‘Je hebt twee soorten wijn: lekker en niet lekker...’

Hoe exotischer de wijn, hoe leuker
Dat is, in alle eerlijkheid, hoe ik wijnen tot nu toe beoordeel. Natuurlijk, ik lees de omschrijving op het etiket en kijk naar het land van herkomst, maar dat ik voor Argentinië kies en niet voor Duitsland komt puur omdat ik dat exotischer, en dus leuker, vind klinken. En Nieuw-Zeeland wint bij mij ook al snel van, pak ‘m beet, Oostenrijk.

Ook al weet ik ondertussen best dat er in Zuid-Limburg echt wel fijne wijnen worden gemaakt, ik kies ze alleen als de betreffende restaurantmedewerker ze warm aanbeveelt. Dikke kans dat ik daardoor al wat pareltjes heb gemist. En dat is allemaal mijn eigen schuld.

Ik praat vaak over wijn, ik drink vaak wijn, en met al mijn geneuzel over bubbels en wijnen kriebelde het eigenlijk al een poosje: het gevoel dat ik er meer van wil weten. Om, wanneer we in een restaurant zijn, niet alleen maar instemmend te knikken als een overenthousiaste sommelier me vertelt over de ‘bruisende druiven, met een zweem van de ziltige aarde en de aromatische geuren van de Toscaanse zon’, maar ook een keer een vraag kunnen stellen die ergens op slaat.

Al is het maar een beetje. Vlak na zo’n restaurantbezoek ging ik dan op een verloren moment weer eens kijken naar een cursus. Om vervolgens de info te zien en te denken: onhandige locatie, onhandige dag, nog onhandiger tijd. Oftewel: ‘Laat maar zitten, ik schenk mezelf nog een wijntje in en ga die heel goed proeven’.

Dat is ook niet persé heel ernstig, want ik beschik natuurlijk wel over de benodigde basiskennis:
* In wijn zitten geen calorieën, anders stonden ze wel op het etiket vermeld.
* Wijn houdt niet alleen van blauwe kaas en zeevruchten, wijn houdt ook van chips en pizza.
* Niks is beter dan een glas wijn, behalve twee glazen.
* Wijn stelt geen moeilijke vragen, wijn begrijpt.
* En, misschien wel het belangrijkst: het is altijd wel érgens “wine o’clock!”
Kijk, die kennis beheers ik allemaal wel.

Maar ik ben nu zo ver dat ik denk dat het goed is om de lat nog een beetje hoger te leggen. En dus heb ik mij ingeschreven voor een échte officiële wijncursus, inclusief examen. Ja hé, als ik het doe, doe ik het goed. Volgende week woensdag is de eerste les. Gegeven door Wijnstudio. Zij werken volgens de internationale WSET-methode en WSET staat voor ‘Wine & Spirit Education Trust’. Dat klinkt in ieder geval al indrukwekkend. ;)

Lees ook: Wanneer heb jij voor het laatst iets voor het eerst gedaan?

Ik ben altijd voorstander van een goeie locatie en ook daar hebben ze over nagedacht, want deze opleiding krijgen wij in het sfeervolle restaurant Cucina del Mondo. Cucina is de trotse bezitter van een Michelinster, dus aan de randvoorwaarden zal het niet liggen.

Het enige waar ik een beetje mee in mijn maag zit, is het openen van de wijnflessen. Begrijp me niet verkeerd, ik ben buitengewoon behendig in het openen van wijnflessen. Dat gaat bij mij nooit mis. Met dank aan mijn Screwpull. Ik heb het ding al dik tien jaar en hij werkt nog steeds perfect. Ik héb het ooit eens een paar keer geprobeerd met een echte kurkentrekker. Je weet wel, zo’n ding met pootjes en een schroef die je dan met één hand recht (dus niét scheef!) in de kurk moet draaien terwijl je met je andere hand de fles vasthoudt.

Het resultaat daarbij was wisselend: soms had ik een halve kurk aan mijn kurkentrekker en was vervolgens vijf minuten bezig de rest uit de fles te peuteren – waarbij die andere helft meestal in de fles belandde, heel irritant – en soms belandde de hele fles op de grond, omdat ik meer op de kurkentrekker lette dan op de fles. En wijn opdeppen met keukenpapier en dan uitwringen in m’n wijnglas vind ik toch wat ietwat desperate overkomen.

Wat nu als ik tijdens die cursus flessen moet openen met zo’n traditionele kurkentrekker? Ik kan me natuurlijk beroepen op het feit dat het ding lelijk en onhandig is, maar ik heb zo’n akelig vermoeden dat ze die ondingen in restaurants niet voor niks nog steeds gebruiken.

Alhoewel ik ze er stiekem ook wel van verdenk dat ze dat puur voor de show doen. Om indruk te maken op ons simpele stervelingen. ‘Kijk eens wat ik wel kan en jij niet?’ En dan natuurlijk heel soepeltjes in één beweging die kurk eruit draaien en ‘m vervolgens onder je neus houden zodat je even kunt ruiken...

Met champagne heb je dat probleem nou nooit. Best een goede reden om vaker bubbels te drinken eigenlijk.

Maar goed, de komende weken zal ik dus misschien, oké, waarschijnlijk, nog wel één en ander vertellen over mijn belevenissen, over het proeven.

Ow crap… dat proeven... ik realiseer me dus echt nú pas, terwijl ik zit te tikken, dat dat wel een ding kan worden. Lief noemt mij weleens ‘zijn misofoobje’. Doet dat een belletje rinkelen? Gaat over mensen die, voorzichtig gezegd, niet zo heel goed tegen bepaalde geluiden kunnen. Vaak, en zo ook bij mij, zijn dat eet- en drinkgeluiden. Het is de belangrijkste reden dat ik nooit een lunchafspraak wil met mensen. Dat je iemand naast je hoort kauwen, en slikken, of, overtreffende trap: smakken.

Bioscopen zijn om die reden vaak ook horror: mensen die met open mond chips en popcorn kauwen en met een rietje een flesje frisdrank leegslurpen. Echt, het liefst pak ik iedereen al z’n eten en drinken af. Ranzige geluiden maak je maar in je eigen tijd.

En nu gaan mensen natuurlijk smakken, en spugen (!), met wijn....
Oké, ik haal nu gewoon heel rustig adem en zeg tegen mezelf dat het goedkomt. Ik ga het meemaken. Misschien valt het wel mee. Het is functioneel, en in een andere context, dus wie weet gaat het prima. ‘k Neem voor de zekerheid wel oordoppen mee. Moet ik alleen nog zorgen dat ik ze onopgemerkt in en uit krijg.

Reacties (0)