Aangenomen werk deel 24
Martin heeft via Sylvia een grote verbouwingsklus in Barbara’s huis gekregen. Omgekeerd heeft Barbara via Sylvia Martin gevonden. Het is aangenomen werk. Sylvia heeft zo’n vermoeden waar haar voormalige geliefde op uit is in Barbara’s huis en ze wacht benieuwd af. Voor haar is de relatie formeel voorbij, maar dat weet Martin zelf niet. Ze speelt een spel maar de vraag is of ze had kunnen voorspellen waar dat toe leidt.
‘Het leek me eigenlijk geweldig goed voor het project als hij mij zo leuk vond!’
Van zo dichtbij te horen hoe Martin te werk ging… Het was tamelijk onthutsend
Alle haatgedachten tolden door en over elkaar heen. Barbara bewonderde haar?
‘Ik zweer je dat het goed komt. Er gaat morgen iets groots gebeuren’
Barbara droeg een muisgrijs Juicy-trainingspak en gympen, ongewoon casual voor haar doen. Ze had dikke ogen en zag er jong en blond uit. Sexy, stelde Sylvia vast, maar daarna kwam de gemeenheid die ze voelde gelukkig weer opzetten, het helse vlammetje dat alle zachtaardige gedachten verkoolde.
Barbara glimlachte een beetje onzeker tegen Sylvia. Dat paste ook al niet bij haar. “Sylvia! Hallo! Alles goed? Heb je even… Je weet nog dat je me die aannemer aanraadde, toch?”
“Jazeker”, zei Sylvia glimlachend. “Martin! En? Hoe gaat het – of moet hij nog beginnen?”
“O, hij is bezig! Of hij bezig is! Alles is gesloopt, de badkamers liggen er alle drie uit” (Sylvia slikte. Drie?) “en de keuken is een soort kale schuur, nu even. We kamperen met zijn allen op zolder. Het is verschrikkelijk! Ik denk af en toe dat ik gek word. We moeten hier snel doorheen. Ik denk soms: ik wou dat ik er nooit aan was begonnen.” Ze lachte nerveus. Maar daarna werd haar stem hoog, snel en zakelijk. “Maar Sylvia, wat ik je wilde vragen, heb jij misschien een ander nummer van Martin? Ik kan hem niet bereiken en hij had me gegarandeerd dat de loodgieter in elk geval voor het weekend het water en het gas weer aan zou sluiten, maar ik zoek hem nu al de hele dag en zijn telefoon lijkt wel dood te zijn. Ik heb duizend boodschappen ingesproken en hij neemt gewoon niet op!”
“O, wat een ellende, dat had ik ook altijd… Die gekke Martin”, zei Sylvia begripvol. Ze checkte snel of Lydia buiten gehoorsafstand stond. “Maar uiteindelijk komt hij altijd tevoorschijn op een moment dat je het totaal niet verwacht. Nee, Martin heeft volgens mij maar één nummer en dat is het nummer dat ik je heb gegeven.”
“Maar dat is toch te gek? Ik weet niet wat ik moet doen, waar ik hem moet vinden!”
“Ik vind het echt ontzettend vervelend voor je.” Ze lachte verontschuldigend naar een andere klant die stond te wachten met haar aankoop. “Sorry, kun je even opzij gaan, ik moet een klant helpen, Barbara… Ja, deze zat echt heel mooi. Daar zul je veel plezier van hebben. Wil je de bon in de tas?”
De klant, een donker mollig meisje knikte blij, opgetogen om een zwarte broek met gouden knoopjes die haar ronde billen precies goed omspande.
Barbara maakte ondertussen geen aanstalten om te vertrekken na Sylvia’s teleurstellende antwoord. Ze leek vastbesloten om Sylvia informatie te ontfutselen, hoe dan ook. Lydia stond nog steeds bij een klant, goddank. Haar eigen klant had afgerekend.
“En je zou ook niet weten wie de loodgieter is waar hij mee werkt? Dan kan ik die misschien gewoon bellen – hoef ik Martin niet lastig te vallen!”
“Volgens mij werkt hij met een paar loodgieters… Ik zou het echt niet weten, Barbara.”
Zou het licht vermoeide in Sylvia’s toon Barbara niet opvallen? Maar daar was Lydia ineens. Lydia wist niets van Sylvia’s plannetjes. Lydia zou wel eens alles kunnen verpesten. “Hee, hallo!”, baste ze hartelijk tegen Barbara. “Heeft u weer wat leuks op ‘t oog?”
Tot Sylvia’s verbazing kleurde Barbara na deze vraag kortstondig helrood. Langzaam trok de kleur weg terwijl ze stamelde: “Ja, eh, nou nee, ik heb niets gezien, ik ben eigenlijk alleen even langs gewipt om te kijken of Martin hier misschien was.”
“Martin?” Lydia wierp een onderzoekende blik op Sylvia. “Syl? Nee, Martin heeft weer een klus en is dus flink bezig, toch, Syl? Als die bezig is, is hij zo’n beetje in de onderduik.” Ze leek zich ineens iets te herinneren. ‘Ach, maar was hij niet bij u aan het werk, dat zei jij toch, Syl?”
“Jazeker’, knikte Sylvia. Ze maakte een hoofdbeweging naar boven. “Lydia, die klant daar staat enorm te treuzelen – misschien moet je haar even helpen, denk je niet?”
“Ik hoopte eigenlijk dat jullie nog een ander nummer van Martin hadden dan het ene dat ik heb”, zei Barbara snel. “We hebben geen water!”
Om zo te kunnen huichelen, dacht Sylvia, dat is toch een kunst op zich.
“God”, zei Lydia lachend, “wat een ellende. Martin heeft zoveel nummers, het duizelt me wel eens. Dan zie ik nummerherkenning, je weet wel, op de telefoon, en dan weet ik nooit wie het is, en het is altijd Martin! He, Syl?”
Sylvia knikte kil en zette zich schrap. “Ja, die grapjas. Maar dan belde hij uit een café of een ijzerwarenzaak. Hij vergat altijd zijn telefoon! Ja, die verbouwing zal ik ook niet snel vergeten!”
Lydia keek haar even verbaasd aan en vertrok toen schouderophalend naar boven, naar de klant. Sylvia haalde opgelucht adem. Maar toen keerde Lydia zich ineens om en riep: “Laat Barbara een van de nummers uit het rode mapje proberen. Het noodgevallenmapje!” De knipoog die ze Sylvia gaf, was tamelijk ondubbelzinnig.
Schuw keek Barbara Sylvia aan. “Ik hoop dat je me niet kwalijk neemt dat ik zo brutaal ben, maar begrijp ik… Jij kent Martin ook privé?”, vroeg ze.
“Privé?”, deed Sylvia verbaasd. “Ben je mal? Hoezo zou ik hem privé kennen? Nou ja, hij heeft wekenlang mijn winkel onveilig gemaakt en ik heb af en toe een praatje gemaakt natuurlijk – als je dat privé wil noemen…”
“O!”, zei Barbara. “Nee, die indruk kreeg ik zo-even van je collega. Dat is… Eh, nee, natuurlijk.” Ze keek weg, behoorlijk in de war, stelde Sylvia tevreden vast.
“Waarom vraag je dat?”, vroeg Sylvia. “Hij heeft zich verder toch wel netjes gedragen, mag ik hopen?” Ze lachte zelf luid om de lollige krankzinnigheid van die gedachte. “Anders zou ik me toch wel bezwaard voelen! Hij is weliswaar alleen mijn aannemer geweest, maar ik hoop niet dat hij me te schande heeft gemaakt.”
“Nou”, zei Barbara, zenuwachtig lachend nu, “om je de waarheid te vertellen…”
Sylvia had weinig meer nodig. Ze leed en genoot kortstondig tegelijk, het laatste vooral van de hulpeloze blik in Barbara’s ogen, klaar om geheimen te delen waar ze zichtbaar onder gebukt ging.
Maar Barbara zweeg, haar gezicht vertrokken in een huilkramp die haar even totaal onherkenbaar maakte. “Kan ik je in vertrouwen nemen, Sylvia?”
Het enige wat Sylvia echt verbaasde, was de snelheid waarmee de verhoudingen waren veranderd. “Wat?”, vroeg ze met opgetrokken wenkbrauwen en een olijk grijnsje. “Nee, hè?”
Barbara keek weg. Ze schraapte haar keel. “Ja, begrijp me niet verkeerd, en ik ben blij dat er privé niets tussen jou en hem is, dat zou het nog gecompliceerder maken, maar Martin is de meest vasthoudende man die ik in jaren heb ontmoet… Heb je even tijd?”
Ze keek zo smekend dat Sylvia Barbara meenam naar haar kantoortje, haar hart kloppend in haar keel. Wist Barbara van Martin en haar, of niet?
Ze gingen zitten.
“Vasthoudend? Hoe bedoel je vasthoudend?” deed Sylvia benieuwd en quasi-bevreemd. De woede die ze voelde, gaf haar precies genoeg kracht om de juiste toon te treffen. Dat hoopte ze tenminste.
“Je begrijpt vast wat ik bedoel.” Hier veranderde Barbara’s gezicht van uitdrukking. Het was duidelijk dat ze gevleid was geweest door Martins kennelijk onverhulde aandacht. “Zo’n mooie, opvallende vrouw als jij!”
Sylvia ergerde zich dat ook zij zich nu gevleid voelde en deed haar best het niet te laten merken. “O?”
“Enfin, het was vrijwel meteen duidelijk, eigenlijk vanaf het kennismakingsgesprek en de onderhandelingen met de architect over de tekeningen: hij was geïnteresseerd. In mij, bedoel ik. Echt gênant. En natuurlijk was dat niet wederzijds, ik had geen enkele interesse. Allicht niet!”
Sylvia lette goed op haar blik. Barbara keek Sylvia niet aan, toen ze dat zei. Ze keek opzij, naar een tekening van Kiki aan de muur, een tekening van een vogel die opstijgt van een nest. Ze vervolgde: “Het maakte alles meteen heel ingewikkeld. En ik kan me wel voor mijn hoofd slaan, maar ik… liet het gebeuren. Ik dacht: dat waait wel over. Die gaat gewoon al zijn energie in dat project steken. Sterker nog: het leek me eigenlijk geweldig goed voor het project als hij mij zo leuk vond!”
“En toen?”, vroeg Sylvia. Ze had niet verwacht dat ze zo van de kaart zou zijn. Normaal fantaseerde je dit soort gruwelijke dingen, veilig van een afstandje, maar van zo dichtbij te horen hoe Martin te werk ging… Het was tamelijk onthutsend. Ze probeerde te denken aan het hoger doel. Ze slikte.
Barbara ging verder. “Enfin, hij heeft alles geprobeerd! Om me mee uit te nemen, met me alleen te zijn… Maar ondertussen ging de verbouwing ook door, of liever: het slopen, en werd het huis steeds erger… Geen weg terug! En toen… Sylvia, ik kan je niet zeggen hoe verraden ik me voel, maar sinds vanmorgen is iedereen weg, ligt alles stil en is Martin onbereikbaar. Het is werkelijk…” In wanhoop woelde ze met beide handen door haar blonde haar. “Wat moet ik doen? Ik moet hem toch ergens kunnen vinden?”
“Wat zegt je man ervan?”, vroeg Sylvia nuchter.
Barbara keek haar aan. “Die heb ik niets van dit alles gezegd, niets van wat ik hier aan jou vertel. Die weet nog niet eens dat er iets aan de hand is. Hij komt vannacht pas thuis van een reis. Ik voel me zo idioot dat ik zo weinig van mijn eigen aannemer weet, jij bent mijn enige aanknopingspunt. Ik dacht: als hij zo’n goeie verbouwing doet voor iemand zoals jij, die zo veeleisend is, zo’n succesvolle zakenvrouw, dan moet dat goed zijn! Daarom ben ik ook hierheen gekomen – ik hoop zo dat je me kunt helpen hem te vinden!”
Ze legde haar hand in die van Sylvia. Sylvia zat als verstijfd. Alle haatgedachten tolden door en over elkaar heen.
Barbara bewonderde haar? Toen werd ze heel kalm. “Ik help je als je me de waarheid vertelt”, zei Sylvia. “Ik help je en daarna vertel ik je waar ik mee bezig ben.”
“De waarheid?”, zei Barbara aarzelend. “Wat bedoel je? Dat was de waarheid.”
“Dus je bent niet één keer met Martin mee geweest? Je hebt niet één keer gedacht dat het misschien geen kwaad kon om een keer, een nacht dat je man weer eens op reis was misschien, weer eens iets mee te maken waar je stiekem al een hele tijd naar verlangde?”
Barbara staarde weer naar de tekening.
“En daarom, omdat dat is gebeurd, probeert hij je nu te chanteren, omdat je bang bent geworden en niet je leven met je gezin op het spel wil zetten voor zoiets, omdat je na één keer, of misschien wel twee of drie keer, genoeg fantasieën voor een hele tijd hebt opgedaan en er nu geen zin meer in had. Waar of niet?”
“Bijna.” Ze lachte heel even, een lach vol lucht, alsof de bevrijding het nu met iemand te hebben gedeeld haar te veel werd.
“Bijna?”
Barbara fluisterde: “Ja, we hebben het gedaan, niet een, maar drie keer, net als je zegt. Het was zo heerlijk, zo vrij en schandelijk, zo geheim. Het was sterker dan ik. En ik hou echt heel erg van mijn man! Echt! Maar toen was Martin dus ineens onbereikbaar en kwam niet opdagen op een afspraak, in een hotel nog wel. Heel vernederend. Zat ik daar. En ik werd weer mezelf. Wakker. Ik had meteen genoeg. Ik wilde stoppen. Was ineens bang voor de onzin. En toen begon het mis te gaan. Zo erg mis! Hij zei dat hij het aan mijn man zou zeggen. Hij zou de verbouwing niet voortzetten, zei hij, alles kapot laten, als ik niet meer met hem naar bed ging. Hij zou alles aan mijn man vertellen!” Ze zag er niet langer hulpeloos uit, maar woedend. “Ik kan mezelf wat aandoen. Echt… Ik ben nog nooit in zo’n situatie geweest.”
Sylvia moest denken aan drie dagen daarvoor, toen Martin haar een blinddoek voor had gedaan en had gezegd dat hij haar moest fouilleren omdat hij een grote, machtige politieagent was. Oké, ze had al lang geleden uitgecheckt bij dit traject, haar liefde was over, maar ze kookte toch van woede.
Misschien was dat het. Waarom ze besloot om open kaart te spelen. “Goed”, zei ze. “Rustig. Nu mag ik. Schrik niet. Ik speel geen mooie rol. Ik ben ook niet eerlijk tegen je geweest. Ik ben ook een slachtoffer, want ik hield echt van Martin en ik had twee jaar lang iets met hem, althans dat dacht ik. En ook ik ben vernederd, keer op keer. Daarom ben ik al een tijd bezig om bewijzen te verzamelen dat Martin, die twee jaar lang mijn totaal onbetrouwbare vriend is geweest, bovendien een drugsdealer is. Dat hij mijn zaak heeft verbouwd voor een raar bedrag om geld wit te wassen, daar weten ze bij justitie inmiddels alles van. De man van mijn beste vriendin werkt daar en alles is uitgezocht. Ze hebben hem op tape en ze weten dat er een groot transport aankomt.”
Barbara staarde Sylvia aan, ineens weer een dame, een advocate ook nog. “God. Wat ben ik stom geweest. Maar waarom, als jij dit allemaal wist… Waarom stuurde je een crook op mijn dak? Wat moest ik met je foute ex-vriend?”, vroeg ze. “En mijn huis, is er ook getaped in mijn huis? Mijn huis… Het is een ruïne. En mijn huwelijk is de volgende ruïne als dit uitkomt! Dat is duivels! Waarom zou je zoiets doen? Waarom ik?”
“Nou, eh… Ik wist het toen nog niet”, loog Sylvia. Schaamte verhitte haar gezicht. Haar haat leek haar ineens zo krankzinnig futiel dat ze niet langer kon blijven liegen. “Nee, laat ik eerlijk zijn… Oké, ik wist het. Maar ik dacht dat je een koude, arrogante trut was die op me neerkeek. Dat het jou niet zou aantasten zoals het mij aantastte.”
Het ging gewoon niet. Ze loog nog steeds. Ze moest wel. Even twijfelde ze nog… En besloot toen het zo te laten. Het deed er niet meer toe.
Barbara leek desondanks verbijsterd. Haar gezicht, zo mooi, glad en onschuldig. Misschien kwam het door het zachte pak dat Barbara droeg, maar Sylvia had een moment de sensatie alsof ze samen deelnamen aan een slaapfeestje zoals Kiki die tegenwoordig af en toe had. Ze had de neiging Barbara tegen zich aan te drukken.
“En nu?”, vroeg Barbara. “Is het bewijs dan nu geleverd? Dat ik net zo zwak als iedereen ben? Laat ik je vertellen: ik zocht alleen een goede aannemer.”
Ze lachten allebei even, bijna verlegen.
“Ik weet het”, zei Sylvia. “Het spijt me. Ik zweer je dat het goed komt. Er gaat morgen iets groots gebeuren.”
Terwijl ze Barbara het nummer van de loodgieter gaf, wilde ze het liefst heel hard huilen.
Epiloog
Sylvia bleek gelijk te hebben. De volgende dag werd Martin ’s nachts opgepakt in Rotterdam bij een grootscheeps drugstransport waar hij een leidende rol in speelde. Hij werd in beveiligde bewaring gesteld. Barbara en Sylvia werden beiden gehoord. Er zat nog een dertigtal vrouwen in de rechtszaal die getuigden. Winkeleigenaressen, café-eigenaressen, slachtoffers van verbouwingspraktijken. Allemaal aantrekkelijke vrouwen van in de veertig. Sylvia kende meerdere van hen van gezicht. Er zaten ook klanten van haar bij. De tapes uit Barbara’s huis werden tijdens de rechtszaak gebruikt, maar discreet. Er bleek niet heel veel relevant belastend materiaal op te staan, op wat moeilijk hoorbare schunnigheden na. De bedreigingen stonden op tape, maar de man van Barbara werd niet gehoord, op verzoek van Sylvia. Er bleken nog heel veel ergere tapes in deze zaak te zijn en Sylvia’s haren prikten op haar hoofd. Martin droeg zijn slangenleren laarzen en zijn zwarte overhemd tijdens de rechtszaak. Hij zag er heel goed uit en hij keek niemand aan. Hij kreeg acht jaar voor de drugshandel en de witwasserijen – Sylvia hoopte op een jaar dwangverpleging voor ‘gevaarlijke en ongezonde seksverslaving’, maar de rechter legde dat helaas niet op. Na de uitspraak gingen Sylvia en Barbara iets eten.
De verbouwing van het huis van Barbara en haar man werd afgemaakt door de mensen van Martin – zonder Martin. Sylvia hield de touwtjes in handen, dat was ze aan Barbara verplicht, vond ze. Het duurde twee maanden en werd heel mooi. Sylvia en Barbara waren toen al vriendinnen.
EINDE


