Nederlandse literatuur, maar dan spinnend.

Geen dier is zo veel bezongen als de huiskat. De kat is mysterieus, houdt zijn baasje een spiegel voor en krijgt veel menselijke eigenschappen toegedicht. Voor veel dichters is hun kattenvriend een muze, ook als die uitbundig verhaart, je als persoonlijk deuropener gebruikt en wellustig korrels uit de kattenbak rondstrooit.

Article continues after the ad

De liefde voor het harige raadsel heeft geleid tot een fijn nieuw boek. Na het succesvolle Kattenpoëzie uit de wereldliteratuur zijn nu de beste Nederlandse kattengedichten gebundeld. Met gedichten van - even diep ademhalen - C. Buddingh’, Remco Campert, Judith Herzberg, Mensje van Keulen, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Rudy Kousbroek, Sjoerd Kuyper, Jean Pierre Rawie, Astrid H. Roemer, Annie M.G. Schmidt, Rob Schouten, Jos Versteegen, Simon Vestdijk, Marjoleine de Vos, Menno Wigman, Nachoem Wijnberg, Ivo de Wijs, Willem Wilmink, Dries van Wissen en vele anderen. Alvast een voorproefje:  

Requiem voor een kat

Als een man sterft, laat hij dingen achter.
Mensen, dieren, herinneringen. Als een man sterft
blijft hij leven in die mensen, dieren en herinneringen,
steeds, maar minder, vager, zachter.

Ik denk aan die onwezenlijke weken
nadat jij was gestorven, dat wij je katten eten gaven.
Hoe de een op schoot kwam zitten, hevig spinnend
waar de ander de zaak maar half vertrouwde,
wraakzuchtig in een hoekje piste
met zijn geurvlag rouwde,
aangaf dat hij jou zo miste.

Een koning keert terug in vaders schoot.
Leve de een, de ander is dood.
En wij? We blijven achter.
Mensen, dieren, dingen.
Zachter, vager, minder.

F. Starink (1958-2018)

Kattenpoëzie uit de Nederlandse literatuur verschijnt op 11 november 2020 en kost € 15

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in