Ik ken mannen. Ik ben met ze samengeweest voor langere of kortere tijd. Ik ken hun lichaam en hun geest. En wat is mijn conclusie? Dat er niet één soort man bestaat, maar vele soorten en dat al die verschillende archetypes op hun eigen manier kunnen inspireren.

Zo heb je De Prater. Deze man is blij met elk onderwerp, met hem hoeft er nooit een stilte te vallen. Hij is geïnteresseerd in wat een ander vindt, zolang er maar een aanleiding is om zelf te praten. Het is gezellig om in zijn buurt te zijn, maar weet wel dat u hem altijd moet delen met anderen. Luisteren is het moeilijkste wat er bestaat voor deze man. Houd er ook rekening mee dat onder die enorme woordenstroom zijn twijfels, onzekerheden en angsten verborgen blijven. Want daar komt De Prater niet graag voor uit. Heel anders is dat met De Denker. Uit deze man moet je de woorden vaak trekken. Hij denkt als een wetenschapper en neigt naar wat wij vrouwen ‘gevoelsarm’ noemen. Zelf zal de denker dat helemaal niet zo ervaren. Spontaan en gezellig zijn niet de woorden die bij een denker passen, maar hij is daarentegen wel loyaal en eerlijk. Zijn grootste passie is de wetenschap. Dus als u van uzelf een wetenschappelijk onderwerp weet te maken, zit u met De Denker gebakken.

Dan De Doener. Deze handyman, Sport-Billy en verenigingsman is altijd bezig. Is het niet met het sleutelen aan de auto, werken in de tuin of in elkaar timmeren van een schuurtje, dan wel met het trainen van de voetbaljeugd of het organiseren van zeilwedstrijden. Zijn pluspunten zijn dat hij dingen gedaan krijgt, een lekker lijf heeft door al die fysieke inspanning en niet snel zeurt. Nadeel is dat je deze man niet kunt bijbenen als je zelf niet sportief bent. En krijg hem maar eens met een glas wijn op de bank om het over de diepere lagen van het leven te hebben…

Nee, daarvoor moet u bij De Voeler zijn. Deze man leeft ongeremd en heeft een enorm rijk gevoelsleven. Zijn passie zit diep en hij voelt het ook feilloos aan als u ergens mee zit. Met zijn gevoelige woorden weet hij precies de juiste snaar te raken. Hij kleurt met elke sociale groep mee als een kameleon. Soms lijkt het wel of hij steeds een ander is. Dat maakt hem ongrijpbaar. Het leven met deze man is groots en meeslepend. Dat zijn hevige gevoelens ook zomaar ineens naar een ander uit kunnen gaan, is wel een risico dat u moet incalculeren.

Met De Grappenmaker kun je lachen, feesten en losgaan. Hij relativeert alles met zijn humor en dat is meteen ook het nadeel, want probeer door dat geschut van scherpe grappen en flauwe moppen maar eens de weg naar zijn hart te vinden. Zo open als hij lijkt, zo gesloten is hij vaak. Wie een serieuze relatie met hem aan wil gaan, zal tot zijn kern moeten doordringen. Lukt dat niet, dan blijft u voor hem slechts publiek en dat is behoorlijk inwisselbaar.

Maar ach, dan is er altijd nog De Redder. Een man die vrouwen zoekt die hij kan redden van een lang en ongelukkig leven. Hij is ontzettend empathisch, lief en serieus. U zult hem dan ook tegenkomen als het net even niet lekker gaat. Maar let er wel op, dat hij u nog steeds ziet staan als u niet meer gered hoeft te worden. Of, nog erger: dat hij zelf geen problemen gaat creëren om maar te kunnen blijven redden.

En over problemen gesproken: dan is er nog De Drinker. Af een toe een glaasje, prima, maar die vlieger gaat voor de drinker niet op. U kunt hem niet redden van overmatig drank- of drugsgebruik. Eens een Drinker, altijd een Drinker.

Tot slot De Ideale Man. Die man heeft van alles een beetje. Hij heeft voldoende zelfreflectie om op tijd te switchen en bovenal heeft hij u ongelooflijk lief.

PS Die man heb ik gevonden!

Klik hier voor meer columns van Elle van Rijn

Elle van Rijn studeerde aan de Toneelschool Maastricht. Tegenwoordig is de actrice, die debuteerde met het boek 
De tragische geschiedenis van mijn succes vooral schrijfster. Met haar vriend en haar vier kinderen woont zij in Het Gooi. 

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

En opeens sta ik op mijn hoofd. Nog niet helemaal op eigen kracht – Marloes, mijn yogajuf, houdt me vast bij mijn taille – maar het lukt 
me zowaar mijn benen te strekken en een minuut te blijven staan. Wow, this is exciting! Ondersteboven grijns ik van oor tot oor. Dat moet een vreemd gezicht zijn.

Het begon allemaal een paar jaar geleden en goed beschouwd per ongeluk. Ik had een ­schouderblessure opgelopen bij de bodypump, mijn spinningschoenen waren gestolen uit de kleedkamer van mijn sportschool na een af­mattende sessie waarbij ik het snot voor mijn ogen had gefietst. Omdat ik toch iets moest van mijzelf, schreef ik me in voor een yogalesje. Niet zonder vooroordelen: ik verwachtte voornamelijk bejaarde dames en een dito juf die op het geluid van klingelende belletjes spirituele taal zou bezigen. Tot mijn verbazing was ik de oudste; om mij heen zag ik voornamelijk fitgirls in strakke leggings en tanktops. De juf had gespierde billen waar ik een moord voor zou doen. In de zaal was het kil, ik rilde in mijn hemdje, terwijl ik voor het eerst in mijn leven op een yogamatje mijn adem ‘stuurde naar de pijnpunten’ in mijn lijf. Langzaam werd de les opgebouwd en na een kwartier begreep ik waarom de airco op volle toeren draaide. Sodeju, dit was poweryoga, waarbij de ene oefening na de andere in hoog tempo werd uitgevoerd en alle 650 skeletspieren een flinke beurt kregen. De volgende dagen had ik spierpijn. Spierpijn van de yoga – ik kon het niet geloven. De week erop ging ik weer, en al gauw was ik verslaafd aan mijn wekelijkse sessies. Ik probeerde ook wat andere vormen van yoga uit: hatha, yin, noem maar op, en ik vond het allemaal fijn. 

Maar de poweryoga van Marloes vind ik toch het allerfijnst. Erna voel ik me soepel, sterk en ook mentaal verlaat ik geheel opgefleurd en zen de zaal. Op één ding na: als yogabeoefenaar wordt mij elke week verteld dat het gaat om de intentie, niet om het resultaat. Dat ik, kortom, mijn ego moet verbannen. Dat blijkt voorlopig te veel gevraagd van een ambitieus type als ik. Pas als ik die kopstand geheel zelfstandig kan, en de billen van Marloes bezit, pas dan is deze yogi een echt tevreden mens.
 

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

Als ik me in een gesprek laat ontvallen dat ik op Tinder zit, kan ik twee reacties verwachten. Of de ander vertrekt geen spier - want wie zit er nou niét op Tinder? - of hij of zij valt achterover van verbazing. ‘Wat, jij? Maar op Tinder zitten toch alleen maar mensen die op seks uit zijn? Zielige, eenzame, perverse mensen? Wat moet jij daar?’ Ik moet daar altijd om lachen. Of seks iets vrese­lijks en viezigs is, uitsluitend bedoeld voor eenzame, zielige, perverse mensen. Nu moet ik bekennen dat ik tot een jaar geleden ook dacht dat je op Tinder uitsluitend onenightstands kon scoren. Totdat ik hoorde ik dat een man, die ik in het geheim bijzonder leuk vond, verliefd was geworden op een vrouw die hij via dit dating­platform had ontmoet. Aanvankelijk was ik in shock. Toen was ik om.

Een profiel was snel aangemaakt en daarmee kon het spel van swipen en liken of afwijzen beginnen. In het begin deed ik dat met kloppend hart: ‘Stel je voor dat ik hier betrapt word door een bekende!’ Toen realiseerde ik me dat die bekende zich net zo betrapt zou kunnen voelen. En ik kwam ze inderdaad tegen: kennissen en collega’s, gebonden en ongebonden. Ik swipete ze snel naar links, weg ermee, zoals je in het echte leven een andere kant zou opkijken wanneer je iemand ziet die je op dat moment niet wilt zien. Het bleek een democratisch platform bij uitstek, waarop zowel bouwvakkers als bankiers voorbijkomen. Beschaafde intellectuelen die informeren welke krant je leest en getatoeëerde bonken die geen woord zonder spelfout kunnen tikken. Mannen die er ruiterlijk voor uitkomen dat ze graag een zweepje hanteren en stoute dingen met je willen doen, maar ook brave borsten die samen op de bank naar Heel Holland bakt willen kijken.

Maar tinderen bleek vooral vrolijker dan ik dacht. Ik heb inmiddels verschillende tindermannen ontmoet, saaie en speelse tinderconversaties gevoerd, opwindende en slaapverwekkende tinderdates gehad. Ik heb er zelfs een vriendschap uit gesleept, met een Italiaan die ik nog nooit heb gezien, maar die me elke dag virtuele rozen stuurt en die mij leert hoe ik spaghetti vongole moet maken: ‘Noo, not like Jamie! Is Jamie Italian?!’ Alleen die ene zielsverwant; inderdaad, goed dat je ernaar vraagt. Nee, die heb ik nog niet gevonden.