Robert De Niro en Al Pacino
Robert De Niro en Al Pacino

Move over, Don Corleone.

Hollywoodlegendes Al Pacino, Robert De Niro (wie heeft er niet een béétje een crush op hen gehad?) en Joe Pesci zijn niet alleen bevriend, ze speelden ook – al dan niet met elkaar – in heel wat maffiafilms. Regisseur Martin Scorsese, ook al zo'n icoon, bracht ze samen voor The Irishman. Pesci kwam er zelfs na 20 jaar voor uit zijn pensioen en het valt bepaald niet tegen: recensenten zijn lyrisch over de film en noemen het 'een meesterwerk'.

Article continues after the ad

Deze Netflix Original productie naar een waargebeurd verhaal heeft - even diep ademhalen - 175 miljoen dollar gekost en is vanaf 27 november te streamen. En het wordt een hele zit: Scorsese, niet beperkt tot een bioscoopformat, maakte er een film van 3,5 uur van. Hier geeft Pacino wat nuttige adviezen: 'Bij een wapen val je aan, bij een mes ren je weg.'

The Irishman is gebaseerd op het boek I Heard You Paint Houses van Charles Brandt. Het gaat over de Iers-Amerikaanse Frank 'The Irishman' Sheeran (Robert De Niro) en zijn (mis)daden uit de Tweede Wereldoorlog en hoe hij nadien als huurmoordenaar in de maffia van Pennsylvania werd opgenomen.

Sheeran was een vakbondsfunctionaris die ervan werd beschuldigd banden te hebben met de misdaadfamilie Bufalino. Aan het hoofd van die familie stond Russell Bufalino (Joe Pesci). Ook zou hij een vertrouwenspersoon van de machtige vakbondsleider Jimmy Hoffa (Al Pacino) zijn geweest, die in 1975 spoorloos verdween. Oh dear.

Een van de hoogstandjes van de film is dat de personages – die allemaal tussen de 75 en 80 zijn – er voor veel scènes dertig jaar jonger uit moesten zien om het plot geloofwaardig te maken. De hoeveelheid special effects die daaraan te pas is gekomen, verklaart deels de torenhoge kosten.  

Foto's (c) Netflix, Hollandse Hoogte 

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in