Deze maand in Nouveau een groot interview met Betty Schuurman. Zij is actrice en vaste speler bij het Nationale Toneel. Zij speelde in de met een Oscar onderscheiden film Karakter en was te zien als koningin Wilhelmina in Soldaat van Oranje – de musical.

Momenteel speelt zij in Solness van het Nationale Toneel. In de regie van Theu Boermans krijgt Ibsens duistere drama een vilein-komische toon die onweerstaanbaar is en die het stuk een geheel nieuwe, spannende lading geeft. Een kolfje naar de hand van de actrice die nooit voor de gemakkelijke weg kiest en hartstochtelijk van het theater houdt.

Hieronder een kleine preview van het grote interview in Nouveau.

Wat is er zo aantrekkelijk aan een stuk als Solness voor jou als actrice?
“Dat het stuk ruimte laat. Ik speel Aline, de vrouw van de architect, of liever bouwmeester zoals hij zichzelf noemt, Solness. Hij is omhoog getrouwd en dankt zijn carriere aan zijn vrouw. Er is een groot dram in hun leven: ze hebben twee kinderen, een tweeling, verloren en leven met dat intense verdriet, waarover ze niet met elkaar kunnen communiceren. Zij ziet met lede ogen aan hoe zij haar man niet kan bereiken; intussen wil hij haar ook bereiken en dat ziet zij weer niet, het is een groot misverstand en een grote liefde.”

Betty in het kort:

Betty Schuurman (1962) was na haar studie aan de Maastrichtse Toneelacademie jarenlang verbonden aan toneelgezelschap Hollandia. In 2002 kreeg zij voor haar rol in De Leenane Trilogie de Theo d’Or. Ze was te zien in Maria Goos’ succesproductie Familie bij Het Toneel Speelt, speelde Wilhelmina in Soldaat van Oranje, de musical en was te zien in verschillende films, waaronder Deadline, Karakter en Van Gogh. Sinds vijf jaar behoort zij tot de vaste spelers van het Haagse Nationale Toneel, waar ze komend seizoen te zien is in De Revisor en Little Foxes. Nog tot en met 30 oktober speelt zij naast o.a. Mark Rietman in Solness van Henrik Ibsen. Kijk op Nationale Toneel

Wat klinkt dat heerlijk nostalgisch: discotheek de Locomotion, waar Thérèse Boer haar Jonnie ontmoette onder het genot van een bessenjenever. Ook toen al was ze een wonder van daadkracht. ‘Ik ging voor hem staan en zei: ik wil met je zoenen.’ Nu zijn ze al dertig jaar dag en nacht samen. 

Jonnie – De liefde voor Thérèse

‘In 1986 ging ik werken bij restaurant De Librije, toen nog op de oude locatie, en een jaar later zag ik Thérèse voor het eerst in een kroeg in Steenwijk. Ze woonde sinds kort met haar ouders in Giethoorn en daar woonde ik ook.

Ik had al gehoord dat er een nieuwe ‘chick in town’ was. Zo ging dat in Giethoorn. Thérèse was pas zestien en ik al tweeëntwintig, maar ik dacht meteen: hoe kan ik dit aanleggen?

Maanden later zag ik haar weer, in discotheek Locomotion, ook in Steenwijk. Ze vroeg me toen of ik haar naar huis wilde brengen. Haar vriendje, dat in Steenwijk woonde, was daar duidelijk niet blij mee. Maar goed, haar fiets achter in mijn auto en daar gingen we.

'Met haar ga ik later trouwen'

Die keer hebben we voor het eerst gezoend. Daarna gebeurde er weer een tijdje niets, hoewel… Ik weet nog dat ik met mijn speedboot was gaan varen, met mijn vrienden René en Natasja Froger, en Thérèse zag lopen over de brug vlak bij haar huis. “Met haar ga ik later trouwen,” zei ik.

Ze trok me enorm aan: mooi opgemaakt, behoorlijk gedurfd in haar kleding. En ze ging recht op haar doel af, al ontdekte ik dat pas de keer daarna, weer in de Locomotion.

'Ze drukte die dames nog net niet aan de kant'

Ik was die avond aan het flirten met twee blonde dames uit Lelystad, maar Thérèse liet zich niet afschrikken. Ze liep naar me toe, drukte die dames nog net niet aan de kant, en toen was het bekeken.

Thérèse ging naar de hotelschool in Zwolle en werkte op zaterdag in de horeca, net als ik, dus in het begin zagen we elkaar alleen de zaterdagnachten in het uitgaansleven. Na een halfjaar zei ze dat ze daar genoeg van had en graag een keer samen uit eten wilde.

Die avond is de basis gelegd voor wat we nu nog steeds hebben.’ 

Thérèse – de liefde voor Jonnie

‘Toen ik Jonnie voor het eerst zag in dat café in Steenwijk, vond ik hem meteen superleuk. Ik had in die tijd een vriendje dat ook wel leuk was, maar toch minder. Alleen was Jonnie een stuk ouder dan ik, dus ik dacht: dit is vast niet voor mij weggelegd.

En Jonnie had vast ook verkering, want dat had hij altijd. Dat ik hem de keer daarop vroeg om me naar huis te brengen, was zonder bijbedoelingen. Ik had met mijn ouders afgesproken dat ik nooit in mijn eentje naar huis zou fietsen.

Het stuk tussen Steenwijk en Giethoorn was best donker en stil. Maar we hebben dus wel even staan zoenen. Al heb ik dat nooit aan dat vriendje verteld.   

'Ik had mezelf wel eerst moed ingedronken hoor'

Een maand of vijf later zag ik Jonnie weer in discotheek Locomotion. Mijn verkering was intussen uit en de zijne ook. Ik zag dat hij sjans had met twee hoogblonde dames. Hij is toch wel heel erg leuk, dacht ik.

Dus ik ging voor hem staan en vroeg: “Ken je me nog?” “Natuurlijk!” antwoordde Jonnie. Waarop ik zei: “Ik wil met je zoenen.” Nou, hij ook met mij, dus die andere dames dropen af. Ik had mezelf wel eerst moed in gedronken, hoor. Vast met wodka-jus of bessenjenever, brrrr.

Het halfjaar daarna ontmoetten we elkaar geregeld in de Locomotion. Jonnie pikte me ook steeds vaker op bij de bushalte in Zwolle, als ik uit school kwam en hij uit zijn werk. Of ik fietste zondagavond na mijn horecabaantje nog even langs Jonnie’s huis.

Ja, wat sprak me zo aan in hem? Dat hij er heel verzorgd uitzag en altijd precies deed waar hij zelf zin in had. Terwijl hij ook zorgzaam was en zinvolle dingen zei als ik piekerde of last had van heimwee naar Rijssen, waar ik vandaan kwam.

Na dat etentje werden we echt close, al had ik toen nog geen idee dat dat onze toekomst zou zijn: vierentwintig uur per dag samen.’

Hoe kwamen jullie erachter dat jullie zo’n goed team zijn?

Jonnie: ‘In 1988 vroeg mijn oude baas Thérèse om te komen helpen in De Librije. Ik zie haar nog binnenkomen, in een doorzichtige broek die ze samen met Natasja in Amsterdam had gekocht.’
Thérèse: ‘Met een keurig geel jasje erop.’

Jonnie: ‘Het geheel was zeker niet over the top, maar je was wel een verschijning. Die oude baas werd gék. Mooi dat hij hartstikke blij met je was, want je was heel goed met de gasten.

Thérèse: 'Achteraf denk ik: Zo jong, zo veel verantwoordelijkheden...'

Op een gegeven moment hebben we tegen hem gezegd: “Ga eens een keer op vakantie, dan draaien wij gewoon door.” Dat ging fantastisch. Ik wist al dat ik meer wilde dan ergens in de keuken staan, maar vanaf dat moment had ik een concreet doel: samen met jou de zaak overnemen.

Uiteindelijk vond de verkoop plaats in 1993, meteen ook het jaar waarin we onze eerste ster kregen.’

Thérèse: ‘Ik heb de dingen nooit zo bewust gepland. Toen jij over een eigen zaak begon, had ik iets van: “O ja, dat lijkt mij ook wel leuk.” Achteraf denk ik: zo jong en dan al zoveel verantwoordelijkheid…

Jonnie: 'Als jij dit vak niet had zien zitten, had ik het nooit zo ver geschopt'

Maar het ging goed en het voelde ook goed. Al hadden we in het begin geen geld voor personeel, dus ik deed de bediening in mijn eentje en jij stond alleen in de keuken, zes dagen per week.

En als ik op zondagmiddag de boekhouding deed, was jij alweer bezig met voorbereidingen in de keuken. Dan leer je wel werken.’

Jonnie: ‘Het culinaire niveau in Nederland was rampzalig in die tijd. De weinige goede zaken die er waren, kookten Frans, dus er was duidelijk iets om voor te vechten.

Maar als jij dit vak niet had zien zitten, had ik het ook nooit zo ver geschopt. De helft van wat we hebben bereikt, is mijn verdienste, en de andere helft is dankzij jou.’

Thérèse: ‘Echt wel.’  

Verder lezen? Jonnie en Thérèse over het combineren van een drukke zaak met een gezin, wat ze aan het lachen maakt in elkaar, dat ze bijna 24 uur per dag samen zijn en het nóg leuk hebben samen. Daarover lees je deze maand in Nouveau. Nu in de winkel:

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

Fotografie: Iris Planting

Al twintig jaar vormen ze voor én achter de schermen een liefdeskoppel. Acteurs en producers Caroline De Bruijn en Erik de Vogel zijn minnaars, beste vrienden en collega’s. Kibbelen kunnen ze ook, maar beschaafd. ‘Je moet elkaar blijven behandelen met alle egards van de eerste week.’

Caroline – de liefde voor Erik

‘Mensen denken vaak dat ik Erik ontmoet heb toen hij begon bij Goede Tijden, Slechte Tijden, maar het echte “Toen ik je zag-moment” was al zo’n drie jaar eerder.

Ik stond in theatercafé De Smoeshaan in Amsterdam aan de bar om een biertje te bestellen. Ik kijk opzij, zie daar een mij totaal onbekende persoon staan en tot mijn verbijstering schiet er een krankzinnige gedachte door me heen: “Ah, daar heb je mijn man!”

Het was alsof ik Erik na lange tijd terugvond, een raar soort herkenning die diepe indruk op me maakte.

De chemie in ons spel was voor iedereen overduidelijk

Gewoonlijk ben ik een zeef als het gaat om namen en gezichten, maar toen Erik in 1995 met nog een stuk of tien andere acteurs auditie kwam doen voor de rol van Ludo, herinnerde ik me hem meteen. Ik mocht met alle kandidaten scènes spelen en commentaar geven.

Na mijn scène met Erik zie ik mezelf opschrijven: “Hier kan ik niet veel over zeggen, want ik ken hem te goed.” Bizar, want ik had hem nooit meer gezien. Maar de chemie in ons spel was voor iedereen overduidelijk.

We hebben maanden ons best gedaan om elkaar met rust te laten

Ik was in die tijd heel gelukkig met iemand anders en ik hoorde ook al snel dat Erik getrouwd was en kinderen had. Iets met hém beginnen was dus sowieso niet aan de orde.

Maar mijn gevoel voor Erik werd zo overweldigend dat ik hem uiteindelijk toch schoorvoetend heb verteld wat er aan de hand was. Dat bleek wederzijds. We hebben nog maanden enorm ons best gedaan om elkaar met rust te laten, tot dat niet meer houdbaar was.’      

Erik – de liefde voor Caroline

‘Ik herinner me dat ik De Smoeshaan binnenliep en een vrouw zag staan aan de bar, naast iemand die ik kende. Zij draaide haar hoofd om en ik keek haar in de ogen zoals ik nog nooit iemand in de ogen had gekeken. En zo had ook nog nooit iemand naar mij gekeken.

Een diep gevoel van herkenning was het, totaal ongerijmd, niet aan de orde ook. We hebben maar kort gepraat, geen idee waarover, en daarna ben ik eigenlijk weggevlucht voor de impact die Caroline’s blik op me had.

Natuurlijk wist ik drie jaar later nog wie ze was. Tijdens de auditie voelde ze al wonderlijk vertrouwd en dat bleef zo toen ik de rol van Ludo had gekregen. Het duurde niet lang of die rare magie van de eerste ontmoeting kwam terug.

Ik had het gevoel dat ik van glas was

Ik heb me ertegen verzet, maar het was zo onontkoombaar dat ik Caroline móest zeggen wat ik voelde, en bij haar bleek dat precies zo te zijn. Een heel emotioneel moment, gelukkig en pijnlijk tegelijk, omdat we allebei vonden dat het niet mocht en niet kon.

Dat ik dat hele eerste seizoen moest spelen dat ik verliefd op haar was, hielp niet echt. Ik had het gevoel dat ik van glas was, dat iedereen kon zien wat ik werkelijk voor haar voelde.

Uiteindelijk besefte ik dat ik niet verder wilde leven zonder Caroline. Als redenen kan ik aanvoeren dat ze beeldschoon is, bijzonder intelligent en doortastend en ook nog eens verschrikkelijk stoer. Maar het was meer een totaalgevoel, een verliefdheid die nooit over is gegaan.

Zij wás het gewoon.

Ik prijs me gelukkig met het begrip van mijn ex-vrouw. Dankzij de wijsheid van haar, Caroline en de kinderen is er een enorm liefdevol uitgebreid gezin ontstaan, waarvan ook onze dochter Solane nu alweer zeventien jaar deel uitmaakt.’   

Was jij bang in het begin, Caroline? 

Caroline: ‘Bang niet. Daarvoor was de liefde tussen Erik en mij te groot en te vanzelfsprekend. Maar het was een waanzinnige opluchting – voor Erik én mij – dat zijn ex-vrouw en ik al heel snel een goed contact hadden. We zijn dikke vriendinnen geworden.

Ze is alweer jaren gelukkig met haar nieuwe partner en mijn ex-vriend heeft inmiddels ook een fijn gezin. En Erik en ik hebben nooit een seconde spijt gehad. We zijn minnaars en beste vrienden.

Wat ik leuk vind aan hem? Nou, bijvoorbeeld dat hij echt een man is, terwijl de meeste mannen in mijn ogen jongetjes zijn. Hij staat voor waar hij in gelooft, is niet bang en kan lang rustig blijven, maar als hij te veel tegen de haren in wordt gestreken, kan hij soms aardig knallen.

Dan laat hij niet los voor de zaken zijn kant op buigen. En ik? Ik vind mezelf helemáál niet explosief, al denkt Erik daar misschien anders over. Nou ja, vooruit: af en toe ben ik een door emoties overmand ongeleid projectiel, haha.’

Het kan dus flink knetteren tussen jullie? 

Caroline: ‘In onze begintijd konden we inderdaad heftige woordenwisselingen hebben. Maar we beginnen elkaar nu beter te leren kennen – moet je nagaan, na twintig jaar! – dus het loopt nooit meer zo hoog op. Al betekent dat niet dat het nooit meer voorkomt.’

Erik: ‘Hoe fel we verbaal ook kunnen zijn, we nemen altijd de fatsoensnormen in acht.’

Caroline: ‘Schelden en schreeuwen doen we inderdaad nooit, laat staan dat we met dingen gaan gooien.’

Erik: ‘Om je relatie goed te houden, moet je elkaar blijven behandelen met alle egards van de eerste week. Daar geloof ik heilig in. We maken nogal eens mensen mee die hun partner en plein public afserveren. “Dat doet ie thuis altijd, hoor,” zeggen ze dan met zo’n zucht van: wat moet je ermee?

Behalve ongepast vind ik dat ook heel naar. Je kunt het ergens niet over eens zijn, maar de basis is toch dat je heel veel van elkaar houdt.’

Caroline: ‘We weten inmiddels ook dat je in je felheid dingen vaak erger maakt, waardoor je de ander onnodig triggert. En dat willen we allebei niet.’

Erik: ‘Wat heel goed werkt, is zo’n twistpunt even met rust laten. Als je een time-out neemt, heb je de volgende dag vaak al geen zin meer om erover te praten.’

Caroline: ‘Of je herinnert je nauwelijks nog waarover het ging.’

Erik: ‘Weet je nog die knallende ruzie, toen we in Vietnam waren voor ons programma Romancing the Globe? Aan het eind van een reis zijn we allebei vaak moe en lichtgeraakt, en ik foeterde op jou omdat we geen tijd meer hadden om de gebruikelijke home-video te maken. “Allemaal doordat jij zo lang in die badkamer bezig bent!”

Waarop jij geïrriteerd zei: “In de tijd dat jij loopt te zeuren, hadden we óók kunnen filmen.” “Nou, laten we dat dan gaan doen!” riep ik nijdig terug. Dat is een ontzettend leuke film geworden.’

Caroline: ‘Waarin we elkaar achterna zitten op de hotelkamer. We hebben vreselijk gelachen.’

Minnaars, beste vrienden én al ruim twintig jaar collega’s. Benauwt het weleens om alles te delen? 

Erik: ‘Nee, echt niet. Anders hadden we er nooit voor gekozen om ook nog samen reisprogramma’s te maken. Dat doen we ook alweer sinds 1999. Met elkaar allerlei avonturen beleven, is wat ons betreft de ideale manier om sleur te voorkomen.

Al hoef ik daar eigenlijk niets speciaals voor te doen. Met Caroline heb je never a dull moment.’

Caroline: ‘We hebben ook samen een huis laten bouwen. Zo’n onderneming is tot mislukken gedoemd als je niet op één lijn zit, maar bij ons ging het van een leien dakje.’

Erik: ‘Wat niet wil zeggen dat we het altijd eens zijn of op alles hetzelfde reageren. Jij bent bijvoorbeeld gelijkmatiger dan ik. Je houdt ook het overzicht, terwijl ik impulsiever ben en denk: ik sla hier gewoon linksaf en dan zie ik wel.’

Caroline: ‘Door mijn rechtenstudie ben ik waarschijnlijk gewend geraakt iets rationeler en strategischer te denken. Wat best geestig is, want in de ogen van de buitenwereld ben ík de impulsieve. Overigens vind ik jouw impulsiviteit juist best leuk. Met jou is het ook nooit saai.’

Erik: ‘Toch is wat ik doe niet altijd handig. Neem Romancing the Globe. Dat produceren we zelf, wat betekent dat we allerlei contacten moeten leggen. Als ik iemand drie keer bel en niet word teruggebeld, heb ik er genoeg van. Ook al is zo’n contact veel waard. Op die manier schiet ik mezelf dus eerder in de voet. Maar ja, ik heb nu eenmaal een bloedhekel aan eindeloos slijmen.’

Caroline: ‘Mij kost het minder moeite om over mijn eigen trots heen te stappen. Misschien doordat ik me vaak kan verplaatsen in die ander, die zich verschanst uit onzekerheid of wat dan ook.

Je leeft ook gemakkelijker als je mensen te vriend houdt, al wordt dat soms bestempeld als schijnheiligheid.’ Erik: ‘Terwijl het uiterst verstandig is!’

Caroline: ‘Nou, ik kan ook weleens té lang doordenken over hoe iets misschien toch nog zou kunnen werken, terwijl die ander totaal niet meebeweegt. Dan is het alleen maar een opluchting als jij zegt: “Weg ermee!”’

Jullie delen ook de bekendheid. Hoe voelt dat? 

Erik: ‘Ik zie het als een groot voordeel. Gelukkig is de aandacht die we krijgen ook voor het overgrote deel positief. Soms zeggen we: nu even niet. In spelprogramma’s kom je ons bijvoorbeeld niet tegen.’

Caroline: ‘Er zijn natuurlijk ook mensen die badinerend doen over Goede Tijden. Dat vind ik weleens ergerlijk. De tijdsdruk is hoog bij het maken van een serie als deze, maar de kwaliteit is intussen zoveel beter dan in de beginjaren.’

Erik: ‘Het valt op dat de mensen met de meeste kritiek nooit kijken. Dan heb  je dus géén idee. Ach ja, vroeger was het not done om als acteur reclame te maken, en moet je nu eens zien’

Caroline: ‘Hoeveel acteurs hebben de luxe om elke dag met hun vak bezig te zijn? Dat neemt niemand ons af!’

Zijn er dingen in de ander waar jullie nog steeds om moeten lachen? 

Erik: ‘Genoeg! Caroline kan ontzettend grappig uit de hoek komen. Laatst nog in ons hotel op Sri Lanka, waar een butler ons zoals elke ochtend ontbijt op bed kwam brengen en ook deze keer weer vroeg: “You want milk in your coffee, ma’am?” Waarop Caroline uitriep: “No, of course not! Don’t you know by now?!” Ze maakte het meteen goed, hoor, maar ze kan het niet laten om even een grote kras te maken op het decorum.’

Caroline, verontschuldigend: ‘Die chique witte handschoentjes, daar kwam het door.’ Erik, plagerig: ‘Ik weet wel hoe ik jou morgen wakker ga maken!’

Caroline: ‘Op de set van Goede Tijden doe jij minstens zo gek. Als de cameraman vraagt of je niet dwars door zijn shot wil lopen, plak jij jezelf bloedserieus tegen de muur, klauterend over stoelen en tafels. De Ministery of Silly Walks-sketch van Monty Python is er niks bij. Dan kun je me wegdragen.’

Wat is de belangrijkste les die jullie van elkaar geleerd hebben?

Erik, aarzelend: ‘Dan kies ik toch voor het strategische.’
Caroline, gedecideerd: ‘Jij hebt me geleerd wat liefde is.’

Kunnen jullie elkaar vergelijken met een geur, een plant en een dier?

Caroline over Erik
Plant: ‘Een stevige sinaasappelboom, want ik hou erg van de geur en de smaak van sinaasappels.’
Dier: ‘Ik zie ons als een zwanenkoppel. Bij Erik past sowieso een vogel en zwanen blijven hun hele leven bij elkaar.’
Geur: ‘Erik kan ontzettend goed koken, vooral schaal- en schelpdieren, dus ik kies de geur van kreeft. Met iets van sinaasappel erbij.’

Erik over Caroline
Plant: ‘Een koraalboom, zoals we die zagen in de theevelden op Sri Lanka. Je kunt er niet omheen en hij draagt het hele jaar rode bloemen. Caroline staat ook altijd in bloei.’
Dier: ‘Een Aziatische goudkat, omdat Caroline fantastisch gedijt in de tropen. Ik zweet me gek, maar haar huid krijgt alleen extra glans.’
Geur: ‘Rose Oud van Yves Rocher. De zachtheid van rozenblaadjes, de onverzettelijkheid van tropisch hout en lekker spicy. Is Caroline ook.’

Tekst: Monique van de Sande / Fotografie: Mr. Mark Groenenveld