Anouk (52) en haar man Marc (53) hadden een leuk gezin, een goedlopende zaak en een gelukkig huwelijk. Totdat Marc na een auto-ongeluk hevig depressief raakte. 

'Dit is het laatste'
“Het was kort na de kerstvakantie, we reden van een afspraak naar huis, Marc en ik. We waren er bijna: nog twee, drie minuten. Plotseling zagen we een tegenligger op onze rijstrook. Hij had een verkeerde inschatting gemaakt, inhalen lukte niet meer, invoegen evenmin. Ons linkerwiel schoot over zijn motorkap. Het was een kwestie van seconden, maar de beelden staan voor altijd op ons netvlies gebrand. Onze auto met wagen erachter - onze marktkraam, ons bedrijf - tolde, kantelde en raakte in de sloot, net als de auto. Door de voorruit zag ik de gasflessen op de kraam, ik rook brandlucht. Achteraf bleek dat het poeder van de airbag te zijn; op het moment zelf dacht ik dat er elk ogenblik een ontploffing kon komen. ‘Dit is het laatste,’ schoot er door mijn hoofd. Na wat een eeuwigheid leek te duren, kwamen de brandweer en politie ons bevrijden. Dat ongeluk gebeurde bijna vier jaar geleden. Sindsdien is niets meer hetzelfde. Het heeft zulke diepe sporen nagelaten dat we alles kwijt zijn waar we ooit zo hard voor hebben gewerkt: ons bedrijf, ons spaargeld, mogelijk binnenkort ons huis - en elkaar, al leven we nog samen. Maar het gevoel van eenheid dat er was, is volledig verdwenen.

'Het leven lachte ons toe'
Op het moment van het ongeluk waren Marc en ik al meer dan dertig jaar samen. We kennen elkaar van school, ik was veertien toen we iets kregen. Dit wordt mijn man, dacht ik, en ik kreeg gelijk. We trouwden, er werd een zoon geboren en daarna volgden er nog twee kinderen. In 1991 namen we de goedlopende zaak van mijn ouders over: een marktkraam, waarmee zij elke dag op een andere plek stonden. Ook wij wisten er een succes van te maken en hadden er enorm veel plezier in. Dag in dag uit werkten we samen en dat ging uitstekend. In december 2010 besloten we om het iets rustiger aan te doen en nog maar vier dagen per week met de marktkraam op pad te gaan. Om die beslissing én ons 25-jarige huwelijk te vieren, gingen Marc en ik voor het eerst zonder kinderen op vakantie, naar Andalusië. Uitgerust gingen we het nieuwe jaar in. In mei zou onze nieuwe marktkraam komen, naar onze wensen gemaakt. Het leven lachte ons toe. 

Total loss
Elf dagen later lagen we in die sloot en waren onze auto en de marktkraam total loss. Trillend en totaal van de wereld werden we gered. Ik had het erg benauwd; dat bleek door een gebroken borstbeen te komen. Marc leek op dat moment ongedeerd, zijn pijn kwam later pas. Hij kreeg onder meer veel last van zijn knie en schouder. Maar ‘we hadden geluk gehad’, zoals iedereen zei. En: ‘Het had nog veel erger kunnen zijn.’ Dat klopt; toch kunnen dergelijke woorden zeer doen, zeker als ze telkens worden herhaald. Want we voelden ons geestelijk gebroken, zagen het ongeluk beiden steeds opnieuw voor onze ogen gebeuren.

Het gaat niet goed
In mei, toen onze nieuwe kraam er was, gingen we weer aan het werk. Maar het liep niet soepel meer, de lol was verdwenen. En Marc kwijnde weg. Hij werd stil, nog stiller dan hij altijd al was geweest - hij is een introverte man - en onze puberzoon zei weleens tegen me: ‘Mam, het gaat niet goed, hoor.’ Wat er precies was, wat hij voelde, dat uitte hij niet. Praten over emoties hadden we nooit veel gedaan, dat was ook niet nodig geweest. Alles liep, we waren vierentwintig uur per dag samen en dat ging perfect. 

Psychische schade
Nu kon ik hem niet meer bereiken. Er kwam een rechtszaak. De tegenligger, een jongen van 21 jaar, kwam niet opdagen. Hij kreeg, bij verstek, een boete van vijf­honderd euro. Ik vond het jammer dat hij er niet was, een woord van excuus was fijn geweest. Maar ik neem hem niets kwalijk. Het was een ongeluk, hij was moe na ploegendiensten, en nog zo jong. Ik heb zelf zonen van zijn leeftijd, een foute inschatting is zo gemaakt. Anders was het met de verzekeringsmaatschappij; die nam - en neem - ik juist heel veel kwalijk. Die hebben nog veel meer psychische schade aangericht dan het ongeluk zelf. 

Lees ook
Openhartig: 'Ik blijf alleen om het geld'

Het contact verdween...
Een advocaat had voor ons de schade en gederfde inkomsten vastgesteld. Met een groot deel van de claim stemde de verzekeraar niet in. Het werd een slepende kwestie en dat vrat aan Marc. Wanneer het onderwerp ter sprake kwam, of de naam van de betreffende verzekeringsbeambte viel, zag ik hem wegtrekken. Hij voelde zich uitgemaakt voor leugenaar, en zó machteloos. Hij kreeg woedeaanvallen. Iets wat ik totaal niet van hem kende. Maar nu gooide hij met deuren, of met een radio, net wat maar in zijn blikveld stond. Van onze huisarts kreeg hij antidepressiva. Daarmee leken de scherpe kantjes te verdwijnen, hij was niet meer zo boos. Maar het echte contact tussen ons verdween steeds meer. Ook op het werk functioneerde hij amper nog, ik moest de kar alleen trekken.

'Ik dacht: die komt wel weer terug'
En toen kwam dat afschuwelijke weekend, in februari 2015. Marc liep de deur uit. Hij zei dat hij zich niet goed voelde en stapte halsoverkop in de auto. Dat had hij al eens eerder gedaan, toen had ik geprobeerd om hem tegen te houden, zijn sleutels afgepakt, wat tot vreselijke toestanden had geleid. Nu dacht ik: ‘Ga maar. Ik was zelf ook op, leeg, uitgeput van de spanningen. Ik dacht: ‘Die komt wel weer terug, net zoals de vorige keer.’ 

Zelfmoord
Nooit had ik verwacht dat hij van plan was om een einde aan zijn leven te maken. Maar de volgende dag kreeg ik een appje, nadat hij zo’n duizend kilometer in de rondte had gereden. Hij vertelde waar hij was, maar zei dat we hem niet zelf mochten zoeken. Dat moest de politie doen. Het besloot met ‘dat het goed was.’ De politie was er maar net op tijd. Vijf minuten later en hij was dood geweest. De afscheidsbrief, die naast hem lag en waarin hij aangaf dat hij niet gereanimeerd wilde worden, hadden ze nog niet gelezen. Dat verzoek zouden ze evengoed genegeerd hebben, het is immers hun taak om mensen in leven te houden. Maar het illustreert wel dat Marc echt niet meer wilde. 

Verraad
Ik zag Marc weer op een gesloten afdeling. Hij was volledig in de war. Zijn polsen waren verwond doordat agenten hem in de boeien hadden geslagen. Dat was nodig geweest omdat hij in paniek was geraakt toen hij bijkwam, zelfs met zes man konden ze hem amper bedwingen. De littekens op zijn polsen zullen nooit meer verdwijnen. Het was verschrikkelijk om hem zo te zien. En om te beseffen wat hij had gedaan - dat is niet in woorden te vatten. Hij had mij, onze kinderen en ons kleinkind in de steek willen laten. En het bleek geen impulsieve actie te zijn; op zijn computer werd ontdekt dat hij al een jaar bezig was om methodes te zoeken om zo zacht mogelijk een einde aan zijn leven te maken. Een jaar. Hoewel ik dat natuurlijk heel verdrietig voor hem vond, voelde het ook als enorm verraad. We waren al zo lang samen, deelden alles... en dan dit. Er volgde een heel eenzame periode voor mij. Alles draaide om Marc, iedereen was met hem bezig. Dat snap ik, maar ik had het ook moeilijk, had ook behoefte aan steun en begeleiding. Maar dat was er helaas amper. Eén ding stond voor mij vast: we zouden stoppen met ons bedrijf. De glans was er al zo lang af, en nu dit was gebeurd zag ik er echt geen gat meer in. Zo zonde, want de zaak liep goed. De bank adviseerde mij nog om een ander in dienst te nemen, maar dat was simpelweg onmogelijk.

'Ik hou mijn hart vast'
Dus de kraam is verkocht. Marc heeft een behandeling van zeven maanden achter de rug. Hij woont nu weer thuis, het lijkt beter met hem te gaan. Maar of dat echt zo is, dat weet ik niet. Wezenlijk contact is er niet. Hij is afwezig, in zichzelf gekeerd, kan mij niet zoals vroeger een sterke schouder bieden om ook eens uit te huilen. Ik mis de man op wie ik ooit verliefd werd, met wie ik de hele wereld aankon. Er is iets gebroken en ik weet niet of dat ooit nog goed kan komen. Ik ben nog steeds bang dat hij zichzelf opnieuw iets aandoet en durf hem nauwelijks alleen te laten. Binnenkort beginnen we samen met relatietherapie; ik hoop zo dat het helpt. Want dit is geen leven. We zitten bovendien in grote financiële problemen, want van de arbeids­ongeschiktheidsverzekering van Marc kunnen we bijna niet rondkomen. Hij is nog steeds niet in staat om te werken, ik wel, ik zoek me wild, reageer op alles, het maakt me niet uit wat. Maar op mijn leeftijd, en met mijn achtergrond als ‘eigen baas’, valt dat niet mee. Ondertussen wachten we nog steeds op duidelijkheid over de schade­claim. Die is nu uit handen gegeven aan een deskundig onderzoeksbureau. Binnenkort verwachten we de uitspraak. Ik hou mijn hart vast voor de reactie van Marc als het opnieuw onrechtvaardig voelt. De verzekering zal inmiddels nog veel meer moeten betalen dan onze eerste claim, door alles wat er dit jaar nog is gebeurd. Maar wat de uitkomst ook zal zijn, in deze zaak zijn er alleen maar verliezers.”

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’