Stine Jensen (44) schrijft in haar column over haar zoektocht naar wijsheid, liefde en geluk in de wereld van yoga en filosofie.

Als Medina Schuurman en Isa Hoes een boek over ouder worden schrijven, dan heet dat De kunst van het mooi ouder worden. ‘Oké, we worden ouder, maar dan wel knetterknap en gezond graag,’ zeggen ze. Ja, wil ik ook, maar ik heb meer op mijn lijstje: mijn relatie levendig en liefdevol houden, het contact met mijn dochter goed houden, in contact met mijn gevoel blijven, helder van geest blijven. Ik ben nu 44 jaar. Mijn dochter is 7 jaar, vol energie, steeds mondiger en wereldwijzer. Mijn moeder is 72 jaar. Haar lichaam kan niet meer wat het ooit kon; haar geest is soms moe. Eens in de twee weken gaan we wat drinken. Het is maar een stukje rijden naar het centrum van het dorp. Meestal sputtert mijn ­dochter tegen: “Ik wil lopen!” Oma wil ook wel lopen, en ik trouwens ook, maar de energie is er niet altijd. Als we er zijn, dan bestellen we zalmbroodjes, ­koffie en verse jus. Mijn dochter wipt op haar stoel – kan ze beide koekjes te pakken krijgen? Ik ­probeer niet te veel op mijn telefoon te kijken. Mijn moeder praat voornamelijk over haar gezondheid. Ik neem me dan voor dat niet te gaan doen, al moet ik bekennen dat ik er nu al eindeloos over kan kleppen met vriendinnen.

             Lees ook: 12 uitspraken waar moeder achteraf gezien gelijk in had

Ik ben waakzaam dat ik ‘hoe gaat het?’ niet automatisch beantwoord in termen van drukte of moeheid. Ik vraag aan mijn dochter: “Wat wil jij liever als je groot wordt, knetter­knap of gezond?” Ze denkt na. “Mama, wat is knetterknap?” “Knetter­knap is on­­wijs mooi.” “Zoals jij?” “Ehm. Nou ja. Dankjewel, lieverd.” “Mag ik je koekje?” “Dat is dus niet zo knetter­­gezond, lunchen met koekjes,” merk ik op, maar oma heeft die van haar al gegeven. Volgens de oosterse yogische filosofie komt het leven met cycli. Je hebt de cyclus van zeven jaar (bewustzijns­verandering, de wereld wordt groter) van elf jaar (praktische intelligentie – je kunt de dingen gaan toepassen die je leerde) en van achttien jaar (energie­huishouding). In de spirituele wereld kom ik die knetterknappe, (emotioneel) gezonde, heldere vrouwen trouwens weleens tegen. Ouderdom is niet een periode waarin je ‘waste’ bent, overvloedig en overtallig, geen kostbare post van de samen­leving, maar een bron van wijsheid. Mooi! “Ik wil blij blijven,” zegt mijn dochter ineens. Oma knikt. “Ik ook.” Als ik zo met hen zit, dan komen er allerlei oude familiepatronen, kleine en grote ergernissen boven. Maar soms ben ik even écht knetterblij.

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

En opeens sta ik op mijn hoofd. Nog niet helemaal op eigen kracht – Marloes, mijn yogajuf, houdt me vast bij mijn taille – maar het lukt 
me zowaar mijn benen te strekken en een minuut te blijven staan. Wow, this is exciting! Ondersteboven grijns ik van oor tot oor. Dat moet een vreemd gezicht zijn.

Het begon allemaal een paar jaar geleden en goed beschouwd per ongeluk. Ik had een ­schouderblessure opgelopen bij de bodypump, mijn spinningschoenen waren gestolen uit de kleedkamer van mijn sportschool na een af­mattende sessie waarbij ik het snot voor mijn ogen had gefietst. Omdat ik toch iets moest van mijzelf, schreef ik me in voor een yogalesje. Niet zonder vooroordelen: ik verwachtte voornamelijk bejaarde dames en een dito juf die op het geluid van klingelende belletjes spirituele taal zou bezigen. Tot mijn verbazing was ik de oudste; om mij heen zag ik voornamelijk fitgirls in strakke leggings en tanktops. De juf had gespierde billen waar ik een moord voor zou doen. In de zaal was het kil, ik rilde in mijn hemdje, terwijl ik voor het eerst in mijn leven op een yogamatje mijn adem ‘stuurde naar de pijnpunten’ in mijn lijf. Langzaam werd de les opgebouwd en na een kwartier begreep ik waarom de airco op volle toeren draaide. Sodeju, dit was poweryoga, waarbij de ene oefening na de andere in hoog tempo werd uitgevoerd en alle 650 skeletspieren een flinke beurt kregen. De volgende dagen had ik spierpijn. Spierpijn van de yoga – ik kon het niet geloven. De week erop ging ik weer, en al gauw was ik verslaafd aan mijn wekelijkse sessies. Ik probeerde ook wat andere vormen van yoga uit: hatha, yin, noem maar op, en ik vond het allemaal fijn. 

Maar de poweryoga van Marloes vind ik toch het allerfijnst. Erna voel ik me soepel, sterk en ook mentaal verlaat ik geheel opgefleurd en zen de zaal. Op één ding na: als yogabeoefenaar wordt mij elke week verteld dat het gaat om de intentie, niet om het resultaat. Dat ik, kortom, mijn ego moet verbannen. Dat blijkt voorlopig te veel gevraagd van een ambitieus type als ik. Pas als ik die kopstand geheel zelfstandig kan, en de billen van Marloes bezit, pas dan is deze yogi een echt tevreden mens.
 

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

Als ik me in een gesprek laat ontvallen dat ik op Tinder zit, kan ik twee reacties verwachten. Of de ander vertrekt geen spier - want wie zit er nou niét op Tinder? - of hij of zij valt achterover van verbazing. ‘Wat, jij? Maar op Tinder zitten toch alleen maar mensen die op seks uit zijn? Zielige, eenzame, perverse mensen? Wat moet jij daar?’ Ik moet daar altijd om lachen. Of seks iets vrese­lijks en viezigs is, uitsluitend bedoeld voor eenzame, zielige, perverse mensen. Nu moet ik bekennen dat ik tot een jaar geleden ook dacht dat je op Tinder uitsluitend onenightstands kon scoren. Totdat ik hoorde ik dat een man, die ik in het geheim bijzonder leuk vond, verliefd was geworden op een vrouw die hij via dit dating­platform had ontmoet. Aanvankelijk was ik in shock. Toen was ik om.

Een profiel was snel aangemaakt en daarmee kon het spel van swipen en liken of afwijzen beginnen. In het begin deed ik dat met kloppend hart: ‘Stel je voor dat ik hier betrapt word door een bekende!’ Toen realiseerde ik me dat die bekende zich net zo betrapt zou kunnen voelen. En ik kwam ze inderdaad tegen: kennissen en collega’s, gebonden en ongebonden. Ik swipete ze snel naar links, weg ermee, zoals je in het echte leven een andere kant zou opkijken wanneer je iemand ziet die je op dat moment niet wilt zien. Het bleek een democratisch platform bij uitstek, waarop zowel bouwvakkers als bankiers voorbijkomen. Beschaafde intellectuelen die informeren welke krant je leest en getatoeëerde bonken die geen woord zonder spelfout kunnen tikken. Mannen die er ruiterlijk voor uitkomen dat ze graag een zweepje hanteren en stoute dingen met je willen doen, maar ook brave borsten die samen op de bank naar Heel Holland bakt willen kijken.

Maar tinderen bleek vooral vrolijker dan ik dacht. Ik heb inmiddels verschillende tindermannen ontmoet, saaie en speelse tinderconversaties gevoerd, opwindende en slaapverwekkende tinderdates gehad. Ik heb er zelfs een vriendschap uit gesleept, met een Italiaan die ik nog nooit heb gezien, maar die me elke dag virtuele rozen stuurt en die mij leert hoe ik spaghetti vongole moet maken: ‘Noo, not like Jamie! Is Jamie Italian?!’ Alleen die ene zielsverwant; inderdaad, goed dat je ernaar vraagt. Nee, die heb ik nog niet gevonden.