Jessica meende dat haar relatie over was. Klaar, op, uit. Maar toen zij en haar man een time-out namen van elkaar, en zelfs lachend de verhalen over hun mislukte dates met elkaar bespraken, merkte ze dat ze hem miste. 

Jessica (54): "Ik wachtte op een date die veel te laat kwam. Al na tien minuten dacht ik: ik ga weg. Maar ik bleef zitten, aan mijn tafeltje in dat grand café, hoopvol dat hij snel zou komen, met een logische verklaring, en vooral in de hoop dat dit nu eindelijk eens een leuke man zou zijn.

Iemand met wie ik zou kunnen lachen en praten, echt praten, en in wie ik een maatje zou vinden. Na maar liefst zestien tegenvallende dates moest het toch een keertje raak zijn? Toen ik de man na ruim een halfuur aan zag komen lopen wist ik het meteen. Ook hij zou het niet zijn.

Uit beleefdheid heb ik toch een paar drankjes met hem gedronken. Geluisterd naar verhalen over zijn ingewikkelde scheiding, schulden, kinderen die hij niet meer zag. Opnieuw een rugzak van heb ik jou daar, zoals zo veel andere mannen die ik eerder had getroffen. En net zoals al die anderen vroeg hij mij amper iets. Hoe is het toch mogelijk dat zo veel mannen alleen maar met zichzelf bezig zijn?

Lees ook: Openhartig: 'Ik hield meer van mijn tweelingzus dan van mijn man'

Ongemakkelijke eerste tijd
Thuis belde ik Jasper. De man met wie ik nog steeds getrouwd was, maar met wie ik op dat moment al ruim een halfjaar niet meer samenwoonde. De eerste tijd van onze time-out was ongemakkelijk geweest, we zochten naar een nieuwe vorm van omgang, van vriendschap misschien, maar wisten niet goed hoe, en ook niet wat we wel en niet met elkaar wilden delen. Maar sinds we niet meer samen in één huis woonden, konden we steeds beter met elkaar overweg. Na wat omslachtige bewegingen vertelden we elkaar zelfs over onze internetdates en we konden er samen hard om lachen.

Verwarring
Ook deze ontmoeting deed ik hem weer uitgebreid uit de doeken. Toen we wilden ophangen vroeg hij: ‘Kom je eten? Ik hem meer dan genoeg voor twee.’ Ik sloeg zijn aanbod af, was moe, maar toen ik even later aan een vlug in elkaar gedraaide pasta zat, had ik spijt. Ik verlangde naar gezelschap. Naar mijn vertrouwde plek op de bank, ónze bank, daar waar ik zo veel jaren had gezeten.

Ik verlangde naar Jasper. Toen ik later in bed kroop, was dat verlangen er nog steeds. Tot mijn grote verwarring. De laatste jaren dat we samen waren had ik me juist vaak geërgerd aan hem, hoe hij naast me lag, groot en warm, te warm, aan hoe hij, jaloersmakend, meteen in slaap viel als zijn hoofd het kussen raakte en hij in hevig gesnurk ontstak.

Andere mannen
Ik had toen gesnakt naar een slaapkamer voor mij alleen, stil, waar ik zo lang kon lezen als ik wilde, overdwars kon liggen – en andere mannen mee naar bed kon nemen. Daar had ik toen vaak over gefantaseerd. Maar nu miste ik Jaspers vertrouwde gebrom naast me. En nee, niet omdat ik eenzaam was. Ook niet omdat die man van die middag het weer niet was geweest. Maar omdat ik besefte dat ik mijn handen had moeten dichtknijpen met Jasper. Pas nu we uit elkaar waren, had ik in de gaten wat ik had laten gaan.

Ik ontmoette Jasper toen ik 27 was. Onze liefde begon voorzichtig, mijn hart was kort ervoor grondig gebroken door iemand anders. Maar Jasper bleek betrouwbaar, lief, zorgzaam en had dezelfde toekomstdromen als ik. We verhuisden van de stad naar het platteland en kregen drie kinderen. We waren gelukkig.

Lijnrecht tegenover elkaar
Ons huwelijk raakte in het slop toen onze kinderen naar de middelbare school gingen. Beiden zorgden voor problemen; onze zoon had foute vrienden, was regelmatig betrokken bij vechtpartijen. Onze dochter, heel intelligent, deed zó weinig voor school dat ze telkens dreigde te blijven zitten.

In onze aanpak stonden we lijnrecht tegenover elkaar. Jasper was streng en gaf hoge straffen. Ik zag dat dit alleen maar averechts werkte en probeerde op een volwassen manier met onze kinderen te praten. Dat we zo’n andere manier van doen hadden, zorgde voor wrijving en dreef ons uit elkaar.

Toen onze kinderen het huis uit gingen, ging het met hen wél weer goed, maar Jasper en ik leken elkaar niet meer te kunnen bereiken. Gesprekken vlotten niet, we waren niet meer betrokken bij elkaar. Als we tijd voor elkaar vrijmaakten, zoals samen op vakantie gaan, zaten we vooral te lezen. Vaak kookten we zelf in ons vakantieappartement; dat was fijner dan zwijgend tegenover elkaar te zitten in een restaurant, terwijl we anderen om ons heen geanimeerd zagen praten.

Vrijen 'omdat het zo hoorde'
Beiden maakten we nog weleens aanstalten om te vrijen, maar dat was meer omdat het zo hoorde en we de illusie van een goed huwelijk niet wilden loslaten. Maar echt passie was er in de verste verte niet meer.
Op een dag ontdekte ik dat Jasper was vreemdgaan. Klassiek: een hotelbonnetje in zijn jaszak. Ik zat ermee in mijn handen, realiseerde me dat ik boos zou moeten zijn, maar dat het me volkomen koud liet. Het enige wat ik dacht was: dat had ik ook wel gewild.

Een bezoek aan een hotel met iemand die mij écht opwond. Daarna mooie gesprekken voeren in elkaars armen, intiem, liefdevol, in plaats van direct weer naar het eigen deel van het bed schuiven, zoals Jasper en ik deden na de seks. Alsof er niets gebeurd was, we niet zojuist nog samengesmolten waren op een manier die zou moeten verbinden.

Ik zei niet tegen Jasper wat ik had ontdekt. Ik sneed het pas aan toen een vriendin een sabbatical nam en een jaar naar Afrika zou gaan. Ze zocht iemand voor haar huis. ‘Ik wil er graag in,’ zei ik tot haar verbazing. Jasper vond het wel een goed idee. Tegen onze kinderen en onze omgeving zeiden we dat het om een time-out ging, om ons op onze relatie en onze toekomst te bezinnen. Want het liep even niet lekker; maar een scheiding, nee hoor, dat was absoluut niet de intentie.

Datingsite
Maar diep in mijn hart was ik ervan overtuigd dat het voorgoed zou zijn, mijn vertrek uit ons echtelijk huis. De eerste stap van afstand nemen was gezet, en dat zou nu zonder twijfel verdergaan. En in de eerste maanden van mijn nieuwe leven, het was volop zomer, genoot ik ervan.

Ik had, via een datingsite, de eerste onenightstand van mijn leven en voelde me er stoer over. Het was zalig om weer helemaal mijn eigen gang te kunnen gaan. Niets te hoeven overleggen. Geen rommel van Jasper meer te hoeven opruimen. Niet meer bij zijn eindeloze sportprogramma’s te zitten. Niet meer in een kamer vertoeven met iemand die ik niets meer te  vertellen had. Toen niet, tenminste.

Nu belden we af en toe – over de kinderen, over familie, over de roddels die ons ter ore kwamen over dit experiment van gescheiden wonen – en dat waren best fijne gesprekken. Niet meteen, niet altijd; maar mettertijd werd het steeds leuker om met hem te bellen.

Ik merkte dat we toch wel heel goed op elkaar ingespeeld waren en elkaar met een half woord begrepen. We begonnen zelfs onze dates met elkaar te bespreken, bij gebrek aan een ander luisterend oor. We hadden namelijk afgesproken daar verder nog niemand over te vertellen, zolang onze time-out nog niet officieel een definitieve breuk was.

Vijftien jaar jongere man
Hij vertelde over een knappe blondine die bij de vierde date al over een kind begon. Ik deelde dat ik me had laten verleiden door een vijftien jaar jongere man. We lachten er samen om. Langzaam begon de man van wie ik tijdens mijn huwelijk zo vervreemd was geraakt weer als vriend te voelen. Bij wie ik ontzettend op mijn gemak was.

Toen het winter werd, was het koud in het appartement van mijn vriendin. Ondanks een paar kachels kreeg ik het niet goed warm gestookt. Ik zat vaak bij vriendinnen. Of bij Jasper. We kletsten met een fles wijn op tafel. We volgden samen Wie is de Mol?, een programma waar Jasper altijd op had afgegeven, maar waarvan hij nu moest toegeven dat het leuk was.

We bespraken wat er nu was misgegaan tussen ons. Maar altijd in de verleden tijd. Want dat ik hem niet meer wilde, dat had ik bij mijn vertrek al expliciet uitgesproken. En omdat hij was vreemdgegaan, durfde hij mij niet te vertellen dat hij mij miste. Tot dat gemis bij mij ook zo groot werd, dat ik het op een avond niet langer kon verbijten.

Alsof het de eerste keer was
Ik was weer bij hem, in ons eigen huis, voor de derde keer die week, het was al laat en opeens voelde het zo absurd om alleen terug naar het appartement van mijn vriendin te gaan. Midden in een gesprek zei ik: ‘Mag ik blijven?’ ‘Heel graag’, antwoordde Jasper meteen.

Die nacht ontdekten onze lichamen elkaar weer alsof het de eerste keer was. We bleken allebei heel wat bijgeleerd te hebben van onze scharrels en dat was heel verrassend. We praatten na in elkaars armen, en dit keer was ík het die als eerste in slaap viel. De morgen erna maakte hij me wakker met ontbijt op bed en zei: ‘Zeg me alsjeblieft dat dit geen onenightstand was.’

Niet veel later stonden al mijn spullen weer bij hem. Wat was ik blij: ik was weer thuis. In de woning waar ik hoorde, bij de man van wie ik helemaal niet wilde scheiden. Ik zou wel gek zijn om verder te zoeken via internet; het maatje dat ik wilde, dat had ik allang gevonden.

Ik had hem alleen moeten herontdekken, en daarvoor was wat afstand én geëxperimenteer met anderen nodig. Maar we zijn nu al weer bijna een jaar heel gelukkig samen. Nog eens een time-out? Geen denken aan. Jasper is het voor mij. En ik voor hem!"

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’