Heel gek misschien, maar ik geloof dat ik deze tekst al eens gelezen heb en volgens mij ging ’ie over dezelfde auto…’ Als je dat constateert na twaalf jaar presenteren op televisie, weet je dat het eindpunt bereikt is. De volgende dag vertelde ik de eindredacteur van het programma Stapel op auto’s dus dat ik zou stoppen met presenteren. In de jaren ervoor had ik alles gezien, was ik in alle autofabrieken geweest die ertoe doen en had ik in alle auto’s gereden waar ik als kind van droomde.

Als ik daaraan denk… De testpiloot van Ferrari, die zo hard over het circuit raasde dat ik mijn leven voor mijn geestesoog voorbij zag vliegen. Onmogelijk snel reed hij op een linke bocht af, me intussen vertellend dat ’ie laatst Michael Schumacher nog achter zich had gelaten. Er moet nu nog ergens een grijze 456GT rondrijden, de eerste moderne vierzits-Ferrari, met diepe groeven van mijn nagels in het leer. Rijden als een duivel deed ’ie, deze Daniele, maar op de vraag waarom hij het nooit in de Formule 1 had geprobeerd, antwoordde hij: “Dat durfde ik niet!”

We waren ook eens bij Bentley. Daar mochten we het nieuwe Touring-model niet filmen, omdat die voor de sultan van Brunei was. Maar die filmden we toch, natuurlijk.

Bij de Britse Morgan Motor Company staarden we, als in een droom, naar snelle TVR’s en chique Aston Martins. Bij Jaguar werd ons door mannen met stropdassen verteld dat we de baas van dat moment, Nick Scheele, niet mochten filmen omdat hij het veel te druk had met van alles. Terwijl we over de begane grond dwaalden, kwam er een dasloze man de trap af, die ik meteen herkende als de grote baas. “Where are you from?” vroeg hij heel 
vriendelijk aan onze eindredacteur en toen ’ie hoorde dat dat The Netherlands was, volgde er meteen een uitvoerige demonstratie van zijn grondige kennis van ons land. Nadat meneer Scheele had verteld dat his wife from Venlo was en had gehoord dat ik uit het belendende Tegelen kwam, gingen alle deuren voor ons open en konden we, ondanks de vier steeds kwader wordende maatpakken om hem heen, vragen wat we wilden.

En dan die toestand met de Range Rover. We wilden dat Engelse gevaarte eens 
testen op dat waarvoor het eigenlijk is gemaakt: ploeteren en ploegen op onverhard en weerbarstig, liefst glooiend, terrein. Over de grens in België was een bouwput gevonden die iedere rallyrijder voor de grootste uitdagingen zou stellen. Tot aan de eerste meter van dit vrijwel onberijdbare circuit voldeed onze Range aan de hoogst mogelijke verwachtingen. Doch, eenmaal in de bouwput en tot over de motorkap onder water, produceerde onze Range een hoog, schril geluid en stopte hij acuut met de levering van alles wat deze beauty zo bijzonder maakte.

De Range Rover moest op een trailer terug naar de importeur, waar onderzoek leerde dat er water in de computer was gekomen. Ter compensatie mochten wij drie dagen op cursus naar Eastnor Castle in Engeland, waar zelfs deelnemers aan de Camel Trophy de fijne kneepjes van rijden op het zwaarst mogelijke terrein kwamen leren. Het was, opnieuw, onvergetelijk.

En verder… Heb ik het noorderlicht gezien in Lapland, met naast me op het ijs een man die dit fenomeen voor het eerst in 24 jaar aanschouwde en overmand door emoties luid begon te wenen, ben ik vaak op banden met spikes over ijzige vlakten gestuurd en heb ik in een nieuwe Camaro 285 km per uur gereden, op een speciaal voor de gelegenheid afgezette weg.

Al mijn jongensdromen op autogebied waren méér dan vervuld. Toen ik dat besefte, stopte ik van het ene moment op het andere en heb ik er nooit meer naar getaald. Misschien heeft het met het woord ‘auto’ te maken, dat ‘zelf’ betekent. Zelf begonnen en zelf besloten te stoppen. Het was goed zo...

Huub Stapel (1954) studeerde aan de Toneelschool van Maastricht en woont in Amsterdam. Hij heeft twee volwassen zonen.

Klik hier voor meer columns van Huub Stapel

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

En opeens sta ik op mijn hoofd. Nog niet helemaal op eigen kracht – Marloes, mijn yogajuf, houdt me vast bij mijn taille – maar het lukt 
me zowaar mijn benen te strekken en een minuut te blijven staan. Wow, this is exciting! Ondersteboven grijns ik van oor tot oor. Dat moet een vreemd gezicht zijn.

Het begon allemaal een paar jaar geleden en goed beschouwd per ongeluk. Ik had een ­schouderblessure opgelopen bij de bodypump, mijn spinningschoenen waren gestolen uit de kleedkamer van mijn sportschool na een af­mattende sessie waarbij ik het snot voor mijn ogen had gefietst. Omdat ik toch iets moest van mijzelf, schreef ik me in voor een yogalesje. Niet zonder vooroordelen: ik verwachtte voornamelijk bejaarde dames en een dito juf die op het geluid van klingelende belletjes spirituele taal zou bezigen. Tot mijn verbazing was ik de oudste; om mij heen zag ik voornamelijk fitgirls in strakke leggings en tanktops. De juf had gespierde billen waar ik een moord voor zou doen. In de zaal was het kil, ik rilde in mijn hemdje, terwijl ik voor het eerst in mijn leven op een yogamatje mijn adem ‘stuurde naar de pijnpunten’ in mijn lijf. Langzaam werd de les opgebouwd en na een kwartier begreep ik waarom de airco op volle toeren draaide. Sodeju, dit was poweryoga, waarbij de ene oefening na de andere in hoog tempo werd uitgevoerd en alle 650 skeletspieren een flinke beurt kregen. De volgende dagen had ik spierpijn. Spierpijn van de yoga – ik kon het niet geloven. De week erop ging ik weer, en al gauw was ik verslaafd aan mijn wekelijkse sessies. Ik probeerde ook wat andere vormen van yoga uit: hatha, yin, noem maar op, en ik vond het allemaal fijn. 

Maar de poweryoga van Marloes vind ik toch het allerfijnst. Erna voel ik me soepel, sterk en ook mentaal verlaat ik geheel opgefleurd en zen de zaal. Op één ding na: als yogabeoefenaar wordt mij elke week verteld dat het gaat om de intentie, niet om het resultaat. Dat ik, kortom, mijn ego moet verbannen. Dat blijkt voorlopig te veel gevraagd van een ambitieus type als ik. Pas als ik die kopstand geheel zelfstandig kan, en de billen van Marloes bezit, pas dan is deze yogi een echt tevreden mens.
 

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

Als ik me in een gesprek laat ontvallen dat ik op Tinder zit, kan ik twee reacties verwachten. Of de ander vertrekt geen spier - want wie zit er nou niét op Tinder? - of hij of zij valt achterover van verbazing. ‘Wat, jij? Maar op Tinder zitten toch alleen maar mensen die op seks uit zijn? Zielige, eenzame, perverse mensen? Wat moet jij daar?’ Ik moet daar altijd om lachen. Of seks iets vrese­lijks en viezigs is, uitsluitend bedoeld voor eenzame, zielige, perverse mensen. Nu moet ik bekennen dat ik tot een jaar geleden ook dacht dat je op Tinder uitsluitend onenightstands kon scoren. Totdat ik hoorde ik dat een man, die ik in het geheim bijzonder leuk vond, verliefd was geworden op een vrouw die hij via dit dating­platform had ontmoet. Aanvankelijk was ik in shock. Toen was ik om.

Een profiel was snel aangemaakt en daarmee kon het spel van swipen en liken of afwijzen beginnen. In het begin deed ik dat met kloppend hart: ‘Stel je voor dat ik hier betrapt word door een bekende!’ Toen realiseerde ik me dat die bekende zich net zo betrapt zou kunnen voelen. En ik kwam ze inderdaad tegen: kennissen en collega’s, gebonden en ongebonden. Ik swipete ze snel naar links, weg ermee, zoals je in het echte leven een andere kant zou opkijken wanneer je iemand ziet die je op dat moment niet wilt zien. Het bleek een democratisch platform bij uitstek, waarop zowel bouwvakkers als bankiers voorbijkomen. Beschaafde intellectuelen die informeren welke krant je leest en getatoeëerde bonken die geen woord zonder spelfout kunnen tikken. Mannen die er ruiterlijk voor uitkomen dat ze graag een zweepje hanteren en stoute dingen met je willen doen, maar ook brave borsten die samen op de bank naar Heel Holland bakt willen kijken.

Maar tinderen bleek vooral vrolijker dan ik dacht. Ik heb inmiddels verschillende tindermannen ontmoet, saaie en speelse tinderconversaties gevoerd, opwindende en slaapverwekkende tinderdates gehad. Ik heb er zelfs een vriendschap uit gesleept, met een Italiaan die ik nog nooit heb gezien, maar die me elke dag virtuele rozen stuurt en die mij leert hoe ik spaghetti vongole moet maken: ‘Noo, not like Jamie! Is Jamie Italian?!’ Alleen die ene zielsverwant; inderdaad, goed dat je ernaar vraagt. Nee, die heb ik nog niet gevonden.