'Ik zou het geweldig vinden als er een discussie ontstaat.'

Roxane van Iperen (44) debuteerde in 2016 als schrijfster. Haar tweede boek, ’t Hooge Nest, werd een regelrechte bestseller. Dit jaar houdt zij de 4-mei voordracht. En ter gelegenheid van de Boekenweek, die dit jaar in de zomer plaatsvindt, verschijnt op 17 mei haar indrukwekkende essay, de Genocidefax.

Article continues after the ad

Hierin vertelt Van Iperen op adembenemende wijze het relaas van een man die machteloos moet toezien hoe een van de wreedste conflicten van de 20e eeuw zich voor zijn ogen ontvouwt. Daarbij houdt ze niet alleen zichzelf een spiegel voor, maar ook de lezer.


Oorspronkelijk ben je jurist. Hoe wordt een jurist schrijver?

‘Het is heel romantisch om te zeggen: ik schreef altijd al. Maar wat je op jonge leeftijd deed, zegt natuurlijk wel iets over je primaire verlangens. Ik heb het alleen nooit als realistisch gezien.

‘Ik dacht: schrijven is iets voor andere mensen’

Ik dacht: schrijven is iets voor andere mensen, uit andere, meer artistieke, milieus. Het voordeel van op latere leeftijd beginnen, is de financiële onafhankelijkheid; ik kon het naast mijn vaste baan doen. En verder is het vooral heel hard werken en heel veel geluk hebben.’

Je boekenweekessay, De genocidefax, dat in de zomer uitkomt, is behoorlijk confronterend. Wat voor reacties verwacht je?
‘Ik moet zeggen dat ik niet zo goed ben in het peilen van reacties. Ik moest eens een filmpje opnemen van een column die ik had geschreven over de olie-industrie. Omdat ik meestal weinig respons op dat soort columns krijg, dacht ik ook niet dat zo’n filmpje erg zou aanslaan. Zonder erbij na te denken droeg ik een T-shirt met de tekst Sans Titre. Doordat mijn jasje er deels overheen viel, zag je de laatste letters niet. Wat gebeurde er: binnen 48 uur was het filmpje meer dan een miljoen keer bekeken.

'Duizenden reacties op dat tietenshirt, natuurlijk'

Had iemand me maar gezegd dat T-shirt even om te draaien… Duizenden reacties op dat tietenshirt, natuurlijk. Maar het maakt me niet zoveel uit. Voor mij is het ’t belangrijkst dat ik mijn research goed heb gedaan, dat het essay goed is geschreven en dat het de lezer raakt; dat het niet níets doet. Ik zou het geweldig vinden als er een discussie ontstaat. En ik hoop ook dat de boekwinkels iets hebben aan mijn essay, en aan het Boekenweekgeschenk van Hanna, dat ik echt geweldig vind!’

In hoeverre raakt het thema van het essay – de elementaire behoefte van de mens om bij de groep te horen en de (gruwelijke) gevolgen die dat kan hebben - ook aan de literaire wereld?
‘Als je het hebt over de groep en erkenning zoeken; dat zie je daar ook. Wat dat betreft gaat het er in de literaire wereld net zo aards en hilarisch en ordinair aan toe als in het bedrijfsleven en de voetballerij, om maar een paar voorbeelden te noemen.’

Als jurist heb je lang in het bedrijfsleven gewerkt, nog altijd vooral een mannenwereld. Geldt dat ook voor de schrijverswereld?
‘De wereld an sich is nog altijd een mannenwereld. Dat laten de statistieken en cijfers overduidelijk zien. Het feit dat ik mezelf absoluut niet als minder zie, staat daar los van. Als schrijfster moet ik die dingen ook scheiden. Je kunt niet zeggen dat er niets aan de hand is door naar je eigen succes te wijzen. De luxe dat mijn vrouw-zijn geen element is in mijn werk, bestaat niet.

'Wat zeg ik dan tegen mijn dochter, die er net zo uitziet als ik?'

Mijn manier van ruimte opeisen voor vrouwen is, laten zien dat het mogelijk is. Soms vinden mensen het lastig om zich te verhouden tot een vrouw met lang blond haar en blauwe ogen die over mannenonderwerpen schrijft, maar ik stop mezelf niet weg. Er zijn ook mensen die vinden dat je dat juist wel moet doen, omdat je anders niet serieus genomen wordt. Maar wat zeg ik dan tegen mijn dochter, die er net zo uitziet als ik?’

't Hooge Nest leidt inmiddels een eigen leven. Het staat al twee jaar in de bestsellerlijsten, komt in steeds meer landen uit en wordt binnenkort verfilmd. What’s next voor jou?

‘Ik ben niet bevroren door het succes, zoals je weleens hoort. Ik ben alweer volop met een fictie- en een non-fictieboek bezig. Je moet het gewoon niet teveel op jezelf betrekken. Wat daarbij helpt, is dat ik kinderen heb die het allemaal niet zoveel interesseert, als ík maar blij ben.’

Foto (c) ANP

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in