echte seks. En dat was fijn, heel fijn. Dat mijn hart zo nu en dan ook nog harder ging kloppen van meisjes, drukte ik weg: ik was tot over mijn oren verliefd op Roland en dat was voor mij het bewijs dat ik "normaal" was. 

Toen Roland het uitmaakte, was ik totaal van de kaart. Over mijn geaardheid nadenken was wel het laatste wat mij bezighield. 
Ik wilde alleen maar Roland terug. Ik heb nog lang gehoopt dat hij zich zou bedenken. Tot Tom in beeld kwam, de man met wie ik nu getrouwd ben. Hij kuste mijn tranen weg, gaf me een nieuwe toekomst.

Volgens het boekje

We trouwden, kochten een mooi huis en kregen kinderen. We namen een hond en twee poezen. Alles volgens het boekje. En dat voelde uitstekend. Naar vrouwen keek ik nog weleens. Sommigen vond ik nog altijd opvallend aantrekkelijk, maar dat hield me niet meer zo bezig als in de puberteit, toen mijn lijf één grote hormonencocktail was geweest.

Ik had wel wat anders aan mijn hoofd: mijn kinderen grootbrengen, bouwen aan de zaak van Tom en mij.  

Verlangens

Totdat daar een nieuwe medewerkster kwam, Chantal. Ik had de leiding over onze administratieve afdeling en zij werd mijn rechterhand. Ik was toen 38, zij tien jaar jonger. Ik werkte nauw met Chantal samen. En ik merkte dat ze langzaam in mijn hoofd kroop. In mijn hart en in mijn verlangens.

Wat ik voelde, ging verder dan wat ik ooit eerder had ervaren voor vrouwen. Alles van vroeger was te verdringen geweest, maar nu werd ik smoorverliefd. Het verwarde me enorm.

’s Avonds lag ik verstijfd naast Tom, misselijk van schuldgevoel over al mijn fantasieën. Als het weekend aanbrak, was ik slechtgehumeurd, wat niemand van mijn gezin begreep. Dat ik de uren aftelde tot ik Chantal op maandagochtend weer zou zien, voelde als verraad. Maar wel als verraad waar ik me onmogelijk tegen kon verzetten. 

Overigens was het toen meer dan genoeg om haar te kunnen zien. Met haar te praten, haar te zien lachen. Gewoon, haar om me heen te hebben. In mijn dromen gebeurde er wel meer dan dat, veel meer, maar dat was toch een ver-van-mijn-bedshow. Daar iets mee doen, kwam niet bij me op.

Ik was er ook van overtuigd dat Chantal niet zou weten wat ze zou moeten als ik haar zou bekennen dat ik verliefd op haar was. Zij woonde samen, werd in de periode dat we samenwerkten zwanger en beviel van haar eerste kind.

Afscheidsborrel

Dat het voor haar ook anders zat, ontdekte ik pas op haar afscheidsborrel. Ze zou met haar man naar de andere kant van het land verhuizen. Ze dronk te veel en hield mij, toen we elkaar gedag zeiden, stevig vast. "Weet je dat ik altijd kriebels heb gehad voor jou?" zei ze. Voordat ik kon antwoorden, liet ze me los en vertrok ze, met haar man, om mij verbouwereerd achter te laten. 

Die nacht sliep ik totaal niet. Om vijf uur heb ik Tom wakker gemaakt. Ik heb hem alles verteld. Hij was erg verdrietig; vooral omdat ik hem niet eerder in vertrouwen had genomen. ‘Ik dacht dat wij zo’n goed huwelijk hadden,’ zei hij maar steeds. ‘Dat is ook zo,’ bezwoer ik. ‘Dan moet je dit toch met mij kunnen delen,’ zei hij. ‘Dan kijken we samen wat we ermee gaan doen.’ 

Zo’n reactie had ik niet verwacht, ik vond het zo bijzonder. Chantal heb ik nooit meer gesproken. Hoewel ik haar miste en Tom mijn geheim nu kende, was het nog veel te vroeg om concreet wat met mijn gevoelens te doen. Ik voerde veel gesprekken met Tom. Ik vertelde hem alles over mijn middelbare schoolperiode. Ik deelde het met hem wanneer ik op straat een vrouw zag lopen die ik op een speciale manier aan­trekkelijk vond.

Ontdekkingstocht

Tom heeft zich nooit bedreigd gevoeld, dat vind ik heel knap. Hij wist, en weet, hoeveel ik van hem hou. Dat mijn gezin heilig voor mij is. Maar hij snapt ook dat gevoelens zich niet altijd laten leiden. En kennelijk was dit iets wat in mij zat. Dat hoefde ik van hem niet weg te stoppen.

Op een gegeven moment zei hij zelfs dat als de situatie zich eens mocht voordoen, hij het mij gunde om op ontdekkings­tocht te gaan. Als ik hem maar van alles op de hoogte hield. Hem niet zou buitensluiten, niets verborgen zou houden. Door die opstelling kon ik alleen nog maar meer van hem houden.

Vaker verliefd

In de jaren daarna werd ik vaker verliefd. Mogelijk was het weleens wederzijds, maar ik was veel te verlegen om dat te onderzoeken. Ik merkte wel dat die wens groeide. Toen ik vijftig werd, heb ik met Tom besproken dat ik graag actief op zoek wilde gaan naar vrouwen zoals ik. “In het wild” zou ik ze niet tegenkomen, wist ik, al was het alleen maar door mijn eigen teruggetrokken houding. Mogelijk via internet wel.

Tom vond het prima, we hebben zelfs samen een account aangemaakt. Daarin noemde ik mezelf “bischierig, mogelijk biseksueel” – hoe confronterend was het, om dat zwart op wit te zien – en zei ik dat ik op zoek was naar een getrouwde vrouw die hetzelfde voelde. 

‘Ik lag ’s avonds misselijk van schuldgevoel  naast Tom in bed’

Via deze site heb ik Merel ontmoet. Vier jaar jonger dan ik, eveneens gebonden, moeder; en net als ik zo groen als gras. Via de mail klikte het al en toen we gingen bellen, kwamen de vlinders. De eerste keer dat we afspraken, was ik verschrikkelijk nerveus. Tom ook. Hoe hij mij ook steunde, het werd nu wel heel echt.

Vonk

Ik heb Merel die keer maar twee uur gezien. De vonk sprong onherroepelijk over. We hebben gekust en dat voelde zo speciaal dat ik ervan moest huilen. Sindsdien zien we elkaar twee keer per maand. We hebben het heel rustig opgebouwd, om onze mannen aan de situatie te laten wennen. Ook zelf hadden we tijd nodig om onze indrukken te verwerken.

Toen we na een paar maanden voor het eerst het bed deelden, was dat heel ontroerend. Ik voelde dat ik hier mijn leven lang al naar had gesnakt. Toch was het helemaal oké om na afloop afscheid te nemen en terug te gaan naar Tom. Hij is mijn leven, mijn alles. Ik hou niet minder van hem nu Merel er is. Nee, alleen maar meer zelfs.

Dat wij dit samen delen en hij mij dit gunt, heeft onze band alleen maar verdiept. Op alle vlakken, ook seksueel.

Buiten Tom is er niemand die weet dat Merel wel een heel unieke vriendin van mij is. Ik heb geen behoefte om ermee naar buiten te treden. Binnenkort gaan Merel en ik voor het eerst op vakantie. Opnieuw spannend, zowel voor ons als voor onze mannen. Maar ik weet zeker dat het allemaal goed gaat komen.

Ik ben heel gelukkig met mijn leven nu. Hoewel het voorheen ook goed met mij ging, is er nu een leemte in mijn hart gevuld waardoor ik mij echt compleet voel.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’