Twee jaar geleden kwam Irene (60) voor een onaangename verrassing te staan: haar man bleek een zoon te hebben uit een eerdere relatie. Het geheim legde een bom onder hun huwelijk. 

“Ik ontmoette René toen ik 24 was. Ik kwam uit een gewelddadige relatie, die grote impact op mij had. René was mijn rots in de branding. Hij ving me op, toonde zich betrouwbaar, altijd, en omringde me met zo veel zorg dat ik het vertrouwen in mezelf en in de liefde terugvond. Hoewel ik op mezelf woonde, zat ik haast continu bij hem. Na een ingewikkelde jeugd – mijn ouders zijn vroeg overleden, de tante bij wie ik in huis kwam, was ik overduidelijk tot last – had ik het gevoel dat ik eindelijk mijn geluk had gevonden. Wat mij betreft, konden we niet snel genoeg de volgende stappen zetten; trouwen, kinderen, ik wilde het allemaal.

René was terughoudender. Niet omdat hij twijfelde aan onze relatie, zei hij; ik was de vrouw van zijn leven. Maar we hadden toch de tijd? Zeker met kinderen wilde hij liever nog een tijd wachten. Gesprekken over dit onderwerp verliepen soms wat stroef. Ik kon niet goed peilen hoe hij over een gezin dacht. Op donkere momenten vreesde ik dat hij me aan het lijntje hield. Wat was ik blij toen hij na ruim twee jaar op z’n knieën ging en direct voorstelde dat ik met de pil zou stoppen. Op onze huwelijksdag hebben we mijn resterende pillen symbolisch door het toilet gespoeld. Ik stond erbij te juichen. 

Achteraf, nu ik alles weet, heb ik eindeloos gepiekerd of ik indertijd dingen heb gemist die ik wél had moeten opmerken. Maar ik ging zo op in mijn eigen toekomst­dromen, dat ik minder met René bezig was. Hij had ja gezegd tegen ­kinderen, dat was het belangrijkste. Verder fantaseerde ik erop los, breide ik sokjes en verfde ik voorbarig de kinderkamer al. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten tot het raak was. Ik was dolblij, belde René en ratelde zo door, dat ik me niet herinner wat zijn reactie was. Wat ik nog wel weet, is dat hij de hele zwangerschap weliswaar goed voor me zorgde en trouw meeging naar elk ziekenhuisbezoek, maar dat hij toch een bepaald enthousiasme miste. ‘Jij draagt ons kind,’ zei hij, als ik erover begon. ‘Mijn taak komt straks pas.’ En tja, dat was waar natuurlijk. Ik besloot het niet groter maken dan het was. En dat hij vaak slecht sliep in die ­periode, weet ik aan de zenuwen voor alle veranderingen. Toen onze zoon geboren werd en René hem voor het eerst vasthield, zag ik de tranen over zijn wangen stromen. Het spatte eraf dat hij zielsveel van ons kind hield. Hij ontpopte zich als de ideale vader. Destijds was het minder gebruikelijk dan nu dat mannen nauw betrokken waren bij de verzorging van baby’s, maar René stond elke nacht voor hem op en verschoonde fluitend zijn luiers. Zo kende ik mijn sterke echtgenoot weer en zijn eerdere terug­getrokken houding vergat ik. 

‘Ik was woedend; anderen wisten het dus wel!’

Later kregen we nog twee kinderen. Grote tegenslagen zijn ons bespaard gebleven, we vormden een hartstikke leuk gezin. Ook René en ik bleven hecht, ondanks zijn drukke baan en vele zakenreizen. Ik had nooit kunnen denken dat hij al die tijd een geheim voor mij achterhield. Hij was mijn geliefde, maar ook mijn beste vriend. Er was niemand die ik zo vertrouwde.
Ik kon het dan ook niet geloven toen ik zo’n twee jaar geleden werd gebeld door een man die beweerde een zoon van René te zijn. Het was op een maandagavond. René zat in het buitenland. Onze kinderen waren allang het huis uit en hoewel ze nog ­geregeld thuiskwamen, was ik nu alleen. Ik keek naar Spoorloos. En juist toen, toen hoorde ik deze stem voor het eerst. ‘Ik heb er lang over getwijfeld of ik je zou bellen,’ zei de man. ‘René wilde het niet, hij wilde jou zelf inlichten. Maar ik wacht daar nu al veel te lang op. Mijn geduld is op. Ik wil mijn halfbroer ontmoeten, mijn halfzussen. Dus vanavond heb ik besloten gewoon de telefoon te pakken.’ 

Verdwaasd luisterde ik naar zijn stem, te erg in verwarring om iets te zeggen, te ­denken of te voelen. De man, Nico, bleek een paar jaar ouder dan mijn oudste zoon. Als het waar was wat hij zei, moest hij ­geboren zijn vlak voordat ik René ­ontmoette. Hij was opgegroeid bij zijn moeder, ­vertelde hij. Zij en René kenden elkaar nog maar net toen zijn moeder per ongeluk zwanger raakte. Hoewel er geen sprake was geweest van verliefdheid, hadden ze toch ­geprobeerd om er samen iets van te maken. Maar het liep niet. Het was Nico’s moeder, een vrijgevochten type, die er een punt achter zette. Ze was toen bijna zeven maanden zwanger. Doordat ze niet getrouwd waren en de ­moeder niet wilde dat hij het kind zou erkennen, had René geen poot om op te staan. Twee keer had hij op bezoek mogen komen na de bevalling, wist Nico te ­vertellen. Vanaf toen had zijn moeder al het contact gedwarsboomd, gewoon omdat ze er zelf geen zin meer in had. 

Pas op zijn twintigste had Nico gehoord wie zijn vader was. Hij had René op zijn werk gebeld. Sindsdien zagen ze elkaar zo nu en dan; inmiddels ruim veertien jaar. Al die tijd had mijn man dit voor mij verzwegen. Ik schoot in de overlevingsmodus. Nuchter stelde ik gerichte vragen, feiten over René die Nico alleen kon weten als hij inderdaad al jarenlang contact met hem had. Al snel kon ik er niet omheen. Mijn man, die ik ­vertrouwde alsof hij een deel van mezelf was, had al die jaren dat ik hem kende een groot geheim voor mij bewaard. Hoe kón hij? En waarom, in hemelsnaam?

Die nacht heb ik niet geslapen. René bellen, dat wilde ik niet, dit was niet iets wat je via de telefoon bespreekt. Twee dagen later kwam hij thuis. Toen ik René confronteerde met het telefoontje, begon hij te stamelen en daarna te huilen. Van mijn sterke man was ineens niets meer over. Haperend ­vertelde hij alles. Hoe hij verschrikkelijk zat met het verlies van zijn nog ongeboren kind op het moment dat hij mij ontmoette. Het was te pijnlijk geweest om erover te praten, hij had zó het gevoel dat hij gefaald had. Bovendien voelde hij dat ik een ­stabiele man nodig had. Een man die mij erdoorheen zou trekken. Die rol had hem geholpen zijn eigen gevoelens te vergeten. 
Natuurlijk had hij zich schuldig gevoeld dat hij iets voor mij verborg. Maar toen het zwijgen eenmaal was begonnen, viel dat niet meer te doorbreken. Tijdens mijn ­zwangerschap had hij zwaar onder ­spanning gestaan. Het gemis van zijn eerste kind kneep zijn keel dicht. Toen onze baby er was, had hij besloten voorgoed zijn mond te houden, hoe laf hij dat ook van zichzelf vond. Maar de angst om mij en onze zoon kwijt te raken, was voor hem ­onoverkomelijk. Diezelfde angst speelde op toen Nico ­contact zocht. Hij was te rade gegaan bij zijn zus en bij een paar vrienden, die altijd al op de hoogte waren geweest. 

Toen ik dat hoorde, werd ik woedend; ­anderen wisten er dus wél van. Maar ik niet. O, wat voelde ik me stom. Die nacht lag ik verstijfd naast hem. Ik kon niet meer met hem praten, zo kwaad was ik. Toch wist ik toen al dat ik hem hierom niet zou verlaten. Al moesten we er weken, maanden of zelfs jaren voor uittrekken, ik zou knokken om begrip voor hem te krijgen en het ­vertrouwen tussen ons te herstellen. Een leven zonder René zag ik niet voor me en hoewel er dus altijd een leugen als een bom onder onze liefde had gelegen, wilde en kon ik niet geloven dat onze hele relatie een leugen was. Met eindeloos praten zijn we er inderdaad uitgekomen. 

Het telefoontje van  Nico naar mij heeft een tijdje voor een flinke knauw in het contact gezorgd tussen vader en zoon. Maar ook dat is goed gekomen. En toen onze kinderen alles hoorden en van de schrik bekomen waren, stonden ze open voor een ­ontmoeting met hun halfbroer. Ook ik zag Nico op dat moment voor het eerst. Het was ­confronterend, want ze lijken erg op elkaar, René en zijn oudste zoon. Dat deed pijn, absoluut. Maar inmiddels heb ik Nico in mijn hart gesloten. Zijn kinderen, die wel eens meekomen als hij op bezoek komt, maken mij ook een beetje oma en daar geniet ik van.

Mijn man heb ik vergeven. Wie ik níet vergeven heb, is zijn ex, Nico’s moeder, die overigens niet meer leeft. Als zij niet zo star en egoïstisch was geweest, als zij René niet zo had buitengesloten, dan was alles anders gelopen.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Astrid (56) is getrouwd met Jos, maar ze is heimelijk verliefd op zijn broer Berend. Als ze haar leven zou kunnen overdoen, koos ze hem. 

‘Ik had Jos voorgesteld om met de jaarwisseling eens iets heel anders te doen. Naar de bergen om te langlaufen, bijvoorbeeld. Nu ook onze jongste op zichzelf woont, hoefden wij toch niet per se te doen wat we altijd doen: met zijn familie naar de Ardennen?

Maar mijn man voelde er niets voor om die traditie te doorbreken. Zijn ouders zijn al op leeftijd, begon hij; misschien zouden ze volgend jaar niet meer mee kunnen. Nee, er zat niets anders op dan me te voegen naar de gebruikelijke oud-en-nieuwplannen. Nu is dat op zich geen straf, ik heb een erg leuke schoonfamilie.

Verlangen

Het is alleen zo moeilijk om Berend iedere keer te zien, die al heel lang mijn tweede, misschien zelfs wel mijn eerste grote liefde is. Ik kan hem alleen uit mijn gedachten bannen als hij niet in mijn buurt is. Soms lukt het zelfs om wekenlang niet aan hem te denken. Tot ik hem weer zie. Dan voel ik direct: het is er nog, het verlangen.

Een verlangen dat nooit vervuld zal worden. Want Berend is een onmogelijke liefde. Hij is de broer van mijn man. 

Discotheek

Ik ken hem even lang als Jos. Ik ontmoette ze tegelijkertijd, in de discotheek waar ik uitging toen ik jong was. Ik zat met mijn vriendinnen aan de bar, dronk mierzoete pisang ambon, toen een jongen me vroeg of ik wilde dansen. Ik zei ja, maar alleen maar omdat ik hoopte dat hij mij daarna zou introduceren bij zijn vriendengroep. Daar stond een man bij die ik erg knap vond.

De jongen die met mij wilde dansen, dat was Berend. Lang, mager, met wat acne. Ik vond hem aardig, zeker. Maar niet aantrekkelijk. Ik kon haast niet geloven dat de knappe man aan wie hij mij even later voorstelde, zijn oudere broer bleek te zijn. Jos was wél het type waar ik van droomde.

En terwijl Berend een drankje voor mij haalde, begon ik met Jos te praten en stopte daar niet meer mee voordat het sluitingstijd was. Bij het afscheid zoenden we, Jos en ik. Of Berend dat pijnlijk vond, heb ik nooit geweten. Ik zag hem pas terug toen Jos mij een paar maanden later meenam naar zijn familie.

“Ik heb ze met elkaar in contact gebracht,” vertelde Berend toen, ietwat verlegen. Schuldgevoel dat ik hem die avond had afgewezen had ik niet, ik was veel te verliefd op Jos.

Ik moet nog vaak denken aan die begintijd. Soms kan ik me verliezen in fantasieën over hoe het anders hadden kunnen lopen. Maar het is zinloos, het ging zoals het ging en op dat moment was het heel duidelijk: mijn hart ging sneller kloppen van Jos en zijn jongere broer zag ik gewoon niet staan. Ik had nooit kunnen vermoeden dat dat nog eens zou veranderen.

Maar dat gebeurde wel.

Barstjes

Na de geboorte van onze eerste dochter kwamen de eerste barstjes. Jos had een zware baan, ik werkte parttime. Om die reden was het voor hem vanzelfsprekend dat ik op zou staan ’s nachts, dat ik de luiers verschoonde, dat ik álles deed, eigenlijk. Hij was vaak weg. Soms voelde ik me haast een alleenstaande moeder.

Ik vond een luisterend oor bij Berend, tijdens een lang weekend in de Ardennen, waar de familie een huis heeft. Mijn dochter was ziek en sliep slecht, en hoewel ik direct voor haar opstond wanneer ik haar hoorde, werd Berend, een lichte slaper, ook wakker. Dan kwam hij zijn bed uit, hielp mij door liedjes voor haar te zingen. Dat vond hij leuk. En wanneer zij dan in mijn armen in slaap viel, bleven wij praten.

Een paar keer praatten we door tot vroeg in de ochtend. Ik merkte dat hij heel wijze dingen zei. Het was een geweldige week – dankzij Berend. 
Niet dat ik op dat moment al verliefd op hem was. Ik was simpelweg blij met het goede contact. Dat bleven we ook thuis houden. Als ik er eens helemaal doorheen zat of me eenzaam voelde, dan belde ik hem. Hij wist me altijd op te beuren.

Wanneer ik het over mijn huwelijk had, gaf hij me het idee dat hij me begreep, maar nam het ook voor zijn broer op. “Bekijk het eens zo…,” zei hij dan. Ik grapte weleens dat hij onze relatietherapeut was. Zonder dat Jos het wist, droeg Berend eraan bij dat ik meer geduld had voor mijn man.

Bruiloft

We hadden al vier jaar een hechte band, toen Berend trouwde. Het was op zijn bruiloft dat ik ineens een steek voelde. Mijn zwager was lang zo mager en spichtig niet meer als vroeger. Ook hij was een knappe man geworden. Iets minder opvallend dan de mijne, maar hij had lieve en sprekende ogen. En dat hij zijn gewicht in goud waard was, wist ik allang.

Toen ik hem daar zag staan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, stralend van geluk, in een beeldschoon pak, werd ik plotseling overvallen door weemoed. Ik merkte dat ik niet blij kon zijn voor mijn aanstaande schoonzus, die ik overigens graag mocht. Ik was jaloers. 

Ik zei toen nog tegen mezelf dat ik gewoon bang wat dat ik mijn maatje kwijt zou raken. En dat gebeurde ook wel een beetje. Ons contact verminderde; nu hij niet meer alleen woonde, durfde ik hem niet meer zo vaak te storen. Maar als we elkaar zagen, dan trokken we zoals altijd naar elkaar toe. Op verjaardagen, jubilea, waar dan ook. En tijdens de winterse dagen in de Ardennen, natuurlijk.

In de war

Zonder dat dat enige argwaan wekte, overigens. Iedereen wist dat wij goed met elkaar overweg konden. Prima toch? Niemand wist dat ik altijd in de war naar huis ging. Dat ik in de auto, in de stoel naast mijn man, vaak dacht: ik heb indertijd een enorme fout begaan.

Over mijn eigen huwelijk ben ik niet ontevreden. Toch is het niet wat ik ervan gehoopt had. Jos is nooit een betrokken vader geweest. Pas nu onze kinderen volwassen zijn en studeren, vindt hij het leuk om tijd met hen door te brengen. Nu discussiëren ze volop, drinken ze wijn – prachtig hoor, maar waar was hij vroeger?

Ook voor mij is hij een afwezige echtgenoot geweest. Altijd druk, vaak overwerken. Tegenwoordig is dat beter en gaan we bijvoorbeeld geregeld samen op vakantie. Dan is hij er echt voor mij. Maar in het dagelijkse leven moet ik het doen met flinters van zijn tijd en aandacht. Ik ben eraan gewend, maar het doet nog altijd pijn.

Gescheiden

Sinds drie jaar is het nog ingewikkelder geworden; Berend is gescheiden. Hij is door een inktzwarte periode heen gegaan, waarin ik hem vaak heb gesteund. Nu waren de rollen omgedraaid, zocht hij míj op om zijn hart te luchten. Daardoor heb ik hem nog beter leren kennen. Als ik zie hoe hij knokt voor het contact met zijn kinderen, dan heb ik veel respect voor hem. Hij stelt heel andere prioriteiten dan zijn broer. 

Ontmoetingen met hem zorgen geheid voor vlinders. Vooral in de Ardennen, omdat we dan zoveel tijd samen doorbrengen. Ik moet eerlijk bekennen: als hij ooit een poging zou hebben gedaan om mij te zoenen, was het mij vast niet gelukt om hem af te weren. Want ik verlang ook fysiek naar hem. Maar dat heeft hij nooit gedaan.

Het kán niet

Ons contact is puur vriendschappelijk - ik heb bij hem nooit gevoeld dat er meer speelt. Nooit, met geen enkel gebaar, geen enkele blik. Misschien laat hij dat niet toe. Hij is een uitermate integere man. Ik ben ervan overtuigd dat als hij al iets voor mij voelt, hij dat nooit kenbaar zou maken. Ik ben immers zijn schoonzus. 

Ook ik laat niets merken. Want het kan niet. Niet voor mijn echtgenoot, die dat bedrog, met zijn eigen broer nota bene, niet verdient. Ondanks alles hou ik van hem, ik kan me niet voorstellen dat we uit elkaar gaan, ook niet voor onze kinderen.

En dan de rest van de familie: ze zijn zo hecht. Alles zou stukgaan als Berend en ik iets met elkaar zouden krijgen. En ik weet zeker dat met één zoen het hek van de dam is. Eén stiekeme nacht is onmogelijk; dan zal het meteen ook álles zijn. Dus ik hou afstand.

En ik probeer hem het laatste jaar zelfs te vermijden, omdat ik mijn gevoelens te ingewikkeld vind.

Gelukkig is Berend zijn scheiding te boven. Ik denk dat het niet lang zal duren voor hij een nieuwe partner vindt. Een moment waar ik naar uitkijk, want het zal me rust brengen. Terwijl ik natuurlijk ook weer jaloers zal zijn.’

De namen in artikel zijn gefingeerd.

Yvette (52) had altijd al sluimerende gevoelens voor vrouwen. Een paar jaar geleden besloot ze, in overleg met haar man, haar 'bischierigheid' nader te onderzoeken. Ze werd hals over kop verliefd...

"Op de middelbare school zat een jongen in mijn klas die er al op zijn zestiende voor uitkwam dat hij homoseksueel was. In die tijd was dat heel bijzonder. Hoewel hij niet werd gepest, werd er wel over hem geroddeld en werd hij vaak buitengesloten. Andere jongens wilden bijvoorbeeld niet meer douchen waar hij bij was. De jongen in kwestie ging daar laconiek mee om. 

'Alsof ik op jou zou vallen zeg,' reageerde hij dan alleen. 

Ik was intens door hem gefascineerd. Ik vond hem stoer. Zelf was ik een verlegen meisje dat snel bloosde. Mijn levensmotto was: niet opvallen. Maar diep in mijn hart vreesde ik dat ik anders was dan anderen.

Fantasie

Mijn gevoelsleven was een snelkookpan. Van de term biseksueel had ik nog nooit gehoord, maar ik was afwisselend verliefd op jongens en meisjes en soms zelfs op allebei tegelijk. Jongens vond ik spannender – ik had niet veel contact met ze, was daar veel te teruggetrokken voor – maar mijn fantasie sloeg ook op hol van sommige vriendinnen.

Bij logeerpartijtjes kon ik soms de hele nacht niet slapen. Ik droomde erover dat ik bij hen in bed zou kruipen. Ik wilde de warmte van hun lichaam voelen. Kussen, en dan níét gewoon op de wang. Daar liet ik echter nooit iets van merken. Zij giechelden alleen maar over jongens. 

En ik wist dat als ik ooit echt een kus aan iemand zou geven, dat een jongen zou zijn. Want ik wilde niet zo’n outcast worden als mijn homoseksuele klasgenoot. Bovendien was ik ervan overtuigd dat mijn gevoelens raar waren en er geen enkel meisje was dat zich ook tot mij aangetrokken voelde.

"Normaal"

Inderdaad, mijn eerste zoen kreeg ik van Roland, op mijn achttiende. We hebben een paar jaar verkering gehad. Alles met hem ontdekt: van voorzichtige strelingen tot echte seks. En dat was fijn, heel fijn. Dat mijn hart zo nu en dan ook nog harder ging kloppen van meisjes, drukte ik weg: ik was tot over mijn oren verliefd op Roland en dat was voor mij het bewijs dat ik "normaal" was. 

Toen Roland het uitmaakte, was ik totaal van de kaart. Over mijn geaardheid nadenken was wel het laatste wat mij bezighield. 
Ik wilde alleen maar Roland terug. Ik heb nog lang gehoopt dat hij zich zou bedenken. Tot Tom in beeld kwam, de man met wie ik nu getrouwd ben. Hij kuste mijn tranen weg, gaf me een nieuwe toekomst.

Volgens het boekje

We trouwden, kochten een mooi huis en kregen kinderen. We namen een hond en twee poezen. Alles volgens het boekje. En dat voelde uitstekend. Naar vrouwen keek ik nog weleens. Sommigen vond ik nog altijd opvallend aantrekkelijk, maar dat hield me niet meer zo bezig als in de puberteit, toen mijn lijf één grote hormonencocktail was geweest.

Ik had wel wat anders aan mijn hoofd: mijn kinderen grootbrengen, bouwen aan de zaak van Tom en mij.  

Verlangens

Totdat daar een nieuwe medewerkster kwam, Chantal. Ik had de leiding over onze administratieve afdeling en zij werd mijn rechterhand. Ik was toen 38, zij tien jaar jonger. Ik werkte nauw met Chantal samen. En ik merkte dat ze langzaam in mijn hoofd kroop. In mijn hart en in mijn verlangens.

Wat ik voelde, ging verder dan wat ik ooit eerder had ervaren voor vrouwen. Alles van vroeger was te verdringen geweest, maar nu werd ik smoorverliefd. Het verwarde me enorm.

’s Avonds lag ik verstijfd naast Tom, misselijk van schuldgevoel over al mijn fantasieën. Als het weekend aanbrak, was ik slechtgehumeurd, wat niemand van mijn gezin begreep. Dat ik de uren aftelde tot ik Chantal op maandagochtend weer zou zien, voelde als verraad. Maar wel als verraad waar ik me onmogelijk tegen kon verzetten. 

Overigens was het toen meer dan genoeg om haar te kunnen zien. Met haar te praten, haar te zien lachen. Gewoon, haar om me heen te hebben. In mijn dromen gebeurde er wel meer dan dat, veel meer, maar dat was toch een ver-van-mijn-bedshow. Daar iets mee doen, kwam niet bij me op.

Ik was er ook van overtuigd dat Chantal niet zou weten wat ze zou moeten als ik haar zou bekennen dat ik verliefd op haar was. Zij woonde samen, werd in de periode dat we samenwerkten zwanger en beviel van haar eerste kind.

Afscheidsborrel

Dat het voor haar ook anders zat, ontdekte ik pas op haar afscheidsborrel. Ze zou met haar man naar de andere kant van het land verhuizen. Ze dronk te veel en hield mij, toen we elkaar gedag zeiden, stevig vast. "Weet je dat ik altijd kriebels heb gehad voor jou?" zei ze. Voordat ik kon antwoorden, liet ze me los en vertrok ze, met haar man, om mij verbouwereerd achter te laten. 

Die nacht sliep ik totaal niet. Om vijf uur heb ik Tom wakker gemaakt. Ik heb hem alles verteld. Hij was erg verdrietig; vooral omdat ik hem niet eerder in vertrouwen had genomen. ‘Ik dacht dat wij zo’n goed huwelijk hadden,’ zei hij maar steeds. ‘Dat is ook zo,’ bezwoer ik. ‘Dan moet je dit toch met mij kunnen delen,’ zei hij. ‘Dan kijken we samen wat we ermee gaan doen.’ 

Zo’n reactie had ik niet verwacht, ik vond het zo bijzonder. Chantal heb ik nooit meer gesproken. Hoewel ik haar miste en Tom mijn geheim nu kende, was het nog veel te vroeg om concreet wat met mijn gevoelens te doen. Ik voerde veel gesprekken met Tom. Ik vertelde hem alles over mijn middelbare schoolperiode. Ik deelde het met hem wanneer ik op straat een vrouw zag lopen die ik op een speciale manier aan­trekkelijk vond.

Ontdekkingstocht

Tom heeft zich nooit bedreigd gevoeld, dat vind ik heel knap. Hij wist, en weet, hoeveel ik van hem hou. Dat mijn gezin heilig voor mij is. Maar hij snapt ook dat gevoelens zich niet altijd laten leiden. En kennelijk was dit iets wat in mij zat. Dat hoefde ik van hem niet weg te stoppen.

Op een gegeven moment zei hij zelfs dat als de situatie zich eens mocht voordoen, hij het mij gunde om op ontdekkings­tocht te gaan. Als ik hem maar van alles op de hoogte hield. Hem niet zou buitensluiten, niets verborgen zou houden. Door die opstelling kon ik alleen nog maar meer van hem houden.

Vaker verliefd

In de jaren daarna werd ik vaker verliefd. Mogelijk was het weleens wederzijds, maar ik was veel te verlegen om dat te onderzoeken. Ik merkte wel dat die wens groeide. Toen ik vijftig werd, heb ik met Tom besproken dat ik graag actief op zoek wilde gaan naar vrouwen zoals ik. “In het wild” zou ik ze niet tegenkomen, wist ik, al was het alleen maar door mijn eigen teruggetrokken houding. Mogelijk via internet wel.

Tom vond het prima, we hebben zelfs samen een account aangemaakt. Daarin noemde ik mezelf “bischierig, mogelijk biseksueel” – hoe confronterend was het, om dat zwart op wit te zien – en zei ik dat ik op zoek was naar een getrouwde vrouw die hetzelfde voelde. 

‘Ik lag ’s avonds misselijk van schuldgevoel  naast Tom in bed’

Via deze site heb ik Merel ontmoet. Vier jaar jonger dan ik, eveneens gebonden, moeder; en net als ik zo groen als gras. Via de mail klikte het al en toen we gingen bellen, kwamen de vlinders. De eerste keer dat we afspraken, was ik verschrikkelijk nerveus. Tom ook. Hoe hij mij ook steunde, het werd nu wel heel echt.

Vonk

Ik heb Merel die keer maar twee uur gezien. De vonk sprong onherroepelijk over. We hebben gekust en dat voelde zo speciaal dat ik ervan moest huilen. Sindsdien zien we elkaar twee keer per maand. We hebben het heel rustig opgebouwd, om onze mannen aan de situatie te laten wennen. Ook zelf hadden we tijd nodig om onze indrukken te verwerken.

Toen we na een paar maanden voor het eerst het bed deelden, was dat heel ontroerend. Ik voelde dat ik hier mijn leven lang al naar had gesnakt. Toch was het helemaal oké om na afloop afscheid te nemen en terug te gaan naar Tom. Hij is mijn leven, mijn alles. Ik hou niet minder van hem nu Merel er is. Nee, alleen maar meer zelfs.

Dat wij dit samen delen en hij mij dit gunt, heeft onze band alleen maar verdiept. Op alle vlakken, ook seksueel.

Buiten Tom is er niemand die weet dat Merel wel een heel unieke vriendin van mij is. Ik heb geen behoefte om ermee naar buiten te treden. Binnenkort gaan Merel en ik voor het eerst op vakantie. Opnieuw spannend, zowel voor ons als voor onze mannen. Maar ik weet zeker dat het allemaal goed gaat komen.

Ik ben heel gelukkig met mijn leven nu. Hoewel het voorheen ook goed met mij ging, is er nu een leemte in mijn hart gevuld waardoor ik mij echt compleet voel.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.