‘Die kindertekeningen moet je bewaren, zo leuk voor later.’ Of: ‘Neem er nou maar foto’s van, later lig je helemaal dubbel.’ Later? Wies (52) vraagt zich af wanneer dat precies is.

Mijn vader had voor ieder kind een doos op zolder staan waarin hij telkens bijzondere spulletjes stopte; de eerste melktand, een schoolrapport, diploma’s, grappige handgeschreven briefjes vol taalfouten, medailles, knip en plak-werkjes en ga zo maar door. Wij zagen het nut er niet zo van in, zeker niet als het om een stomme tekening ging, maar hij bezwoer ons dat we het later heel leuk zouden vinden. Een keer heb ik de doos van een broer geopend om er iets grappigs uit te halen toen hij ging trouwen, maar verder staan alle zes dozen onaangeroerd in het ouderlijk huis.

Niet dat die doos me niets doet, sterker nog, ik ben mijn vader nog steeds dankbaar dat hij dit voor ons heeft gedaan. Als het huis in de fik vliegt, zal ik mijn leven op het spel zetten om die doos te redden. Maar om nou te zeggen dat ik er regelmatig naar verlang om erin te kijken, nee. Het idee dat mijn hele jeugd erin zit is leuk, maar ik ga die schooltekeningen echt niet ophangen of zo. En wat moet je met een melktandje?
Als kind stelde ik me voor dat ik later als ik groot zou zijn regelmatig met een kop thee erbij door die doos zou gaan en bij ieder ding sentimenteel oe en aah zou roepen. Als je me toen gevraagd had wanneer dat later dan was, had ik een jaar of 50 gezegd. Nu dus.

Lees ook: 8 redenen waarom 50-ers beter zijn in hun werk

Nog steeds denk ik dat ik later als ik oud ben, een jaar of 80 of zo, me er hele dagen mee weet te vermaken. Dat ik een zelfgemaakt freubel aan de kinderen van mijn broers en zussen laat zien en zeg: ‘kijk dit heeft tante Wies gemaakt toen ze vier was.’ Ik heb een donkerbruin vermoeden dat later niet veel anders zal zijn dan nu, want waarom zou ik anders denken? Maar ik hou graag de illusie dat er magische momenten komen. Dat ik wegdroom bij het eerste zelfgemaakte sinterklaasgedicht en dat ik in katzwijm val als ik in de schoolschriftjes kijk. En wie weet word ik nog eens een bekende schrijver of weldoener en komt heel mijn leven in het Stedelijk Museum te liggen. Dat mensen in rijen staan voor een vitrine waar een mislukt macraméwerkje van mij ligt. Het zou wel fijn zijn want dan kunnen ze mooi ook al die duizenden foto’s ophangen waar ik nu nooit naar kijk maar die zo leuk zijn voor later.

Reacties (0)