Kun je je nog vinden in wat je doet?

Is er iemand die níet verlangt naar een zinvol bestaan? Waar dat ‘m precies in zit, is nog best lastig te ontdekken, maar onze behoefte daaraan zorgt er soms voor dat er weinig ruimte overblijft voor creativiteit en plezier. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn?

‘We zitten vast in een bepaalde manier van kijken naar de wereld met destructieve gevolgen, zowel voor ons omgaan met elkaar als voor onze houding tegenover het niet-menselijke. Onze blik is gekleurd door economisch denken, dat een instrumentele manier van waarnemen met zich meebrengt: wat kunnen we gebruiken, waar kunnen we aan verdienen?’ Zo begint Hans Alma haar boek Het verlangen naar zin, waarin ze onderzoekt wat ons beweegt en hoe we willen leven. Alma is gastprofessor hedendaags humanisme aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en heeft daarnaast een eigen coachingpraktijk op het gebied van zinvol leven en werken.

Article continues after the ad

NOUVEAU EN INTERMEDIAIR DRAGEN POWERVROUWEN EEN WARM HART TOE EN WERKEN REGELMATIG SAMEN. DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER OP INTERMEDIAIR

Het boek verscheen vlak voor de coronacrisis en had in dat opzicht niet beter getimed kunnen worden, beaamt ze aan de telefoon vanuit haar woonplaats Antwerpen. ‘Meer dan ooit stellen we onszelf nu vragen als: is het eigenlijk wel zo gewoon hoe ik het altijd deed? Zou het ook anders kunnen? Wat motiveert me eigenlijk in mijn werk? Waar doe ik het voor? Het zijn vragen waar we eerder in de drukte van alledag gemakkelijk voorbij konden leven, en waar we door het radicaal doorbreken van onze routines ineens tijd voor kregen.’

Tegelijkertijd bevinden we ons nog altijd in een sterk competitie-gedreven speelveld waarin vrijwel alles ‘verprotocolliseerd’ is, aldus de professor. ‘De inzet op competitie kan tot op zekere hoogte creativiteit losmaken, maar wat je ziet is dat het ten koste gaat van samenwerking. En dat terwijl we in toenemende mate leren, ook vanuit sociaalwetenschappelijk onderzoek, dat een bepaald gevoel van saamhorigheid ongelooflijk belangrijk is.’ Als voorbeeld noemt ze hoe we collega’s vrijwel automatisch beschouwen als noodzakelijk kwaad, welkome uitzonderingen daargelaten, terwijl we de mensen met wie we samenwerken ook veel meer zouden kunnen zien als een individu met een eigen unieke waarde.

Hans Alma

Probeer eens met andere ogen naar iemand te kijken, stelt Alma voor. ‘Ontdek nieuwe mogelijkheden aan elkaar of manieren waarop je elkaars creativiteit kunt stimuleren.’ Het zijn juist de momenten waarop we met elkaar samenwerken, waarop we onszelf kunnen verliezen in wat de professor aanduidt met de term ‘transcendentie’. Op zo’n moment heb je het gevoel dat alles klopt en dat je samenwerkt aan iets moois, iets belangrijks. Je voelt dat je deel uitmaakt van een groter geheel.

Maar het hoeft geen grootse, meeslepende gebeurtenis te zijn, verduidelijkt de professor. Het kan evengoed een terloops gesprek zijn waaruit een idee voortkomt, en je weet: wat er zojuist ontstond, hadden we niet afzonderlijk van elkaar kunnen bedenken. ‘Een gezamenlijke flow-ervaring. Ik denk dat het voor veel mensen dit soort momenten zijn die het werk zinvol maken.’

Dat ‘de ander’ best belangrijk voor ons is, heeft de coronacrisis ons in ieder geval wel doen inzien. Waar we eerst stiekem stonden te juichen om permanent te mogen thuiswerken, staan we nu te popelen om zo nu en dan weer eens ten tonele te verschijnen op kantoor. Hans Alma vertelt over een collega die eindelijk weer eens een offline-meeting had, waarin ongelooflijk veel werd bereikt. ‘Wat dat betreft zijn die Zoomvergaderingen natuurlijk heel statisch en meer dan ooit ingericht op efficiëntie. Natuurlijk bespreken we dan de dingen die we moeten bespreken, maar vaak zijn het juist de informele samenkomsten die bijdragen aan de beste ideeën en oplossingen. Elkaar even tegenkomen bij de koffieautomaat, of je hoofd om de deur steken om wat te vragen.’

Zingeving gaat al snel over spiritualiteit, en bij woorden als ‘een groter geheel’ neigt het de zweverige kant op te gaan. Toch hoeft dat helemaal niet, vervolgt de professor. ‘Het gaat bijvoorbeeld al over de missie van de organisatie waarvoor je werkt, en of je jezelf kunt vinden in wat jullie aan het doen zijn.’ We leven nou eenmaal in een prestatiegerichte maatschappij waarin veel aandacht bestaat voor waarden als status en inkomen, maar daar hoeft het natuurlijk niet alleen te draaien, aldus Alma. ‘Kijk naar de zorgverleners, van wie we nu zo afhankelijk zijn geweest. Dat zijn mensen die zich met risico voor eigen gezondheid inzetten voor anderen, en bovendien achterblijven als het gaat om waardering en salariëring in vergelijking tot mensen uit het bedrijfsleven. De voldoening en zingeving die zij halen uit hun werk, weegt daar voor hen tegenop.’

Daarbij helpt het deel uitmaken van een groter geheel je eigen beslommeringen even vergeten: bijdragen aan iets groters betekent dat je je eigen behoeften overstijgt, legt Alma uit. ‘Daarom is het zo fijn om je zo nu en dan echt even te verliezen in wat je doet.’ Als we maar wel de mogelijkheid hebben om dat te laten gebeuren, en niet accepteren dat onze banen zodanig ingericht zijn dat we datgene kwijtraken waar het ons eigenlijk om gaat. Laten we niet nog verder doordraaien in onze verstarring en discipline, oppert ze. ‘Veel mensen kunnen heel hard werken, als ze ook maar energie kunnen halen uit wat ze doen.’

Openingsfoto (c) iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in