Jessica meende dat haar relatie over was. Klaar, op, uit. Maar toen zij en haar man een time-out namen van elkaar, en zelfs lachend de verhalen over hun mislukte dates met elkaar bespraken, merkte ze dat ze hem miste. 

Jessica (54): "Ik wachtte op een date die veel te laat kwam. Al na tien minuten dacht ik: ik ga weg. Maar ik bleef zitten, aan mijn tafeltje in dat grand café, hoopvol dat hij snel zou komen, met een logische verklaring, en vooral in de hoop dat dit nu eindelijk eens een leuke man zou zijn.

Iemand met wie ik zou kunnen lachen en praten, echt praten, en in wie ik een maatje zou vinden. Na maar liefst zestien tegenvallende dates moest het toch een keertje raak zijn? Toen ik de man na ruim een halfuur aan zag komen lopen wist ik het meteen. Ook hij zou het niet zijn.

Uit beleefdheid heb ik toch een paar drankjes met hem gedronken. Geluisterd naar verhalen over zijn ingewikkelde scheiding, schulden, kinderen die hij niet meer zag. Opnieuw een rugzak van heb ik jou daar, zoals zo veel andere mannen die ik eerder had getroffen. En net zoals al die anderen vroeg hij mij amper iets. Hoe is het toch mogelijk dat zo veel mannen alleen maar met zichzelf bezig zijn?

Lees ook: Openhartig: 'Ik hield meer van mijn tweelingzus dan van mijn man'

Ongemakkelijke eerste tijd
Thuis belde ik Jasper. De man met wie ik nog steeds getrouwd was, maar met wie ik op dat moment al ruim een halfjaar niet meer samenwoonde. De eerste tijd van onze time-out was ongemakkelijk geweest, we zochten naar een nieuwe vorm van omgang, van vriendschap misschien, maar wisten niet goed hoe, en ook niet wat we wel en niet met elkaar wilden delen. Maar sinds we niet meer samen in één huis woonden, konden we steeds beter met elkaar overweg. Na wat omslachtige bewegingen vertelden we elkaar zelfs over onze internetdates en we konden er samen hard om lachen.

Verwarring
Ook deze ontmoeting deed ik hem weer uitgebreid uit de doeken. Toen we wilden ophangen vroeg hij: ‘Kom je eten? Ik hem meer dan genoeg voor twee.’ Ik sloeg zijn aanbod af, was moe, maar toen ik even later aan een vlug in elkaar gedraaide pasta zat, had ik spijt. Ik verlangde naar gezelschap. Naar mijn vertrouwde plek op de bank, ónze bank, daar waar ik zo veel jaren had gezeten.

Ik verlangde naar Jasper. Toen ik later in bed kroop, was dat verlangen er nog steeds. Tot mijn grote verwarring. De laatste jaren dat we samen waren had ik me juist vaak geërgerd aan hem, hoe hij naast me lag, groot en warm, te warm, aan hoe hij, jaloersmakend, meteen in slaap viel als zijn hoofd het kussen raakte en hij in hevig gesnurk ontstak.

Andere mannen
Ik had toen gesnakt naar een slaapkamer voor mij alleen, stil, waar ik zo lang kon lezen als ik wilde, overdwars kon liggen – en andere mannen mee naar bed kon nemen. Daar had ik toen vaak over gefantaseerd. Maar nu miste ik Jaspers vertrouwde gebrom naast me. En nee, niet omdat ik eenzaam was. Ook niet omdat die man van die middag het weer niet was geweest. Maar omdat ik besefte dat ik mijn handen had moeten dichtknijpen met Jasper. Pas nu we uit elkaar waren, had ik in de gaten wat ik had laten gaan.

Ik ontmoette Jasper toen ik 27 was. Onze liefde begon voorzichtig, mijn hart was kort ervoor grondig gebroken door iemand anders. Maar Jasper bleek betrouwbaar, lief, zorgzaam en had dezelfde toekomstdromen als ik. We verhuisden van de stad naar het platteland en kregen drie kinderen. We waren gelukkig.

Lijnrecht tegenover elkaar
Ons huwelijk raakte in het slop toen onze kinderen naar de middelbare school gingen. Beiden zorgden voor problemen; onze zoon had foute vrienden, was regelmatig betrokken bij vechtpartijen. Onze dochter, heel intelligent, deed zó weinig voor school dat ze telkens dreigde te blijven zitten.

In onze aanpak stonden we lijnrecht tegenover elkaar. Jasper was streng en gaf hoge straffen. Ik zag dat dit alleen maar averechts werkte en probeerde op een volwassen manier met onze kinderen te praten. Dat we zo’n andere manier van doen hadden, zorgde voor wrijving en dreef ons uit elkaar.

Toen onze kinderen het huis uit gingen, ging het met hen wél weer goed, maar Jasper en ik leken elkaar niet meer te kunnen bereiken. Gesprekken vlotten niet, we waren niet meer betrokken bij elkaar. Als we tijd voor elkaar vrijmaakten, zoals samen op vakantie gaan, zaten we vooral te lezen. Vaak kookten we zelf in ons vakantieappartement; dat was fijner dan zwijgend tegenover elkaar te zitten in een restaurant, terwijl we anderen om ons heen geanimeerd zagen praten.

Vrijen 'omdat het zo hoorde'
Beiden maakten we nog weleens aanstalten om te vrijen, maar dat was meer omdat het zo hoorde en we de illusie van een goed huwelijk niet wilden loslaten. Maar echt passie was er in de verste verte niet meer.
Op een dag ontdekte ik dat Jasper was vreemdgaan. Klassiek: een hotelbonnetje in zijn jaszak. Ik zat ermee in mijn handen, realiseerde me dat ik boos zou moeten zijn, maar dat het me volkomen koud liet. Het enige wat ik dacht was: dat had ik ook wel gewild.

Een bezoek aan een hotel met iemand die mij écht opwond. Daarna mooie gesprekken voeren in elkaars armen, intiem, liefdevol, in plaats van direct weer naar het eigen deel van het bed schuiven, zoals Jasper en ik deden na de seks. Alsof er niets gebeurd was, we niet zojuist nog samengesmolten waren op een manier die zou moeten verbinden.

Ik zei niet tegen Jasper wat ik had ontdekt. Ik sneed het pas aan toen een vriendin een sabbatical nam en een jaar naar Afrika zou gaan. Ze zocht iemand voor haar huis. ‘Ik wil er graag in,’ zei ik tot haar verbazing. Jasper vond het wel een goed idee. Tegen onze kinderen en onze omgeving zeiden we dat het om een time-out ging, om ons op onze relatie en onze toekomst te bezinnen. Want het liep even niet lekker; maar een scheiding, nee hoor, dat was absoluut niet de intentie.

Datingsite
Maar diep in mijn hart was ik ervan overtuigd dat het voorgoed zou zijn, mijn vertrek uit ons echtelijk huis. De eerste stap van afstand nemen was gezet, en dat zou nu zonder twijfel verdergaan. En in de eerste maanden van mijn nieuwe leven, het was volop zomer, genoot ik ervan.

Ik had, via een datingsite, de eerste onenightstand van mijn leven en voelde me er stoer over. Het was zalig om weer helemaal mijn eigen gang te kunnen gaan. Niets te hoeven overleggen. Geen rommel van Jasper meer te hoeven opruimen. Niet meer bij zijn eindeloze sportprogramma’s te zitten. Niet meer in een kamer vertoeven met iemand die ik niets meer te  vertellen had. Toen niet, tenminste.

Nu belden we af en toe – over de kinderen, over familie, over de roddels die ons ter ore kwamen over dit experiment van gescheiden wonen – en dat waren best fijne gesprekken. Niet meteen, niet altijd; maar mettertijd werd het steeds leuker om met hem te bellen.

Ik merkte dat we toch wel heel goed op elkaar ingespeeld waren en elkaar met een half woord begrepen. We begonnen zelfs onze dates met elkaar te bespreken, bij gebrek aan een ander luisterend oor. We hadden namelijk afgesproken daar verder nog niemand over te vertellen, zolang onze time-out nog niet officieel een definitieve breuk was.

Vijftien jaar jongere man
Hij vertelde over een knappe blondine die bij de vierde date al over een kind begon. Ik deelde dat ik me had laten verleiden door een vijftien jaar jongere man. We lachten er samen om. Langzaam begon de man van wie ik tijdens mijn huwelijk zo vervreemd was geraakt weer als vriend te voelen. Bij wie ik ontzettend op mijn gemak was.

Toen het winter werd, was het koud in het appartement van mijn vriendin. Ondanks een paar kachels kreeg ik het niet goed warm gestookt. Ik zat vaak bij vriendinnen. Of bij Jasper. We kletsten met een fles wijn op tafel. We volgden samen Wie is de Mol?, een programma waar Jasper altijd op had afgegeven, maar waarvan hij nu moest toegeven dat het leuk was.

We bespraken wat er nu was misgegaan tussen ons. Maar altijd in de verleden tijd. Want dat ik hem niet meer wilde, dat had ik bij mijn vertrek al expliciet uitgesproken. En omdat hij was vreemdgegaan, durfde hij mij niet te vertellen dat hij mij miste. Tot dat gemis bij mij ook zo groot werd, dat ik het op een avond niet langer kon verbijten.

Alsof het de eerste keer was
Ik was weer bij hem, in ons eigen huis, voor de derde keer die week, het was al laat en opeens voelde het zo absurd om alleen terug naar het appartement van mijn vriendin te gaan. Midden in een gesprek zei ik: ‘Mag ik blijven?’ ‘Heel graag’, antwoordde Jasper meteen.

Die nacht ontdekten onze lichamen elkaar weer alsof het de eerste keer was. We bleken allebei heel wat bijgeleerd te hebben van onze scharrels en dat was heel verrassend. We praatten na in elkaars armen, en dit keer was ík het die als eerste in slaap viel. De morgen erna maakte hij me wakker met ontbijt op bed en zei: ‘Zeg me alsjeblieft dat dit geen onenightstand was.’

Niet veel later stonden al mijn spullen weer bij hem. Wat was ik blij: ik was weer thuis. In de woning waar ik hoorde, bij de man van wie ik helemaal niet wilde scheiden. Ik zou wel gek zijn om verder te zoeken via internet; het maatje dat ik wilde, dat had ik allang gevonden.

Ik had hem alleen moeten herontdekken, en daarvoor was wat afstand én geëxperimenteer met anderen nodig. Maar we zijn nu al weer bijna een jaar heel gelukkig samen. Nog eens een time-out? Geen denken aan. Jasper is het voor mij. En ik voor hem!"

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in