Twee jaar geleden kwam Irene (60) voor een onaangename verrassing te staan: haar man bleek een zoon te hebben uit een eerdere relatie. Het geheim legde een bom onder hun huwelijk. 

“Ik ontmoette René toen ik 24 was. Ik kwam uit een gewelddadige relatie, die grote impact op mij had. René was mijn rots in de branding. Hij ving me op, toonde zich betrouwbaar, altijd, en omringde me met zo veel zorg dat ik het vertrouwen in mezelf en in de liefde terugvond. Hoewel ik op mezelf woonde, zat ik haast continu bij hem. Na een ingewikkelde jeugd – mijn ouders zijn vroeg overleden, de tante bij wie ik in huis kwam, was ik overduidelijk tot last – had ik het gevoel dat ik eindelijk mijn geluk had gevonden. Wat mij betreft, konden we niet snel genoeg de volgende stappen zetten; trouwen, kinderen, ik wilde het allemaal.

René was terughoudender. Niet omdat hij twijfelde aan onze relatie, zei hij; ik was de vrouw van zijn leven. Maar we hadden toch de tijd? Zeker met kinderen wilde hij liever nog een tijd wachten. Gesprekken over dit onderwerp verliepen soms wat stroef. Ik kon niet goed peilen hoe hij over een gezin dacht. Op donkere momenten vreesde ik dat hij me aan het lijntje hield. Wat was ik blij toen hij na ruim twee jaar op z’n knieën ging en direct voorstelde dat ik met de pil zou stoppen. Op onze huwelijksdag hebben we mijn resterende pillen symbolisch door het toilet gespoeld. Ik stond erbij te juichen. 

Achteraf, nu ik alles weet, heb ik eindeloos gepiekerd of ik indertijd dingen heb gemist die ik wél had moeten opmerken. Maar ik ging zo op in mijn eigen toekomst­dromen, dat ik minder met René bezig was. Hij had ja gezegd tegen ­kinderen, dat was het belangrijkste. Verder fantaseerde ik erop los, breide ik sokjes en verfde ik voorbarig de kinderkamer al. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten tot het raak was. Ik was dolblij, belde René en ratelde zo door, dat ik me niet herinner wat zijn reactie was. Wat ik nog wel weet, is dat hij de hele zwangerschap weliswaar goed voor me zorgde en trouw meeging naar elk ziekenhuisbezoek, maar dat hij toch een bepaald enthousiasme miste. ‘Jij draagt ons kind,’ zei hij, als ik erover begon. ‘Mijn taak komt straks pas.’ En tja, dat was waar natuurlijk. Ik besloot het niet groter maken dan het was. En dat hij vaak slecht sliep in die ­periode, weet ik aan de zenuwen voor alle veranderingen. Toen onze zoon geboren werd en René hem voor het eerst vasthield, zag ik de tranen over zijn wangen stromen. Het spatte eraf dat hij zielsveel van ons kind hield. Hij ontpopte zich als de ideale vader. Destijds was het minder gebruikelijk dan nu dat mannen nauw betrokken waren bij de verzorging van baby’s, maar René stond elke nacht voor hem op en verschoonde fluitend zijn luiers. Zo kende ik mijn sterke echtgenoot weer en zijn eerdere terug­getrokken houding vergat ik. 

‘Ik was woedend; anderen wisten het dus wel!’

Later kregen we nog twee kinderen. Grote tegenslagen zijn ons bespaard gebleven, we vormden een hartstikke leuk gezin. Ook René en ik bleven hecht, ondanks zijn drukke baan en vele zakenreizen. Ik had nooit kunnen denken dat hij al die tijd een geheim voor mij achterhield. Hij was mijn geliefde, maar ook mijn beste vriend. Er was niemand die ik zo vertrouwde.
Ik kon het dan ook niet geloven toen ik zo’n twee jaar geleden werd gebeld door een man die beweerde een zoon van René te zijn. Het was op een maandagavond. René zat in het buitenland. Onze kinderen waren allang het huis uit en hoewel ze nog ­geregeld thuiskwamen, was ik nu alleen. Ik keek naar Spoorloos. En juist toen, toen hoorde ik deze stem voor het eerst. ‘Ik heb er lang over getwijfeld of ik je zou bellen,’ zei de man. ‘René wilde het niet, hij wilde jou zelf inlichten. Maar ik wacht daar nu al veel te lang op. Mijn geduld is op. Ik wil mijn halfbroer ontmoeten, mijn halfzussen. Dus vanavond heb ik besloten gewoon de telefoon te pakken.’ 

Verdwaasd luisterde ik naar zijn stem, te erg in verwarring om iets te zeggen, te ­denken of te voelen. De man, Nico, bleek een paar jaar ouder dan mijn oudste zoon. Als het waar was wat hij zei, moest hij ­geboren zijn vlak voordat ik René ­ontmoette. Hij was opgegroeid bij zijn moeder, ­vertelde hij. Zij en René kenden elkaar nog maar net toen zijn moeder per ongeluk zwanger raakte. Hoewel er geen sprake was geweest van verliefdheid, hadden ze toch ­geprobeerd om er samen iets van te maken. Maar het liep niet. Het was Nico’s moeder, een vrijgevochten type, die er een punt achter zette. Ze was toen bijna zeven maanden zwanger. Doordat ze niet getrouwd waren en de ­moeder niet wilde dat hij het kind zou erkennen, had René geen poot om op te staan. Twee keer had hij op bezoek mogen komen na de bevalling, wist Nico te ­vertellen. Vanaf toen had zijn moeder al het contact gedwarsboomd, gewoon omdat ze er zelf geen zin meer in had. 

Pas op zijn twintigste had Nico gehoord wie zijn vader was. Hij had René op zijn werk gebeld. Sindsdien zagen ze elkaar zo nu en dan; inmiddels ruim veertien jaar. Al die tijd had mijn man dit voor mij verzwegen. Ik schoot in de overlevingsmodus. Nuchter stelde ik gerichte vragen, feiten over René die Nico alleen kon weten als hij inderdaad al jarenlang contact met hem had. Al snel kon ik er niet omheen. Mijn man, die ik ­vertrouwde alsof hij een deel van mezelf was, had al die jaren dat ik hem kende een groot geheim voor mij bewaard. Hoe kón hij? En waarom, in hemelsnaam?

Die nacht heb ik niet geslapen. René bellen, dat wilde ik niet, dit was niet iets wat je via de telefoon bespreekt. Twee dagen later kwam hij thuis. Toen ik René confronteerde met het telefoontje, begon hij te stamelen en daarna te huilen. Van mijn sterke man was ineens niets meer over. Haperend ­vertelde hij alles. Hoe hij verschrikkelijk zat met het verlies van zijn nog ongeboren kind op het moment dat hij mij ontmoette. Het was te pijnlijk geweest om erover te praten, hij had zó het gevoel dat hij gefaald had. Bovendien voelde hij dat ik een ­stabiele man nodig had. Een man die mij erdoorheen zou trekken. Die rol had hem geholpen zijn eigen gevoelens te vergeten. 
Natuurlijk had hij zich schuldig gevoeld dat hij iets voor mij verborg. Maar toen het zwijgen eenmaal was begonnen, viel dat niet meer te doorbreken. Tijdens mijn ­zwangerschap had hij zwaar onder ­spanning gestaan. Het gemis van zijn eerste kind kneep zijn keel dicht. Toen onze baby er was, had hij besloten voorgoed zijn mond te houden, hoe laf hij dat ook van zichzelf vond. Maar de angst om mij en onze zoon kwijt te raken, was voor hem ­onoverkomelijk. Diezelfde angst speelde op toen Nico ­contact zocht. Hij was te rade gegaan bij zijn zus en bij een paar vrienden, die altijd al op de hoogte waren geweest. 

Toen ik dat hoorde, werd ik woedend; ­anderen wisten er dus wél van. Maar ik niet. O, wat voelde ik me stom. Die nacht lag ik verstijfd naast hem. Ik kon niet meer met hem praten, zo kwaad was ik. Toch wist ik toen al dat ik hem hierom niet zou verlaten. Al moesten we er weken, maanden of zelfs jaren voor uittrekken, ik zou knokken om begrip voor hem te krijgen en het ­vertrouwen tussen ons te herstellen. Een leven zonder René zag ik niet voor me en hoewel er dus altijd een leugen als een bom onder onze liefde had gelegen, wilde en kon ik niet geloven dat onze hele relatie een leugen was. Met eindeloos praten zijn we er inderdaad uitgekomen. 

Het telefoontje van  Nico naar mij heeft een tijdje voor een flinke knauw in het contact gezorgd tussen vader en zoon. Maar ook dat is goed gekomen. En toen onze kinderen alles hoorden en van de schrik bekomen waren, stonden ze open voor een ­ontmoeting met hun halfbroer. Ook ik zag Nico op dat moment voor het eerst. Het was ­confronterend, want ze lijken erg op elkaar, René en zijn oudste zoon. Dat deed pijn, absoluut. Maar inmiddels heb ik Nico in mijn hart gesloten. Zijn kinderen, die wel eens meekomen als hij op bezoek komt, maken mij ook een beetje oma en daar geniet ik van.

Mijn man heb ik vergeven. Wie ik níet vergeven heb, is zijn ex, Nico’s moeder, die overigens niet meer leeft. Als zij niet zo star en egoïstisch was geweest, als zij René niet zo had buitengesloten, dan was alles anders gelopen.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’