Monogamie vonden Jossine en Paul te benauwend. Maar toen hun vrije levensstijl tot een breuk leidde, drong langzaam tot hen door dat ze maar één ding wilden: elkaar.

“Ik wilde graag in het wit trouwen – hoe ongepast dat ook mag lijken voor wie het verleden van Paul en mij kent. Maar ik beschouwde het juist als symbool voor onze nieuwe, frisse start. Ik had nooit verwacht dat ik mezelf nog eens in zo’n jurk zou zien."

Zo burgerlijk wilden wij niet zijn
"Toen Paul en ik die dag ja zeiden tegen de trouwgelofte, waren er slechts een paar mensen die wisten welke lading dit moment voor ons had. Ik ving de blik op van een goede vriendin; ze knipoogde en glimlachte. De meeste anderen, onze ouders, familie, kennissen, wisten niet beter of Paul en ik wilden officieel vieren dat we weer bij elkaar waren. En dat was ook zo natuurlijk. Maar vooral wilden onze nieuwe levensstijl bezegelen.
Toen we jaren geleden besloten een serieuze relatie aan te gaan, hadden we al voor elkaar gekozen. Maar daarbij hadden wij anderen niet uitgesloten. Monogamie, dat vonden we beperkend. Zo burgerlijk wilden wij niet zijn. Nu keken we in elkaars ogen en wisten: zo burgerlijk gaan wij voortaan wél zijn. Het is nu echt jij en ik, tot de dood ons scheidt."

Opgesloten in mijn huwelijk
"Op mijn 21ste stond ik ook voor een ambtenaar van de burgerlijke stand. Ik was drie maanden zwanger en verliefd. Het leek een logische stap. Terwijl mijn vriendinnen studeerden, zorgde ik voor mijn zoontje. Later kwam daar een dochter bij. Maar hoeveel mijn kinderen ook voor mij betekenden, ik voelde me niet gelukkig met het leven als huisvrouw. De liefde tussen mijn toenmalige man en mij doofde na een aantal jaar al. Als mijn vriendinnen me vertelden over hun leven vol flirts, one-night-stands en avontuurtjes, hing ik aan hun lippen - en voelde ik me jaloers.
Het kostte mij moeite om trouw te zijn. Ik heb een hoog libido en de seks stond op een laag pitje in mijn huwelijk. Maar vreemdgaan kwam niet in mij op. Toen ik ontdekte dat mijn toen­malige echtgenoot wél vreemdging, kwam dat hard aan. Na onze scheiding zat ik verbitterd op een etage. Ik was dertig en vond dat ik mijn mooiste jaren had vergooid. Ik besloot het voortaan helemaal anders te gaan doen. Ik wilde verder studeren en een goede baan vinden. En ik wilde me niet meer binden. Hoewel ik snakte naar een leuke man, wilde ik me nooit meer zo opgesloten voelen als in mijn huwelijk. Die zelfgekozen gevangenschap had me niets opgeleverd." 

Lees ook: Openhartig: 'Ik ben hopeloos verliefd op een twintig jaar jongere woestijnprins'

En toen ontmoette ik Paul
Doordat we het goed hadden geregeld met de kinderen en doordat mijn ouders regelmatig bijsprongen, kon ik mijn verloren jaren inhalen. Er kwamen vrijblijvende contacten op mijn pad en ik merkte dat ik prima kon genieten van seks zonder liefde. Wanneer ik iets meer voor iemand dreigde te gaan voelen, trok ik me terug. Ik wilde voor niemand mijn vrijheid opgeven. 
Ik had nog lang niet genoeg van mijn leven als vrijbuiter toen ik Paul ontmoette. Toch wist ik al snel dat ik deze man niet zomaar kon laten gaan. Ik kon met hem praten, we vulden elkaars zinnen aan, hadden dezelfde humor. Ook in bed overtrof hij iedereen die ik eerder had ontmoet. We leken voor elkaar gemaakt. Ik stelde hem zelfs voor aan mijn kinderen, iets wat altijd een no go was geweest. Maar helemaal voor hem gaan, honderd procent, dat durfde ik niet. Voor Paul was dat oké. Hij is openminded en leeft erg in het moment. Hij verwachtte geen beloftes. En geen trouw. Toen ik, achteraf gezien vooral uit recalcitrantie, in bed belandde met een oude minnaar en dat eerlijk vertelde, werd hij niet boos. Sterker nog, hij zei: ‘Vertel me alles, dan geniet ik mee.’"

Liever jaloers dan bekneld
"Toen hij kort erna een maand op vakantie ging, gaf ik ook hem carte blanche. Al voelde ik mijn tranen branden toen ik hem weg zag rijden. Natuurlijk was ik bang dat ik hem kwijt zou raken. Dat hij iemand zou ontmoeten die leuker was. Toch wist ik dat dit was wat ik wilde. Liever jaloers dan bekneld. 
Met een hoop spannende verhalen kwam Paul thuis. Ik zou liegen als ik zei dat die niet een beetje staken, maar tegelijkertijd voelde het meteen weer heel vertrouwd tussen ons. Wij konden dit dus, bleek wel! Anderen waren geen bedreiging voor ons. We kregen een latrelatie, met alle vrijheden die we wensten. Het was niet altijd makkelijk; zeker de eerste jaren speelde er wel eens jaloezie, vooral van mijn kant. Maar we kwamen er altijd weer uit.
En het voelde goed om telkens opnieuw bewust voor elkaar te kiezen. Toen mijn kinderen het huis uitgingen en we nog meer tijd voor elkaar kregen, bezochten we ook weleens parenclubs en swingersfeestjes. Het was een groot avontuur waar we enorm van genoten. Niet alleen ter plekke, maar ook de voorpret en het napraten thuis waren fijn. Het waren mooie jaren en ik heb er absoluut geen spijt van. Ik denk niet dat wij zover in onze relatie waren gekomen als we dit niet hadden gedaan. We kampen allebei met bindingsangst en dit was onze enige manier om toch heel dicht bij elkaar te komen."

Exclusieve liefde
"Toch leek de koek op een gegeven moment op. Met het swingerswereldje was ik eerder klaar dan Paul. Ik vind seks met één persoon toch het fijnst, met iemand voor wie je tenminste een beetje gevoel hebt. Paul ging voortaan alleen, terwijl ik afsprak met Ruben, een getrouwde man die ik in een parenclub had leren kennen. Met hem gebeurde wat ik nooit had gewild: ik werd verliefd. Ik was er meteen open over tegen Paul. Die maakte zich geen zorgen. ‘Geniet er lekker van joh,’ zei hij. En vervolgens trok hij er in het weekend weer op uit voor zijn eigen erotische belevenissen. Maar ik voelde: dit is wel degelijk iets om je zorgen over te maken. 
Al die jaren had Paul op nummer één gestaan. Nu verlangde ik te vaak naar Ruben als ik bij Paul was. Ik verloor het geduld om naar zijn verhalen te luisteren. De losbandige weg die hij opging, ging mij meer en meer tegenstaan. En toen Ruben aankondigde dat hij zou gaan scheiden, kwam alles op z’n kop te staan. Hij wilde met mij verder, samenwonen. Ik voelde dat ik er inmiddels ook naar verlangde om iemand elke dag bij me te hebben. Paul stond op dat moment zo ver bij me vandaan dat hij daar niet de geschikte persoon voor leek. Hij zou het vast niet willen, dacht ik."

Ineens woonde ik samen met Ruben
"Ik koos voor Ruben, Paul was er stuk van. Ergens hoopte ik dat hij voor mij zou vechten. Maar naar zijn idee, zo weet ik nu, kon hij niets anders dan me laten gaan. We hadden elkaar toch altijd vrijgelaten in onze keuzes? Dus ineens woonde ik samen met Ruben en was Paul weg uit mijn leven. Ik probeerde mijn draai te vinden, ik deed mijn best, maar het was net alsof ik een jas droeg die net niet paste.
En op een dag besefte ik dat ik het leven dat ik nu leidde wel wilde, maar niet met Ruben. De man met wie ik elke dag exclusief samen wilde zijn, was Paul. Maar ik durfde het niet te zeggen en ook Paul gedroeg zich afstandelijk als we elkaar zagen. Toch bleven we elkaar als vrienden opzoeken en uiteindelijk kwam het tot een gesprek. Een écht gesprek, dat we al zo lang niet meer hadden gevoerd. Paul bleek doodmoe van het leven dat hij leidde. Zijn seksavonturen waren een vlucht geworden, een soort verslaving. Hij wilde niets liever dan daarvan afkicken. En hij bleek mij net zo te missen als ik hem. 
Drie weken nadat we elkaar weer hadden gevonden, heb ik mijn huis, dat ik had aangehouden toen ik bij Ruben was ingetrokken, opgezegd. Ik wilde geen halve beslissing nemen en de deur naar vluchtroutes dichtgooien. Ik wilde echt voor Paul gaan. Een monogame relatie, dat was ons doel."

Telkens vonden we elkaar weer
"Het was eng, enger dan onze relatie ooit was geweest. Hoeveel we ook van elkaar hielden, onze relatie was altijd vrijblijvend geweest. Nu was het serieus. Er kwamen ruzies, wanhopige tranen, paniekaanvallen, verwijten… Maar telkens vonden we elkaar weer, sterker dan ooit. We ontdekten dat het veel intiemer was om over onszelf te praten, in plaats van over anderen. 
Op de dag dat Paul de therapie tegen zijn seksverslaving afrondde, gingen we uit eten. Toen we na afloop thuiskwamen, ging hij voor mij op zijn knieën. Wilde ik met hem trouwen? Ik aarzelde geen moment. Ja, ja! Er was niets dat ik liever wilde.
Onze bruiloft is nu anderhalf jaar geleden. En we zijn ontzettend gelukkig samen. Ons seksleven is wel wat minder spannend geworden. We hoeven niet meer tegen elkaar op te boksen, niets te bewijzen. Maar dat is helemaal niet erg. We staan hier allebei achter. Anderen zijn niet langer welkom. Wat mij betreft, blijft dit altijd zo.”

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’