In de serie ontmoetingen van Maria Goos voor Nouveau sprak de schrijfster met actrice Anniek Pheifer. Haar carrière begon waarschijnlijk al tijdens het wandelen met de hond op de hei. “Het was best eenzaam, maar het is ook een heel goede basis gebleken.”

Daar komt ze aan, Anniek Pheifer, een meisje van bijna veertig. Ze is een van de weinige actrices die vanaf haar afstuderen in 2000 constant werk heeft gehad. De eerste paar jaar was ze freelance. De afgelopen tien jaar is ze verbonden aan het Nationale Toneel in Den Haag. En daar gaat ze nu weg.

Hoe komt een meisje uit Veenhuizen erbij dat ze in Amsterdam naar de toneelschool wil? 
“Mijn moeder speelt bij het amateurtoneel en die heeft het bij mij altijd wel gestimuleerd om zo veel mogelijk te gaan zien. Dan ging ik met een vriendinnetje naar de schouwburg. Dat vriendinnetje zat na de eerste akte al te slapen. Dat had ik niet. Ik vond alles mooi. Toen ik thuis zei dat ik misschien wel naar de toneelschool wilde, zei mijn moeder meteen gretig: ’Dat kan, dat kan, dat is een mogelijkheid, dat moet je doen!’

Zij heeft me er ook op gewezen dat er in Groningen een vooropleiding van de toneelschool was. Dat heb ik een jaar gedaan tijdens mijn derde jaar vwo. Maar tussen iets willen en het ook echt doen ligt vaak nog een hele weg. Het eerste wat we op die vooropleiding deden, was een improvisatie. Ik weet niet meer wat we improviseerden, maar ik weet wel wat ik voelde: sensatie, spanning! Dat je voelt dat je richting kunt geven aan een verhaal. Dat je iets in beweging kunt zetten. Dat je uit niets iets kunt maken. Ik had in die improvisatie gehuild en ik had dat ook weer kunnen stoppen. Nou, dat was geweldig! Dat gaf me wel de moed om auditie te doen voor de toneelschool.”

Daar ging je dan. Achttien jaar, uit Veenhuizen naar Amsterdam.
“Veenhuizen is een dorp waar duizend mensen wonen. Totdat ik naar Amsterdam ging, was er daar niet veel meer dan de hond en de hei. Ik geloof dat ik daar geleerd heb om het uit mezelf te halen; uit mijn eigen geest, mijn eigen fantasie. Het was best eenzaam, maar het is ook een heel goede basis gebleken.”

Lees ook: Modemakers Puck & Hans: 'We zijn allebei verliefd geweest op een ander, maar kozen voor elkaar'

Is de praktijk geworden wat je dacht of hoopte dat het zou worden?
“Ik was in Amsterdam meer bezig met het gegeven dat er een Leidseplein was en een Rembrandtplein. Ik heb eigenlijk niet zoveel gehad aan de toneelschool. Ja, wel íets natuurlijk, maar het echte spelen heb ik in de praktijk geleerd door elke avond naar de mensen te kijken met wie ik op het toneel stond; Ariane Schluter, Lou Landré en de regisseurs, de schrijvers met wie ik heb gewerkt. Van hén heb ik het geleerd.”

Is het een romantisch vak? “Hoe bedoel je, ‘romantisch’?”

Nou, de mensen met wie je werkt – dat is nogal intiem. Ze zijn geen familie, maar ze zijn wel heel vertrouwd.
“Ja. Dat moet. Die vertrouwdheid moet er zijn. Anders werkt het niet. En we lachen heel veel. Je hebt je lievelingen, bij wie je graag zit tijdens de lunch. Bij mij zijn dat de jongens van de techniek. Daar ben ik dol op. Die ‘niet lullen maar poetsen’-mentaliteit. Gerrit bijvoorbeeld, die werkt al vanaf zijn zestiende bij het Nationale Toneel, die praat de hele dag door plat-Haags, kent iedereen. Daar hou ik heel erg van. En je hebt collega’s met wie je heel persoonlijk bent. Ja, in die zin is het wel familie. Je hoort van elkaars sores, je ziet elkaars blote kont, je ziet elkaar lelijk spelen en zoeken en knokken. In die zin is het een heel romantisch vak, ja. Het theater is een plek waar je troost kunt vinden als toeschouwer. En voor ons een plek om te laten zien hoe wij erover denken. Dat je dat samen doet, dat is heel romantisch, ja.”

Vind jij jezelf een artiest? “Ja!” En dan volgt er een enorme schaterlach.

'Bowie zei in een filmpje dat een artiest nooit voor de veiligheid moet kiezen. Daarmee was de beslissing om ontslag te nemen, genomen'

Je hebt tien jaar bij het repertoire­toneel gezeten. Dan ben je uitvoerder van de ideeën van anderen; de schrijver, de regisseur. Vind je dat niet lastig?
“Weet je, voor de grap heb ik vorig jaar een paar maanden verlof opgenomen. In die tijd heb ik met twee collega’s, Vincent Linthorst en Mark Rietman, een voorstelling gemaakt voor De Parade die niet per se heel goed was – het rammelde aan alle kanten –, maar die sensatie was er weer: van het zelf maken en zelf uitvoeren. Als actrice ben je inderdaad heel dienstbaar aan de ideeën van anderen. Dat is inherent aan het vak. Ik voel me na tien jaar bij hetzelfde gezelschap soms een golden retriever die steeds de geworpen bal moet terugbrengen. Ik blijk toch ook een maker te zijn; iemand die eigen ideeën wil vormgeven, die zelf voorstellingen wil maken. Dus ja, dan moet je uit de veiligheid weg.”

Wanneer nam je het besluit om op te stappen?
“Ik las een interview van mezelf terug van een paar maanden geleden. Daar stond: ‘Ik voel me op mijn plek en ik voel me veilig bij het Nationale Toneel. Het is een veilige omgeving waar ik me kan ontwikkelen.’ En toen dacht ik: dit zei ik in 2005 ook al. En we zijn nu meer dan tien jaar verder! Die veiligheid kreeg ineens iets beklemmends. En daags nadat ik dat interview teruglas, overleed Bowie; ik zag een filmpje waarin hij zei dat een artiest nooit voor de veiligheid moet kiezen. Daarmee was de beslissing om ontslag te nemen, genomen. Ik heb er ook elke dag een beetje spijt van, want er gaat nu heel veel open­breken bij het Nationale Toneel met veel nieuwe makers, maar ja. Als ik nu niet ga, dan ga ik nooit meer.”

Dus weg vaste baan. En nu?
“Ik heb honderd ideeën voor voorstellingen. Dit gevoel van zelf maken is helemaal losgekomen door die Parade-voorstelling. Daarvoor was ik toch vooral bezig met goed leren spelen. Maar nu ik daar wat zekerder over ben, komt dat andere los. Ik zou samen willen maken, willen schrijven, ik zou ook willen vorm­geven, een atelier willen hebben, maar ik doe het tot dusver niet.”

Ga je nu zelf producties maken?
“Ik beloof nu, en hierbij staat het op papier, dat ik mezelf de komende tien jaar gun om elke dag ten minste een kwartier te schrijven. Ik weet niet of ik schrijver ben, maar ik weet wel dat áls ik het doe, dat het dan gaat. Dan begin ik met een zinnetje en vervolgens komt er een vliegwiel in beweging. Het is improviseren op papier.”

Wil je jezelf in beweging zetten? “Ja, ik geloof wel dat ik dat wil. Ik wil dingen gaan proberen. Niet alles zal lukken, maar dat hoort erbij. Als je maar weet waar je naar op weg was. Als je maar niet vergeet wat je aan het proberen was.”

Het lijkt of je jezelf aan het loswrikken bent.
“Ja. Ik zou onafhankelijker willen zijn. Geen vaste baan, geen hypotheek. Je moet weg kunnen wanneer je dat wilt. Ik wil mijn zelfstandigheid behouden. Zo ben ik opgevoed. Mijn man René en ik hebben een paar jaar geleden een huis gekocht, maar dat zou ik nu niet meer doen. Ik zou nu gaan huren en heel veel spullen wegdoen. Vrienden van ons hadden een cadeautje meegebracht voor onze kinderen. Het was een tweedehands houten autootje. Dat vond ik zo goed. Maar om dan zelf een tweedehandsje te geven, dat durf ik dan niet. Associatie met gierig en zo. Dat wil je niet. Onzin natuurlijk.”

Je hebt altijd geweten dat je je eigen geld zou verdienen?
“Al zou ik met de CEO van Shell getrouwd zijn, dan nog zou ik mijn eigen geld verdienen. Het klinkt heel erg wat ik nu ga zeggen, en ik wil het ook helemaal niet, maar ik vind wel dat je zo moet leven, zo in een relatie moet staan, dat je altijd weg kunt. Je moet altijd voor jezelf kunnen zorgen en niet te veel vast zitten aan spullen. Weg met die spullen.”

Over Anniek
Anniek Pheifer (39) speelde al in vele tv-series, nu in Bitterzoet, en films, recentelijk nog in Hartenstrijd. Ze won in 2015 de Mary Dresselhuys Prijs. Tien jaar lang speelde zij bij het Nationale Toneel. Ze is getrouwd met acteur René van Zinnicq Bergmann. Samen hebben ze twee zonen, Willem en Douwe.

Bovenstaand interview is een deel van het gesprek dat Maria Goos had met Anniek Pheifer. Je leest het hele artikel in de nieuwe Nouveau, die nu in de winkel ligt.

Ze is een instituut, met oneindig veel ervaring in de politiek en het bedrijfsleven. Daardoor kreeg ze wel kritiek op haar moederschap te verduren. ‘Maar dat moet je gewoon van je af zetten. Niemand kan voor jou uitmaken hoe je moet leven.’ Het interview met deze Grande dame werd een indrukwekkend persoonlijk gesprek.

Zakelijk en efficiënt is ze, maar ook openhartiger dan verwacht. Persoonlijke vragen, bijvoorbeeld over haar moederschap, krijgen een oprecht antwoord. Ze is een instituut, met oneindig veel nationale en internationale ervaring in zowel de politiek als het bedrijfsleven, maar nog lang geen monument.

Dat haar adviseurschappen bij de Amerikaanse bank Merrill Lynch en de veelbesproken online vervoersaanbieder Uber dit najaar aflopen, is voor haar geen reden om het rustiger aan te gaan doen.

‘Absoluut niet!’ zegt ze gedecideerd. ‘Daar komt gewoon wat nieuws voor in de plaats.’

Welke levensles heeft u het meest geraakt?

‘Een cynische les, helaas. Ik heb tijdens de Vietnamoorlog in 1972 het front bezocht, op uitnodiging van de Zuid-Vietnamese regering.

Ter plekke werd ik bijgepraat, met hulp van een vertaalster. Aan het eind van de eerste dag maakte zij me subtiel duidelijk dat ik een erg gekleurd beeld kreeg voorgeschoteld. Om het ware verhaal te kennen, ben ik met haar naar een kamp gegaan met hutjes van golfplaat en verder alleen modder.

In één hutje woonde een hoogzwangere vrouw met zes kleine kinderen, die allemaal aan het huilen waren. Ik zag in een hoek een Christusbeeldje staan en zei: “U zult wel veel steun ontlenen aan uw geloof!”

Waarop zij bitter antwoordde: “Mevrouw, ik heb geen tijd voor het geloof. Ik moet alleen zorgen dat we ook deze dag weer overleven.”

Op dat moment besefte ik hoe gauw je vanuit je veilige westerse perspectief geneigd bent ellende toe te dekken: “Doorzetten, dan komt het allemaal vast weer goed!”

Terwijl je veel meer onbevangen moet zijn en écht geïnteresseerd. Pas dan heb je kans om de wereld een beetje beter te maken.’

Met Neelie Kroes praten we verder over haar carrière, moederschap, oma zijn, het vrouwenhart en het doorbreken van rolpatronen. Nu in de winkel!

Beeld: Stef Nagel. Tekst interview: Monique van de Sande.

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Vierentwintig vrouwen ontmoette Maria Goos de afgelopen anderhalf jaar voor Nouveau. Vrouwen die haar ontroerden en inspireerden. Deze maand nemen we afscheid van de scenarioschrijfster. We blikken terug en vooruit op haar leven dat zo ingrijpend is veranderd. 'Ik werd teruggeworpen op mezelf, maar ik leef weer volop.’

Maria Goos heeft zichzelf de afgelopen jaren opnieuw uitgevonden. Haar leven stond na haar scheiding, vijf jaar geleden, volledig op zijn kop. Maar het schrijven behoedde haar voor die diepe put waarin ze per se niet terecht wilde komen. Ze maakte van een aantal nadelen daadwerkelijk een voordeel.

Ze schreef toneelstukken, ging op reis, koesterde haar vrienden en haar volwassen dochters, verwelkomde een kleinkind en liet zich inspireren door de 24 vrouwen die ze voor 22 Nouveau-interviews ontmoette.

Het was een mooi avontuur

In haar sfeervolle huis in het drukke hart van Amsterdam blikt ze terug op anderhalf jaar, soms enerverende, ontmoetingen met bekende Nederlandse vrouwen. ‘Ik heb het zeer leuk en inspirerend gevonden; fantastische vrouwen ontmoet. Het was een mooi avontuur.’

Welk gevoel heb je aan die 22 interviews overgehouden?

‘Ze waren allemaal heel verschillend, maar een paar hebben diepe indruk op me gemaakt.

Is er een gemene deler te vinden in de vrouwen die je hebben geïnspireerd?

‘Ja, het vermogen je eigen geluk niet afhankelijk te maken van anderen…

Wat me intrigeert, zijn vrouwen die gretig leven. Ik heb een aversie tegen mensen die zichzelf van alles ontzeggen, die altijd maar bang zijn. Ik voel me het meest thuis bij mensen die zich loswrikken en risico’s durven nemen.

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat je bent gescheiden van Peter Blok, heb jij je voor je geluk in de 33 jaar dat jullie samen waren, ooit afhankelijk gemaakt van je man?

‘Ik heb nu in elk geval een veel groter gevoel van eigenwaarde dan toen ik getrouwd was. Het ging altijd wel erg om wat we samen uitdroegen. Dat we zo gelukkig waren, dat we zulke mooie producties maakten… Een boegbeeld van lang en gelukkig. Maar wie ik in essentie was, ben ik kwijtgeraakt.

Nu komt dat weer terug. Als je ineens wordt teruggeworpen op jezelf, ontdek je interessante dingen. Bijvoorbeeld dat een beetje van jezelf houden nog helemaal zo makkelijk niet is. Het gekke is dat ik dat nu beter kan dan toen ik nog getrouwd was.’

De liefde als keurslijf. Is daar niet aan te ontkomen?

‘Nou, die jaren met Peter waren ook een enorme verwennerij. Het idee dat je altijd wist dat er iemand intens van je hield. Maar je meandert in een langdurige relatie wel naar elkaar toe.

Je gaat bepaalde dingen doen en laten omdat de ander het wel of niet leuk vindt, omdat het niet handig is voor de gezamenlijke planning. Het is een soort jas die je aantrekt. Een warme jas, begrijp me niet verkeerd, maar niet jóuw jas. Die jas is bij mij nu uit en dat is toch wel fijn.’

Dat betekent niet dat je herinneringen een andere lading krijgen?

‘Nee, die koester ik. Ik heb van de jaren met Peter en de kinderen genoten, ik zie het als een geschenk.

Je houdt van een beetje onaangepast, dat kwam nog ter sprake in je interview met Wende Snijders. Bij welke vrouwen vond je dat?

‘Bij Loes Luca, zij is onaangepast en eigenzinnig. Best lastig om haar te interviewen, want ze is een van mijn beste vriendinnen. Dat gold ook voor Hedy d’Ancona. We zien elkaar nog geregeld en het is altijd leuk met haar.

Welk interview vond je achteraf gezien het moeilijkst?

‘Dat met Sonja Barend, omdat ik haar al zo lang bewonder. Ik zag haar vanaf mijn zestiende op televisie, een wereld die ik niet kende. Zo’n mooie, leuke, goed geklede vrouw die het voor het zeggen had. Een rolmodel. Ik kon dat moeilijk van me af zetten.

Ik dacht: ik zit hier met Sonja Barend en ze zet koffie voor me. Als mijn moeder me nu zou kunnen zien….’

Zij was net zo onder de indruk van jou.

‘Haha, ja, dat heeft ze me later verteld, maar dat wist ik tijdens het interview niet.’

En dan Femke Halsema die niets over haar aanstaande burgemeesterschap mocht zeggen...

Femke heeft best stevige dingen gezegd in dat licht. Zoals: “Er wordt mij al snel een multiculturele meegaandheid toebedeeld, waardoor ik alles maar zou vergoelijken, maar dat is helemaal niet waar. Ik geloof in een sterke rechtsstaat, waarin je heel goed van elkaar kunt verschillen, maar je zult mij nooit horen zeggen dat de sharia een goed idee is of dat hoofddoekjes leuk zijn, want dat vind ik niet.’'

In wat voor fase ben je als vrouw?

‘Ik leef weer volop. Zonder mijn grote liefde, maar niet zonder liefde. Mijn leven is vól liefde. Liefde heeft een andere vorm gekregen. Ik heb vriendschappen met mensen die ik al veertig jaar ken, met wie ik me intens verbonden voel. Het is alleen maar hechter geworden.

Ik heb ook een heel sterke band met mijn dochters. De scheiding heeft me niet alleen maar dingen afgenomen, het heeft me ook veel gegeven. Het heeft me mijn zwaktes getoond, maar ook mijn kracht. De wereld ligt weer voor me open.’

Benieuwd naar heel het interview met Maria Goos en alle anekdotes over de bekende en inspirerende vrouwen die ze interviewde? Nu in Nouveau.

Beeld: Sacha de Boer, Stef Nagel, Anne Timmer

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in