Als architect heeft Francine Houben (66) met haar bureau Mecanoo de absolute top bereikt. In Manhattan mag ze de iconische New York Public Library renoveren. Als moeder moest ze soms jongleren: ‘Je houdt dat akelige schuldgevoel waar je mannen nooit over hoort’.

Francine Houben (66) ontwerpt als toparchitect onder andere de mooiste bibliotheken ter wereld en woonde tot vorig jaar in een appartement op de zuidelijke punt van Manhattan. Daar sprak Nouveau haar (en keek uiteraard ook even vol belangstelling rond!) 

Het appartement Houben (66) ademt de sfeer van zijn bewoner: praktisch, smaakvol, zonder overdreven toeters en bellen, maar ingericht met een bijzonder oog voor detail.

Article continues after the ad

Het bevindt zich hoog in een woontoren van de hand van haar illustere vakgenoot Frank Gehry en heeft het meest fantastische uitzicht denkbaar: over Manhattan, Brooklyn en niet te vergeten de beroemde Brooklyn Bridge daartussenin. Dat is meteen een mooie metafoor voor haar visionaire blik.

'Ik heb hier een veel beter contact met de stad dan wanneer ik in een hotel zou zitten'

‘Als ik nog bijkom van mijn jetlag en heel vroeg wakker ben, kan ik hier fijn de zonsopgang zien,’ zegt Houben tevreden. ‘In Nederland is hoogbouw nog steeds een beladen onderwerp, terwijl het heel prettig is en deze toren door de schaalgrootte allerlei voordelen biedt. Je hebt hier een zwembad, een gym, een balie waar je kleren voor de stomerij kunt afgeven en pakjes kunt afhalen en op de zevende verdieping is een groot gezamenlijk dakterras waar je ’s zomers kunt barbecueën. De bewoners zijn divers; er wonen ook veel gezinnen. Ik heb hier een veel beter contact met de stad dan wanneer ik in een hotel zou zitten. Als ik aankom, zegt de portier: “Ha Francine, ben je er weer!” Het is echt thuiskomen.’

‘Ik dacht: ik ken de stad goed, weet veel van bibliotheken, ik kan dat wel. Mét een goed team om me heen, natuurlijk’

Ze strijkt regelmatig neer in Manhattan, want dat was ‘part of the deal’ toen ze met haar internationaal toonaangevende bureau Mecanoo, dat ze krap veertig jaar geleden met vier andere jonge honden oprichtte, zo’n beetje de felst begeerde opdracht ooit binnensleepte: de renovatie van de iconische New York Public Library aan Fifth Avenue plus de uitleenbibliotheek recht ertegenover. Een eervolle, maar ook hypergevoelige taak, want heel New York kijkt over haar schouder mee. Al blijft ze daar opvallend nuchter onder. ‘Ik dacht: ik ken de stad goed, weet veel van bibliotheken en heb ervaring met de renovatie van bestaande gebouwen, dus ik kan dat wel. Mét een goed team om me heen, natuurlijk.’

Dat ze niet bang is voor uitdagingen, bewees Houben inmiddels wereldwijd. Zo tekende ze onder andere voor het grootste theatercomplex ter wereld in Taiwan. Maar laten we vooral niet denken dat ze Nederland ontstegen is, want ook hier krijgt Mecanoo de mooiste opdrachten. ‘Ook omdat we altijd goed letten op het budget,’ zegt Houben fijntjes. Zo is de make-over van het kantoor van De Nederlandsche Bank in Amsterdam en de bouw van een nieuw stadskantoor in Heerlen van haar hand.

Willen winnen

Op de grote tafel in Houbens appartement staan twee maquettes. Van een nieuw te bouwen trappenhuis in de New York Public Library, legt ze uit. ‘De buitenkant mag dan indrukwekkend zijn, van binnen zag het gebouw er behoorlijk shabby uit. We hebben al veel verbeterd, maar dat trappenhuis moet er nog komen. We zijn nu aan het vergaderen over hoe het er precies uit komt te zien. Natuurlijk heb ik daar ideeën over, maar architectuur is geen vrije kunst. Ik moet de opdrachtgever en de trustees wel mee zien te krijgen.’

'Je moet gewoon keihard werken. Dat heb ik ook altijd gedaan'

Als je alle grote en kleine beslissingen bij elkaar optelt en bedenkt dat vooraanstaande bureaus als het hare ook nog eens massa’s tijd en menskracht pompen in, niet zelden onbezoldigde, competities voor grote opdrachten als de Library – ‘je verliest meer dan je wint,’ zegt ze zonder gêne – dan begrijp je dat Houben haar vak ‘ontzettend zwaar’ noemt. Ze krijgt vaker de vraag waarom er zo weinig vrouwen doorstoten naar de top en het ware antwoord daarop zit haar niet lekker. ‘Je moet gewoon keihard werken. Dat heb ik ook altijd gedaan, terwijl ik dat eigenlijk niet goed vind. Als je er graag nog een gezin naast wilt, is dat heel lastig.’

Alleenstaand moeder van drie kinderen en een fulltime baan, ga er maar aanstaan

Dat gezin kreeg zij dus ook: eerst een dochter en vervolgens een tweeling, een jongen en een meisje. Niet veel later strandde haar relatie, waarna ze de kinderen opvoedde met hulp van onder anderen een kinderloze broer en zijn vrouw, plus een aantal betrouwbare hulptroepen. Zelf werkte ze fulltime door. Die enorme drive zit nu eenmaal in haar karakter. ‘In mijn jeugd heb ik redelijk hoog gehockeyd. Dan wil je natuurlijk winnen.’

Mensen zeggen vaak: ga nou gewoon liggen, maar dat doe ik eigenlijk nooit. Ik wil altijd iets maken, of in elk geval iets dóen

Op de vraag of ze zich goed kan ontspannen, vertelt ze opgewekt hoe ze vaak al snel na aankomst in Nederland - met jetlag en al - de keuken in schiet om te gaan koken. ‘Jam maken van klein fruit uit de moestuin doe ik ook graag, of ik ga bijvoorbeeld tomaatjes inmaken als een Italiaanse mamma.’

Toch weer een taak, dus? Ze haalt haar schouders op: ‘Mensen zeggen vaak: ga nou gewoon liggen, maar dat doe ik eigenlijk nooit. Ik wil altijd iets maken, of in elk geval iets dóen. Hier in New York vind ik fietsen geweldig. Al heb ik de directie van de Library wel moeten beloven dat ik voortaan een helm draag.’  

Extended family
De onbevreesdheid waarmee ze megaprojecten aanpakt, is vast ook aangeboren. Én voorgeleefd. ‘Mijn oudste broer zei ooit: “Wij leefden vroeger in een matriarchaat”. Dat was ook zo. Mijn moeder deed alles bij ons thuis: de opvoeding, het huishouden én de klussen. Ze was actief, avontuurlijk. Als we weer eens verhuisden voor het werk van mijn vader, dan regelde zij die verhuizing, vaak inclusief een verbouwing. En daarna ging ze met ons de nieuwe omgeving verkennen. Dat zij als vrouw het voortouw nam en dingen voor elkaar kreeg, was voor mij gewoon. Dan denk je niet gauw: laat ik als vrouw de lat maar liever iets lager leggen.’

'Ik weet best dat ik het desondanks goed heb gedaan, ook al ging het bij ons anders dan in veel andere gezinnen'

Niet dat ze overloopt van het zelfvertrouwen. ‘Ik kan over veel dingen twijfelen, hoor. Of ik niet te hard werk, bijvoorbeeld, en of ik wel goed genoeg voor mijn kinderen heb gezorgd. Toch dat akelige schuldgevoel waar je mannen nooit over hoort. Je voorkomt nu eenmaal niet dat kinderen lijden onder een scheiding. Maar ik weet best dat ik het desondanks goed heb gedaan, ook al ging het bij ons anders dan in veel andere gezinnen.’ Ze recht haar rug en concludeert fier: ‘Ik vind het ook mooi dat ik het opvoeden met anderen samen heb gedaan. Mijn extended family is me heel dierbaar.’

Met haar kinderen heeft ze intensief contact. Zeker nu ze alle drie in Rotterdam wonen, net als zij. Al beseft ze dat dat een momentopname is: ‘Mijn oudste dochter heeft al in Londen en Chicago gewoond en de jongste is net terug van een wereldreis.’

‘Ik vier vaak vakantie in een heel simpel tentje. Sommige mensen vinden dat raar, maar ik vind kamperen heerlijk'

De belangrijkste les die ze haar kinderen heeft meegegeven? ‘Respect voor het feit dat iedereen anders is,’ zegt ze gedecideerd. ‘Dus niet je eigen maatstaven aan anderen opleggen.’ Natuurlijk is zij zelf ook ‘anders’, en niet alleen als moeder, lacht ze. ‘Ik vier vaak vakantie in een heel simpel tentje. Sommige mensen vinden dat raar, maar ik vind kamperen heerlijk. Het liefst met de hele extended family in natuurparken in Amerika of Canada. Geen internet, eten maken op de barbecue. Back to basics!’

Visionair
Als architect heeft Houben behalve een unieke stijl ook een eigenzinnige taakopvatting. Er zijn genoeg collega’s die louter ter meerdere eer en glorie van zichzelf ontwerpen, weet ze. ‘Dat zegt mij niets. Ik wilde altijd visionair zijn en tegelijkertijd dienstbaar aan de samenleving. Waarschijnlijk zit dat ook een beetje in mijn genen, met een opa die burgemeester was en een andere opa die huisarts was in een fabrieksdorp. Dan behoor je wel tot de elite, maar je bent er voor iedereen.’

Als ze ergens trots op is, dan is het wel, dat het werk van Mecanoo niet alleen geliefd is bij het publiek, maar ook bij haar vakgenoten. ‘Terwijl dat over het algemeen gescheiden werelden zijn met totaal verschillende opvattingen over wat mooi is. Het publiek houdt van expressie en bij de meeste architecten geldt juist: hoe soberder hoe beter.’ Neem ‘haar’ Frank Gehry-woontoren: een blikvanger van jewelste in golvend staal. ‘Veel architecten vinden dit dus niet mooi. Ik wel.’

Houben kreeg in 2015 de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs 2015 uit handen van koningin Máxima © Brunopress

In de architectuurwereld mag Houben dan zo langzamerhand op eenzame hoogte staan, een Einzelgänger is ze beslist niet. Haar vriendschappen van de middelbare school houdt ze bijvoorbeeld nog steeds in ere. ‘Niet dat we maandelijks afspreken, maar als we elkaar zien, is het leuk en vertrouwd.’

‘Zit ik ergens over te piekeren, dan zegt hij in drie seconden: “O, dat moet je zó doen!”

Haar man, organisatieadviseur Hans Andersson, zorgt voor meer gezelligheid dan ooit sinds hij het professioneel wat rustiger aan doet. ‘Vroeger werkten we allebei hard, maar tegenwoordig heeft hij vaker tijd om mee te reizen en onderweg een beetje voor me te zorgen,’ zegt ze blij.

Natuurlijk denkt haar man ook mee, zeker als het om organisatorische kwesties gaat. ‘Zit ik ergens over te piekeren, dan zegt hij in drie seconden: “O, dat moet je zó doen!”’

Kledingcodes
Dat ze zelf niet meer piep is, vindt ze vooral fysiek lastig. Zo goed hockeyen als vroeger zit er helaas niet meer in. ‘Maar geestelijk blijf je altijd jong,’ roept ze strijdlustig. Aan stoppen maakt ze geen enkele gedachte vuil. Los van alle mooie gebouwen die ze nog wil neerzetten, zijn er legio maatschappelijke uitdagingen waar ze graag haar kennis en ervaring op loslaat, want stedenbouwkundige is ze ook. Denk aan het mobiliteitsvraagstuk, volgens haar hét hete hangijzer van de toekomst: ‘Als we het openbaar vervoer niet ingrijpend verbeteren, lopen we met z’n allen binnen vijftien jaar vast.’

'Ik heb gemerkt dat elk land zijn eigen kledingcodes heeft, dus daar houd ik rekening mee'

Zo werkt ze nu voor de NS aan de trein van de toekomst, die meer mensen prettiger moet vervoeren en er ook nog mooi uit zal zien. Want uiterlijk telt, voor haarzelf net zo goed. Op kledinggebied houdt ze van tijdloze chic met een sterke belijning, uitgevoerd in mooie stoffen.

Van Max Mara is ze al heel lang fan, maar in haar kledingkast vind je ook Donna Karan NY en Dries van Noten. ‘Ik heb wel gemerkt dat elk land zijn eigen kledingcodes heeft, dus daar houd ik rekening mee. Niet overdressed, maar ook niet te gewoontjes, dat blijft balanceren.’ De kleur stemt ze bij werkafspraken altijd af op het gebouw dat ze ontwerpt. ‘Ik zie dat als een complete compositie. Heel zachtgeel past bijvoorbeeld het best bij de Library.’

Mooie dingen van het leven
BOEK - ‘Building and Dwelling, ethics for the City van Richard Sennett. Over de beklemmende relatie tussen hoe steden gebouwd worden en hoe mensen erin leven.’
MUZIEK - ‘Yann Tiersen. Hij componeert prachtige muziek zoals bij de film Goodbye Lenin.’
GERECHT VOOR DE LENTE - ‘Melanzane alla parmigiana met sliptongetjes. Je próeft het gezonde leven.’
STAD - ‘New York, een stad die je zoveel inspiratie en een enorme energie geeft.’
FILM - ‘A Bigger Splash over David Hockney uit 1975. Ik zag de film in dat jaar en ben Hockney sindsdien blijven volgen. Een bijzondere kunstenaar met een bewonderenswaardige vernieuwingsdrang.’
HOTEL - ‘Château St. Gerlach in Zuid-Limburg. Prachtige ligging, uitstekend comfort, heerlijk om van daaruit fietstochten te maken door het Zuid-Limburgse landschap.’

(c) Nouveau / DPG Media 2022

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in