Stine Jensen (45) schrijft elke maand een vaste column in Nouveau over haar zoektocht naar wijsheid, liefde en geluk en zichzelf... "Dat is nog wel een project...".

‘Durven is je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen’. Het is het levensmotto van Stine Jensen, ontleend aan een uitspraak van de Deense filosoof Kierkegaard. “Het gaat over jezelf durven zijn,” legt ze uit.

“Soms is het eng om aan iets nieuws, iets totaal anders te beginnen, maar meestal weet je ook dat je jezelf verloochent als je het niet doet. Maar eerlijk is eerlijk, jezelf vinden is niet gemakkelijk; het gaat niet vanzelf, anders zouden psychologen en coaches het ook niet zo druk hebben. Autonoom ervaren wie je bent, is een uitdaging. Voor mij, als helft van een eeneiige tweeling helemaal, omdat je in een soort symbiose hebt gezeten."

Jensen studeerde literatuurwetenschap en filosofie, ze schrijft kinderboeken, romans en wetenschappelijke boeken. Met haar tweelingzus Lotte publiceerde ze vorig jaar Het Zussenboek en of dat nog niet genoeg is, maakt ze twee dagen per week het programma Dus ik ben voor tv-zender Human. Ze geeft ook lezingen en is sinds enkele jaren yoga-instructrice. Die yoga hielp haar bij haar eigen innerlijke zoektocht.

“Ik deed al aan yoga, maar ik ben de opleiding gaan volgen na een crisisperiode. Ik was 38, had twee banen en een kind en ik kon niet meer. Toen ik op een gegeven moment door mijn rug ging en niet meer kon bewegen, realiseerde ik me dat ik echt iets moest veranderen.”

Inmiddels staat Stine weer sterk en gelukkig in het leven. Ze overleefde een echtscheiding en doet het goed als single mum van haar nu zevenjarige dochter. Ook heeft ze tegenwoordig weer een geliefde.

"Veel van wat ik laatst heb geschreven gaat over identiteit. Er zijn talloze manieren om uit te vogelen wie je bent, door creatieve processen, schrijven, muziek maken… maar in deze tijd drukken we vooral uit wie we zijn door onze voor- en afkeuren. Het is in deze hectische tijd ook moeilijk om de tijd te vinden om werkelijk stil te staan en je echt af te vragen wie je bent."

Ze heeft dan ook bewondering voor vrouwen die duidelijk met zichzelf op hun gemak zijn. Mooie agelesswomen met inhoud.

"Vrouwen als Carine Crutzen, Johanna ter Steege, Germaine Greer, Hanneke Groenteman. Ageless beauty draait niet om uiterlijke schoonheid. Al is uiterlijk wel degelijk een manier om te onderstrepen wie je bent. Iedereen zegt wel eens bij het passen van een kledingstuk: Dat ben ik niet. Kennelijk is er dus wel een zelfbeeld. En het is leuk om daarmee te experimenteren… Door iets anders aan te trekken, kun je je ook echt anders voelen. Dat is voor een deel het geluk van het vrouw zijn. Dat theater, die verkleepartij. Maar het gevaar is dat je doorschiet, dat je uiterlijk alles gaat beheersen en dat je er je identiteit aan ontleent. Het is prachtig dat we er op alle leeftijden stralend uit kunnen zien, maar dat heeft niets te maken met een geforceerd jong blijven. Het mooie van ageless is dat je als je ouder wordt niet klaar bent met het leven, maar er nog middenin staat, je idealen kunt nastreven en waarmaken... Daarom word ik heel blij van een vrouw als Joanna Lumley die op haar 70ste schittert in haar reisprogramma over Japan. Dat dat kan, is voor mij een van de meest waardevolle verworvenheden van deze tijd."

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

En opeens sta ik op mijn hoofd. Nog niet helemaal op eigen kracht – Marloes, mijn yogajuf, houdt me vast bij mijn taille – maar het lukt 
me zowaar mijn benen te strekken en een minuut te blijven staan. Wow, this is exciting! Ondersteboven grijns ik van oor tot oor. Dat moet een vreemd gezicht zijn.

Het begon allemaal een paar jaar geleden en goed beschouwd per ongeluk. Ik had een ­schouderblessure opgelopen bij de bodypump, mijn spinningschoenen waren gestolen uit de kleedkamer van mijn sportschool na een af­mattende sessie waarbij ik het snot voor mijn ogen had gefietst. Omdat ik toch iets moest van mijzelf, schreef ik me in voor een yogalesje. Niet zonder vooroordelen: ik verwachtte voornamelijk bejaarde dames en een dito juf die op het geluid van klingelende belletjes spirituele taal zou bezigen. Tot mijn verbazing was ik de oudste; om mij heen zag ik voornamelijk fitgirls in strakke leggings en tanktops. De juf had gespierde billen waar ik een moord voor zou doen. In de zaal was het kil, ik rilde in mijn hemdje, terwijl ik voor het eerst in mijn leven op een yogamatje mijn adem ‘stuurde naar de pijnpunten’ in mijn lijf. Langzaam werd de les opgebouwd en na een kwartier begreep ik waarom de airco op volle toeren draaide. Sodeju, dit was poweryoga, waarbij de ene oefening na de andere in hoog tempo werd uitgevoerd en alle 650 skeletspieren een flinke beurt kregen. De volgende dagen had ik spierpijn. Spierpijn van de yoga – ik kon het niet geloven. De week erop ging ik weer, en al gauw was ik verslaafd aan mijn wekelijkse sessies. Ik probeerde ook wat andere vormen van yoga uit: hatha, yin, noem maar op, en ik vond het allemaal fijn. 

Maar de poweryoga van Marloes vind ik toch het allerfijnst. Erna voel ik me soepel, sterk en ook mentaal verlaat ik geheel opgefleurd en zen de zaal. Op één ding na: als yogabeoefenaar wordt mij elke week verteld dat het gaat om de intentie, niet om het resultaat. Dat ik, kortom, mijn ego moet verbannen. Dat blijkt voorlopig te veel gevraagd van een ambitieus type als ik. Pas als ik die kopstand geheel zelfstandig kan, en de billen van Marloes bezit, pas dan is deze yogi een echt tevreden mens.
 

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

Als ik me in een gesprek laat ontvallen dat ik op Tinder zit, kan ik twee reacties verwachten. Of de ander vertrekt geen spier - want wie zit er nou niét op Tinder? - of hij of zij valt achterover van verbazing. ‘Wat, jij? Maar op Tinder zitten toch alleen maar mensen die op seks uit zijn? Zielige, eenzame, perverse mensen? Wat moet jij daar?’ Ik moet daar altijd om lachen. Of seks iets vrese­lijks en viezigs is, uitsluitend bedoeld voor eenzame, zielige, perverse mensen. Nu moet ik bekennen dat ik tot een jaar geleden ook dacht dat je op Tinder uitsluitend onenightstands kon scoren. Totdat ik hoorde ik dat een man, die ik in het geheim bijzonder leuk vond, verliefd was geworden op een vrouw die hij via dit dating­platform had ontmoet. Aanvankelijk was ik in shock. Toen was ik om.

Een profiel was snel aangemaakt en daarmee kon het spel van swipen en liken of afwijzen beginnen. In het begin deed ik dat met kloppend hart: ‘Stel je voor dat ik hier betrapt word door een bekende!’ Toen realiseerde ik me dat die bekende zich net zo betrapt zou kunnen voelen. En ik kwam ze inderdaad tegen: kennissen en collega’s, gebonden en ongebonden. Ik swipete ze snel naar links, weg ermee, zoals je in het echte leven een andere kant zou opkijken wanneer je iemand ziet die je op dat moment niet wilt zien. Het bleek een democratisch platform bij uitstek, waarop zowel bouwvakkers als bankiers voorbijkomen. Beschaafde intellectuelen die informeren welke krant je leest en getatoeëerde bonken die geen woord zonder spelfout kunnen tikken. Mannen die er ruiterlijk voor uitkomen dat ze graag een zweepje hanteren en stoute dingen met je willen doen, maar ook brave borsten die samen op de bank naar Heel Holland bakt willen kijken.

Maar tinderen bleek vooral vrolijker dan ik dacht. Ik heb inmiddels verschillende tindermannen ontmoet, saaie en speelse tinderconversaties gevoerd, opwindende en slaapverwekkende tinderdates gehad. Ik heb er zelfs een vriendschap uit gesleept, met een Italiaan die ik nog nooit heb gezien, maar die me elke dag virtuele rozen stuurt en die mij leert hoe ik spaghetti vongole moet maken: ‘Noo, not like Jamie! Is Jamie Italian?!’ Alleen die ene zielsverwant; inderdaad, goed dat je ernaar vraagt. Nee, die heb ik nog niet gevonden.