Voor de toonaangevende modeontwerper, die Máxima tot zijn trouwste klanten mag rekenen, is de vrouw een onuitputtelijke bron van inspiratie. Nouveau's Monique van de Sande sprak met hem over zijn inspiratie en grootste successen. "Ik was anders, begreep ik al heel jong."

Jan Taminiau kijkt aarzelend naar het grote portret van hemzelf, geschilderd door Jasper Krabbé, dat naast het keukentje in zijn salon hangt. Het is mooi, beaamt hij, maar ook behoorlijk opvallend en confronterend.

More content below the advertising

Vandaar dat het eerst een tijd andersom heeft gehangen, zodat je door het dunne beige linnen alleen de contouren kon zien. ‘Pas twee maanden geleden heb ik het omgedraaid.’

Typisch Taminiau 

Een van Nederland's meest geroemde ontwerpers, die koningin Máxima tot zijn trouwste klanten rekent, is geen man van nadrukkelijk vertoon.

Zijn donkerblauwe trui en broek blinken uit door onopvallendheid en zijn salon in het landelijke Baambrugge, waar wat paspoppen staan en een kledingrek met eigen ontwerpen, ademt eerder huiselijkheid dan flamboyante chic.

Op de grote houten tafel staan twee flesjes limoncello, die hij kreeg van zijn ouders, door hem steevast papa en mama genoemd. ‘Die limoncello maken ze zelf,’ zegt hij vertederd.

‘Mama beschildert de flesjes, zoals hier met een lieveheersbeestje en een vuurtoren. Ze kiest altijd motieven uit mijn nieuwe collectie.’

Openhartige prater

In weerwil van zijn wat introverte uitstraling blijkt Taminiau een openhartige prater, die zijn ouders graag de credits geeft van zijn creativiteit. ‘Mama maakte met kerst kruidnagelpatronen in sinaasappels, beschilderde paaseieren en was in de weer met patchwork en zo. En ik deed altijd mee.

Ik pakte het wel wat vrijer aan, ook doordat ik behoorlijk dyslectisch ben.’ Zijn vader is een ideeënmens. ‘Lang voordat flexwerken de trend werd, runde hij samen met mama in Nederland en België een aantal bedrijfsverzamelgebouwen waar je als startende ondernemer je eigen unit kon huren. Het vrije, creatieve denken heb ik echt van hem.’

Vroege experimenten

Hij komt uit een warm nest, met volop ruimte om te experimenteren. Zijn kamer was zijn onderzoeksplek, waar hij van alles ophing en uitstalde. Eerst nummerborden, later onder andere een verzameling bakjes, dozen en speeltjes van McDonald’s, dat toen net nieuw was.

‘Na onze verhuizing van Goirle naar Tilburg mocht ik een nieuw behang uitkiezen: fel lichtblauw, met breakdancers en graffiti erop. Toen het ging vervelen, pulkte ik het van de muur. Ook dat mocht, maar dan moest wel al het behang eraf.

Daarna haalde ik ook het zeil weg, plus de lelijke ondervloer. Zo creëerde ik een sfeer van natuurtinten, met hier en daar nog een fel accent waar het behang niet helemaal was verdwenen.’ Achteraf beseft hij dat hij in die kamer zijn eigen smaak ontwikkelde.

‘Die tinten van toen vormen nog altijd de basis.’

Zijn zus en twee broers – hij is het tweede kind - kregen allemaal dezelfde vrijheid in het ouderlijk huis. Maar niemand ging zo met zijn kamer aan de slag als hij.

Bij speciale gelegenheden werd het hele huis onderworpen aan zijn decoratiedrift. ‘Vooral met kerst ging ik helemaal los, en dan elk jaar een stapje verder. In die zin was ik best dominant, al had ik dat toen niet zo door.’

Máxima's postzakpak

Hij studeerde modevormgeving op de kunstacademie in Arnhem. Een verademing na de dwangbuis van de middelbare school, maar wel in een tijd dat soberheid en minimalisme hoogtij vierden. Zo werd hij een buitenbeentje, vanwege zijn voorkeur voor klassieke, arbeidsintensieve technieken.

‘Het woord handwerk was al verdacht. Dat deden we niet meer in Nederland! Aan mij gingen die dwingende voorschriften volstrekt voorbij. Ik was er heilig van overtuigd dat mensen nog steeds blij werden van borduurwerk en pailletten, want dat zag ik.’

Hij koos voor de weg van de meeste weerstand, geeft hij toe. ‘Handwerk is tijdrovend, dus duur, en je kunt ook niet nadat je vijf pailletten hebt opgenaaid zeggen: nu heb ik geen zin meer. Maar ik wist gewoon dat meedoen met de rest niet de enige weg was naar succes.’

Ontwerpen voor Máxima

Met het ‘postzakpak’ van toen nog prinses Máxima vestigde hij in 2009 zijn naam, en iedereen roemde de jurken die zij vier jaar later droeg op de dag van de inhuldiging. Plus de vele Taminiau-creaties die daarop volgden. Een mooier boegbeeld kan niemand zich wensen.

Hij knikt. ‘Ik vind het een enorme eer om voor de koningin te mogen ontwerpen. En voor al die andere vrouwen uiteraard. De vrouw is een inspiratiebron waar ik me volledig in kan verliezen.

Als je alleen al ziet hoe sterk vrouwen zijn in non-verbale communicatie. Die subtiliteit, die gevoeligheid… Dat heeft een man gewoon niet.’ Zijn ontwerpen zijn bedoeld om ‘een vrouw in haar kracht te zetten’, zegt hij.

‘Dat betekent dat ik eerst haar realiteit wil leren kennen. Niet alleen hoe ze beweegt, maar ook haar drijfveren en dromen. De hamvraag is altijd: wie wil, kun en mag je zijn?

Als die drie elementen samenvallen in een ontwerp, dan hebben we een goede jurk.’ Vergelijk het met menselijke interactie, legt hij uit. ‘De mensen om je heen laten jou iets zijn, of niet. Het mooiste is als ze je optillen, laten vliegen. Dat wil ik bereiken op mijn manier.’ 

Je collecties hebben telkens een ander thema. Wat is daarvoor je inspiratie?

Hij lacht: ‘Mijn leven! Neem de Postzak-collectie. Die maakte ik toen mijn oma net was overleden en we stapeltjes brieven van haar vonden. Ik had in die tijd mijn eerste ateliertje, waar ik mijn reststoffen verzamelde in een oude postzak. Ineens besefte ik wat daar allemaal in had gezeten: lieve en boze brieven, aanmaningen en ansichtkaarten. Fascinerend.’

Tentoonstelling in Utrecht

Op je tentoonstelling in Utrecht kan het publiek heel veel jurken bewonderen. ‘Klopt, maar het is niet zomaar een reeks jurken. Het is mijn dagboek. Ineens realiseerde ik me ook hoeveel we de afgelopen jaren met ons atelier gedaan hebben.’

Het succes heeft hem niet wezenlijk veranderd, denkt hij. Al heeft het hem wel zijn anonimiteit afgenomen. ‘Dat is ook een keus die je maakt: ik wilde laten zien wat ik kon.’ Wat hij nu vooral wil, is zich niet laten afleiden en zijn eigen koers volgen.

‘Uiteindelijk wil ik gewoon een mooie jurk voor je maken. Want ik ben ik. Meer is er niet.’

Jan Taminiau's tentoonstelling is nog maar een paar dagen te zien, dus ga snel nog even!

Beeld: Marc de Groot, ANP.

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in